Op zoek naar een mooi, leuk en uniek kado? Ga in nieuw scherm naar mijn schrijfboekjes en pasfotoboekjes-site.
Of bekijk de kleurrijke
schilderijen-expositie
van m'n broer.

(Versie 0.4, 12 mei 2017)

Andijk Enkhuizen Kromme Leek Bokswoude Midwoud Twisk Abbekerk Lambertschaag Opperdoes Almersdorp Medemblik Wervershoof Hoogkarspel Westwoud Oosterblokker Schellinkhout Hoorn Wijdenes Oosterleek Venhuizen Wervershoof Hauwert Wognum Hoorn Monnickendam




'Kruistocht in Spijkerbroek'
'Rondje om Zwitserland'
'weekendje Noord-Groningen'
'Ontdekking van de Vrije Friezen'
'Hanzesteden aan de Oostzee'
'Friesland - provincie in Nederland'
'Friesland uit het veen'
'Aan de oevers van de Schelde' 'Rondom de Gelderse IJssel'
Op deze pagina verschijnen de diverse tripjes die we - in verschillende perioden - maken binnen en rondom de Westfriese Omringdijk.
Vanuit de invalshoek van de inwoners van het huidige Nederland zijn we bekend met onze provincie Friesland. Deze provincie bespreken we in twee reisverhalen: de Woudfriezen en Kleifriezen in 'Friesland - provincie in Nederland' en de Veenfriezen 'Friesland uit het veen'. Daarnaast ontdekken we in het huidige buitenland de Ostfriesen en Nordfriesen in 'Ontdekking van de Vrije Friezen'. Hoogste tijd om de laatste groep met Fries in de naam te gaan bezoeken in dit reisverslag: de West-Friezen. Begrijpelijkerwijs noemen onze oosterburen zichzelf niet Oost-Friesland, maar Friesland en daarmee is alles ten westen van hun dus West-Friesland. Zo hebben de Duitstalige bronnen het dus ook West-Friesland, ook als ze het hebben over de opvolger van de havenstad Dorestad, te weten Tiel 1. West-Friesland valt in deze tijd voor de bewoners van het huidige Nederland geheel in de huidige provincie Noord-Holland. Dat daarmee lang niet alles is gezegd en geschreven zullen we dan ook al gauw ondervinden.
Hieronder volgen de reisbeschrijvingen over routes die we gereden hebben in West-Friesland.

Voor het gemak is de route hierbij geplaatst. Klik op de route-afbeelding voor een vergroting in een nieuw scherm. (Afhankelijk van de scherminstelling, vergroot de afbeelding op originele grootte en klik dan met de scrol op de afbeelding, zodat er niet gescrold hoeft te worden, maar de richting met muisbeweging gedaan kan worden.)
Of u klikt op de Google-maps link, om de route hierin te volgen.
Ook voor de foto's en andere afbeeldingen geldt: klik op de afbeelding voor een vergroting in nieuw scherm.
Reist u weer mee?


noten:
1. Die Friesen : Das Volk am Meer / Franz Kurowski. - Berg am Starnberger See : Türmer Verlag, 1987. - ISBN 3881993568. - p. 60







Dag 1: van huis naar Andijk

kaart 1

Ter voorbereiding is er voor de vier dagen en drie nachten die we denken nodig te hebben om het rondje Westfriese Omringdijk te bezoeken een Restinn hotelhuisje gereserveerd bij de familie van Zanten. Een prachtige plek om te verblijven en er dagelijks op uit te trekken, met alle lekkere ontbijt en linnen-service van een hotel.
Vanwege de relatief korte afstand, vertrekken we vrij laat in de ochtend om met 'het nieuwe rijden'-tempo naar Andijk te rijden. Nadat we voorspoedig alle A-wegen hebben gevolgd gaan we na Hoorn de N302 op. Deze weg wordt vernieuwd en deels verlegd zien we. De N302 wordt ook de Westfrisiaweg genoemd. Deze nieuwe weg zal de N23 Westfrisiaweg genoemd worden wanneer de bouwactiviteiten afgerond zijn. Deze nieuwe route van 42 kilometer moet een beter verbinding verzorgen tussen Alkmaar en Enkhuizen. Ingepland werd dat het media 2017 afgerond zou zijn, maar berichten in het najaar gooien roet in het eten. Na verluidt vergt de slappe bodem langere inklinktijd 1. Gebrek aan kennis kan ook gesteld worden, immers duizend jaar geleden werden hier al dijken en wegen aangelegd. Kennelijk kan een bouwbedrijf als Heijmans nog steeds niet met grond omgaan 2.
Na op de benodigde tijdelijke stukken wegen te hebben gereden komen we bij het laatste stuk - waar de Westfrisiaweg overgaat in de Drechterlandsweg. Op het kruispunt met de N240 - de Markerwaardweg - werd in januari 2015 in de greppel een bronsschat uit die periode, 900-800 voor het begin van Onze Jaartelling (vOJ) gevonden. Deze greppel, aan de zuidwestkant van het kruispunt, vormt nu het toneel van vele grondwerken. Deze Bronsschat van de Westfrisiaweg - gevonden door Marleen van Zon en Jordy Aal - bestaat uit drie grote mantelspelden / fibulae (vermoedelijk geïmporteerd uit Scandinavië), twee armbanden en plaatjes, een grote kledingnaald en enkele ringen 3.
Hierna rijden we weer op de N302, boven Hoogkarspel, waarmee niets gebeurd. Boven Grootebroek slaan we af en rijden naar Andijk, waar we eerst even op zoek gaan naar een toilet, hapje en drankje.

noten:
1. www.n23westfrisiaweg.nl; Cobouw, 16 november 2016, 06:00 Hard spel om de Westfrisiaweg / Marc Doodeman;
2. De Volkskrant, 4 november 2016, p 28. - De Kwestie: Hoe verraderlijk is de West-Friese klei? / Peter de Waard
3. Wonderlijk West-Friesland / Martijn Adelmund, Saskia Appel, Michiel de Nijs, Caroline Synke, Judith van Lunsen, Josephine Vollbehr, Ineke Bergman; Saskia Appel (inleiding); Ad Geerding (voorwoord). - Amsterdam : Fantastisch verleden, 2016. - 978-90-824329-1-6. - p. 58-63; ADC ArcheoProjecten NIEUWS: Unieke bronsschat gevonden bij Westfrisiaweg (N23); De bronsschat van de Westfrisiaweg / David Fontijn, Sebastiaan Knippenberg. - Castricum : Huis van Hilde, [2016]

internetraadpleging: 26 - 27-1-2017


      Andijk
We rijden Andijk binnen en komen al snel op de Middenweg. Het nieuwbouwcentrum bevindt zich hier. Wij rijden nog even een stukje verder, in de hoop om iets aan het water te vinden langs de Dijkweg. Het eerstvolgende dat we tegenkomen ziet er vrolijk uit en dus parkeren we de wagen aan de kant van de weg om bij Kit's Andijk even bij te komen van de heenreis.
Naast een fijn terras, blijkt het ook een B&B en catering te zijn. Wij kijken slechts rond en genieten van de koffie met taart. Onderwijl wordt door een jongen een fietsband geplakt op een manier, die ons 40 jaar geleden ook is geleerd. Het ziet er vertrouwd en stoer uit, zoals hij de fiets in een slingerbeweging omdraait, nadat het karweitje geklaard is. Na afloop nog even een rondje fietsen om te ervaren of alles goed is aangedraaid en alles naar behoren draait en werkt. 'Zo, ook weer geregeld!', hoor je 'm bijna zeggen. Na binnen afgerekend te hebben, rijden we een stukje door. Na de volgende bocht in de Dijkweg komen we over de Molensloot uit in de buurtschap Munnikij.

      Munnikij
Munnikij wordt net als de buurtschap Munnickaij bij Schellinkhout, in het Westfries als Munnekaai uitgesproken. Kij en Kaij is daarbij een verwijzing naar de op hoogte gelegen plaat en betekend dan ook terp. In het Oudfries betekent Munnek dan ook mest 1.
Tussen de Dijkweg en de dijk vinden we meteen een museum. Poldermuseum 't Grootslag zit gevestigd in het gemaal Het Grootslag. Ook vinden hierin nog een ander museum: Nationaal Museum Saet & Cruyt. Aangezien we nog wel even de tijd hebben voordat we kunnen inchecken op de afgesproken tijd bij Restinn, brengen we een bezoekje aan beide musea.
Het poldermuseum behandelt de historie van de Koopmanspolder. De huidige inrichting van dit driehoekig - tegenwoordig buitendijks liggend - gebiedje is bijzonder. De eerste schriftelijke melding van dit gebied vinden we in een schenkingdocument van 28 november 1413, wanneer hertog Willem, graaf van Holland het overdraagt aan Jacob Albertsz (a). Waarschijnlijk wordt hiermee Jacob Allardsz (b) bedoeld, die er vervolgens een zomerdijk omheen legt. Het gebiedje heette toen Oosternes. De huidige vreemde dijkloop komt door een dijkdoorbraak uit die tijd. Tegenwoordig is het een multi-inzetbaar gebied geworden. Het dient als recreatief natuurgebied en wateroverloopgebied volgens het voor- en achteroevergebiedconcept, met een visveilige watervijzel 2.
De grote polder - dat binnen de Westfrieseringdijk ligt - heet Polder het Grootslag.


Een korte geschiedenis van de ringdijk is hier misschien wel op zijn plaats. De stormvloed die in 1170 plaatsvond zorgde onder andere voor de mogelijkheid van het ontstaan van de Zuiderzee. Het zorgde - voornamelijk middels het Marsdiep - dat ook de afwatering landafwaarts beter werd. Hierna werd ook de ontginning van de veenpakketten mogelijk. De dijk zou op het laatst in 1319 zijn aangelegd. Aangezien dit niet strookt met de verkavelingsrichting en men vermoedt dat er dijkverplaatsingen hebben plaatsgevonden wegens oprukkend zeewater kan met niet met zekerheid een jaar noemen. Over een eindjaar van de sluiting van de dijkring is men wel eensgezind. Dit zal omstreeks 1250 gebeurd zijn. Daarna begon de gemeenschappelijk strijd om het in stand te houden. En leren van falen. Immers, van een toenemende druk van een steeds groter wordende watermassa dat de Zuiderzee zou worden in combinatie met een steeds verder inklinken van het sommige delen van de binnendijkse landoppervlakte, daarvan had men nog geen kennis. Het viel niet op, dat dit aan de hand was. Recent archeologisch dijkonderzoek onthuld de opbouw van diverse dijken. Eerst werd de zate of voorbelasting - een dunne klei of zavellaag - op de veenontgonnen grond of aanwezige veenlaag aangebracht. Daarna volgde de eerste dijkvorm, dat een zodendijk (1e fase breedte 60, hoogte 50 cm tot minimaal b 550 - maximaal b 950 cm) wordt genoemd. Een 14C onderzoek gaf een resultaat van 1210 en 1290 nOJ. Hier overheen werd de kleidijk aangelegd, direct gevolgd door de wierdijk waarbij een wierriem - bestaande uit onder andere, palen, riet, rijshout, deksteen, en gecomprimeerd zeegras - aan zeezijde werd aangebracht in de dijk. Het aanbrengen van klei ging in de tussentijd door. Na de paalwormcrisis tussen 1729-1735 werden deze vervangen door steenproducten 3.

Nu we een beetje het gebied hebben ingekaderd, kunnen we het museum gaan bezoeken.
Het ANWB-informatiebord dat we op het gebouw vinden, verteld ons in het kort de geschiedenis van het afvoeren van overtollig water. Dit gebeurde in deze polder met sluisjes met vloeddeuren. Vanaf ongeveer 1326 (mogelijk eerder) kwamen de eerste kleine poldermolens die met behulp van windkracht hun werk deden. In 1861 kwam er een hulpstoomgemaal dat vijf molens verving, tien jaar later gevolgd een groter exemplaar en weer tien jaar later nog eens. In 1906 waren alle molens vervangen door moderne gemalen: 1906 Broekerhaven, 1916 Andijk.
We treffen twee heren - de suppoosten - aan. Zoals vermeldt op de site staat, hebben ze - zo te horen - inderdaad mooie verhalen te vertellen. Onze dralende en om-ons-heen kijkende binnenkomst onderbreekt het gesprek en we worden uitnodigend binnengehaald.
Het thema van dit jaar, 2016, is - naast de gebruikelijk vaste items - de herdenking van de stormvloed van honderd jaar geleden, toen grote delen van ons leefgebied te kampen had met wateroverlast vanwege de januari-vloed. Een veelzeggende foto is deze met daarop een pas gebouwd buitenhuis, waarop de drie hoogtes van de waterstanden goed zijn te zien.
We zien allerhande brochures en boekwerken verschijnen, waarbij de opbrengst bestemd is voor de slachtoffers van de overstroming van de stormvloed van 13 op 14 januari 1916. Door een samenloop van elkaar versterkende omstandigheden, hoge waterstand van de rivieren en aanhoudende noordwestenwind dat het water in de Zuiderzee opstuwde, zorgde voor deze dijkdoorbraken, waardoor vele gebieden onderstroomden.
Deze ramp zou de aanleiding worden om de Zuiderzee af te sluiten met de Afsluitdijk, dat tussen 1927-1932 werd gerealiseerd 4.
In het museum komen we op de vaste onderdelenafdeling een model tegen van het gemaal Het Grootslag. Deze werd in oktober 1979 gemaakt door C. Kieft Sz. Intussen is het in maart 1998 gerestaureerd door C. Kieft Czn. We zien tussen het gemaal gebouw en het huis ervoor tegenwoordig de weg lopen waarover we net zijn komen rijden. De rest van de situatie is niet meer aanwezig.
We komen hier ook een foto-overzicht tegen van de buurt. Hier zien we foto's van de herstelwerkzaamheden van de dijk na de storm van 1916. Maar ook hoe het daarvoor er uitzag, met diverse afbeeldingen van de vissersvloten en haven.
Daarnaast duiken we nog even de bronstijd (1700-600 vOJ) in met enkele archeologische vondsten en boerderijbouw.

Wanneer we de trap opgaan komen we bij de tweede museum, dat een belangrijk onderdeel in ons leven is en altijd zal blijven, het zaad- en kruidmuseum Nationaal Museum Saet & Cruyt.
We krijgen hier de cycli van zaad te zien. Hoe er gezaaid werd en wordt, geoogst en geschoond. Daarna wordt uitgedragen hoe tot het beste zaad te komen, door middel van kwaliteitscontrole, selectie, kruisen, hybridiseren en biotechnologie. Ook is plaats voor de handel en markt.
Indrukwekkend is het overzichtje met bonen, met verschillende kenmerken: Dubbele Witte z.dr., Pencil Pod, Fin de Bagnola, Enfant de Mont Caime, Aiguille vert, Wade, La Victoire, Purple TeePee, Bush Blue Lake 274, Roi de Belges, Contender, St. Esprit a oeil rouge, Triomphe de Farcy, Brittle Wax, Supermetis, Extra early Teepee, Harvester, Black Valentine, Masterpiece, Witte Krombek, Saxa, Hinrichs Riesen, Tenderlong, Chevrier Vert, Ideaal, Bountiful, Processor, Rocquencourt, Bobis d'Albenga, Michelet a lonque cosse, Garrefal Enana, Canadian Wonder, Bafin, The Prince, Sans Rival, Mont d'Or.
Daarnaast zijn er natuurlijk nog vele bonensoorten, die waarschijnlijk ook nog in verschillende varianten van eigenschappen zullen bestaan. Kortom, er gaat in dit museum een zaadwereld voor je open.
Daarnaast herbergt het nog diverse hardware, oftewel handzaadzaai-attributen en -wagentjes, sorteerzeven en -trilmachines. Ook de zaadkasten met hun geëmailleerd naambordjes zien er verzorgt uit.

Wanneer we weer bij balie terug zijn, zien we dat er in dit herdenkingsjaar diverse boeken over dit drama verschenen zijn. In 2014 was De Waterwolf in Waterland : De overstroming van 1916 in Waterland en de Zaanstreek van Diederik Aten en Frouke Wieringa al uit. Cordula Rooijendijk schreef Waterwolven : Een geschiedenis van stormvloeden, dijkenbouwers en droogmakers al in 2009. In 2015 was er al een herdruk van de in 1988 uitgekomen van Peter Ruitenberg met de titel De bange januarinacht : stormramp Andijk 1916 en nasleep (1988 Andijk - De Bange januarinacht van 1916).


2015 12 20 - Watersnoodramp 1916
In deze documentaire van ruim 50 min, vertellen o.a. de historici Diederik Aten en Jan Schild over de watersnood.
Andere titels:
♦ Watervluchtelingen: verzorgd én verguisd : hulpverlening in Bunschoten, Eemdijk en Spakenburg na de overstroming van het Eemland in 1916 / Bertus Wouda
♦ Het dagboek van Jan Zuidland : hoe een schooljongen de watersnoodramp van 1916 beleefde / Clemens Homan (tekstbewerking); Kasper Bockweg, Jaap Haag en Margreet Lenstra, Waterlands Archief (redactie en beeldredactie)
♦ Nood aan den dijk : Watersnood 1916 : Buiksloot - Durgerdam - Holysloot - Nieuwendam - Ransdorp - Schellingwoude - Zunderdorp / Yvonne Breedijk, Henk Hagedoorn, Wendelien Halbertsma, Teun Klijn, Hans en Wil Sartorius, Marianne Vrolijk; Wendelien Halbertsma (redactie)
♦ De watersnood van 1916 : 100 jaar geleden : De Watersnood in Oostzaan / Ger Muijs
♦ Vergeten water : de fotografen van de watersnood 1916 / Jacques Laureys
♦ Leven met het water : hoog water op Marken, de watersnood van 1916 en andere overstromingen / Jan Schild
♦ Uit Landsmeer wordt gemeld... : de watersnood van 1916 in Waterland / Peter de Graaf
♦ Het dramatische jaar 1916 : alles stond stil / Henk van der Linden, Perry Pierik
Oude titel:
De dijk bezweken : een ware geschiedenis van twee Hollandsche jongens tijdens den watersnood van 1916 / H. Gras

Nu we hier toch zijn, willen natuurlijk ook even de dijk op. We komen echter eerst nog een banpaal - een grenspaal tot waar de jurisdictie van een gebied gold, zodat iemand bijvoorbeeld verbannen kan worden 6. Daarnaast vinden we een opmerkelijk herdenkingssteen. Het zet de mensen in het zonnetje die gezamenlijk iets hebben voorkomen! Het is namelijk een eerbetoon aan de dappere Andijkers de dijk wisten te behouden en zo West-Friesland hebben behoed voor een overstromingsdrama tijdens de storm van 1916. Dit monument - een blok graniet van zo'n 4.2 ton - werd op 13 januari 2016 onthuld door de burgemeester en twee schoolkinderen 7.

Blik op Medemblik
Vanaf de dijk hebben we een mooi uitzicht over het IJsselmeer. Ook zien we over het water Medemblik liggen. Drie gebouwen steken boven de rest van de bebouwing uit. Van links naar rechts zien we de Martinuskerk (1902), Bonifaciuskerk (15e eeuw) en het Stadhuis (1940) 8.

Intussen is het de hoogste tijd geworden om ons te begeven naar ons tijdelijk hotelhuisje van Restinn. We rijden nog even het terrein van de vakantieparken op om de VVV aldaar te bekijken. Dit blijkt echter een folderpost te zijn. Uiteraard nemen we wel wat van onze gading mee. We krijgen hieruit mee dat er nog een meestoof aan de Dijkweg zou staan. Gezien de gewekte interesse voor de meekrap in Zeeland , rijden we langzaam over de Dijkweg om te zien of we het kunnen ontdekken. Helaas kunnen we het niet ontdekken en rijden vervolgens snel door over de Hoekweg, Kleiakker en Gedeputeerde Laanweg waarbij we over de Lange Deelsloot komen. Bij de rotonde vervolgen we de weg, al gooien we hier meteen even de tank van auto vol - hier staat een pomp - zodat we ons daar niet meer mee bezig hoeven te houden. Bij de Hooge Sluissloot moeten we nog even een stukje de Veilingweg op om meteen de Rikkert in slaan. Bij de boerderij met lichtgroenig-crèmige kleurstelling moeten al zijn. We melden ons en na de benodigde uitleg kunnen we ons gaan inrichten. Het zijn inderdaad hotelachtige kamers. Ruim genoeg voor een weekje slapen, avondjes lezen of tv-kijken en ontbijten.
Nadat we zijn ingericht gaan we maar eens op zoek naar een hapje eten.

noten:
1. Wikipedia Munnikij;
2. (a) Oneindig Noord-Holland, 05 maart 2012 De Koopmanspolder in Andijk / Redactie Oneindig Noord-Holland; YouTube: Achteroever Koopmanspolder, 20 jan. 2015; Windmolen aangedreven visveilige buisvijzel in de Koopmanspolder, 8 dec. 2014; Uitleg werking visvriendelijke vijzel, 12 jun. 2014; Achter de oever liggen de kansen WINN-werkconferentie Achteroever, 27 augustus 2009, Rijkswaterstaat Lef Future Center; (b) Voorland en inlagen: de Westfriese strijd tegen het buitenwater / Piet Boon. - p. 95, 96 (in: West-Friesland Oud & Nieuw, 1991 p. 78-113);
3. Voorland en inlagen: de Westfriese strijd tegen het buitenwater / Piet Boon. - p. 79, 80, 81 (in: West-Friesland Oud & Nieuw, 1991 p. 78-113); Nederland als Polderland : Beschrijving van den eigenaardigen toestand der belangrijkste helft van ons land, tevens bevattende de topografie van dat gedeelte met de voornaamste bijzonderheden, toegelicht door kaarten en teekeningen / Dr. A.A. Beekman. - Zutphen : W.J.Thieme & Cie, 1932. - 3e druk. - kaart Vc; Dwars door de dijk : Archeologie en geschiedenis van de Westfriese Omringdijk tussen Hoorn en Enkhuizen : 1 / Jan de Bruin, Bas van Geel, Diederik Aten, Michiel Bartels, Sander Gerritsen, Christiaan Schricks; Michiel H. Bartels (redactie). - Publicaties Stichting Archeologie West-Friesland, 2. - Hoorn : Stichting Archeologie West-Friesland, 2016. - ISBN 978-90-816452-0-1. - p. 178, 180;
4. Wikipedia Stormvloed van 1916, Afsluitdijk;
5. Geheugen van Nederland Noordhollands noordelykste gedeelte; behelzende Westfriesland : onderscheiden in Dregterland, de IV Noorder Koggen, en in Geestmer Ambagt met de Schager en Nieudorper Koggen enz / I. Tirion;
6. Wikipedia Banpaal;
7. Westfries Genootschap Aan de keukentafel; De naam van de burgemeester is Frank Streng, maar vanwege de naamloosheid van het monument hier weggelaten.
8. Open Monumentendag Medemblik Iconen en symbolen;


internetraadpleging: 28 - 30-1-2017


      Enkhuizen
Vanuit het hotelhuisje zijn we zo in Enkhuizen. De gemeentegrens ligt al op ruim 200 meter hier vandaan. De eerstvolgende sloot, de Bokkesloot vormt de grens. Deze loopt van noord naar zuid in bijna een rechte grenslijn. En zo maken we kennis met de polder van Enkhuizen of Enckhuizen / Enchuzen / Enchusa (latijn).
We rijden naar de Oosterdijk, het oostelijke stuk ringdijk van de Westfriese Omringdijk. Deze dijk brengt ons tot de maagdelijke vestingstad 1. Eerst rijden we nog over een stukje uitbreiding van de oude stad, over de Noorderweg. Aan het einde verwachten we eigenlijk de Noorderpoort, de oudste stenen poort uit 1462. De Nieuwe Noorderpoort, dat de functie overnam van de Noorderpoort dat nabij de huidige Sijbrandsplein stond, werd in 1597 gebouwd en stond ter hoogte van de begraafplaats, waar we net langsreden over de Noorderweg. De Nieuwe Noorderpoort werd in de negentiende-eeuw afgebroken 2. En zo rijden we zonder iets te zien op ons gevoel het oude centrum in. En we vinden zowaar een parkeerplek met blauwe schijf.

kaart 1a

kaart 1b: wandelroute Enkhuizen detail Stedenatlas De Wit

Vanaf de Karnemelksluis nemen we de benenwagen. We gaan via de Peperstraat naar de autoloze Westerstraat, de winkelstraat. We passeren diverse steegjes, waaronder de Roopaartsteiger, met inderdaad een rood paard in de gevel.
In het tweede gedeelte van de Westerstraat - dat onderbroken wordt door de Melkmarkt - komen we halverwege het 'Oude Weeshuis' (15146) tegen, dat sinds 1983 dienst doet als Kunstcentrum. Het Weeshuiscomplex onderging vele verbouwingen.

Origineel gevelsteen 1616 'Oude Weeshuis', Enkhuizen
De voorgevel waar we naar kijken is hier in 1904 geplaatst, als deels origineel - doelend op de gebeeldhouwde elementen - replica van de gevel dat het oorspronkelijke weeshuis sinds 1616 versierde. Fraai is het werk zeker. De aangebrachte dieptewerking geeft de indruk om een echte klas te zien. We zien dat klas goed geventileerd wordt, want er staan twee raampjes open.
Hierna volgt al gauw de Westertoren of de St. Gomarustoren. Van deze houten klokkenstoel (15209) is alleen de houten bintwerk nog authentiek zestiende-eeuws. Het is in 1519 gebouwd, aldus het ANWB-informatiebord en het is verhoogd in 1609. Het hout van de buitenkant is van 1877. Het is in 1973 gerestaureerd. Naast klokken van een aantal anderen, komen we in deze toren ook klokken uit 1509 van Geert van Wou tegen. Hem en zijn zoon kwamen we in Friesland ook al regelmatig tegen .
Naast de toren staat de Westerkerk, voorheen de St. Gommaruskerk (15211), ook weer volgens het informatiebord. Typisch dat de toren met één 'm' wordt geschreven. Alleen in het Spaans/Portugees wordt hij - Gummarus (Gommarus) van Lier (Emblem/Emblehem, ±717 - Emblem/Emblehem of nabijgelegen Lier, mogelijk 11 oktober 714) - veelal als Gumaro aangeduidt 3.

Wanneer we nog een stukje doorlopen krijgen we het idee dat we weer in een woonbuurt terecht komen, waar we geen restaurants verwachten, dus nemen we gauw de Pekelsteiger en komen we uit bij enkele mooie beelden. De eerste laat ons een dijkwoning "De Vier Kroonen" zien - naar verluidt het laatste in Enkhuizen en als vakantiewoning te bewonen - met hangend balkon over het water. (Uiteraard opgenomen in het Rijksmonumentenregister: 15040.)

Hoek Vierbeentjes-Prinsenstraat, Enkhuizen
Ook het andere pand waar ons oog valt staat op deze lijst (15079). Waarschijnlijk vanwege het feit dat het om een pand met dwarsdak gaat, dat topgevels heeft met beitelingen. Waarom het register trouwens spreekt over 'twaalfruitsvenster' is een raadsel. De gevel springt inderdaad in het oog, maar meer vanwege de vele verschillende steensoorten en verzakkingscorrecties die heeft doorstaan in de zo'n tweehonderd jaar dat het er nu ongeveer staat. De Vereniging Oud Enkhuizen heeft nog enkele foto uit 1943, ±1972, 1986 en 1987 van het pand op de site staan, uit de periode voor de restauratie.
We lopen de Dijk verder op, langs de Oude Haven. We zien in de verte de Zuidertoren (15269) en ook hierin is weer een klok uit 1509 van G. van Wou te vinden.

Irish Pub The Dubliner, Dijk, Enkhuizen
Halverwege - bij de Irish Pub The Dubliner - nemen we de brug over het water naar het terrein tussen de Oude Haven en de Buitenhaven. In de laatste haven ligt de EH-vloot.
Hier naderen we Het landje van Top. Merkwaardige naam. Top verwijst naar de koopman Hendrik Top. De gemeenteraad had tijdens de vergadering van 23 maart 1829 voorgesteld om de gedempte gracht van de Willigenburg over te dragen aan Top, omdat hij aan de zuidzijde van Tussen Hel en Vagevuur al het een en ander aan huizen, gebouwen en erf had. Willigenburg was een schans die de Zuiderpoort moest beschermen. In 1826 werd het gebouw gesloopt en het water gedempt ten behoeve van de herinrichting van de havens in 1827. De Zuiderpoort verloor zijn functie en wordt - samen het oude rondeel - omgebouwd tot wat we zo kunnen aanschouwen: de Drommedaris of Dromedaris, dat zijn naam waarschijnlijk dankt aan zijn bijzondere vorm 4.

Hier vinden we ook een wereldberoemd fenomeen: de Enkhuizer Almanak (dit jaar de 422ste jaargang!). Te bewonderen in het Enkhuizer Almanak Museum, maar nu even niet door ons. We lopen door naar het Cultureel Centrum Drommedaris en komen langs het beeld van Paulus Potter. De vormgeving van de geiten wekt de indruk dat dit het is wat Potter tekent. Is dit verzonnen door de beeldhouwer of een logische gedachte vanwege een schilderij van deze geiten?
Paulus Potter (Enkhuizen, ~20-11-1625 – Amsterdam, ⚰17-1-1654) wordt geëerd vanwege zijn geboorte en zal zich van Enkhuizen maar weinig kunnen herinneren aangezien hij met het gezin in 1628 al verhuisde naar Leiden om in 1631 naar Amsterdam te vertrekken. De beeldhouwer Johannes Joseph (Jan) van Velzen (Onderdijk, 15 maart 1931) van dit werk maakte Paulus Potter en geit in 1991. 'Paulus Potter en geit met jong' werd kennelijk te lang gevonden als titel. Gezien het feit dat de bekende musea geen werk hebben van Potter met daarop een scène van de 'geit met jong', mogen we aannemen dat Van Velzen dit zelf heeft ingebracht en zijn verdienste is 5.

We lopen door naar de Zuiderpoort / Cultureel Centrum Drommedaris waar onder de poort theater wordt gemaakt, althans er wordt 'theater-materiaal' naar binnen gedragen voor de voorstelling van vanavond. De Fonk met leadzanger Kasper van Kooten komen hier vanavond om halfacht hun debuut EP De oven is heet spelen. Wij gaan rustig verder met waarvoor we gekomen zijn en leggen ondertussen de historische zaken vast op de gevoelige plaat 6. De ophaalbrug gaat net open, als we om de Zuiderpoort zijn gewandeld. Dit geeft de mogelijkheid tot een mooi kiekje, zonder de horizontale lijn van de brug in beeld. We zouden - wanneer we hier zo rond 1630 hadden gestaan, toen de raadslid Cornelis Pietersz. Biens (Enkhuizen, 3-7-1601 - Enkhuizen, 18-9-1645) van Enkhuizen, deze kaart tekende voor de atlas van Johan Blaeu - uitgekeken hebben op de Stats Herbergh, dat gebouwd was op een eilandje dat afsluitbaar was met ophaalbrug. Het stukje heet nu nog steeds Eiland. Helaas is het in 1958 afgebroken omdat het bouwvallig was. Dat zou vermoedelijk nu niet meer gebeurd zijn. De jongste foto van deze Stadsherberg - dus net voor de afbraak - dat de Vereniging Oud Enkhuizen in bezit heeft dateert van 3 oktober 1956. Hierop zien we de voordeur met de onbewoonbare woning-bord en het bewonersbordje C. Balk 7.
Bijzonder is, dat we - ondanks dat hij veel op papier heeft nagelaten - niet de geboorte en overlijden data van Biens kennen. Een grafsteen onder de zuidkap in de Zuiderkerk vermeldt "july 164." als rustdatum. Naast de getekende kaart, schreef deze man ook het een en ander. Gerrit Komrij heeft vier verzen van Biens opgenomen in zijn bloemlezing De Nederlandse poëzie van de 17de en 18de eeuw in 1000 en enige gedichten. Biens wordt door R. Willemsen dan ook als belangrijkste dichter van Enkhuizen bevonden.
Om enkele toegankelijke titels te noemen: Trevrspel van Piramvs en Thisbe uit 1623, 't Stichtelyck Cabinet met den Aenwas van 't selve, begrypende den Landman, Steeman ofte Borger ende den Zeeman uit 1640, waarbij het laatste Cabinet tot de verbeelding spreekt. En dan nog Aendachtige en Vrolycke Rymen uit 1644 8. Van deze Cornelis Pietersz. Biens zullen we vast nog wel een beeld of ander herinneringsmonument tegenkomen, hier in Enkhuizen. Hij heeft immers de stad letterlijk en figuurlijk op de kaart gezet.


Flessenscheepjesmuseum, Enkhuizen
Wanneer de brugdelen weer dienen als brug, lopen we naar de volgende haven, de Zuiderhaven, waarover een vaste brug met waterpoort gebouwd is. In dit gebouw is nu het Flessenscheepjes Museum te vinden. Aan de gevel van dit sluiswachtershuisje/spuihuisje hangen (v.l.n.r.) de volgende gevelstenen: het wapen van Hoorn en van Oranje i.c. het complete Wapen van Prins Maurits van Oranje-Nassau (1567-1625). Boven de deur het wapen van West-Friesland, gevolgd door Enkhuizen en Medemblik 9. We lopen de Bocht in en zien tot onze verrassing een paar Staffordshire Spaniëls . We gaan ervan uit dat ze hier als slechts als sierhondjes staan.
We lopen nog even snel naar de Wierdijk om een blik op het IJsselmeer te werpen. Er komen vele zeilschepen voorbij en dat blijft een mooi gezicht.
Wanneer we weer dezelfde weg teruglopen, vinden we bevestiging dat dezelfde weg terug je nooit opzadelt met dezelfde beelden en dus een geheel nieuw pad is. Ook nu is het aangezicht weer verrassend. We zijn echter nog steeds op zoek naar een restaurant waar we willen eten.

La Ville d'Enchuse située en la Comté d'Hollande comme elle se comporte a present uit "Enkhuizen (Holanda) Planos de población 1581 / Braun, Georg", Urbium Praecipuarum Totius Mundi. Liber Tertius. Braun, Georg (1541-1622) 11
De Smederij lokt ons de Breedstraat (onderdeel Westfriese Omringdijk 10) in, maar kan ons niet binden. En zo schieten we het Dijkstraatje in - ook Omringdijk 10, en komen weer uit op de Dijk waar meer eetgelegenheden zijn.
Nieuwsgierigheid naar de herkomst van de naam van het eerstvolgende steegje dat we tegenkomen, houdt ons alweer op. De bewoners naast de steeg zitten buiten voor het huis in het zonnetje. En ze kennen het verhaal van Tussen Hel en Vagevuur. Hel en Vagevuur zijn de namen van twee herbergen van weleer die aan de beide havens - Zuiderhaven en Oude Haven - te vinden waren. Dit steegje was de kortste route tussen beide haven en hun kroegen, waar de schippers, zeelui, vissers met hun pas verdiende geld naar toe konden.

Tussen Hel en Vagevuur, Enkhuizen
Vagevuur zou aan de Veermanskade (dit was voorheen de naam van het gedeelte met kademuur aan de noordzijde van de Dijk) gestaan hebben en aan de Zuiderspui de Hel.
De historica Suus Messchaert-Heering doet uiteindelijk de ontdekking waaruit blijkt dat in het pand aan de Zuiderspui 2 (naast het Flessenmuseum) twee stadsherbergen waren gevestigd. We zitten nu in de periode voordat de Stadsherberg op het eiland gebouwd is, dus zoals op de kaart van Enkhuizen uit 1581 van Gerog Braun te zien is. Het pand met de twee herbergen Hel en Vagevuur wordt in 1595 verkocht door het stadsbestuur. In 1596 werd het gesloopt, toen de nieuwe Stadsherberg op het Eiland was gebouwd, waarna er een monumentaal woonhuis wordt gebouwd op deze plek 12 (dat nu te bezichtigen is wegens verkoop).

Restaurant Markerwaard, Dijk, Enkhuizen


Vervolgens krijgen we het meteen over het naastgelegen restaurant die Drie Haringhe. Hiervoor hadden we moeten reserveren, omdat ze vrijwel altijd vol zitten.
We kijken nog even op de kaart bij de eetgelegenheden op het kruispunt, maar gaan uiteindelijk een paar panden verderop bij Restaurant Markerwaard op het terras aanschuiven.
Na deze korte wandeling van ongeveer een uur door Enkhuizen, even lekker genieten van de hapjes en drankjes. Dat Enkhuizen veel historie herbergt is ons dan wel duidelijk geworden. Hier gaan we ons wel mee vermaken de komende dagen. En we hebben hier natuurlijk ook nog het Zuiderzeemuseum, waaraan we ook nog een bezoekje willen brengen.
Even binnen kijken in het Restaurant Markerwaard is ook zeker een aanrader als je van zeegezichten en (model)schepen houdt, want deze zijn binnen veelvuldig aanwezig.
Anderhalf uur later en voldaan beginnen we aan de terugweg. Eerst naar de auto en vervolgens naar ons hotelhuisje.

Wanneer we weer teruglopen, komen we vlak naast het restaurant een fraai vormgegeven pandje uit 1645 met de naam de Vyfhoek tegen. De Vyfhoek in de voormalige bierbouwerij dat hier (toen Dijk 28, nu 72) gevestigd was. Het pentagram is het embleem van de brouwerij. Het opvallendste en merkwaardigste van het gebouw zijn de ronde ramen in de rechthoekige natuurstenen lijsten. De brouwerij was eens van Seracles Jacobsz en het bestond al voor 1630. Voor 1765 was het gestopt. Wanneer we even beter kijken naar de ramen op de woonetage zien we een bekend schouwspel van twee naar buiten kijkende Staffordshire Spaniëls 13!

Hierna lopen we de merkwaardige straat Venedie in.
Hier komen we een opvallende pand tegen dat er niet uitziet als een kerk, maar wel een kerkgebouw is. Het gebouw draagt het jaartal 1892 en is volgens het informatiebord een doopsgezinde kerk Vermaning (507077). Het pand is ontworpen door de stadsarchitect Van der Meulen. Verrassend is, dat het elementen van een vorig kerkgebouw in zich draagt, namelijk de kerkenraadskamer. Deze stamt uit 1640 en behoorde bij de kerk van de Jansenisten - een vernoeming naar de Leuvense hoogleraar en bisschop van Ieper Cornelius Jansenius (1585-1638). De Jansenisten zijn nu de Oud-Katholieken. In 1789 werd de oude kerk verkocht aan de doopsgezinden die het een eeuw later vervingen door dit pand. Als reactie op de overweldigende neogotische kerkbouw van de katholieken, is dit pand vormgegeven in neorenaissancestijl. Tegenwoordig worden naast de diensten van de Doopsgezinde Gemeente, er ook de diensten van de Kerkgenootschap der zevende dags Adventisten gehouden. De doopsgezinden zijn ontstaan door de beweging waarmee Menno Simons (1496-1561) uit Witmarsum - begon 14.
We lopen nog even de Kromme Elleboogstraat in, om te zien of we nog iets ouds kunnen ontdekken aan de achterkant, maar het zicht is niet groots in het nauwe straatje. Wanneer we weer naar de voorkant van het gebouw lopen valt wel iets anders op. Het hekwerk dat de hoek vrijhoudt van bijvoorbeeld ongenode (plas)gasten. We zien dan een deurtje in het hekwerk toch toegang kan verschaffen, voor eventuele onderhoudswerkzaamheden, zonder over het hekwerk te hoeven klimmen. Net bij deze ontdekking, komt een echtpaar langs die we al eerder in de stad waren tegengekomen. Verbaasd waarom we zo met het hek bezig, laten we het deurtje zien. Dat was hun nu nog nooit opgevallen, was de reactie. Zoals zo vaak als je ergens vaak komt, zie je dingen niet (meer).
We lopen al pratend een stukje met hun op tot onze wegen scheiden. Wij lopen door tot het Wegje, waarna we alweer bij de auto zijn.
De éénrichtingsverkeer op de Vissersdijk dwingt ons nog een rondje te rijden. Hierdoor komen we nog langs een mooi voorbeeld van klein industriële bouw. Het Algemeen Belang, een voormalige "luxe brood en koekbakkery" zit duidelijk strak in de verf. Dit pad stamt uit ongeveer 1925 en is ontworpen met functionalistische details. De Electrische Luxe Brood en Koekbakkerij werd in 1928 als Naamlooze Vennootschap opgericht 15. Tien minuten later zijn we weer in ons hotelhuisje.

noten:
1. Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden / A.J. van der Aa. - 13 delen. - Gorinchem : Jacobus Noorduyn, 1839-1851, Volume 2 B, p. 544, 640, Volume 4 E-F, p. 203-205;
2. Kroniek van Enkhuizen Noorderpoort;
3. Monumenten in Nederland : Noord-Holland / Saskia van Ginkel-Meester, Chris Kolman, Ronald Rommes, Elisabeth Stades-Vischer, Ronald Stenvert: Enkhuizen. - Zeist/Zwolle : Rijksdienst voor de Monumentenzorg / Waanders Uitgevers, 2006. - p. 291; Wikipedia Gumaro en Gomário vergelijk met Gummarus van Lier, Gummarus, Gummarus, Gommaire Ivy, Gummaro;
4. Kroniek van Enkhuizen Willigenburg; Vereniging Oud Enkhuizen Drommedaris, Tussen Hel en Vagevuur; Tussen Hel en Vagevuur : historisch-topografisch handboek van Enkhuizen / P.A.M. Zwart. - Maelson-reeks, deel 3. - [Boven-Karspel] : Vereniging Oud Enkhuizen, 1986. - ISBN 90-6455-049-2
5. Wikipedia Paulus Potter, Jan van Velzen (beeldhouwer); Rijksmuseum Amsterdam, Mauritshuis, Hermitage, National Gallery, The Getty;
6. EnkhuizenBoeit De Fonk - Kasper van Kooten;
7. Koninklijke Bibliotheek Stedenatlas De Wit: Enkhuizen; Atlas De Wit : 1698 : stedenatlas van de Lage Landen : van Groningen tot Kamerijk / Marieke van Delft & Peter van der Krogt. - Tielt : Lannoo, 2012. - ISBN 978-94-0140189-0. - p. 27, 286; Enkhuizer Patriciërs / Thijs Postma. - versie 27-4-2017 [p. 27]; Wikipedia Eiland (Enkhuizen); Vereniging Oud Enkhuizen Stadsherberg;
8. Zerkenpracht te Enkhuizen / Thijs Postma. - 2012, p. 57; Enkhuizen tijdens de Republiek : een economisch-historisch onderzoek naar stad en samenleving van de 16e tot de 19e eeuw / Renatus Theodorus Henricus Willemsen. - Amsterdamse historische reeks. Grote serie, deel 4. - Hilversum : Verloren, 1988. - ISBN 90-6550-315-3. - p. 162-163 (Proefschrift Universiteit van Amsterdam); 9. www.gevelstenen.net: inventarisatie van gevelstenen: Enkhuizen Zuiderspui 1; De Huizen van Oranje en Nassau / Henri;
10. Oneindig Noord-Holland, 06 maart 2012 De Westfriese Omringdijk in Enkhuizen; De Huizen van Oranje en Nassau / Henri
11. De volgende internetpagina's gaven het idee naar de route van de Biblioteca Digital Hispánica van de Biblioteca Nacional de España: Oude Landkaarten Enkhuizen 1584 Braun en Hogenberg, Enkhuizen 1612 Guiccarini; Spanvis Enkhuizen; Het Enkhuizer havenplan, spiegel der historie van de Zuiderzee / S. Spoelstra (in: Uit het Peperhuis, 1e serie, nr. 9 (jun 1955), p. 137-143);
12. Vereniging Oud Enkhuizen Dijk / D. Brouwer. - ± 1915; Tussen hel en vagevuur / P.A.M. Zwart. - 1 oktober 1986; Bocht en Zuiderspui van vroeger komen weer tot leven : Nieuw boek Enkhuizer historica Suus Messchaert-Heering / Theo Groot. - Enkhuizer Courant, 2 januari 2016;
13. Vereniging Oud Enkhuizen Dijk 72 / Ton Boon. - ± 1971; De monumenten van geschiedenis en kunst, Deel VIII De provincie Noordholland: Tweede stuk: Westfriesland, Tessel en Wieringen / Herma M. van den Berg. - 's-Gravenhage : Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, 1955. - p. 80; Brouwerijen en herbergen van Enkhuizen / Thijs Postma. - 28-6-2015, punt 23;
14. Wikipedia Jansenisme; Kerkgenootschap der zevende dags Adventisten, gemeente Enkhuizen; Doopsgezinde Gemeente Enkhuizen e.o.;
15. Monumenten in Nederland : Noord-Holland / Saskia van Ginkel-Meester, Chris Kolman, Ronald Rommes, Elisabeth Stades-Vischer, Ronald Stenvert: Enkhuizen. - Zeist/Zwolle : Rijksdienst voor de Monumentenzorg / Waanders Uitgevers, 2006. - p. 300; Algemeen Handelsblad, 25-09-1928 Naamlooze Vennootschappen;


internetraadpleging: 31-1 - 6-2-2017



Kit's Andijk


terras, Kit's Andijk


gemaal Het Grootslag
C. Kieft Sz (okt 1979)
gerestaureerd C. Kieft Czn (maart 1998)


Situatiekaart van het Noorderdijksdistrict in het Ambacht van Westfriesland genaamd Drechterland, 1885


Westfriesland met Dregterland, de IV Noorder Koggen, Geestmer Ambagt, 1750 5


hijsmiddel dijkbouw


hijsmiddel dijkbouw


eetbare zaden


bewerkte zaden


de zaadhoudende planten


banpaal


Eerbetoon dijkbewakers


voormalig gemaal / poldermuseum Het Grootslag


hotelhuisje, Restinn Andijk


hotelhuisje, Restinn Andijk


Den vetten Os, Karnemelksluis, Enkhuizen


Waagstraat, Enkhuizen


Roopaartsteiger, Enkhuizen


Oude Weeshuis-gevel, Westerstraat, Enkhuizen


de Westertoren of St. Gomarustoren, Westerstraat, Enkhuizen


de Westerkerk of St. Gommaruskerk, Westerstraat, Enkhuizen


Pekelsteiger, Enkhuizen


Dijk, Enkhuizen


Zuidertoren, Enkhuizen


Buitenhaven, Enkhuizen


Cultureel Centrum Drommedaris, Enkhuizen


Paulus Potter, Enkhuizen


Paulus Potter-geiten, Enkhuizen


ophaalbrug, Enkhuizen


Kasper van Kooten in het wild, Enkhuizen


Staffordshire Spaniëls, Bocht, Enkhuizen


IJsselmeer, Wierdijk, Enkhuizen


brug Wierdijk-Oosterhavenstraat, Enkhuizen


Breedstraat, Enkhuizen


Dijk, Enkhuizen


Dijk, Enkhuizen


Staffordshire Spaniëls, Dijk, Enkhuizen


Venedie, Enkhuizen


Venedie, Enkhuizen


Venedie, Enkhuizen


'Algemeen Belang', Vissersdijk, Enkhuizen






Dag 2: naar Midwoud, Twisk, Abbekerk, Lambertschaag, Opperdoes, Medemblik en Wervershoof

kaart 2

Na een heerlijke en lange nachtrust - wat liggen die bedden lekker - worden we langzaam wakker. Na de ochtendrituelen, zijn we klaar voor het ontbijt. We zetten alvast een makkelijke Senseo-koffie. Met een elektrisch melkopwarm en -kloppertje maken we zelf een cappuccino van. Het leven kan soms zo simpel zijn. En daar komt het ontbijt. In een praktisch en in drie verdiepingen ingerichte koelbox, vinden we een flink ontbijt, zodat we weer even tegenaan kunnen. We gaan het echter rustig aan doen deze ochtend. En dus we maken nog een cappuccino, kijken we hoe de koeien voorbijkomen om een eind verderop te gaan grazen. We lezen ons in de omgeving in met de meegenomen VVV-folders of lezen gewoon eens een boek. Tijdens de oriëntatie lezen we dat er in Twisk een kerkzoldermuseum is, dat slechts summier open is. Vandaag hebben die mogelijkheid vanaf twee uur. En dus nemen we dit als prioriteit. Na de lunch rijden we er op ons gemak naar toe.


      Kromme Leek
Deze rit brengt ons door het ingepolderd gebied van Andijk, Wervershoof en Zwaagdijk. Eerst met de brede percelen die haaks staan op de weg die we rijden in Polder het Grootslag.
Vanaf de Boxweide - behorend bij het dorp Wervershoof, dat vanaf de dijkstraat Zijdwerk (volgens Google) / Zwaagdijk (gemeentekaart) begint, worden de percelen smaller. Dit zet zich voort wanneer we over de Zwaagdijk in Zwaagdijk-Oost rijden. Halverwege komen we langs de Kromme Leek te rijden. Dit veenriviertje is het enige nog tamelijk authentieke stroompje wat binnen de Omringdijk te vinden is. De Cromme Leeck of Leec, zoals het ook wel geschreven wordt, vindt haar oorsprong in de Baarsdorpermeer, dat inmiddels is ingepolderd, maar nog steeds als zodanig te herkennen is. Het stroomt - zich ondertussen vele malen splitsend - richting het noorden, waar het ten westen van Wervershoof uitkomt in de Groote Vliet en via Het Nauw in de Kleine Vliet stroomt. Daarna komt het uit in Medemblik, waar het met de Zuiderzee / het IJsselmeer in verbinding stond. De afsluitdam in de Leek - waarop later het stadshuis werd gebouwd - is dan ook de naamgever van Medemblik, voorheen Dam te Medemeleke of Medemleec. Voor de dam is het water tevens gedempt en hier loopt nu de Nieuwstraat.

West-Vrieschlandt ANNO 1604
Cromme Leeck / Simon Oud
YouTube
Dit meanderende veenstroompje spreekt tot de verbeelding en wordt dan ook bezongen in het lied Cromme Leeck door Simon Oud en in het lied Cromme Leeck door Ton Morsch, waarbij de laatste zijn zorgen uit over het voorbestaan van het watertje.
"De mens in z'n eêuwig waterstroid
die heb die Cromme Leeck toch kloin kregen."

Want meer dan een kronkelsloot is het tegenwoordig niet meer. Met dien verstande dat de sloten hier nog best wel breed zijn.
De Kromme Leek is ongeveer de grens tussen Drechterland, het Ambacht waarin Hoorn en Enkhuizen liggen. Ten noorden hiervan - en dus ook van de Kromme Leek - lag Overleker-Ambacht, later het Hoogwouder-Ambacht dat rond 1319 als Hoechoutwouder werd geschreven. Nu heet dit Ambacht de Vier Noorder Koggen.
De Friese bestuurindeling binnen de Westfriese-Omringdijk is dan ook vier Ambachten, dat in deze Ambacht onderverdeeld is in 4 Koggen, waarbij elke kogge weer onderverdeeld is in een aantal bannen (dorpen). Dit beeld komt dan ook overeen met het algemene beeld dat we hebben van de bestuurslagen in de Friese landen
. De hoofdweg door deze ambacht is ook vernoemd naar de Kromme Leek. Het was de weg der Leekzaters, oftewel de bewoners aan de Leek. De weg heette dan ook de Leczatergawech en nog terug te vinden tussen bijvoorbeeld Sijbekarspel en Benningbroek. Ook Midwoud ligt aan deze weg, die in de twaalfde eeuw afschuwelijk is verhaspeld als Lexhedderghouweg 1.

Wij besluiten er in Zwaagdijk van de oude Zwaagdijk af te gaan door de Tuinstraat - dat parallel langs de Papenveersloot loopt - in te slaan. Voor we erg in hebben zijn we over het bruggetje over de Kromme Leek gereden.
Via Hauwert rijden we naar Nibbixwoud. De verkaveling tussen de Wikgouw en Kromme Leek is opmerkelijk te noemen. Tussen deze twee is een scheidslijn waar te nemen, waarbij de percelen in een knik doorlopen. Sommige percelen lopen echt door en lijken een geheel te zijn. Anderen worden nog gescheiden door een slootje. Aan de noordzijde van de Wikgouw zien we ook iets dergelijks. Kunnen we beiden scheidslijnen zien als een de ingekaderde waterbedding van zowel de Wikgouw en Kromme Leek?

noten:
1. Wikipedia Medemblik (gemeente), waarbij de Topografische gemeentekaart van Medemblik, december 2016 zeer gedetailleerde info geeft, Vier Noorder Koggen (ambacht); Historische Sticting 'De Cromme Leeck'; Cromme Leeck [YouTube]; Rondje Westfriese Omringdijk : Liedjes, rijmen en verhalen / Rob Kerker. - Hilversum : Source 1 Media, 2010. - EAN 8717662563485. - DVD 1, 25: Cromme Leeck - lied Ton Morsch; Nederland als Polderland : Beschrijving van den eigenaardigen toestand der belangrijkste helft van ons land, tevens bevattende de topografie van dat gedeelte met de voornaamste bijzonderheden, toegelicht door kaarten en teekeningen / Dr. A.A. Beekman. - Zutphen : W.J.Thieme & Cie, 1932. - 3e druk. - p. 224; Catalogus van kaarten, enz., betrekking hebbende op de oudere en tegenwoordige gesteldheid van Holland's Noorderkwartier, aanwezig op de tentoonstelling in het stedelijk museum te Amsterdam gedurende de maand setpember 1917 / KNAG. - derde druk. - Leiden : E.J. Brill, 1964. - p. 10, 24; Onderzoek over de oude en tegenwoordige natuurlyke gesteltheyd van Holland en West-Vriesland / Zacharias L'Epie. - tweede druk. - t'Amsterdam : by Jacobus Hayman, 1753. - p. 28;

internetraadpleging: 11-2-2017



      Bokswoude
Zowel Hauwert als Nibbixwoud liggen aan de Kromme Leek. Hoewel de namen nu niet meer op elkaar lijken en er geen verband meer wordt vermoed, was dat in vroegere eeuwen wel anders. Toen stond Hauwert bekend als Ald Bokswoude en Nibbixwoud als Nije Bokswoude. Daarvoor was er slechts Hauwert, dat toen ook gewoon Bokswoude heette. Op een kaart uit 1300 van Hollands Noorderkwartier staan ze beide geschreven als Oudeboxwout en Nuweboxwout. In de vijftiende eeuw kennen we Hauwert als Hauwaert en sinds 1639 zoals we het nu kennen.
De plaatsnamen zouden een verwijzing hebben naar de Taxus of venijnboom, maar ook naar de Jeneverbes in het Germaans Halahdrôthu. Hier zouden er vele van staan, zodat we spreken van een bos.
Men heeft het vermoeden dat Hauwert al vrij oud moet zijn en tussen het jaar 500 en 950 moet zijn ontstaan. Het waren dan ook vissersplaatsen, al zou je dat nu niet meer zeggen. Het wapen met drie baarzen van Nibbixwoud moet ons dan ook anders doen geloven.
De toren (
30660) en de bijbehorende kerk (30659) van Hauwert zijn dan ook rijksmonumenten. Dat hier in 1589 een kerk stond geeft de Chronyk van de stad Medemblik aan met een notitie uit 1589 waaruit blijkt dat het kerkpad (Kerk-pat) vanaf de kerk tot aan de Zwaagdijk is gemaakt met een breedte van zo'n 15 voet. En dat is behoorlijk breed voor een kerkepad. Het moest ook bruggen over alle sloten hebben. De breedte was noodzakelijk omdat het voor bewoners van de 4 Noorder-Coggen gebruikt zou worden. Ook in de herfst, wanneer de koeien erover moesten. Dit zal vermoedelijk dus de huidige Tuinstraat zijn, waar we net afsloegen 1.
Wij rijden er echter nu vlot door heen en komen er later 'zichtbaar' op terug.

noten:
1. Wikipedia Hauwert, Nibbixwoud, Venijnboom, Lijst van rijksmonumenten in Medemblik (gemeente): Hauwert

internetraadpleging: 11-2-2017



      Midwoud
Na Nibbixwoud komen we door De Buurt en Midwoud. Hier vallen opeens de grote panden op, zodat we de wagen tot stilstand brengen bij de toren dat inmiddels zichtbaar is geworden. Hiertegenover staat een pand met de naam Midwoud boven de deur. Boven vinden we een torentje met daaronder het wapen van het dorp. Het betreft het voormalige raadshuis uit ± 1848 (provinciaal monument NH/WN367). De decoratieve voorgevel is van 1881 1.
Aan de overkant vinden we de toren (provinciaal monument NH/WN363) en daarbij een verkleinde kerk, naar het schijnt. Overduidelijk is te zien dat er een grotere kerk aan de toren heeft gezeten, waarbij de toren nu met een constructie vanaf het nieuwe kerkgebouw wordt ondersteund. De reden van deze nieuwe situatie, komt van een redelijk recente brand van 25 februari 1984, waarbij de oude kerk afbrandde. Bij het afbreken van deze afgebrande kerk bleek dat er voordien nog een nog oudere kerk van tuf- en zandsteen had gestaan. Ook een deel van een tufstenen altaar onderbouw werd hierbij aangetroffen. P.J. Fennema heeft in november 1979 een foto gemaakt van de straat, zodat we nog een beeld van de kerk kunnen krijgen voor de brand.
In de toren - waarbij de onderdoorgang opmerkelijk genoeg open is gehouden - vinden we een aantal bewaarde muurstenen. Ze vertellen in het kort de geschiedenis van de gebouwen op deze plek.
De eerste steen meldt de tekst In het jaar 1867 is deze kerk en toren nieuw gebouwd onder het bestuur van F. Groot Jbz., F. Groot Tz, C. Schagen - Kerkvoogden; K. Ruiter, Hs Kort, K. Koster Jz., Jb Broertjes - Notabelen. Gelukkig worden ook nog de daadwerkelijk verantwoordelijken voor de bouw genoemd: A.T. van Wijngaarden - Architect, Jb. Hofland - Aannemer. Daarnaast hebben we nog een getuigenis van de eerste steenlegging: De eerste steenen van deze kerk en toren zijn den 19 julij 1897 gelegd door Jan Schagen 13 jaar, Teunis Groot 13 jaar, Cornelis Wijdenes Gz 13 jaar, Arie Zijp 12 jaar, Pieter Ruiter 9 jaar, Jan Koster 6 jaar, Pieter Broertjes 5 jaar. Oftewel de nazaten van de heren kerkvoogden en notabelen. De kerk heeft - in deze vorm - hier dus slechts 87 jaar gestaan.
In 1868 werd er ook nog een getuigenis van de vorige kerk geborgen: De eerste steen van deze kerk gelegd door Tijmon Claesz. Anno 1695.
Dit houdt in dat die kerk er 172 jaar heeft gestaan. We mogen aannemen dat deze ook van baksteen gemaakt is, zodat er hiervoor nog een of meerdere andere gebouwen heeft of hebben gestaan 2.

Bij de toren is ook een B-17 Memorial ingericht ter nagedachtenis aan de Amerikaanse piloten die hier neerstortten op 20 januari 1945: Claude H. Bogert, Carl F. Chilberg, Williams D. Mervin, William L. Monroe, Warren F. Neilsen, Thomas A. Rogan, Andrew Shanki, Salomone Sylvester.
Ook de Nederlandse verzetsman Johannes Petrus Roosje (Hensbroek, 26-2-1915 - Midwoud, 17-2-1945) wordt hier herdacht. Hij werd hier neergeschoten op 17 februari 1945 3.
We rijden de straat verder en komen door de buurtschappen Ruige Weid en Tripkouw. Via Broerdijk (Oostwoud) rijden we naar Twisk.

noten:
1. Wikipedia Midwoud; Boekweit Olie Midwoud;
2. ReliPlan Kerk; Hervormde kerk en voormalig gemeentehuis Midwoud, november 1979 / P.J. Fennema foto-08081;
3. OorlogsGravenStichting Johannes Petrus Roosje; Traces of War.com Memorial B-17G Midwoud


internetraadpleging: 12-2-2017


      Twisk
De Zuiderweg brengt ons naar de eerste bebouwing van het buurtschap Het Westeinde. Met betreden van het Dorpsweg zijn we in Twisk. Westeinde dat ten oosten ligt heeft zijn oorsprong dus niet vanuit Twisk (anders had het immers Oosteinde geheten), maar valt er wel onder.
Twisk is een door het Rijk beschermd dorpsgezicht. Aan begin van de Dorpsweg - waar we nu staan - begint deze bescherming. Het gaat om het uitbreidingsgebied dat sinds 4 oktober 1974 definitief is aangewezen (1634 + begrenzingskaart). Verderop vinden we het eerste gedeelte (318 + begrenzingskaart) dat sinds 10 februari 1970 is aangewezen.
Maar wat is hier nu zo bijzonder? Een langgerekt Westfries boerderijendorp dat goed bewaard is en een historisch waardevol geheel vormt, dat een beeld oplevert, dat van algemeen belang is vanwege de schoonheid en het karakter ervan, is tamelijk vaag. Peter van Straaten (Arnhem, 25-3-1935 - Amsterdam, 8-12-2016) vult dit mooie beeld van Twisk, dat zoveel schitterende, gave en zoveel mogelijk in originele staat zijnde boerderijen aan, met iets dat hemzelf ook typeert. Niemand kent het. En voor iemand die, zoals hij zelf omschrijft, een ziekelijke hang naar privacy heeft - een ideale schuilplaats als woon- en werkplek. Bij toeval had hij een foto van een huis zien staan dat te koop stond en hij was er spontaan verliefd op geworden. Ze zijn hier dan ook in 1977 komen wonen. En waarom niemand het kent? Dat is eigenlijk een raadsel, maar er zijn wel enkele aanknopingspunten om dit te ontrafelen. Als je er niet hoeft te zijn, kom je er niet langs. Er is niets te doen. En er zijn voldoende trekpleisters in de buurt, waar wel van alles te doen is. Zelfs het stoomtrammetje tussen Medemblik en Enkhuizen - Twisk heeft een station - stopt hier nooit op verzoek van iemand, die er hier uit wil.
En is het mooi of wat maakt Twisk mooi? Het zijn inderdaad de boerderijen die rijkversierd de indruk wekken dat het een welvarend dorp is geweest. Het dorp bestaat uit één lange licht kronkelend dorpsweg langs een sloot met daarover schilderachtige bruggetjes en er langs bomen! Een dorp met bomen is in het kale landschap van Noord-Holland een verademing.

Hoogeveens's verbeterde leesplank
Uitgave van J.B. Wolters te Groningen
Nationaal Onderwijsmuseum in Rotterdam
Tentoonstelling ‘aap noot mies’ tot 22 augustus 2010
Op latere leeftijd - wanneer hij in 1998 bij zijn kinderboekpresentatie er weer aan terug denkt - memoreert hij dat hij er een hartgrondige hekel aan over heeft gehouden. Altijd de pannen van het dak met een beetje storm in dat vlakke Noord-Hollandse landschap.
Wij zullen als eerste-maal-bezoekers een schoolplaat van Cornelis Jetses binnen stappen, waar we het decor van Wim en Jet en wei-de en scha-pen zullen tegenkomen 1.

De reden van onze komst is inderdaad een speciale. We moeten hier zijn, omdat er iets te doen is, wat wij graag willen zien. In een museum, nou ja een kerkzoldermuseum, dat slechts summier open is. En zoals Van Straaten het zei mérite un détour, je moet er min of meer voor omrijden. Dat is voor ons gelukkig geen enkel probleem, aangezien onze vakantie alleen maar uit omrijden bestaat. Dus mogelijk waren we hier sowieso wel doorheen gereden.

Maar om een schoolplaat van Cornelis Jetses binnen te kunnen stappen, willen natuurlijk even een beeld van hem schetsen. Cornelis Jetses (Groningen, 23-6-1873 - Wassenaar, 9-6-1955) was net als Van Straaten tekenaar - illustrator. Bekend geworden van de schoolplaat, waarvan hij er 22 maakte en het leesplankje. Dus iedereen kent wel iets van hem. Ook illustraties in de Ot en Sien-boekjes zijn van zijn hand 2.
We moeten ons dus voorbereiden op een tijdreisje en rijden langzaam de Dorpsweg op. Maar eerst concentreren we ons op de kerk, waar we het museum kunnen bezoeken. Bij het Landgoed ’t Twiskerslot - waar Van Straaten woonde tot hij in 1997 verkocht aan Wibi Soerjadi - zien we de point of view waarvandaan Van Straaten - misschien wel vanaf zijn eigen bruggetje - zijn tekening over Twisk maakte. In de verte zien we de kerk dan ook liggen.
We rijden rustig verder en zien vele pareltjes, zodat we na het museumbezoek zeker even de Dorpsweg op en neer gaan lopen om dit in een looptempo te kunnen aanschouwen. De kerk dwingt ons om in ieder geval een bochtje te nemen. Aan de noordzijde van de kerk zijn parkeerplaatsen - tevens voor de aangrenzende begraafplaats, dus daar parkeren we de wagen 3.
Het informatiebord van de Nederlands Hervormde Kerk vermeldt dat het om oude kerk gaat. Het is voor 1395 gebouwd. Het behoorde in 1395 toe aan het bisdom Utrecht, die de kerk in een van zijn stukken noemt. Misschien komen we op de Karckezolder er meer over te weten 4.
Het eerste beeld dat we op zolder in het museum tegenkomen, kunnen we niet thuisbrengen. We zien uiteraard dat het om een mannenhoofd gaat, maar of het bij een schip - als bij bijvoorbeeld boegbeeld - heeft gehoord of bij een gebouw, bijvoorbeeld een boerderij of deze kerk weten we niet.
En zo liggen er hier talloze objecten die niet geduid worden, maar er wel boeiend uitzien. En soms zien ze er zo vanzelfsprekend uit, dat uitleg niet nodig lijkt. Kennis vervaagd en raakt helaas kwijt.
In een vitrinekast komen we diverse bundeltjes met muntgeld tegen, geslagen in Frisia en bijvoorbeeld in Zweden, Deventer en Kampen. Allen komen uit de zeventiende à achttiende eeuw.
De negentiende-eeuwse Westfriese-klederdracht krijgt hier de nodige aandacht. We zien grote en kleine toertjes van echt mensenhaar, die aan een veter geregen worden en die over het zwarte mutsje van thibet wordt aangebracht, zodat ze langs de 'slapen' van het gezicht komen te hangen. Met een tekening wordt uitgelegd hoe alle kledingstukken en bijbehorende objecten worden aangebracht. Ook de speciale kledij voor een echte Westfries bruiloft met alle gebruiken en rituelen wordt uitgelegd. De vers gehuwden kregen natuurlijk van alles mee als uitzet. Een duidelijk uiteenzetting volgt wanneer het gaat over de werking van de kerfstok. Het stel kreeg namelijk ook een paar mud rogge mee (waarbij we 'paar' waarschijnlijk letterlijk moeten nemen, dus 2. Een mud weegt ongeveer 70 kg en dus hebben we het over 140 kg rogge 5). De bakker, die daarvan brood bakte en dus de rogge kreeg, wist precies hoeveel broden je hiervan kon maken. De stand werd bijgehouden op twee kerfstokken, een van de bakker en een van het echtpaar. Tekens wanneer het stel een nieuw brood kwam halen legde de bakker beide stokjes van zo'n 80 cm lengte, naast elkaar en maakte hij in een keer in beide stokjes een kerf. De Oudheidskamer in het Stadhuis van Bolsward laat zo'n stel bakkerskerfstokken zien .
De geschiedenis van de familie en boerderij 't Slot - dat op de hoek van Twisk naar Opperdoes staat - wordt ook uit de doeken gedaan.
Een foto laat het ’t Twiskerslot zien toen het nog wat jonger was.
En ook hier vinden we een paar Staffordshire Spaniëls . Het informatiebordje meldt dat het om Staffordshire Spaniëls gaat die op de Friese schoorsteenmantels stonden. De aardenwerken hondjes komen uit Engeland en werden zo in de tweede helft van de negentiende eeuw als souvenir gekocht door de vissers en scheepslieden. Het zijn gewilde verzamelobjecten.
Ander aardewerk komen we tegen in de vorm van een steelpan, kan, papkom, schaal, schotel en olielamp. Het oudst dat we hier zo zien is de steelpan uit 1430. Het vetlampje is natuurlijk leuk, vanwege het feit dat we deze in het privé museum Pelgrom in Antwerpen in het keukentje zagen branden. Het vet van de beesten werd tijdens het braden opgevangen in de aardewerken vetvanger, dat dus vervolgens weer werd gebruikt om te voorzien in licht. En zo ging er in die tijd niets verloren.
Het getoonde vetlampje is een zogenaamde snotneus, vanwege de druipende pit. Om te voorkomen dat dit niet verloren ging, maar weer bijgeschonken kon worden, had het een lekbakje 6.
Bij de in- en tevens uitgang ligt ook een boekje over Twisk, die - na navraag - hier niet te verkrijgen is. Maar misschien heeft de auteur nog een exemplaar. Er wordt uitgelegd waar we hem kunnen vinden. We kunnen dus na het verlaten van Twisk even bij zijn huis langsrijden en het hemzelf vragen.
We bekijken de rest van de kerk nog even en komen een borstbeeld van Willem III tegen ter herinnering aan zijn 25-jarige regering (1849-1874).
Ook komen we nog een aantal glas-in-lood ramen tegen die hier als voorzetramen zijn gebruikt. Terecht, want ze zijn al erg oud. Daardoor zetten ze ons ook nog steeds voor raadselen, want er is maar weinig over bekend 7.
In de kerk zelf vinden we de namenlijst van de predikanten, dat begint in 1572 met Sixtus Ripperus. Sixtus Rippertus komt gevlucht uit Haarlem, waar de Spanjaarden aangekomen zijn voor hun beleg van Haarlem (3-12-1572 - 12-7-1773). Vier jaar later vlucht hij verder naar de overkant, naar Franeker - zijn geboorteplaats 8.
Rippertus was hier echter niet de eerste dominee. Palus Jansse, Frans Jansse en Pieter Ariaanse Langedijk gingen hem voor. Als VI vinden we Ripperus Sixtus van 1608-1618 vertrokken naar Hoorn op het bord.

Rippertus Sixtus
(Franeker, 8-7-1583 - Leeuwarden 16-3-1661)
vervaardigd in 1644
Ook dit wordt gecorrigeerd door Stichting Twisca: Rippertus Sixti van was hier 1605 tot 1616, Van der Aa houdt het op 1608-1615 en Kalma noemt 1606-1616, maar inderdaad, bij allen vertrok hij naar Hoorn. Deze Rippertus Sixti of Sixtus (Franeker, 8-7-1583 - Leeuwarden 16-3-1661) was de zoon van Sixtus Rippertus of Ripperti 9.
Vader Sixtus Ripperti (beroepen van 1579-1597 in Franeker) en moeder Anna Meynards waren in zijn kinder- en jeugdjaren in de universiteitsstad Franeker (1585 tot 1843). Vader behoorde tot de groep oudste voorgangers van de Gereformeerde of Hervormde kerk. Ideale plek voor zoon Rippertus Sixtus om eveneens volledig in deze richting (in)gewijd te worden. Zijn eerste vrouw stierf in 1611, toen ze in Twisk beroepen waren. Hij zou nog tweemaal hertrouwen (1629 en 1637). Hij heeft veel invloed gehad op de geestelijke invulling in zijn tijd, dat hij veelal bereikte met zijn geschriften 10:
Practycke over 't voornaemste leerstuck der Contra-Remonstrantsch-ghezinden, 1618;
Claer Vertoogh, 1627;
Grondige ende vaste verclaringhe van het hoogh wichtich ende fundamenteel hooftstuck onser Christelycker religie, 1628 (hét standaardwerk 10);
Crachtige af-maninge van de liefde des werelts, 1629;
Geestelycke Tryumphe der Kinderen Godts, 1632;
Korte, klare ende eenvoudige belydenisse des christelijcken geloofs, 1642;
Schrift-matige voor-stellingen van 't hoogh-wichtigh poinct onser religie, 1642;
Troost-rijcke fonteyne der zalicheyt, 1644;
Stercke, eeuwige ende overvloedige vertroostinghen voor den kinderen Godts, 1644;
Thien grondige ende Bondige redenen, 1650.

We staan hier na de stellingen van Luther aan de vooravond van steeds scherper wordende tegenstellingen. Na verluid handelen de boeken van Sixtus over zaken die niet overeenkwamen met de Doopsgezinden en de Remonstranten 11. Dit zal uiteindelijk uitwaaieren tot talloze afsplitsingen , zodat het gaat lijken op "Iedereen zijn eigen religie" herkenbaar als "Iedereen zijn eigen partij", wat fataal is voor de saamhorigheid binnen de samenleving, wanneer ze buiten bepaalde menselijke grenzen valt.

Wanneer we voor de kerk staan - nu aan de straatzijde - valt de vreemde bouwcontructie eigenlijk pas op, doelend op de toren - een soort pastoor woning - de kerkzaal. Op de Karckezolder zijn we over het gebouw zelf niets tegengekomen.
De als woning beschouwde gedeelte is echter van latere aanpassing. Het bevat een zeer oude kap.
De gehele kerk (30714) staat ook te koop.
De toren (30715) blijft vanzelfsprekend gemeengoed. Het bevat een klokkenstoel met klok van Geert van Wou en Johannes Schonenborch uit vermoedelijk 1526. De toren is vlak daarvoor - rond 1500 - gebouwd 12.
Aan de overkant staat het Pastorie van de Hervormde Kerk (30690) uit 1878, met fraai hekwerk op de brug.
Wanneer we de Dorpsweg teruglopen richting Westeinde, vinden we bij perceel naast het Pastorie een informatiebord. Er wordt ons verteld dat de hoogstgelegen gedeelten van Twisk, de Horn, al zo'n 2000 vOJ bewoond was. De plaatsnaam wordt verklaard met het Oudfriese Twisca. Dit duidt op de ligging tussen twee dorpen.
De naam komt in ieder geval voor sinds 1245, toen het nonnenklooster van Hemelum / Himmelum hier stukken land in eigendom had. Dit benedictijns nonnenklooster Sint-Nicolaasklooster viel onder het bestuur van de abt van het Sint Odulfusklooster te Stavoren 13. Paus Innocentius IV (geboren als inibaldo dei Fieschi, Genua, ca. 1195 - Napels, 7 december 1254) - die paus was van 25 juni 1243 tot 7 december 1254 - beschermt het klooster door haar bezit te bevestigen in de volgende plaatsen: Midlinghe, Mordum, Rughahusem, Grind, Baldaryp, Bonnyngbroeck, Haghekerka, Hogekerspel, Spekeldekerka, Sybekarspel, Aldenwerve, Werwertshoven, Litterabroeck, Grotebroeck, Oestewalde, Middewoude, Twisca en Swage 14.
Vervolgens werd Twisca aan het eind van de middeleeuwen Twisch. Dit veranderde rond 1639 in Twisck en tenslotte in het huidige Twisk 15.

Actueel Hoogtebestand Nederland
Twisk is ontstaan op een kreekbodem, dat is dichtgeslibd en doordat het omliggend veengebied ingeklonken is, is het nu hoger gelegen dan zijn omgeving. We kunnen dus spreken van een inversierug 16. Wanneer we verder lopen komen vele opmerkelijke panden tegen, waarvan we er enkele laten zien. Allereerst komen we langs het pand dat de naam 't Huys van Lei draagt. Ondanks zijn veel voorkomende zadeldak, maar nu als dwars zadeldak aanschouwd, met een bijzonder deurdakkapel en twee symmetrisch geplaatste schoorstenen, ziet dit pand er toch bijzonder uit. Ook het symmetrisch ogende eenvoudige 'hagentuin' kleedt het mooi aan.
Een hekwerk dat vergroeid is met zijn boom, zien we hier vlakbij staan. Beide rode beuken behoren - zo aan hun omvang te zien - tot de oudste groep rode beuken van het dorp. Aan het begin van Westeinde vinden we een soortgelijk pand met ook twee rode beuken voor het huis. Hier staat het hek echter nog vrij.
Even verder komen een doopgezinde vermaningkerk tegen uit 1867 (510893). Dit gebouw heeft tamelijk veel versieringen. De ingemetselde gedenkstenen melden dat het bestuur tijdens de bouw bestond uit de diakenen K. Berkhout Sz, F. Slot, J. Bruin Gz, P. Kamp Jz en leraar S. Hoekstra. De eerste steen is gelegd op 5 april 1867 door Simon Berkhout Kz en Klaas Kamp Pz.
Op de hoek met De Maar vinden we het volgende fraai gemetselde pand. De straatnaam De Maar duidt op een waterloop, een veenstroompje. Dat deze aanduiding ook hier wordt gehanteerd - net als in Leiden met De Mare - geeft de historische binding weer tussen deze gebieden en de streken Hunsingo en Fivelingo waar ze veelvuldig voorkomen. Echter daar spreekt men over Het Maar 17, maar dit geheel terzijde.
Deze stolpboerderij - van het gekeerde Westfriese type, met vele bijzonderheden - stamt uit (zoals we het nu zien) uit het laatste kwart van de negentiende eeuw. De kern is vermoedelijk ouder (510894).
Schuin aan de overkant zien we een stolphoeve (30718) met hout bekleed en een dak dat deels met dakpannen en met riet is bedekt. Deze getrapte spiegel aan de voorzijde, zullen we vaker gaan zien in deze getrapte of getoogde vorm.
Weer aan de overkant (tegenover ’t Twiskerslot) staat een pand - dicht op de weg dat opvalt door zijn twee rechthoekige hoektorentjes. Zouden ze geïnspireerd zijn door het ’t Twiskerslot, wat met woonhuis (510882) uit 1910, stolpschuur (510883) en hek (510884) geregistreerd staat.
Door het wandelen langs de panden hebben de tijd om rustig te kijken. En dan valt onder andere de huisnummers op. We treffen voortdurend een K aan voor het nummer. Nu hadden we elders in ons woongebied al vaker 'vreemde' huisnummering gezien - bijvoorbeeld in Pekela , deze kunnen we echter niet een-twee-drie thuisbrengen. Het schijnt een van de meest gestelde vragen over Twisk te zijn. Het antwoord is dan meestal ook, dat het de 'K' van kavel is. Dit klopt echter niet. In het Algemeene Politie-Verordening der gemeente Twisk van 2 maart 1902 staat wel het uitgangspunt van deze letters, want naast de 'K' zijn er hier ook nog de aanduidingen 'W' en 'O'. Artikel 2 geeft ons het antwoord: Alle huizen worden gemerkt met een doorloopend nummer en zoodanig dat Westeinde met een W, Kom met eene K, en Oosteinde met eene O voor de nummers wordt aangeduid, terwijl ieder gedeelte begint met een 'een' 18. Dat is dan ook weer duidelijk.
Zo lopen verder de Dorpsweg af, tot we bij het Westeinde zijn gekomen. Omdat we op de heenreis naar Twisk iets tegenkwamen waar je iets kon drinken, lopen een stukje de Zuiderweg op en komen uit bij het Theehuis Pronkjewail. Opmerkelijke naam, want Pronkjewail lijkt rechtstreeks afkomstig te zijn van het Grönnens Laid: Ain Pronkjewail in golden raand, iets wat je vanzelfsprekend ook van West-Friesland kunt zeggen, waarbij natuurlijk de Westfriese Omringdijk de golden raand, de gouden rand is 19. Helaas is het nu gesloten.
We lopen daarom maar terug naar de auto. Deze terugweg biedt ons eerst de achtertuinen van panden die we net aan de voorkant hebben gezien. We kunnen stellen dat ze een weids uitzicht hebben.
Wanneer we weer in de wagen verder rijden, komen na de kerk ook nog vele fraaie gebouwen tegen, waarvan we er toch nog even twee willen laten zien, omdat er iets bijzonders te zien is. Het pand voor de Zuidervolkertsloot (30697) - een stolphoeve - laat middels een gebeeldhouwde banderol weten dat het in 1715 gebouwd is. De drie ovaal omlijste zolderlichten vallen ook op.
Het bijzondere zijn de dakpannen die onder de overbrugging gelegd zijn. Een andere stolphoeve - de Weizang (30694), aan de andere kant van de Zuidervolkertsloot, heeft ook een lading dakpannen onder zijn brug liggen. Welke reden of gedachte hieraan ten grondslag is onduidelijk. Hoewel ze beiden dakpannen herbergen die aan de toppen wittig zijn, kan niet met zekerheid aangenomen worden dat er een verband is met de dakpannen die we in de Yerseke Moer tegenkwamen . Misschien had of heeft men hier ook een overschot aan pannen, zodat ze hier als opvulling gebruikt worden.
We rijden het dorp uit en bellen aan bij de auteur van het boekje die tegenkwamen op de Karckezolder. Helaas gaat de deur niet open en dus rijden we verder.
Via het in de zeventiende eeuw ingepolderde Bennemeer 20 - makkelijk te herkennen aan de kavels die haaks staan op de Bennemeersweg, in tegenstelling tot de omliggende kavels - verlaten we Twisk.

noten:
1. Wikipedia Twisk, Station Twisk, Rijksbeschermd gezicht Twisk, Rijksbeschermd gezicht Twisk Uitbreiding; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Stads- en dorpsgezichten en het bestemmingsplan, Beschermde Stads- en dorpsgezichten, HTML-versie kaart beschermde stads- en dorpsgezichten, Kaart met stads- en dorpsgezichten; Dorpen in Nederland. - Reader's Digest/ANWB, 1982: Een persoonlijke kijk op Twisk in Noord-Holland / Peter van Straaten, p. 308-311; Peter van Straaten In Memoriam: Peter van Straaten (1935-2016), Peter; de Volkskrant, 18-9-1998 'Beter had ik niet in huis' / Ellen de Visser;
2. Wikipedia Cornelis Jetses, Leesplankje van Hoogeveen; Wat is een leesplank of leesplankje; de Volkskrant, 29-1-2009 Iedereen kent de schoolplaten van Cornelis Jetses; dbnl: Alfa-nieuws, jrg 13 (2010), 2 (juni), p. 25 Tentoonstelling ‘aap noot mies’; Kijk op Oost-Nederland, Mei / Juni 2009, p. 7-9 Expositie van schoolplaten Cornelis Jetses: nostalgie voor ‘grijze bollen’ / Gerry Herbst-Verkerk;
3. Dorpen in Nederland. - Reader's Digest/ANWB, 1982: Een persoonlijke kijk op Twisk in Noord-Holland / Peter van Straaten, p. 309; Documentatie van Beeldende Kunst in Gelderland: Peter van Straaten; ’t Twiskerslot - Over Twisk;
4. Over de "rijkdommen en gemene buren" van Twisk / Menno Jansma. - Kalendarium, p. 65;
5. Wikipedia Mud (volume);
6. Lampolie / Olielamp Druipende pit;
7. Westfries Genootschap Gebrandschilderde ramen in de N.H. kerk te Twisk / J. Boon;
8. Over de "rijkdommen en gemene buren" van Twisk / Menno Jansma. - Kalendarium, p. 65; Wikipedia Beleg van Haarlem (1572-1573);
9. Stichting Twisca De geschiedenis van Twisk; Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands protestantisme Rippertus Sixti (Sixtus) / J.J. Kalma; Biographisch Woordenboek der Nederlanden / Van der Aa Rippertus Sixti (Sixtus); Wikipedia Universiteit van Franeker;
10. Pro Lectori Rippertus Sixtus;
11. Stichting Twisca De geschiedenis van Twisk;
12. ReliWiki Twisk, Dorpsweg 121 - Hervormde Kerk;
13. Wikipedia Kloosters in Friesland;
14. Nomina geographica Neerlandica : geschiedkundig onderzoek der Nederlandsche aardrijkskundige namen / J.H. Gallée, H. Kern, J.W. Muller, H.C. Rogge (redactie). - 14 delen. - Amsterdam : Brinkman, 1885. - IVde deel - p. 166, 183; Wikipedia Paus Innocentius IV;
15. Over de "rijkdommen en gemene buren" van Twisk / Menno Jansma. - p. 11-12;
16. Over de "rijkdommen en gemene buren" van Twisk / Menno Jansma. - p. 14-15; Groninger Archieven/RHC: 10.2 Woldgeul Schematische voorstelling van het opslibbingsproces met een ‘inversierug’ als eindresultaat; afbeelding inversierug;
17. Wikipedia Maar (waternaam), Mare (watergang); Maren in Noord-Groningen : ideeën voorbeelden / Marien Bügel, Hans Eilert; Henk van den Brink (tekstbewerking). - Groningen : Landschapsbeheer Groningen, 2005;
18. Over de "rijkdommen en gemene buren" van Twisk / Menno Jansma. - p. 60-61;
19. Wikipedia Gronings volkslied;
20. Wikipedia Bennemeer;


internetraadpleging: 11 - 19-2-2017


      Abbekerk
Omdat we in Twisk niets hebben kunnen drinken, besluiten we om bij de eerste de beste drinkgelegenheid die we tegenkomen, iets te gaan drinken.
Aan de Dorpsstraat komen we Het Nieuwe Bonte Paard tegen, een voor elk zichzelf respecterend dorp noodzakelijk en traditioneel zalenverhurend bedrijf, voor alle dorpsaangelegenheden en verenigingen, café, discotheek, restaurant, snackbar en voor ons een terras. We parkeren de wagen aan de Kerkweg, waar in verband met de kerk en de begraafplaats voldoende parkeerplaatsen zijn. Wanneer we teruglopen zien de kerk (30655) en de toren (30656) ook staan 1.
Wanneer we net op het terrasje willen gaan zitten, fietsen er net twee mensen weg vanaf het gebouw aan de ander kant van het straatje. Nieuwsgiering geworden naar het typisch uitziend gebouw, blijkt het te gaan om het voormalig raadhuis en Regthuys der steede Abbekerk (30657), waarin nu een museumpje gevestigd zit. Op de site van Historisch Abbekerk en Lambertschaag worden alle ins en out over het Regthuys verteld: "Het recht zou zetelen te 'Abbekerk op 25 roeden na den Kerkhove'", nadat de dorpen Abbekerk, Midwoud, Twisk en Lamberschaag gezamenlijk de "stadsrechten" hadden ontvangen in 1414 van Willem VI 2 (Willem van Oostervant: Den Haag, 5 april 1365 - Bouchain, 31 mei 1417), graaf van Holland en Zeeland, die er uiteraard iets voor terug kreeg. Willem van Oostervant was gehuwd met Margaretha van Bourgondië (1374-1441). Buiten dit huwelijk kreeg Willem VI ook bij andere vrouwen nazaten, waaronder Eduard van Hoogwoud (± 1400-1458), die baljuw van Holland was en heer van Hoogwoud en Aartwoud, dat hier net ten westen ligt 3.
Net als Twisk is de bewoning ook hier op een inversierug begonnen 4. Gedacht kan worden aan dat een persoon of familie Abbe hier een eigenkerk heeft gebouwd, om de naam van Abbekerk te verklaren. In 1310 wordt het als Abbenkerke genoteerd 5, dat eigenlijk 1311 behoort te zijn 6. Ook in een brief van 12 maart 1338 wordt het zo geschreven. Hierin wordt een beschrijving gegeven van de grote van het land van de dorpen/steden in [West] Vriesland. In geval van Abbenkerke is dit 165 morgen 7.

Tijd om iets te gaan drinken met iets lekkers - versgebakken appeltaart.
Toiletdeuren met handgeschreven m/v-aanduidingen die de contouren van de eigenaren vormen.
Het Nieuwe Bonte Paard, Abbekerk


Tijdens het rondkijken valt het naambord op. "Het Nieuwe Bonte Paard" verondersteld, dat er hiervoor ook een "Het Bonte Paard" bestaan heeft. Daarnaast lijkt het erop dat het hout om de letters zijn weggesneden, als het tenminste hout is. Dat moet een aardig klusje geweest zijn, gezien de hoogte van letters.
Wanneer het weer tijd is om verder te gaan en af te rekenen, gaan we het vragen. Het is inderdaad van hout gemaakt en een klus geweest. Mooi om te zien dat er tijd en energie ingestoken wordt om iets eigens te creëren.
Dan moeten we zeker ook de toiletdeuren bekijken. Ook deze zijn bijzonder. We zien de omtreklijnen van de eigenaren (met partners) op de deuren staan, die meteen de Heren en Dames duidelijk maken. Maar de lijnen zijn niet zomaar lijnen. Ze bestaan uit woorden, die per deur synoniemen zijn van Heren of Dames, danwel omschrijvingen hiervan geven. Erg origineel en daarvan houden wij wel.
"Het Nieuwe Bonte Paard" heet het sinds 2014, toen de zussen Laura en Marjolein de zaak - met een onderbreking van zo'n negen à tien jaar, toen het door derden gehuurd werd - van hun ouders Cor en Thea Verhart overnamen. Met 'Nieuwe' wordt de nieuwe generatie / andere mensen aan het roer benadrukt 8. Dit houdt echter niet in dat de tradities worden gewijzigd. En dus is er ruimte voor het verenigingsleven om te vergaderen en binnenhuisverenigingen als de biljart-, darts- en de schaakverenigingen om te spelen 9.
Dit doet eigenlijk een beetje denken aan de functie die het gebouw had dat naast de toren stond. Vaak - naast de toren - het enige stenen gebouw, waar alle dorpsgerelateerde zaken bijeenkwam en besproken werd, een soort dorpshuis, maar ook voor rechtszaken en de familiefeesten. De toren - zoals altijd - nog steeds een bezit van de gemeenschap. De zaal met daaraan gebouwd, het koor, werd uiteindelijk een eigen-kerk, waar nog lange tijd ook kerk/land-recht werd gesproken. En uiteindelijk zien we de splitsingen. Een rechtbank in een apart gebouw, een dorpshuis/zalenverhuur.
Het leuke aan Abbekerk is, dat al deze faciliteiten hier geconcentreerd staan.

De toren (30656) en kerk (30655), waarvan het koor naar de brug staat [?] staan er immers 25 roeden vandaan 10.

Maar voordat we bij de kerk komen, zien we eerst een bijzonder theater, namelijk het Marionettentheater van Ella Snoep in een streekeigene "bouwtrant uitgevoerde stolpboerderij van het afgeleide" West-Friese type (510897). Ella Snoep aka Ella Reitsma is een veelzijdig verhalenverteller. Met haar Marionetten maakt ze theater met sprekende titels als Beer in de Bergen, Jonas in de Wal-le-vis, Mijn vader is een Drakodril, De prins van Mongolië, Een Haring onder het gras, Anna's Boomhuis: Verboden toegang en De Zingende Dierentuin: Uitverkoop, zoals uit het voorstellingschema blijkt. Maar ook in boekvorm komt ze met verrassende en interessante onderwerpen. Zoals bijvoorbeeld reisgidsjes om kinderen geïnteresseerd te krijgen voor de cultuurhistorie van een stad, in de reeks Lieve groet uit. Maar ook verhalen met titels als Boris X De Kattentsaar van de Hermitage in Sint-Petersburg of Vlinders vangen in de Tropen. Ook voor volwassen schrijft ze over bijzondere onderwerpen, waarin bloemen een centraal thema lijkt.
"Verschuivende betekenissen van zeventiende-eeuwse Nederlandse genrevoorstellingen = Shifting meanings of seventeenth-century Dutch genre paintings" was de titel van haar proefschrift uit 1975 aan de Universiteit Utrecht 11.

Schuin tegenover het theater zien we een brug en het koor van het kerkgebouw. Dit lijkt een opmerkelijke situatie. Alsof het koor de toegang is. En zoals we kunnen zien, zit hier ook een toegangsdeur. Bijzonder. Een ander opmerkelijk object is - zoals we op het informatiebord kunnen lezen - een Van Emden barometer. De notaris C.P. Donker, die van 1853 tot 1891 in Benningbroek als zodanig werkzaam was, schonk aan Abbekerk, Hoogwoud en Medemblik dit relatiegeschenk.
Een complementerend verhaal is, dat Cornelis Donker als dijkgraaf 25 jaar verbonden was aan het waterschap. Ter gelegenheid van dit jubileum schonk hij dit wetenschappelijk instrument aan Abbekerk om het bij de school te plaatsen. Beiden melden dat het uiteindelijk belandde op de rommelzolder van het Reghthuys/oude gemeentehuis. Na opruiming van de zolder zou het bijna op de schroothoop beland zijn, maar de Stichting Historisch Abbekerk nam het initiatief om het te laten repareren. De heer De Boer in Santpoort nam deze klus op zich en het werd na reparatie en met toestemming van de NH-gemeente aan het koor bevestigd.
De eveneens uit 1878 stammende Van Emden barometer in Medemblik staat op de kade aan de Oosterhaven tussen de Kwikkelsbrug (dat tussen de Middenhaven en de Westerhaven ligt), Hotel Medemblik en de Gemeentelijke Havendienst Medemblik. Deze heeft in 1996 de monumentenstatus gekregen (502415) en is in 2014 gerepareerd en gerenoveerd. De barometer van Hoogwoud hing rond 1900 nog aan de voorgevel van het raadhuis. Het was eigenlijk net te groot voor het stuk muur tussen de twee ramen aan de huisnummerzijde. Waar deze gift is gebleven is onbekend. Dat er geen enkele bewaard is gebleven zoals nog in 1977 beweerd wordt, is dus - achteraf gezien - schromelijk overdreven 12.
Cornelis Donker
(1826-1891)


bron: Fotoarchief Eerste Kamer
De notaris C.P. Donker, nu tevens bekend als Cornelis Donker, dijkgraaf, overleed plotseling nadat hij met aantal anderen plannen maakte voor een stoomtramlijn Wognum-Schagen 13.
Wanneer we even dieper inzoomen op deze dijkgraaf Donker, blijkt dat C.P. Donker de zoon is van Cornelis (en Hillegonda Anna Boom) en daarmee dus onterecht op het informatiebord bij de barometer staat. C.P. Donker is in Sijbekarspel (Benningbroek) geboren als Cornelis Petrus op 21-4-1862 en overleed op in Hoorn op 2 mei 1918. Hij was gehuwd met Louise Wilhelmine Zuijderhoff. Onze dijkgraaf Cornelis Donker (Workum, 7-4-1826 - Benningbroek, gem. Sijbekarspel, 17-12-1891) werd op 24 juni 1853 notaris te Benningbroek. Hij was als liberaal politiek actief, eerst in Sijbekarspel, waar hij tussen 1858 tot 1871 lid was van de gemeenteraad en tussen 1863 en 1869 wethouder. In die periode (8-9-1863 tot 10-1887) was hij ook lid van de Provinciale Staten. Daarna werd hij dus dijkgraaf voor de Ambacht van West-Friesland "Vier Noorder Koggen", waar hij van 1 januari 1877 tot aan zijn dood op 17 december 1891 werkzaam was. Zijn 25-jarige jubileum als dijkgraaf zou dus plaatsvinden op 1 januari 1902. Dus ook het bericht van zijn 25 jaar als dijkgraaf-jubileum klopt niet. Hij vierde wel zijn 25-jarige jubileum als notaris (24-6-1853 - 24-6-1878), 1878 is immers het jaar dat op de Van Emden barometer staat.
C. Donker Tzn. (zoon van Teeke Annes (Taeke) Donker) was verder nog lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal in de perioden 31-10-1887 - 27-3-1888 en 1-5-1888 - 17-12-1891 (zijn sterfdag), waar hij echter nooit het woord heeft gevoerd 14.

noten:
1. Wikipedia Hervormde kerk (Abbekerk); Boekweit Olie Midwoud;
2. Stichting Historisch Abbekerk en Lambertschaag;
3. Wikipedia Willem VI van Holland, Margaretha van Bourgondië (1374-1441), Eduard van Hoogwoud; De familie Van Hoogwoude, haar kasteel en het latere Herenhuis / Bernd Ooijevaar;
4. Stichting Historisch Abbekerk en Lambertschaag Hoe het begon;
5. Wikipedia Abbekerk;
6. De kaart van Hollands Noorderkwartier in 1288 / G. de Vries, Az. - Amsterdam : C.G. van der Post, 1864: Lijst der op de kaart voorkomen namen met aanwijzing der oudste stukken, waardoor hun bestaan in 1288 kan worden gestaafd p. 96; Noord-Hollands archief, Hollands Noorderkwartier in 1288 C. Eckstein, 1864 of H.W.L. Doctors van Leeuwen, 1864
7. Groot charterbook der graaven van Holland, van Zeeland en Heeren van Vriesland / Frans van Mieris. - Tweede deel. - Leyden : Pieter van der Eyk, 1754 p. 607;
8. Noordhollands Dagblad : Hoorn-Enkhuizen, 30-1-2014 - 17:20 Het Nieuwe Bonte Paard opent in Abbekerk / Redacteur West-Friesland;
9. Biljart InZicht, 2014: Zusters Verhart hopen op biljartjeugd in café Het Nieuwe Bonte Paard p. 3;
10. Wikipedia Roede (lengtemaat);
11. Ella Snoep;
12. Medemblik Actueel, 9 juni 2015 Gerenoveerde barometer Oosterhaven Medemblik; Openingstijden brug en sluis Medemblik; Hoogwoud in oude ansichten deel 1 / J. Slooten. - Zaltbommel : Europese Bibliotheek, 2009. - ISBN 978-90-288-4196-3 p. 13; Een kijkje in de geschiedenis van Hoogwoud en Aartswoud : een bewerking van de 'Kroniek van Hoogwoud en Aartswoud' door P. Bossen / B. Voets. - Stolphoevereeks, 8. - Hoorn : 'Westfriesland', 1977 (verwijzing in De Stolphoeve Reeks p. 17);
13. West-Friesland Oud & Nieuw : 55e Bundel van het Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland'. - Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland', 1988 p. 134;
14. Genealogieonline Cornelis Donker, Cornelis Petrus Donker; Parlementair Documentatie Centrum van de Universiteit Leiden, Parlement & Politiek C. Donker Tzn.; Medemblik Actueel, 9 juni 2015 Gerenoveerde barometer Oosterhaven Medemblik; Opregte Haarlemsche Courant, 24-4-1862, p.3 Familiebericht; Algemeen Handelsblad, 5-5-1918, p.3 Familiebericht;


internetraadpleging: 20 - 24-2-2017


      Lambertschaag
Op 'de grens' staat een stolphoeve met een breed uitgebouwd voorhuis uit de negentiende eeuw met daarvoor twee ongeveer 285-jaar oude rode beuken (30661). Deze boerderij draagt de naam 'De Stins', vermoedelijk een vernoeming naar de voorloper van de boerderij 1.

Een eindje verderop zetten we bij Noordeinde de wagen al gauw weer aan de kant, omdat we een weer een oud kerkje zien.
Ook hier vinden we een brug en daarna het koor met ingang. Het Groene Kerkje, zoals de voormalige kerk genoemd wordt, is open, zodat we een visual tour kunnen gaan maken. Naast de kerk staat nog een consistoriekamer, dat door aantal mensen een schilderonderhoudsbeurt krijgt.
De toren (30663), de consistoriekamer (510901) en de kerk (30662) hebben alle drie een rijksmonumentstatus.
Klok van Geert van Wou uit 1495
Opschrift: ihesus maria iohannes gerhardus de wou me fecit anno domini m cccc xcv


YouTube: Lambertschaag NL: Kerkklok Hervormde Kerk / Chardy van Riel
In de toren - een groen geschilderd houten dakruiter - vinden we een klokkenstoel met klok van Geert van Wou uit 1495. Eigenlijk was het de bedoeling om een stenen toren te bouwen aan de westzijde, getuige de funderingsresten, aldus het informatiebord van de Stichting Historisch Abbekerk. Het informatiebord vermeldt tevens dat de dakruiter omstreeks 1740 is geplaatst. Vanwege de klok, vermoedt men daarom ook dat het huidige gebouw zo in de tweede helft van de vijftiende eeuw is gebouwd. Aangezien er op de kerklijsten van het Bisdom Utrecht van 1395 al sprake is van een kerk, heeft de huidige kerk dus in ieder geval een of meerdere voorgangers. Deze waren gewijd aan H. Lambertus (Maastricht, 638? - Luik, 17 september 705?), die kort in Abbekerk geleefd zou hebben, die tevens naamgever is van het dorp. In 1319 komt het voor als Lambrachtscoich, gevolgd in 1396 door Lambrechtkage. Het achterste gedeelte van de plaatsnaam wordt verklaard dat kaag verwijst naar het buitendijks gebied waar het op dat moment lag. De 's' behorend bij Lambrecht is op een gegeven moment bij kaag of kage gaan horen, zodat dit skage werd, tegenwoordig als schaag geschreven 2.
De drie bouwfases van Het Groene Kerkje
1575-1625 - 1625-1650 - 1800
7

Omdat dit verhaal meer vragen oproept dan beantwoordt, bijvoorbeeld Waarin werd de klok (1581) en torenuurwerk (1588) geplaatst als de toren pas in 1740 als dakruiter werd geplaatst? of Zou het mogelijk zijn, gezien de funderingsresten aan de westzijde, dat hier toch een toren heeft gestaan?, beschrijven we hier in een chronologisch lijstje met gebeurtenissen:
♦ 1395 vermelding kerk in kerkboeken Utrecht 3 4
♦ >15e eeuw Door toenemende welvaart in West-Friesland nauwelijks overblijfselen uit periode hiervoor 9.
♦ 1450-1500 bouw huidige kerk 3
♦ 1527 Gelderse 'Friezen' trekken verwoestend voorbij 9.
♦ 16e eeuw Kerk door de heer van Hoogwoud begeven. De oude kerk onlangs verbeterd, de torenvoet bestond uit steen 7.
♦ 1572-1573 Geuzen vervoeren mogelijk uurwerk van Vollenhoven / klok van Emmeloord naar West-Friesland 5
♦ 1581 plaatsting klok van Gerardus de Wouw (gegoten in 1495 en afkomstig uit Ens/Emmeloord 4, Emmeloord 5)
♦ 1588 torenuurwerk uit Vollenhoven geplaatst 4
♦ 1656 restauratie en uitbreiding kerk 6
♦ 18e eeuw Hersteld 8
♦ ±1740 dakruiter geplaatst 4
♦ 19e eeuw Dakruiter op vrij grove wijze vernieuwd - met uitzondering van het spitsje 7.

Na dit overzichtje hebben we enigszins een tijdsbeeld van de kerk. De fundering is dus voor een traditionele klokkenstoel, zoals we er vele in Friesland hebben zien staan . Verbouwingen en uitbreidingen hebben de kerk telkenmale een ander aangezicht gegeven. Het lijkt erop dat de (eventuele houten) toren (op een stenen fundering en torenvoet stond en) later is aangepast door de huidige bouwconstructie of een voorganger hiervan. De huidige of voorganger van de toren is er omheen gebouwd.
Evenals vroeger worden tegenwoordig in vele kerken de stoven gezet. Een kijkje in de 15de eeuw dateerende kerk te Lambertschaag, waar de prachtig beschilderde stoven, voorzien van den naam van de bezitster, van een kooltje vuur worden voorzien. De stoven zijn vaak van geslacht op geslacht overgegaan.
(Polygoon)

Delpher: Agrarisch nieuwsblad : (waarin opgenomen het orgaan Landbouw en maatschappij), 28-01-1941

Delpher: Nieuwsblad van het Noorden, 27-01-1941

Het toren met houten binnenconstructie heeft met de klokkenstoel de hele tijd op dezelfde plaats gestaan, lijkt het. Een foto van de kerk 10 laat de ombouwing ook mooi zien.
Kunnen we dan nog van een dakruiter spreken?

De kerk lijkt op een terp te liggen, maar dit is het restheem van de oude veenlaag waarop het gebouwd is 11.

Binnenin de kerk vinden we diverse houten objecten, een eiken preekstoel (1633) met tulpvormige bekroning en drie eiken tekstborden (begin 17e eeuw) en een grote koperen kroon (midden 17e eeuw) met door een keizerskroon gedekte schilden, die geflankeerd wordt door twee kleine koperen kronen (midden 17e eeuw) 7.

Hoewel veel voorkomend en daarom nauwelijks bewust bewaard zijn de dakloodjes. In de kleine tentoonstellingsruimte wordt er enige aandacht voor gevraagd. Het dakloodje, dat in dit geval afkomstig is van "Het Groene Kerkje", wordt ook wel trotseerloodje of traceeloodje genoemd. Het zijn - zoals we kunnen zien - schildachtige plaatjes die als dakje over een nagelgat aangebracht werden om het regenwater tegen te houden. Dit loodje toont het wapen van Medemblik en 1733. Daarbij zien we nog een soldeerbout (die men gebruikte om het plaatje vast te solderen) en de initialen I.W. Op de soldeerbout valt nog een zogeheten leihamer (om een gaatje in de lei te hakken en de lei vast te nagelen) te ontdekken.

Wanneer we weer buiten zijn, maken we nog even een praatje met de vrijwilligers die dit kerkgebouw in stand houden.
Zoals we al hiervoor in Abbekerk over Het Nieuwe Bonte Paard opmerkten, doet Het Groene Kerkje eigenlijk precies datgene waarvoor het in de vroege middeleeuwen bedoeld was, een ontmoetingsplek.

We vervolgen de route en komen Dé Dijk tegen. We besluiten een stukje buitendijks langs de Westfriese Omringdijk te rijden. Lang gaat dat echter niet duren, want we rijden zo alweer Opperdoes binnen.

noten:
1. 'De Middeleeuwse dwangburchten van West-Friesland en Alkmaar' 'De Stins' van Lambertschaag / Bernd Ooijevaar; Ben Dijkhuis (redactie). - 2007;
2. Wikipedia Lambertschaag, Lambertus van Maastricht; Het Groene Kerkje Lambertschaag: De geschiedenis;
3. Het Groene Kerkje Lambertschaag: De geschiedenis;
4. Informatiebord van de Stichting Historisch Abbekerk;
5. Schokland door de eeuwen heen: De geuzen en de Schokker kerkklok uit Lambertschaag;
6. Kerk & Orgel: Ned Hervormde kerk H Lambertus - Groene kerkje;
7. De monumenten van geschiedenis en kunst, Deel VIII De provincie Noordholland: Tweede stuk: Westfriesland, Tessel en Wieringen / Herma M. van den Berg. - 's-Gravenhage : Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, 1955. - p. 2-3;
8. Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst. Deel V, I. De provincie Noord-Holland (uitgezonderd Amsterdam). - Utrecht : A. Oosthoek, 1921. - p. 3-4;
9. De monumenten van geschiedenis en kunst, Deel VIII De provincie Noordholland: Tweede stuk: Westfriesland, Tessel en Wieringen / Herma M. van den Berg. - 's-Gravenhage : Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, 1955. - p. XX;
10. De monumenten van geschiedenis en kunst, Deel VIII De provincie Noordholland: Tweede stuk: Westfriesland, Tessel en Wieringen / Herma M. van den Berg. - 's-Gravenhage : Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf, 1955. - p. [289];
11. Noord-Holland / Ronald Stenvert, Chris Kolman, Saskia van Ginkel-Meester, Elisabeth Stades-Vischer m.m.v. Ronald Rommes. - Monumenten in Nederland, 11. - Zeist/Zwolle : Rijksdienst voor de Monumentenzorg / Waanders Uitgevers, 2006. - ISBN 90-400-9178-1. - p. 64;


internetraadpleging: 25 - 26-2-2017


      Opperdoes
Om Opperdoes binnen te komen rijden we weer Dé Dijk over en nemen de Almersdorperweg het dorpje in. We rijden nog maar net op deze weg en moeten alweer aan de kant. We zien namelijk opeens een bekend lettertype en kader. Het blijkt om het "Station stoomtram Opperdoes" (provinciaal monument NH/WN370) te gaan. Het doet ons denken aan Veenhuizen , al ziet het er net iets anders uit. Deze spoorlijn loopt van Hoorn naar Medemblik en werd op 3 november 1887 geopend. Dit station is het standaardtype van HN, de Locaalspoorwegmaatschappij Hollands Noorderkwartier, dat in 1884 werd opgericht. Hoewel het gebouw er nog grotendeels hetzelfde uitziet, zijn er toch al vele verandering aangebracht, zoals de keukenaanbouw en vervanging van de kleine gietijzeren rozetramen op de zolderverdieping op de kopgevels door een venster uit de jaren 20 van de twintigste eeuw. Het dakraampje, dat de stijlvol aangebrachte dakpannenversiering in rood op zwart vlak doorbreekt, is in de jaren 60 van dezelfde eeuw aangebracht. Daarnaast is er nog een venster dichtgemetseld. Dit is echt wel in dezelfde stijl gedaan en valt daardoor minder op.
De ons inmiddels bekende notaris en dijkgraaf Cornelis Donker had in de oprichting van HN een leidende rol. Enkele dagen voor kerst 1883 werd een vergadering in het Waterschapshuis aan de Westerhaven in Medemblik belegd, waarmee het pad werd geëffend. Het ontwerp van de stations aan de deze route was architect A.J. Krieger. Krieger had daarvoor - in 1881 - al het plan opgevat om een paardentramverbinding Hoorn - Noord-Scharwoude aftakkingen naar Medemblik en Schagen te maken, wat een opmaat - een gedachtenrijpingsproces werd naar het latere spoorlijnplan. Ook elders in het land ging Krieger aan de slag met het stichten van andere Locaalspoorweg-Maatschappijen, bijvoorbeeld in Utrecht in 1896 1.

We rijden het spoor over en gaan verder over het Noorderpad tot we bij de kerk in de Kerkebuurt uitkomen, waar we de wagen even parkeren op de parkeerplaatsen van de Torenstraat.
De toren (30670) bevat een klokkenstoel met klok van Geert van Wou uit 1527. De balustrade en bakstenen spits zijn van de restauratie uit 1942. Ook de Hervormde Kerk (30669) werd toen gerestaureerd. Het oudste gedeelte van het schip stamt uit begin zestiende eeuw.
Een steunbeer laat zien dat ook tijdens de (her)bouw gebruik gemaakt is van ouder materiaal, zoals de kloostermoppen laten zien. Beide bouwwerken zijn gelegen op een weinig verhoogd hof. Dat onder deze aardlaag nog andere bouwsels liggen, komt echter wel aan de oppervlakte.

Opperdoes komen we geschreven als Those, Thosa tegen, dat in het Oudnederlands alleen als toponymisch element is overgeleverd als mosveen, lichte turf. Does zou afkomstig zijn van Thuos, dat naar een kopie van ongeveer 1420, bronnen van de laatste decennia van de 9e eeuw aanhaalt. Dit zou dan twee eeuwen eerder zijn dan de veel aangehaalde 11e eeuw ofwel 1083 2. We lopen nog even een stukje de Gouw in, waaraan het voormalig gemeentehuis van Opperdoes staat. De straat komt uit op een brede stolpboerderij met getoogde spiegel. Opperdoes, een komdorp, ontstaan uit meerdere wegen die bij en op elkaar aansluiten, lezen we op de pagina van de Gemeente Medemblik. Zullen hiermee de vaarwegen Mare, Soppediep (of Soppe Diep) en Gavesloot (of Gravensloot) die een eindje verderop bij Medemblik de zee instromen worden bedoeld? 3.

We rijden via Oosteinde het dorp uit naar Medemblik, althans dat dachten we. Een mooie straat is Oosteinde met aan de zuidzijde water, dat in het verlengde ligt van het Soppediep. Op het kruispunt met de Gavesloot komen we nog een stolpboerderij tegen met een getrapte spiegel.
En dan komt het moment dat we niet meer verder kunnen en gedwongen worden om via het Zwartepad terug te keren naar ons Opperdoes' beginpunt.

noten:
1. Wikipedia Station Opperdoes, Locaalspoorwegmaatschappij Hollands Noorderkwartier, Opperdoes; Westfries Genootschap 4.12 Museumstoomtram van Hoorn-Medemblik; Oneindig Noord-Holland, 7-3-2012 Het stationsgebouw in Wognum (lezer 913), 13-3-2012 Het stationnetje van Opperdoes (lezer 1194); West-Friesland Oud & Nieuw : 55e Bundel van het Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland'. - Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland', 1988 p. 134; Utrechtse Stichting voor het INdustrieel Erfgoed (USINE), 15-2-2016 Buurtspoorwegstation Utrechtsche Locaalspoorweg-Maatschappij te Baarn;
2. Instituut voor de Nederlandse taal Thuos; Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (vóór 1226) / Maurits Gysseling. - [Brussel] : Belgisch Interuniversitair Centrum voor Neerlandistiek, 1960 Opperdoes;
3. Gemeente Medemblik Opperdoes; Opperdoes


internetraadpleging: 26 - 27-2-2017


      Almersdorp
We rijden weer over de Almersdorperweg het dorp uit naar Dé Dijk. De Almersdorperweg heet natuurlijk niet voor niets Almersdorperweg. De weg leidde ooit naar Almersdorp (of Almerdorp). Dit dorpje werd echter opgegeven door in 1334 een nieuwe inlaagdijk te bouwen.
Almersdorp | Andries Schoemaker | 1730
bron: Koninklijke Bibliotheek

De oude zeedijk in 1300 en huidige dijk

bron: Nederland als Polderland : Beschrijving van den eigenaardigen toestand der belangrijkste helft van ons land, tevens bevattende de topografie van dat gedeelte met de voornaamste bijzonderheden, toegelicht door kaarten en teekeningen / Dr. A.A. Beekman. - Zutphen : W.J.Thieme & Cie, 1932. - 3e druk. - kaart Vc

Dijkcorrectie | W.C. Braat | 1932
bron: Historische Vereniging Wieringen

Door de oude zeedijk op te geven en de bewoning naar het zuiden te verplaatsen, komen we uit bij de huidige Westerzeedijk, dat sinds 1929 niet meer zeewaterkerend is. Tot de inpoldering van de Wieringermeer in 1929 heeft de dijk goed gefunctioneerd, wetende dat hier de zwaarste golfaanvallen waren. De dijk werd waarschijnlijk al in 1344 zeewerend. Er werd toen ook een eerste Wierriem gebouwd. Dit is een samengeperste muur van zeegras of wier dat met palen op zijn plaats wordt gehouden en was erg onderhoudsgevoellig, zodat het al gauw een dikke kleilaag overheen werd gelegd. In de 16e eeuw stond het zeewater constant aan de dijk, zodat het aanleggen van een krebbing noodzakelijk werd geacht. De resten van het dorp verdween dan ook in de loop van de tijd. De toren bleef het langste staan. Deze werd uiteindelijk ook afgebroken. Opties voor hergebruik zijn er immers genoeg. Nadat rond 1730 de houten palen werden aangetast door de paalworm, word overgegaan op een steenwering dat op een bed van klei en puin werd gebouwd.
In het najaar van 2013 werd er op de kruising van de Almersdorperweg en de N239 - waar we nu over de rotonde rijden - ten behoeve van diezelfde rotonde een proefonderzoek gedaan. Hiervoor werd een profielsleuf in de Westfriese Omringdijk gegraven.
Op de foto zien we het profiel van de bovenzijde van de 14e-eeuwse dijk bij Almersdorp, met daarin de opbouw van pakketten wier en klei 1.

noten:
1. Dwars door de dijk : Archeologie en geschiedenis van de Westfriese Omringdijk tussen Hoorn en Enkhuizen : 1 / Jan de Bruin, Bas van Geel, Diederik Aten, Michiel Bartels, Sander Gerritsen, Christiaan Schricks; Michiel H. Bartels (redactie). - Publicaties Stichting Archeologie West-Friesland, 2. - Hoorn : Stichting Archeologie West-Friesland, 2016. - ISBN 978-90-816452-0-1. - p. 194-198; Het ontstaan van West-Friesland / Frans J.P.M. Kwaad: De Westfriese Omringdijk; Oneindig Noord-Holland, 25-10-2013 Wierdijk bij de Hoelm (lezer 634); Huis van Hilde, 23-9-2014 Almersdorp = Oneindig Noord-Holland, 23-9-2014 Almersdorp, een verdwenen dorp bij Opperdoes (lezer 353); Collectie Historische Vereniging Wieringen Archeologie van de Wieringermeer 1932, Overzichtskaart van de oude dyken en van M.E. dorpen in de Wieringermeer


internetraadpleging: 27-2-2017


      Medemblik
Vanaf de nieuwe rotonde bij Opperdoes rijden we nu maar via de N239 en N240 in plaats van 'buitendijks' over de Koggenrandweg naar Medemblik. Op de Westerdijk passeren we de markante Molen De Herder. We rijden na de Overtoom meteen de Ridderstraat in. Hier komen we langs de Martinuskerk - die we al vanaf de dijk bij het Poldermuseum in Andijk van verre hadden zien liggen op 'Blik op Medemblik'. Ondanks de drukte - er is kermis - vinden we toch nog vrij vlot een parkeerplekje bij de Westerhaven op de Turfhoek.
Ruim vier jaar geleden waren we hier ook al eens, speciaal om het Kasteel Radboud te bekijken. Uiteraard hebben we toen ook iets van de stad meegekregen zoals een bezoek aan de Sint Bonifaciuskerk - ook te zien op 'Blik op Medemblik', maar daarover straks meer.

kaart 2a

Aangezien het alweer tegen etenstijd loopt, gaan we eerst op zoek naar een restaurant.
We lopen langs de Westerhaven en storten ons via Achterom en Saliebark op het kermisgedruis in de Nieuwstraat. We lopen langs de kermis richting het voormalige stadhuis - waarvan we de toren ook op 'Blik op Medemblik' vanaf Andijk konden zien en komen ter hoogte van de Bagijnhof tot de conclusie dat hier rustig eten onmogelijk is. We keren om en lopen richting de Kwikkelsbrug. Hier laten de kermis achter ons door langs de Oosterhaven te gaan lopen. Bij Het wapen van Medemblik en Restaurant Meijers 2.0 lopen we even voorbij, omdat we nog even willen kijken wat hier nog meer zit. We komen vervolgens Costa's, een Portugees restaurant tegen. Een stukje verderop staat de brasserie De Twee Schouwtjes. Hierna krijgen we de eerste fraaie gevelstenen voorgeschoteld. Maar naast de zeventiende-eeuwse gevelstenen valt nog iets anders meteen op aan dit pand (28380). De twee panden zijn samengevoegd en hebben nu een ingang. Boven de ingang is een boog met twee kleine bogen, die groter zijn dan de huidige deurpost. Boven de rechterraam zit een soortgelijk boogversiering, dat strookt met het venster.

De beste stuurlui | Jan van Velzen | 1989, Medemblik
De middelste gevelsteen verbeeld een schel (scheepsbel) en wordt geflankeerd door twee vrouwen, een met een kruis (geloof) en de andere met een anker (hoop) 1. Ruim tien panden verderop staat weer een pand (28385) met een gevelpui uit 1656 met daarin vier gevelstenen die het wapen van Medemblik en Hoogwoud voorstellen en op de hoeken twee varende zeilschepen die naar elkaar toevaren 2. Het betreft een gecombineerd pand, dat zowel als woonhuis werd gebruik, alsmede pakhuis. Het is gebouwd in opdracht van de WIC, de West-Indische Compagnie.
We komen hier verder geen eetgelegenheden, maar lopen toch maar even door naar het Hoofd. Hier vinden we de in 2005 geplaatste havenlicht. Medemblik had sinds 1641 een havenlicht, dat als baken diende voor de schippers en vissers, wanneer ze in het donker de haven moesten benaderen, aldus het informatiebord.
Hier vinden we ook weer een beeldhouwwerk van Jan van Velzen ter herinnering aan "Medemblik 700 jaar stad". Van hem kwamen we ook al in Enkhuizen werk tegen.

We lopen straat weer terug en kiezen het Portugese restaurant in de hoop dat we daar iets bijzonders en historisch kunnen proeven.
We nemen plaats en bestellen wat te drinken, dat vlot gebracht wordt, zodat we ook eten kunnen bestellen. Ook vragen we of iets van de kaart kunnen proeven, als klein gerechtje. Ze gaat het vragen of het mogelijk is.
Tijd om Medemblik eens in ogenschouw te nemen.

"Medemblik is al ruim twaalfhonderd jaar permanent bewoond" meldt een informatiebord. En vooral rondom de Sint-Bonifaciuskerk.
De huidige toren stamt uit 1404 en is - zoals meestal - eigendom van de gemeenschap, i.c. de burgerlijke gemeente Medemblik. De kerk heeft 1118 als oudste vermelding staan. Het gebouw was kort daarvoor in vlammen opgegaan. De nieuwe kerk kreeg ook twee branden - in 1517 en 1555 - te verduren.
De eerste, in 1517, was tijdens het Tweede beleg van Medenblik, door De Zwarte Hoop, een leger van internationale huursoldaten en De Arumer Hoop onder leiding van Pier Gerlofs Donia (Kimswerd, ± 1480 - Sneek, 28-10-1520) aka Grutte Pier en Wijerd Jelckama (± 1490, Boalsert - 30-11-1523, Ljouwert). Nadat de Gelderse Stadhouder van Friesland met behulp van De Zwarte Hoop en De Arumer Hoop Dokkum hadden heroverd op de Bourgondiërs/Hollanders, krijgt De Arumer Hoop de opdracht van de Stadhouder om De Zwarte Hoop te droppen in 'Holland'. Ze landen op donderdagochtend 25 juni 1517 deels bij Wervershoof en Grutte Pier en de Gelderse krijgsheer Johan van Selbach (1483 - 11-1-1563) varen recht op Medemblik af om het in te nemen. De stad werd geplunderd - ter compensatie, van het geroofde goed in Friesland - en werd in de as gelegd. Alleen de dwangburcht met daarin de heer Joost van Buren en de op tijd hiernaartoe gevluchte inwoners van Medemblik en omgeving en de toren bij de Sint-Bonifaciuskerk bleven overeind. Grutte Pier vertrok met de hele vloot, De Arumer Hoop en de buit terug naar Friesland. De Zwarte Hoop vertrok plunderend overlevend richting Hoorn, Alkmaar en verder 3.
De tweede brand, van 1555, werd veroorzaakt door in inslag in het stadhuis. Tijdens deze stadsbrand die dat tot gevolg had, werden ook het klooster en kerk verwoest. Aan de bouw van de nieuwe kerk werd meteen begonnen en was datzelfde jaar nog gereed. Daarna volgden diverse verbouwingen, inkortingen, aanpassingen en renovaties. Tijdens ons bezoekje van vier jaar geleden, viel het gebrandschilderd raam dat in 1671 is geschoken door het Rijnschippersgilde, erg op. Hierop zien we onder andere de Oosterhaven met een kraan, de toren bij de Sint-Bonifaciuskerk en een havenlicht 4.


Zoals we al bij de Kromme Leek hebben gezien is de Dam in Medemeleke de naamgever van Medemblik. Deze loop van dit veenstroompje vinden we gedempt terug in de Nieuwstraat en de dam onder het raadshuis.
In een oorkonde van 985 wordt Medemblik villa Medemelacha genoemd.
Maar zoals het informatiebord ons al informeerde, met 1200 jaar bewoning komen uit in het jaar 800 5.

Voorgenomen doop van Koning Radbod
bron: Witkamp I, p. 121
In deze periode komen we uit in wat ik omschrijf als de eerste Friesche gouden eeuwen , waarbij (voor zover bekend) de eerste internationale handelsplaats in onze omgeving Dorestad was. Maar ook de handelscentra Domburg (zoals we deze plek nu noemen) en Medemblik waren van de partij.

Daarvoor komt Medemblik al in beeld in het doopweigeringsverhaal van de Friese vorst Redbad (? - 719). De paar kilometer verderop gelegen Hoogwoud strijd echter ook om de titel van plaats van handeling van dit verhaal. De desbetreffende doopvont van Hoogwoud is echter tussen ongeveer 1275 en 1325 gemaakt.
Volgens de oude kronieken (bijvoorbeeld Vita Vulframni episcopi senonici) had Redbad tijdens deze plechtigheid al een voet in de doopvont gezet, toen hij plotseling aan de bisschop vroeg: "Zal ik in het paradijs, dat u mij beloofd, mijn voorvaderen en Frieslands helden terugzien?" Waarop de bisschop antwoordde: "Wat wilt u? Nee, die zijn bij de duivel in het eeuwige vuur." Hierop reageerde Redbad, zich uit het doopvont terugtreden: "Als dat zo is, dan verkies ik uw doop niet. Ik ben liever bij mijn voorouders in de zalige gewesten van Wodan, dan met het kleine hoopje Christenen in de hemel." Hoewel er wel iets valt aan te merken op de verhaallijn van deze oude verhalen, het verhaal loop namelijk niet logisch door, klopt het beeld van Nederlandse vertaling wel 6.

Het begrip 'koning' in deze periode dienen we echter anders te zien, dan wat we er tegenwoordig onder verstaan. Er zijn in deze periode geen geografische gebieden zoals we ze nu kennen, maar een netwerk van volgelingen van een koning, waarbij de vrije volgeling zich alleen met hun bewoners (familie etc.) committeerden aan deze 'eerste onder gelijken' 7.

Uit bovenstaande wordt duidelijk dat Medemblik en omgeving al ver voor 800 een rol van betekenis speelde in ons verleden.

Wanneer we vier jaar geleden Medemblik voor het eerst bezoeken en er tamelijk 'blanco' in stappen is het doel Kasteel "Radboud". We parkeren de auto op de parkeerplaats bij de toren bij de Sint-Bonifaciuskerk. We lopen rond de kerk over de Kerksteeg, maar bemerken dat deze gesloten is. Later in de middag is het echter wel open, vanwege een kleine tentoonstelling.
Al zigzaggend bereiken we de Nieuwstraat waar we even ergens iets gaan drinken, alvorens we onze wandeltocht voortzetten.
Tussen de Oosterhaven en Pekelharinghaven ligt het eiland dat we even rondlopen. De straatnamen Achtereiland en Vooreiland spreken voor zich. De Zoutziederserf ligt voor de hand met de Pekelharinghaven om de hoek. Omdat het zoutzieden vaak de oorzaak was van stadsbranden, bevond deze zich buiten de stadspoort. In de 18e eeuw was hier een zoutziederij in bedrijf. Zo lopen we langs een drie (28393 - 28395 - 28394) bijna gelijkende trapgevelpuien, die waarschijnlijk kort na de oplevering van dit Eilandshaven in 1631-1632 zijn gebouwd. Op de hoeken van de drie vinden we twee gevelstenen van twee naar elkaar toevarende zeilschepen. Er tussen drie gevelstenen met daarop vrouwen, een met een kruis (geloof), een andere met een anker en duif (hoop of wijsheid) en de derde met een beker (matigheid). Nummer 10 werd tot 1977 nog gebruikt als opslag voor een zoutziederij 8.

Vanaf het eiland hebben we ook uitzicht op de dwangburcht dat Kasteel Radboud is genoemd. Dit blijkt echter een verdichtsels te zijn uit de romantische negentiende eeuw. Het verband met de Friese koning Redbad is er namelijk niet. Triester nog, de dwangburcht - opgeworpen aan het einde van de dertiende eeuw (± 1288) door de Hollandse Floris V - was er juist voor om de Friezen onder de duim te houden. Wie hier dus sporen van koning Redbad verwacht komt dus eigenlijk voor niets.
kwart restant dwangburcht, Medemblik






Om de dwangburcht te kunnen bezoeken moeten we eerst het eilandrondje afmaken om via de Hoogesteeg en Pekelharinghaven om deze haven te wandelen. Bij de Oudevaartsgat kunnen we middels een wandelpad naar Oosterdijk lopen. Halverwege vinden we de ingang tot de restanten van het kasteelterrein. De burgers zijn namelijk aan het begin van de zeventiende eeuw begonnen met het afbreken, om de stenen te gebruiken voor hun verdediging. Ze gebruikten het namelijk voor het verzwaren van de zeedijk. In de negentiende eeuw zijn er nog torens gesloopt. Onder leiding van P.H.J. Cuypers en J. Lokhorst werd in 1890 begonnen met het herstel van wat er nog van over was. Dit zou tot 1897 duren.
Tegenwoordig wordt het gebruikt voor manifestatie en zijn tentoonstellingen in het gebouw. Bij onze rondgang om het kasteel is er duidelijk ook iets aan de hand, want het wemelt er van soldaten, voertuigen en ander WOII-materieel. Er wordt namelijk dit weekend (van 16 en 17 juni 2012) in de hele streek tussen Hoorn en Medemblik door vele verschillende verenigingen een levende geschiedenis uitgebeeld. We zijn dus beland in een Tijdreis naar Bezetting en Bevrijding in de periode 1940-1945 9.
16 en 17 juni 2012: Tijdreis naar Bezetting en Bevrijding in de periode 1940-1945, Medemblik






Het museum, evenals de inrichting van het kasteel zelf is voornamelijk kindgericht.
Met een grove tijdlijn worden ze meegenomen in de 1200 jaar (Hollandse) geschiedenis. Het gaat echter wel ver om al bij Dirk I (880-939) te spreken van een 'graaf Holland'. Terwijl we juist van deze Dirk niet zeker weten of het er een of twee zijn. Dit wordt opgevolgd door het zelfstandige graafschap Holland in 1018 met Dirk III (±982 – 27-05-1039) met de overwinning van de Slag bij Vlaardingen te laten beginnen.
Floris (± 1085/1091 - 02-03-1122) II - ook wel de Vette of de Dikke genoemd - was de eerste die zich tooide met 'van Holland'. Aangezien ze allen nog steeds 'Fries' waren, geeft 'van Holland' dan ook niets meer weer, dan dat ze van een bepaald gebied of plaats afkomstig waren. In geval van 'van Holland' dus uit onland of moerasland . Vervolgens is het bijzonder dat daarna - tussen 1100 en 1200 - niets te melden valt.
Maar ook wij komen tijdens de routing interessante dingen en zaken tegen. Zoals een echte vensterbank. Nu eens niet aan het venster, maar haaks op het venster. Maar ook een dolk.

Drieperioden-Heuvel III Grootbroek / R. Woudstra. - 1949
De in bruikleen zijnde exemplaar is gevonden in Egmond en wordt gedateerd tot 1350. Ook wordt meteen het verschil tussen een mes en deze dolk - dat twee snijvlakken heeft en spits toeloopt in een punt - uitgelegd. Het was een goedkoop en effectief wapen, zodat iedereen, arm en rijk zich wel eentje had aangeschaft of kon aanschaffen.
Het was echter ook gewoon makkelijk aan tafel of het had pure symbolische functie 10.
Verder komen we nog een opengewerkt model van een grafheuvel tegen, gemaakt door R. Woudstra in 1954.
De heer R. Woudstra is ten tijde van de opgravingen van deze grafheuvel in 1949 een veldmedewerker en tekenaar B eerste klasse van de prof. dr. A.E. van Giffen van het Biologisch Archeologisch Instituut van de Universiteit van Groningen. Woudstra heeft onder andere deze grafheuvel speciaal verder uitgewerkt in de tekening.
Deze derde grafheuvel werd als laatste opgegraven uit 90 cm hoge heuvel en had een doorsnede van ongeveer 24 meter. Op 14 oktober werd de opgraving weer in originele staat overdragen aan de eigenaren van de percelen. Vanzelfsprekend staan de grafheuvels als rijksmonument ingeschreven.
Vervolgens wordt de nieuwe bewoning in de vroege middeleeuwen uitgelegd. We zien enkele modellen van schepen waarmee ze hun handel dreven. Enkele archeologische vondsten als kogelpotten worden tentoongesteld 10-1.
Ten slotte brengen we nog een bezoekje aan een gevangene in de cel.

Het eten wordt gebracht en ons speciaal verzoekje blijkt een hele schotel geworden te zijn. Fantastisch!
Aanleiding voor dit speciale verzoek was het regelmatig in het literatuuronderzoek (onbenoemde) voorkomende handel in de stokvis. Deze aan een stok gedroogde vis - veelal kabeljauw, maar ook andere soorten worden gedroogd - is het voornaamste handelsproduct uit Bergen in Noorwegen, waarmee het sinds de vroege middeleeuwen bekend is geworden. De stokvis is lang houdbaar en was dus een essentieel onderdeel in (jaar)momenten dat voedsel schaars was of bijvoorbeeld aan van de (handels)schepen.
Op de kaart van dit Portugese restaurant Costa's staat Pataniscas de Bacalhau en we zijn zeer benieuwd hoe het smaakt. Om de stokvis weer eetbaar te maken wordt het 24 uur geweld en geweekt in koud stromend water.
Uiteraard zijn vele verdere bereidingswijzen, maar uiteindelijk smaakt het gewoon als kabeljauw. Dus een wonderbaarlijk houdbaarheidstruc die uitstekend werkt. De historie eetbaar gemaakt.
Voor en na de cappuccino's danken we het personeel hartelijk voor deze proeverij.

Wanneer we weer over de Oosterhaven teruglopen naar de auto, komen we natuurlijk weer vele mooie gebouwen tegen. Een voorbeeld - hoewel zonder monumentstatus of andere bijzonderheden - van een mooi gemetselde pui dat met zorg in berekening is gemaakt, vinden we even verderop naast het restaurant. Hoe je met een paar anders gemetselde stenen, gedraaid, dwars of omgekeerd een heel andere en daarmee bijzondere uitstraling kunt bereiken, zonder dat het noemenswaardig meer kost. Vormgeving voor een aantrekkelijker wereld. Het ligt voor het grijpen.
We lopen - net als vier jaar geleden - via het fraaie Achterom terug naar de wagen. Toen liepen we naar de Sint-Bonifaciuskerk en kwamen we in de Torenstraat langs een gebouw, waaraan vele namen gehecht zijn. We komen Die Oudtheytkamer tot Medemblick tegen, maar ook Huize 'Levensavond', De vier weeskinderen en Expositieruimte van de oudheidkundige vereniging "Medenblick". Het geheel is als rijksmonument ingeschreven (28390). Ons valt op dat moment slechts het poortgebouw uit 1785 op, met een groot reliëf dat de vier weeskinderen dient voor te stellen. Het zou oorspronkelijk een gereformeerd weeshuis geweest zijn.

De vier weeskinderen, Torenstraat 15, Medemblik

Nadat het weeshuis in 1919 werd opgeheven, ging het vijftig jaar dienst doen als bejaardentehuis onder de herkenbare naam. Een verbouwing in 2009 deed de Oudheydtkamer van de zolder van het weeshuis verhuizen naar het poortgebouw. Hier heeft de Oudheidkundige Vereniging Medenblick ook nog een vergaderruimte 11.
De Oudheidkundige Vereniging Medenblick heeft zijn onderkomen intussen gekregen in het voormalige stadhuis op de Dam. Voor ons is het echter nu te laat om het museum te gaan bezoeken. Hiernaast bevindt zich het Station stoomtram Medemblik, waarvan we de oorsprong al hebben besproken.

Wanneer we weer op de Turfhoek bij de wagen zijn aangekomen, besluiten we nog een klein stukje willekeurig door het gebied te rijden.
We verlaten Medemblik door over de N240 te rijden. We kruisen zo diverse sloten - de verbindingswegen van weleer - zoals in Medenblik de Twiskerdijksloot - Braak.

noten:
1. Kerninventarisatie Gevelstenen: Medemblik Oosterhaven 31;
2. Kerninventarisatie Gevelstenen: Medemblik Oosterhaven 44;
3. Wikipedia Beleg van Medemblik (1517), Grutte Pier, Pier Gerlofs Donia, Wijerd Jelckama, Grutte Wierd, Johan van Selbach, Joost van Buren, Grote of Sint-Bonifaciuskerk; Pier : De profetie van blinde Simon / Willem Schoorstra; Taalburo Popkema (vertaling van Fries naar Nederlands). - [Leeuwarden] : Uitgeverij Noordboek, 2015. - p. 8, 11-12, 159-164;
4. Wikipedia Grote of Sint-Bonifaciuskerk;
5. Wikipedia Medemblik (stad);
6. Scriptores : Scriptores rerum Merovingicarum : 5: Passiones vitaeque sanctorum aevi Merovingici (III) : Vita Vulframni Episcopi Senonici [Pseudo-Jonas, Vita Wulframni]. - Hannover, 1910. - p. 657-673; Redbad en Wulfram : kerstening van de Friezen in de zevende en achtste eeuw / J.A. Nijdam. - Doktoraal Scriptie. - Abcoude : [Niet uitgegeven], 1994. - p. 3-4, 55, 101; Legenden en mythen omtrent het Medemblikker slot / Ben Dijkhuis, 15-01-2016: De mislukte doop van Radboud met name voetnoot*;
7. Friese graafschappen tussen Zwin en Wezer : een overzicht van de grafelijkheid in middeleeuws Frisia (ca. 700-1200) / Dirk Jan Henstra. - Assen : Koninklijke Van Gorcum, 2012. - ISBN 978-90-232-4978-8, p. 6; zie ook ;
8. Wikipedia Zoutziederij; Zoutwinning/-fabricage in Noordelijk Noord-Holland. Zeker vanaf 1100 / L.F. (Frank) van Loo; Vereniging Hendrick de Keyser Over het pand Vooreiland 11-12; Kerninventarisatie Gevelstenen: Medemblik Vooreiland 10-12;
9. Dorpen in Nederland. - Reader's Digest/ANWB, 1982: Medemblik, p. 256-258; www.re-enactmentforum.nl stoomtrammuseum-hoorn-medemblik-40-45;
10. Wikipedia Dolk;
10-1. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap): Archeologie in Nederland Opkomst van de archeologie; mailbericht 8-5-2017 Carla Soonius (Archeologie West-Friesland); West-Friesland Oud en Nieuw : 20e Bundel van het Historisch Genootschap Oud West-Friesland. - Historisch Genootschap "Oud West-Friesland", 1953 Onderzoek van drie bronstijdgrafheuvels bij Grootebroek, Gem. Grootebroek / A.E. van Giffen. - p. 34-40;
11. Westfries Genootschap 9.5 Poortgebouw van het weeshuis in Medemblik;


internetraadpleging: 28-2 - 3-3-2017


      Wervershoof
De N240 blijft echter sloten kruisen. We komen zo de volgende tegen: Zuiderwijmers - Droge Wijmers, Boejesloot, Butterstik en Meersloot - Leiesloot, Boomsloot, Aristocht. Voor Boxwei - Egboetwater slaan wij echter af. We komen nu langs de Groote Vliet - daar waar ooit het water van het veenstroompje Kromme Leek doorstroomde. De weg brengt ons naar de Zeedijk in Onderdijk. Dit dorpje ligt tussen twee dijken ingeklemd, waar het al in de middeleeuwen ontstond aan de Zeedijk. Deze functie van deze dijk werd later overgenomen door de Nesserdijk, zodat ook buiten Zeedijks gebouwd kon worden.
In deze omgeving zijn de broers Steltenpool opgegroeid. Als kind was het leven goed en was het - ondanks dat er nog bijna niets geleefd was - toch al af. Tientallen jaren verder moeten ze zich haasten om compleet worden. En dat is precies wat je overkomt als je gegrepen bent door het besef dat naarmate het leven vordert en je steeds meer weet, je tot de ontdekking komt dat je eigenlijk niets weet. Het besef dat je eigenlijk nog niets weet, is het begin van wijsheid. Daarmee komt het veelgesproken "Zalig zijn de onwetende" wel in een ander daglicht te staan, maar dit terzijde.
In dit bijzonder boekwerkje wordt er verwonderd op zoek gegaan. Er is een landschap met puntjes zonder cijfers, die spontaan aan elkaar worden verbonden middels verhalen, waarvan het kader niet vaststaat en de afbeelding die hieruit voortkomt van tevoren ongewis is. Slechts de nieuwsgierigheid is leidend en de drijfveer. Het boek wordt muzikaal ondersteunt met een cd. Hierin worden de diverse verhalen, zoals bijvoorbeeld Vroonen en de Rekere muzikaal verteld. Vanuit hun kinderkoninkrijk - tussen de slaper en de waker - nemen deze troubadours ons mee in hun leefgebied van weleer in een poging de eigen ontwikkeling te begrijpen. Ze begeven zich inmiddels in een interessant gezelschap van gelijkgestemden, als Tonnie 'Broeder' Dieleman en Peter Slager - Bløf-tekstschrijver - die ook teruggaat naar z'n jeugd.
De tot de verbeelding zinsnede "Dé Nederlandse identiteit bestaat niet", uitgesproken door Máxima als conclusie van het WRR-rapport Identificatie met Nederland, wordt hier opgevoerd als opdracht. Identiteit is een heikel onderwerp, blijkt als je erin gaat verdiepen , met wederom dezelfde conclusie 1.

Aan het einde van de Zeedijk treffen we een staaltje waterbouwkunde aan. Hier komen twee waterhoogtes tezamen om op het IJsselmeer te spuien. De Boxweide heeft een hogere waterstand den de Narre Vliet - een kleine afgesloten watersloot-circuit waarop de waterzuiveringsinstallatie is aangesloten. De Boxweide is middels een aquaduct aangesloten op de andere sloten aan de andere zijde van de Narre Vliet, dit om vermenging tegen te gaan. Ook het water van de Kromme Leek moet over deze aquaduct om in de Groote Vliet terecht te kunnen komen.
We gaan over de zeewerende dijk - die nu Kagerdijk heet - verder en rijden ten noorden om Werverhoof heen. Bij de bij Andijk besproken recreatief natuurgebied en wateroverloopgebied besluiten we toch maar even door Wervershoof te gaan rijden, om te voorkomen dat we weer dezelfde weg vanaf Andijk gaan rijden.
En dus rijden we over de meest zuidelijke weg van het dorp dat echter wel de Dorpsstraat heet. De hedendaagse bebouwing ligt echter tussen de Kagerdijk en deze Dorpsstraat. Ten zuiden van de Dorpsstraat ligt - ter afsluiting van de woonpercelen een sloot dat De Gracht heet. Of De Gracht ook in verbinding stond of staat met de Kromme Leek - gezien het feit dat de aloude Zwaagdijk er tussen ligt - blijft even onduidelijk.
We zijn het dorp al weer uit en rijden over de Zijdwerk/Zwaagdijk richting het zuiden. Volgens onze Topografische Atlas zouden we in het westen een eendenkooi moeten kunnen zien. Hiervoor zouden zelfs grafheuvels moeten liggen.
De gebruikelijke bosschages om een eendenkooi kunnen we wel in het landschap terugvinden. De grafheuvels echter niet.
Het Actueel Hoogtebestand laat de heuveltjes ten zuiden van Wervershoof echter wel zien. Maar zijn het grafheuvels? Wanneer even een kijkje nemen op site van de archeologie onderzoeken, blijken er vele heuveltjes (wel of niet zichtbaar) als 'grafheuvel, onbepaald' te boek te staan.
H.T. Waterbolk heeft er hier drie onderzocht, waarbij er bij (1) bot, crematieresten en kraal is gevonden, (2) houtskool is gevonden, en (3a) bot is gevonden in (3b) een inhumatiegraf 2.

Wanneer we weer verder rijden over de Zwaagdijk richting ons hotelhuisje, zien we vanaf de dijk Wervershoof liggen. We zetten de auto even aan de kant en kijken verwonderd naar Sint Werenfriduskerk. Het torent enorm uit boven de rest van het dorp. Ook lijkt het alsof het licht naar voren helt. De kerk is gewijd aan Werenfridus, een volgeling van Willibrord . Werenfridus (?-760) kwam rond 690 naar dit gebied en verbleef hier in een hoeve. In 1288 zal het op de kaart komen te staan als banne Werfaertshof als afgeleide van Werenfridus (weren=bewaren en fried=vrede).
Schriftelijk komen we Wervershoof voor het eerst tegen als Werwertshoven in 1245, toen het samen met onder andere Twisk voorkwam in een lijst, waarin bevestigd werd waar de nonnen van Hemelum zoal eigendommen hadden.
Varianten hierop zijn Warfartshove (1311), Walvairshoeve (1344), Werfertsoeff (1499), Waerfartshoeve (achtergrondkaart Sgrooten, 1573) Warfertszoeff, Weervershoofd, Wervershoef, Warfartshoeve Warnaartshoeve, Werenfridushoeve, Werenfrits Hoeve of Werferts Hoof, dat hoeve op een werf of wierde betekend 3.
In 1806 werd de vervallen kerk vervangen en is het meteen gehalveerd. Tussen 1838-39 werd de toren vernieuwd. In 1845 werd de nieuwe pastorie erbij gebouwd 4.
De huidige kerk is een ontwerp van Theo Asseler (Aarlanderveen, 12-3-1823 - Amsterdam, 1-1-1879) en is tussen 1874 en 1875 gebouwd (38671).

noten:
1. Wikipedia Onderdijk, Wervershoof; Nes : Verhalen van de dijk / Albert Steltenpool, Arjan Steltenpool. - Soesterberg : Uitgeverij Aspekt, 2014. - ISBN 978-94-6153-490-3. - p. 9, 24, 29;
2. ANWB Topografische Atlas Nederland : 1:50.000. - Den Haag : ANWB Media, 2010. - ISBN 978-90-18-03070-4. - p. 80; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Waterbolk Wervershoof;
3. Sint Werenfridus Te Wervershoof Werenfriduskerk; Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden / A.J. van der Aa. - 13 delen. - Gorinchem : Jacobus Noorduyn, 1839-1851 Twaalfde deel: W. - p 279-280; Volkoomen.nl Wervershoof; Westfries | archief Wervershoof voor 1812 : Geschiedenis in deze periode; Wervershoof, de noordwesthoek van de polder 'Het Grootslag' / G.D. van der Heide. - p. 1-2 (in: Het Peperhuis / Vereniging Vrienden van het Zuiderzeemuseum. - Jrg. 1976, ISSN 2352-0892)
4. Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden / A.J. van der Aa. - 13 delen. - Gorinchem : Jacobus Noorduyn, 1839-1851 Twaalfde deel: W. - p 279-280; Wikipedia Theo Asseler;


internetraadpleging: 3-3-2017


      Enkhuizen
Over de polderwegen zijn we vervolgens zo weer in ons hotelhuisje, waar we nog even kunnen nagenieten met uitzicht over de polders van Enkhuizen.
Maar ook de Vuurtoren de Ven kunnen we vanaf hier zien liggen. Deze - nog als enige origineel - markeert samen met de vuurtorens van Marken en Durgerdam de scheepvaartroute van zee naar Amsterdam.
In 1699 kwam het College van Pilotage - de burgemeesters van Amsterdam, Hoorn, Enkhuizen en Medemblik - bijeen. Tegenwoordig spreekt men van het loodswezen. Dit wetende is ook niet vreemd dat men in Antwerpen nog steeds spreekt van piloten bij het binnenloodsen van een zeeschip .
Jan van der Heyden (Gorinchem, 5-3-1637 - Amsterdam, 28-3-1712) zorgde voor de vernieuwde lichttechniek, die hij ontwikkeld had. Dit heeft hij in 1668 handgeschreven vastgelegd in een onuitgegeven manuscript van 24 bladzijden met de titel Het Licht der Lamp-Lantaren, ontstoken door Jan van der Heyden, Inventeur derzelve en generale opzigter der Stads Lantarens van Amsterdam.
Op 1 juli 1700 werd de eerste steen gelegd voor de bouw van De Ven met zijn decoratieve gelaagde hoeklisenen vanaf ongeveer halverwege het gebouw 1.

noten:
1. Oneindig Noord-Holland, 26-1-2012 Vuurtoren De Ven: een merkwaardig bouwsel / Anita Blijdorp (lezer 1220); Wikipedia De Ven, Jan van der Heyden; De lantaarnpaal van Jan van der Heijden / J.F.L. De Balblan Verster (in: Maandblad Amstelodamum veertiende jaargang (1927), nr. 1. - Amsterdam : Genootschap Amstelodamum. - p. 22-28;


internetraadpleging: 3-3-2017



RestInn-huisje, Andijk


weidegang, Andijk


Raadshuis, Midwoud


B-17 Memorial, Midwoud


toren, Midwoud


NH kerk, Twisk


Twisker Museum "de Karckezolder", Twisk


Frisia munten 1625, 1682, 1702, Twisker Museum "de Karckezolder", Twisk


Toertjes groot | 1850, Twisker Museum "de Karckezolder", Twisk


Toertjes klein | 1880, Twisker Museum "de Karckezolder", Twisk


’t Twiskerslot, Twisker Museum "de Karckezolder", Twisk


Staffordshire Spaniëls, Twisker Museum "de Karckezolder", Twisk


steelpan | 1430, Twisker Museum "de Karckezolder", Twisk


vetlampje | 1660, Twisker Museum "de Karckezolder", Twisk


NH kerk, Twisk


Pastorie, Twisk


't Huys van Lei, Twisk


hekwerk vergroeiïng met boom, Twisk


Vermaning - doopsgezinde kerk, Twisk


stolpboerderij, Twisk


stolphoeve, Twisk


hoektorens, Twisk


’t Twiskerslot, Twisk


K-huisnummer, Twisk


stolphoeve, Twisk


stolphoeve, Twisk


Hervormde kerk, Abbekerk


Regthuys der steede Abbekerk, Abbekerk


Het Nieuwe Bonte Paard, Abbekerk


Marionettentheater, Abbekerk


Hervormde kerk, Abbekerk


Van Emden barometer, Hervormde kerk, Abbekerk


Het Groene Kerkje, Lambertschaag


deel klokkenstoel, Het Groene Kerkje, Lambertschaag


interieur, Het Groene Kerkje, Lambertschaag


dakloodje, Het Groene Kerkje, Lambertschaag


Omringdijk (buitendijks), Lambertschaag


Station Opperdoes, Opperdoes


toren en kerk, Opperdoes


steunbeer kerk, Opperdoes


hof, Opperdoes


stolpboerderij met getoogde spiegel, Opperdoes


Oosteinde, Opperdoes


Dwars door de dijk
p. 198 - afb 9.4



wapen op voormalige stadhuis, Medemblik


gevelstenen, Medemblik


gevelstenen, Medemblik


dwangburcht, Medemblik


havenlicht 2005, Medemblik


toren en Sint-Bonifaciuskerk, Medemblik


Sint-Bonifaciuskerk, Medemblik


gebrandschilderd raam 1671, Sint-Bonifaciuskerk, Medemblik


Oosterhaven, Medemblik


Oosterhaven, de toren, Medemblik


Oosterhaven met havenlicht, Medemblik


IJsselmeer, Medemblik


Vooreiland 10-12, Medemblik


Vooreiland 10-12, Medemblik


dwangburcht, Medemblik


vensterbank, museum, Medemblik


dolk, museum, Medemblik


grafheuvel, museum, Medemblik


boot, museum, Medemblik


gevangenis, museum, Medemblik


Costas, Medemblik


Costas, Medemblik


Oosterhaven, Medemblik


Achterom, Medemblik


Achterom, Medemblik


museumtrein, Medemblik


Sint Werenfriduskerk, Wervershoof


uitzicht RestInn-huisje, Andijk


uitzicht RestInn-huisje, Andijk






Dag 3: Hoogkarspel, Westwoud, Oosterblokker, Schellinkhout, Hoorn, Schellinkhout, Wijdenes, Venhuizen

kaart 3

Het ziet er 's ochtends grauw en grijs uit. We hoeven ons dus niet haasten. Nadat we weer een overheerlijk ontbijt bij de deur hadden gekregen, zijn we rustig gaan afwachten tot het iets beter zou worden. Vanuit het westen zagen we de blauwe lucht aankomen, dus lang zou het niet duren.
Vandaag willen we Hoorn bezoeken.
Tegen de tijd dat de koeien de wei in willen, is het weer voldoende opgeklaard, dat wij ook wel weg kunnen.


      Andijk
Uiteraard beginnen we deze tour ook weer in de Polder het Grootslag.
We rijden zigzaggend naar de Grootslagweg, waar we bij een langwerpig natuurgebied aankomen, dat parallel loopt aan de deze weg. De Kadijk is vele malen door gebroken, zodat we hier ook een aantal welen (ook wel wielen, braken, breken of kolken) op een rijtje vinden: het Valkje, de Put annex de Nieuwe- en Lutjebroekerweel, de Klokkeweel. En daarbij ook nog de Zegersweel, de Ruideweel/Ruiterweel, de Modderweel, de Kadijker- of Grootebroekerweel. Men denkt dat deze welen - net buiten Andijk - te wijten zijn aan de overstromingen in de jaren 1507-1509. De Kadijk - een oude, zo goed als verdwenen middeleeuwse dwarsdijk - zou op verschillende plaatsen doorgebroken zijn. De grootste weel, de Lutjebroekerweel werd in 1872 droog gemaald om een eeuw later - tijdens de ruilverkaveling - weer onder water te worden gezet 1.
De kaart Vc van Beekman, dat een beeld schetst van 1300, laat echter een veenstroompje of kreek zien met een ketting aan plasjes of (veen)meertjes. Gezien de vorm - niet rond - lijkt het er meer op dat het om plassen gaan. Kolken of welen slibben immers niet zomaar dicht, vanwege de gelijkmatige diepte. Maar ook Beekman vermeldt dat de stormvloed van november 1675 de zeedijk bij Scharwoude brak, met als gevolg dat ook de Bulledijk, Schenkeldijk, Zwaagdijk, Keern door de storm van december het begaven, waarna de Oude Dijk, zoals de Kadijk hierboven genoemd wordt, ook doorbrak, met dus de welen tot gevolg. Het een hoeft het ander niet uit te sluiten 2.
En zo rijden we over de Veenakkers langs dit steeds smaller wordende natuurgebied, tot we bij de Tolweg afslaan naar Hoogkarspel.

noten:
1. Historische vereniging "Oud Stede Broec" Strijd om de vrijheid en strijd tegen het water; Westfries Genootschap Archivering 14.9 Natuurgebied De Weelen bij Lutjebroek; Wikipedia Lutjebroek; Bodemkaart van Nederland: schaal 1:50 000 Blad 19 Oost Alkmaar Blad 20 Lelystad / K. Wagenaar, C. van Wallenburg. - Wageningen : Stichting voor Bodemkartering, 1987. - ISBN 90-327-0220-3; Tuinbouwcentrum "De Streek" Bodemkaart Bijlage 1; Alchemilla. - Jaargang 44, nr. 2 Lentenummer De waterhuishouding in De Weelen en het Zanddepôt / Geert Veldhuis. - Ik geef de pen door.... - p. 17;
2. Nederland als Polderland : Beschrijving van den eigenaardigen toestand der belangrijkste helft van ons land, tevens bevattende de topografie van dat gedeelte met de voornaamste bijzonderheden, toegelicht door kaarten en teekeningen / Dr. A.A. Beekman. - Zutphen : W.J.Thieme & Cie, 1932. - 3e druk. - kaart Vc + p. 234

internetraadpleging: 7 - 8-3-2017


      Hoogkarspel
Wanneer we over de Tolweg rijden naar Hoogkarspel zien we in de verte een toren ver boven de bebouwing uitsteken. Het is duidelijk geen kerktoren en dus gaan we er vanuit dat het een oude watertoren is.
Wanneer we bijna de bebouwde kom inrijden, vinden we een veilig plekje om even te stoppen en deze watertoren vast te leggen.
De bijna 50 meter hoge watertoren (495633) is in 1930 gebouwd naar het ontwerp van Barend Ferdinand van Nievelt (Deventer, 28-1-1888 - Utrecht, 31-7-1957) en Willem Mensert (Delft, 22-8-1882 - ?).
B.F. van Nievelt was directeur van PWN van 1-9-1942 tot 1-2-1953 (met een kleine onderbreking). Hij volgde Mensert op die van 6-5-1940 tot 1-9-1942 directeur was. De ene bron noemt het bereiken van de leeftijdgrens als reden van het stoppen van Mensert. Een andere bron noemt het ontslag om politieke redenen. Dit laatste wordt bevestigd door het feit dat W. Mensert met ingang van 1-9-1947 nogmaals, maar nu eervol, ontslag wordt verleend ten gunste van Ir B.F. van Nievelt. Hij was namelijk op 1 juni 1945 opnieuw benoemd tot directeur. Op 29 augustus wordt Ir W. Mensert bij Koninklijk besluit van 25 augustus 1947 no. 5 benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, waarna een afscheidsreceptie wordt gehouden in het hoofdkantoor te Bloemendaal van 15:00-17:00 uur 1.
Aan de toon van door P.W.N. geplaatste mededelingen valt mogelijk een reden te ontdekken van de "politieke redenen". Het verschil van de tussen 1 juni 1940 en 12 juli 1941 geplaatste waarschuwing (vermoedelijk in opdracht van) en de wijziging in leveringsvoorwaarden is overduidelijk.

Via de Streekweg rijden we verder naar Westwoud. Onderweg komen we nog bouwwerkzaamheden tegen van de reeds besproken nieuwe Westfrisiaweg dat hier de Streekweg zal gaan kruisen.

noten:
1. Wikipedia Watertoren (Hoogkarspel); YouTube, 30 apr. 2014 Watertoren Hoogkarspel / Thomas Hagelaars; Dagblad voor Noord-Holland: Alkmaarsche editie | 1942 | 7 augustus 1942 | pagina 2 Nieuwe directeur P.W.N.; Haarlem's Dagblad | 1952 | 7 november 1952 | pagina 2 Ir. B.F. van Nievelt met pensioen; Haarlem's Dagblad | 1952 | 7 november 1952 | pagina 2 Ir. B.F. van Nievelt met pensioen; Overzicht watertorens Nederland Nievelt, B.F. van; Het Utrechts Archief Overlijden Barend Ferdinand van Nievelt, 31-07-1958; Graftombe.nl Nievelt van, Barend Ferdinand; Bevolkingsregister | Breda | Bevolkingsregister Breda 1900-1920 deel 23 p. 203; StamboomNederland Willem MENSERT Collectie Delft Burgerlijke standregister | Delft | AR0015_00071_Delft, Register van geboorteakten, 1882 Pieter Mensert 22-08-1882 Aktenummer 628; PWN en de bezetter in het duingebied Ontstaan P.W.N.; Haerlem : Jaarboek 1947. - Haarlem : De erven F. Bohn N.V., [1948] p. 97, p. 102; Trouw, 16-6-1945, p1 k3 a5 Directeur Provinciaal Waterleidingbedrijf; De tijd, 20-8-1947 Directeur Waterleiding gaat heen; Nederlandsche staatscourant, 2-9-1947 Benoemingen, ontslag, enz.;

internetraadpleging: 7 - 10-3-2017


      Westwoud
Hoewel we in Westwoud talrijke mooie panden en fotogenieke momenten tegenkomen rijden we er toch maar door heen zonder te stoppen. We komen anders nooit uit waar we naar toe willen, is inmiddels onze ervaring.


      Oosterblokker
En zo rijden ook aan de beroemde boerderij De Woudhoeve op nummer 133 voorbij, zonder er erg in te hebben. Hierop komen we nog terug.
We nemen wel in Oosterblokker een momentje voor de toren (14056) van rond 1450 en de Hervormde Kerk (14055) uit de 15e eeuw.

Onze-Lieve-Vrouw Visitatiekerk, Oosterblokker



De volgende kerk betreft een gemeentelijk monument (0498/OB-09) en een veel jongere kerk, het Onze-Lieve-Vrouw Visitatiekerk van de architect Theo Molkenboer (Rijnsaterwoude, 6-11-1796 - Leiden, 11-12-1863). Het is dan ook in 1846 gebouwd.
Er wordt overduidelijk aan iets gewerkt, maar wat er precies gebeurd blijft onduidelijk. Het gaat vermoedelijk om de beschilderingen in de vensters van de toren, die opnieuw geschilderd worden 1.

noten:
1. Wikipedia Onze-Lieve-Vrouw Visitatiekerk (Oosterblokker), Theo Molkenboer (architect);

internetraadpleging: 11-3-2017


      Schellinkhout
Na Oosterblokker rijden we door naar Schellinkhout. Hier laten we ons toch weer verleiden om nog langzamer te rijden en stil te staan, totdat we er toch maar even uitgaan om te gaan wandelen. Het sfeertje dat de meanderende Dorpsweg teweegbrengt, nodigt daartoe tot uit.

Siem de Haan (De Keins, Schagen/Zijpe, Oudesluis, 04-09-1935 - Heerhugowaard, 14-11-2015) uit Heerhugowaard schreef hierover een treffend verwoord sonnet met de titel Skellinkhout.
Dat begint als volgt:
De dorpsweg heb er drie en dertig bochte
en is precies een kronkelende slang
en een toerist onthoudt dat ook heêl lang

De kaart Vc van Beekman, laat het veenstroompje / kreek De Dracht ook wel Drachte, Drecht of Dregt zien. De Dorpsweg ligt op de inversierug van dit voormalig stroompje, waarmee het meanderen dan ook is verklaard 1.
De verklaring van de naam Schellinkhout vinden we mogelijk terug in het Oudfries. Skilenghe betekent namelijk 'scheiding'. Hout is een aanduiding voor bos. Dit zou dan betekenen dat het bos gescheiden lag of dat gescheiden werd door water en dus bos aan de scheiding 2.
Mogelijk kan het bos - denk ik - ook juist de scheiding veroorzaken, dus een strook ondoordringbaar struikgewas.
Langs de Dorpsstraat komen we onder andere een fraaie stolpboerderij met getrapte spiegel. Het heeft een gevelsteen ingemetseld met daarop het jaartal 1612. We zien hierop een drietal vrouwen uitgebeeld en drie kinderen, waarvan er een gezoogd wordt door de middelste vrouw. De linker vrouw houdt een tau-teken vast en achter de rechtervrouw komt een pijlstaart van een anker tevoorschijn.
We komen daarmee weer uit bij het bekende thema geloof, liefde en hoop 3.
Ook hier doet de sfeer aan zoals we het aantroffen in Twisk , waarbij de percelen omringd zijn met een sloot, zoals we hier tegenkomen met de Klinkersloot. Dit bijzonder stukje land, 5 morgen groot, dat omgeven wordt door de sloot werd in 1413 "in onversterfelijk leen" gegeven aan Jonge Claas de Waal, door hertog Willem VI. Jonge was waarschijnlijk de zoon van de schout van Schellinkhout, Claas de Waal, die in 1410 werd benoemd. En zo volgen er vele leenmannen, de laatste van 1811 is Barend Laan.
Welk stuk land er precies wordt bedoeld, blijft onbekend. Het gedeelte van vier percelen met daarop vier woningen dat omringd wordt met een sloot heeft ongeveer de oppervlakte van 1 morgen (ongeveer 1 ha), in dit geval een vierkant van 100 x 100 meter 4.
Met het huis dat "de Klinker" heet en op het perceel langs de Klinkersloot zou hebben gestaan, wordt in ieder geval niet De Steenen Kamer (37141) bedoeld, waar we even daarvoor op nr 61 langsreden. Deze stenen kamer met zijn dikke muren doet meteen denken aan een stins 5.
We rijden even een stukje de Zuiderdijk op tot we zicht krijgen op de Groote Molen (37145) uit 1630 6.

Raadhuis, Schellinkhout
We kunnen hier niet verder en rijden terug en parkeren de wagen even op de dijk bij de toren. Deze zestiende-eeuwse toren (37140) wordt vergezeld door de veertiende-eeuwse Martinuskerk (37139). Onderaan de dijk vinden we het Raadhuis (37142) uit 1765, zoals blijkt uit de eerstesteenlegging door Gerard Jan Schagen, Marytje Wouters Doos, Jan Pietersrz Crimpen, Jacb Pietersz Smit op 23 juli van dat jaar. 7.
De molen en raadshuis vallen - naast een aantal andere gebouwen in het dorp - op door de gebruikte kleurstelling, namelijk die van de twee tinten (zee)groen.

We rijden dezelfde meanderende Dorpsweg terug. Het onthult daarbij weer een ander aangezicht. Via de N506 rijden we naar Hoorn.

noten:
1. Kwartierstaat Siem de Haan / Siem de Haan, met 'Kwartierstaat de Haan' op p. 48-49 (in: Hollands Noorderkwartier, jaargang 28, nummer 2, juni 2014, aflevering 98. - ISSN 1383-6773. - p. 45-49); "Geschiedenis van het West-Friese dorp Schellinkhout" / G. Kazimier (4-2-2017 10:03). Hier is ook het vervolg van de sonnet van Siem de Haan over Skellinkhout te lezen;
2. Wikipedia Schellinkhout; "Geschiedenis van het West-Friese dorp Schellinkhout" / G. Kazimier (4-2-2017 10:03);
3. Wikipedia Tau-kruis; Kerninventarisatie Gevelstenen: Schellinkhout;
4. Westfries Genootschap Archivering: Een kijkje in de geschiedenis van Schellinkhout / Piet Boon : Landbouw en veeteelt (2/8) Grafelijk bezit; Geschiedenis van het West-Friese dorp Schellinkhout / G. Kazimier (22-6-2016 12:19) 1413; Wikipedia Morgen (oppervlaktemaat);
5. Het Hofland te Wijdenes in de 14e, 15e en 16e eeuw / Bernd Ooijevaar voetnoot 2; Historisch Schellinkhout scoort het best in Venhuizen / Jan Peerdeman, p. 97 (in: West-Friesland Oud & Nieuw : 69e Bundel van het Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland'. - Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland', 2002);
6. Wikipedia De Grote Molen (Schellinkhout);
7. Wikipedia Martinuskerk (Schellinkhout), Raadhuis van Schellinkhout;

internetraadpleging: 11 - 12-3-2017


      Hoorn
We parkeren - wanneer we Hoorn zijn binnengereden - de wagen op het grote gratis parkeerterrein op de Nieuwe Wal/ABC. In Hoorn zelf kun je de auto maar max 2 uur parkeren tegen een kop koffie per uur. En zo help je mee om de binnenstad toeristisch autovrij houden. Dichterbij kun je immers niet komen, want je staat al in het historische Hoorn.

Om de gelopen wandelroute in beeld te krijgen, tonen we hier twee kaarten, zowel een hedendaagse als een historische. De benamingen van de straten willen nogal eens wijzigen of zelfs verplaatsen. En dan is het vaak logisch om even terug te kunnen grijpen op de oude situatie.
Aangezien onze kijk op de wereld met 180 graden is gedraaid - van water naar land - dienen de routes ook gedraaid te worden.

Wandelroute Hoorn

bron: Google Maps

bron: Koninklijke Bibliotheek Stedenatlas De Wit: Hoorn; Atlas De Wit : 1698 : stedenatlas van de Lage Landen : van Groningen tot Kamerijk / Marieke van Delft & Peter van der Krogt. - Tielt : Lannoo, 2012. - ISBN 978-94-0140189-0. - p. 88-89

Het huidige ABC-terrein/straat waar de auto geparkeerd staat, was ruim 300 jaar eerder het terrein van de scheepswerven, in dit geval aan de 't Rotte gat. We lopen naar het begin van de oude stad, de Oosterpoort. We steken hiervoor de Willemsweg over om in een groen parkje beter zicht te krijgen op de poort en de hiervoor liggende brug. Dit parkje is dus de plaats van een bastion waarop een standerdmolen stond, dat vermoedelijk als korenmolen werd gebruikt. Dit bastion bij de Nieuwe Oosterpoort werd rond 1602 gebouwd. De molen stond eerder aan de ABC, dat echter later - rond 1794 - zo werd genoemd. Mogelijk zijn deze letters in verband te brengen met de West-Indische Compagnie-uitbreiding van de stad en de daarop geplaatste pakhuizen (nr. 10 - Hoorn 1698) met de namen Aruba, Bonaire en Curaçao.
Maar het kan ook een letterverwijzing zijn naar de bij deze in 1576 aangelegde kadedijk gebouwde bastions. Gezien het jaar van eerste gebruik en de hoeveelheid bastions - dit zijn er namelijk vier - ligt de pakhuizen-versie meer voor de hand.
De molen was echter al voor 1743 verdwenen en heeft hier dus maximaal zo'n 140 jaar gestaan.
Deze gemetselde Oosterpoortbrug met zijn bogen over de verdedigingsgracht Draafsingel is gemaakt in 1763 en is een vervanging van een houten brug dat er daarvoor lag 1.
De Oosterpoort is gebouwd in 1578, waarna er in 1601 een huisje op is gebouwd. De poort heeft mogelijk oudere onderdelen. Ook opvallend is de bocht waarin het is gebouwd. De reden om een bocht in de poort te maken, liggen voor de hand, wapens schieten alleen maar in een rechte lijn. De doorgang is met van elkaar verschillende stergewelven overkluisd 2.
We lopen Tußchen d' Ooster-poorten, de Kleine Oost naar waar de oude Oosterpoort stond. De poort en ophaalbrug lag tussen de Karpers of Ropjes Kuyl en de Vulles Weel of Slapershaven. Deze namen komen in de Karperskuil en Vollerswaal herkenbaar terug. In de sluis - dat de namen Kleine Sluis of Kleine Oostsluis (22608) draagt - komen we twee ingemetselde wapens tegen. Op het oude wapen staat de hoorn (als blaasinstrument). Als schildhouder wordt een eenhoorn gebruikt, dat wel vaker in West-Friesland voorkomt. Het andere wapen blijkt iets lastiger te zijn. Hierover kunnen we tot nu toe niets vinden 3.

Slag op de Zuiderzee | 1573-1600 | anoniem, Westfries Museum, Hoorn
Bossu geslachen
Hier boven zijn portret, beneffens hetzelfde een stuck van den wesentlijcke inquisietie Vlagg Die hij ten thros liet wayen in ’t Jaer 1573 den XI October'

Op dit portretje zien de we de actie van matroos Jan Haring. We vinden hem bovenin de mast van de "Inquisitie" met de admiraalsvlag om zijn middel, naar beneden komen 6.
Op de hoek (met de Grote Oost) vinden we aan de Slapershaven - zoals de straatnaam luidt, terwijl deze haven op de oude kaart aan de andere kant van de Kleine Oostbrug lag - drie panden, waarop het verhaal van de zeeslag op de Zuiderzee te vinden is. Deze zeeslag vond plaats tussen Monnickendam en Hoorn, op verschillende dagen in oktober 1573. De strijdende partijen waren de watergeuzen onder leiding van Cornelis Dirkszoon (± 1542 - Monnickendam, 13 augustus 1583), burgemeester van Monnickendam en de Spanjaarden, dat onder het bevel stond van de Henegouwer Maximiliaan van Hénin-Liétard aka Maximiliaan van Bossu (1542 – Antwerpen, 21 december 1578). Voor deze zeeslag had hij (Van Bossu) in Amsterdam speciaal twaalf schepen en zes jachten laten bouwen. Zijn admiraalsschip "Inquisitie" was zwaar bewapend. De geuzen hadden vijfentwintig schepen tot hun beschikking, maar hadden minder munitie. De geuzen kozen daarom voor entering en man tegen man gevechten. De legendarische matroos Jan Haring uit Hoorn, zag op 11 oktober kans om in de mast van het admiraalsschip "Inquisitie" te klimmen en de admiraalsvlag los te snijden. Deze stunt moest hij echt met de dood bekopen, omdat hij tijdens het naar beneden klimmen werd doodgeschoten en in het water viel. Het had echter wel tot gevolg dat daarmee de strijd was gewonnen.
De andere Spaanse schepen vluchten - in de veronderstelling dat de strijd was verloren - terug naar Amsterdam en Van Bossu werd in het voormalige burgerweeshuis (waar we vandaag nog langs zullen lopen) tot de Pacificatie van Gent in 1576 gevangen gehouden.

De Spaanse Furie | 1576-1585 | anoniem, MAS, Antwerpen.
De andere gevangen genomen - in Spaanse dienst zijnde - soldaten werden geruild met de door Spaanse troepen gevangen genomen Haarlemmers.
Deze Pacificatie werd mogelijk gemaakt omdat de - in Spaanse dienst zijnde - soldaten, huis gingen houden in Antwerpen - dat de Spaanse Furie is gaan heten - om hun achterstallige soldij aan te vullen. Tijdens deze plundering kwamen naar schatting zo'n 2000-2500 mensen om het leven. Hierdoor keerde het volk zicht van hoog tot laag tegen de Spanjaarden. Geen soldaten, geen overwinning, einde Spaanse oefening 4.

Hoorn, Slapershaven

Bossu Zeeslag
D IO MD II DAG 1573

O Loffelijke daed O! schoon gulde tijden!
Wie dat er aan gedenkt, Die moet hem nog verblijden.
Het land dat schut, en beeft, den vijand die komt aen:
Hij wil met amalek. gantsch Israël verslaen.
Hij koomt met groote magt, Maar Godt heeft ons gegeven
ook Arons ende hurs, wiens namen zijn geschreven.

En sonder twyefel dit daer synder ook in 't midden
Daer synder op het lant die Godt met Mooses bidden
Tot dat men over wint gelyck het is geschiet
Waer van men huyden noch een klare teken siet

Tot eer van haer geslagt tot lof van dese daad
Die klampen hem aen boort die weten noch wel raedt
Hier is Hoorns Hop, daer gaet 't op een veghten
Daer siet men't een schip vast aen 't ander heghten
Daer siet men reghte liefde daer doet met onderstant
Daer veght men sonder gelt voor't lieve vaderland

De zeeslag - hier genoemd als Bossu Zeeslag - vond plaats op de 10 maand op de 11e dag in 1573. Het schip dat boven deze dagtekening staat, is "De Eendracht". De naakte vrouwen die in een schelp staan met een door de wind gebolde doek fungeren als een verwijzing naar de scheepvaart (Grieks/Romeinse) godinnen Afrodite/Venus en Fortuna. De conclusie die in Antwerpen wordt getrokken bij het beschrijven deze godin, is dat het eigenlijk moet gaan om Nehalennia. We komen haar langs de Schelde veelvuldig tegen .
Naar verluidt werden er door de geuzen 6 schepen buitgemaakt en met ruim 300 man (dus gemiddeld zo'n 50 per schip) 5.

Na dit, voor ons leefgebied zeer belangrijke geschiedenislesje - het zal immers een keerpunt blijken - lopen we langs wat nu de Gedempte Appelhaven heet. Voorheen was dit de Oude Haven. De even nummers de Gedempte Appelhaven zijn dus gebouwd op de plek van de Oude Haven.

Twee druk- en spelvarianten van Chroniick van Hoorn van Velius.
Dit brengt ons Op d' Oude Doelen of Oude Doelenkade aan de Binnenhaven, zoals deze oude haven is genoemd. Nu kijken de bewoners van de nieuwbouw en authentieke pakhuispanden tot statige optrekjes over de haven naar een groen bomeneiland. Voorheen was dit eiland ook volledig bewoond aan de straten Baadlant en 't Raeckxsien.
Tegenwoordig wordt Baadlant geschreven als Baadland. Het zou gaan om het gebied waar men aan zee kwam baden. Het is weliswaar een rond het begin van de 16e eeuw uit zee gewonnen gebiedje ter bescherming van de haven en kade, als buffer tegen de zee.

Theodorus Velius
bron: Chroniick van Hoorn, 1648.
Het wordt door Theodorus Velius, geboren als Dirk Seylmaker (Hoorn, 10-1-1572 – Hoorn, 23-4-1630) - waarvan we later nog een beeld zullen tegenkomen - voor het eerst in 1503 genoemd. Hij heeft het over 't Baedlandt (1617) en 't Baedtlant (1648), wanneer hij het over de verdieping van de Nieuwe Haven heeft, waarvan hij meent dat dit tussen de Oude Doelen en Baadlant ligt. Merkwaardig aan beide versies is, dat er slechts twee woorden zijn gewijzigd, waarvan een dus Baadland. Het deel 'land' wijzigt van 'landt' naar 'lant', terwijl 'landts' - twee regels er boven - hetzelfde blijft.
Voor 1823 waren alle bebouwing tijdens de Eeuw van Verval al afgebroken 7.
En dan hebben we nog dat andere straatje 't Raeckxsien of mogelijk 't Raeckxsjen. In Haarlem kennen we Raeckx als het beekje dat langs de stadswallen liep, maar ook door de stad. Om de toegang tot de stad af te sluiten, werd de poort afgesloten met een ketting ofwel een raex, ook wel raecks, raecse en modern raaks of reeks. We konden daar dan ook een Raexcer graft, een kettinggracht vinden. Voor deze Hoornse naam kan hetzelfde opgaan. In een Hoorns speel-werk komt een afgeleide als volgt voor:
Men gaet al voort, en soekt de Zee-kastelen, daer
Den Brit de toegangh sluyt, met Schip en Raecks, om haer
Te hoeden voor 't gewelt, en onverwacht gevaer
Der Nederlander


Inden Oste[r]varer (1616) & Inde Stretsvarer (1618)
Hier is Raecks ook gebruikt als ketting 7.

Op een aantal panden van begin 17e eeuw, 1616-18, kunnen we diverse gevelstenen vinden (22534, 22535, 22536). Opvallend zijn ook de gewoon-ogende deuren op de eerste verdieping.
De gevelstenen met daarop twee schepen geven de handelsbetrekkingen aan. Inden Oste[r]varer geeft de handel in de Oostzee gebieden aan. De schepen trokken dan door de Sont - waar ze belasting aan de Deense koning moesten afdragen - en deden de vele havensteden aan in de Oostzee.

bron: Soundtoll : Hoorn
Zodoende kunnen we van ruim vier eeuwen de scheepsbewegingen terugvinden. De reizen gingen van de havens aan de Oostzee, via soms het thuisfront of andere havens in ons leefgebied, naar de havens aan de Spaanse en Portugese kust. De schippers waren de transporteurs van de goederen, maar kochten het ook in en handelen ermee.
De Sont in vogelvlucht, gezien naar het zuiden. Op de voorgrond zijn vijf Nederlandse schepen zichtbaar. Rechts liggen onder andere slot Kronborg, Elseneur en Kopenhagen.
Gerard van Keulen en zoon, 1726
bron: het geheugen van nederland

Ze haalden er haring, zuivel en zeezout en brachten dit naar de plaatsen die het konden gebruiken. Er werden vervolgens granen - waaronder tarwe, rogge en gerst - voor brood, graanpap en bier weer mee teruggenomen. Deze handel vond al zeker plaats sinds de twaalfde eeuw - de start van de Hanzetijd, waarbij Kampen in ons leefgebied op dat moment de grootste handelsstad werd .
Zoals we inmiddels - zie Medemblik - weten, begon deze handel niet met de Hanze, maar was al eeuwen daarvoor gaande.
De ander gevelsteen Inde Stretsvarer vertelt het verhaal van de handelsuitbreiding dat de Levantvaart, de oostelijke straatvaart is gaan heten. Dit is afkomstig van het Spaanse Levante, dat Oostland betekent. Hier konden ze handel drijven met alle havensteden aan de Middellandse Zee. Dus tot en met het Ottomaanse Rijk (14e eeuw - 1-11-1922).
Om de Spanjaarden tegen te werken - die wegens voedseltekorten zelfs hun eigen handelsblokkade niet konden handhaven - kregen ze eerst de mogelijkheid om onder Franse vlag te gaan varen. Daarna volgde Engeland met eenzelfde variant. Van het Ottomaanse Rijk kregen ze toestemming om onder eigen vlag te varen. Dit zal mee hebben geholpen aan de totstandkoming van de kreet, die de geuzen gingen gebruiken Liever Turks dan paaps (eigenlijk Liever Turks dan paus) tijdens de strijd tegen de Spanjaarden. Blijvende herinneringen vinden we dan ook terug in Zeeland, met bijvoorbeeld Turkeye . Dat deze nieuwe route naar het oostelijke gedeelte van de Middellandse Zee belangrijk was voor de handelaren van de Republiek, komt natuurlijk doordat hierdoor de grote handelsroutes over land - vanuit China, Mongolië en India - daar samen kwamen. Maar ook deze route was, zoals we inmiddels weten, niet nieuw. Het voorbeeld van Pieter Pot (20-8-1375 - 20-8-1450) spreekt boekdelen . Maar ook al eeuwen hiervoor stonden de Friezen in contact met producten die werden aangevoerd via de zijderoute en met de Arabieren en Byzantijnen. Deze handelsroute liep echter via de Oostzee en de grote rivieren door het hedendaagse Russische gebied naar de Zwarte Zee en Kaspische Zee.
Hierna volgde de gedachte, kunnen we het niet zelf daar rechtstreeks vandaan halen, met het gevolg van het creëren van nieuwe handelsroutes 9.
We lopen verder naar de Veermanskade waar we - naar het lijkt - een typisch Fries tekstje tegenkomen op een luik van een van de schepen, die hier liggen aangemeerd:
Varen is mijn lust
Wil mij dat niet
beletten
door Mensenhand
Vervormt
met Dyken
en door
Wetten

Dit schrijven is een bijna identiek aan het gedicht De inpoldering van Gerrit Portengen, dat is verschenen (tijdens een presentatie door Midas Dekker) in In de branding van het leven (ISBN 978-90-813286-2-3) en gaat als volgt:
Varen is mijn ambt
Wil mij dat niet beletten
Door mensenhand vervormd
Door dijken en door wetten
10.

Een eindje verderop vinden we een uiting van het vervolg van het vinden van de nieuwe handelsroutes en welke avonturen dit opleverde. Bij 't Hooft en inganck van d'oude havens vinden op de kade "De scheepsjongens van Bontekoe" met de tekst als "Verlaat je schip niet, voordat het onder je bezwijkt". De reis naar Oost-Indië vond plaats in de jaren 1618-20, aldus een plaquette dat op 18 maart 1994 is onthuld door prinses Margriet. Johan Fabricius schreef dit grotendeels gefantaseerde 'jongensboek' in 1924 met gebruikmaking van de journaals van schipper Willem IJsbrandtsz. Bontekoe uit Hoorn, die de gedenkwaardige beschrijving van de reis in de jaren 1618 tot en met 1625 naar Oost-Indië vastlegde. Hiervan zijn bewerkte versies beschikbaar,
maar ook van de eerste drukken van Journael ofte Gedenckwaerdige beschrijvinghe vande Oost-Indische reyse van Willem Ysbrantsz. Bontekoe van Hoorn begrijpende veel wonderlijcke en gevaerlijcke saecken hem daer in wedervaren; begonnen den 18. December 1618. en vol-eynd den 16. November 1625 zijn er ook twee versies (1646 en 1648) beschikbaar.
Willem Ysbrantsz. Bontekoe (Hoorn, ~2-6-1587 - Hoorn, 3-1657) kwam op 31-jarige in 1618 in dienst van de VOC en kreeg in december het gloednieuwe Hoorns schip Nieuw Hoorn, dat met 350 last driemaal zoveel als zijn eigen (1/32 deel) verloren gegane schip De Bontekoe kon vervoeren. Het personeel van dertig man vervijfvoudigde naar ruim 150 man. Hoewel hij een van vele schippers was die ons leefgebied kende, kon hij niet bevroeden dat zijn journaal, dat tien jaar voor zijn dood verscheen, eeuwenlang een van de meest gelezen verhalen zou worden 11.
De Hoofdtoren (22411) komt over als een beetje een vreemd gebouw. Het lijkt alsof er iemand met een mes er een groot stuk heeft afgesneden en alleen het kontje heeft laten staan.
Het is eigenlijk een vergrote weergave van de toenmalige ronddeel- of waltorens die op de noordelijke wallen stonden. Het torentje bovenop het dak laten we dan even buiten beschouwing. Aan zeezijde zijn de bijna 1½ meter dikke uit Goberganger kalksteen opgetrokken muren door zijn witgele kleur voor de zeelieden al van verre zichtbaar.
Dit verdedigingswerk werd in 1532 gebouwd, maar werd in 1614 niet meer nodig geacht. De Noordse Compagnie nam hierin zijn intrek. De Noordse Compagnie bestond slechts kort. Het werd op 27 januari 1614 opgericht en nadat belangstellende steden ook een kamer hadden gekregen, werd het octrooi - de monopoliepositie binnen de Republiek - goedgekeurd. Hoewel er geen kooplieden van Hoorn mee wilden doen, nam het stadsbestuur van Hoorn zelf het initiatief om een kamer op te richten. Naast Hoorn kwamen er ook kamers in Enkhuizen en Rotterdam. Bijzonder aan dit octrooi was, dat het betrekking had op activiteit op vrije zee. Dat was nog niet eerder voorgekomen. Men ging zich namelijk bezighouden met de walvisvangst ten behoeve van de traan in het gebied tussen Nova Zembla en de Straat Davis (ten westen van Groenland). Alle kamers opereerden echter zelfstandig en hadden eigen schepen en traankokerijen op de kusten van Spitsbergen en/of Jan Mayeneiland. In 1617 traden de eerste Hoornse kooplieden toe als bewindhebbers. Het waren Jan Jansz Moelenwaerf en Willem van Someren Sr.
In de kamer van de Compagnie hing een fraai houtsnijwerk, dat nu te bewonderen is in het Westfries Museum (of p.40 Oud Hoorn). Vanaf de jaren dertig - de prijs van traan is behoorlijk hoog - nemen de geluiden toe om de octrooi niet meer te verlengen en daarmee het monopolie op te geven, zodat iedereen die het wil, ook kan. Het toch toekennen van het octrooi, ondanks de afkeuring van de Friese staten (die op dag van goedkeuring, 25 oktober 1633, niet aanwezig waren), betekende onnodige onderlinge strijd. In 1635 zonden de Friezen drie schepen naar het gebied om daar vlakbij op de walvissen te jagen. Vanaf 1636 mochten ze ook aan land om de werkzaamheden te verrichten. Omdat er geen ruimte meer was op Smeerenburg voor nog een traanovens, weken ze uit naar de baai dat tegenwoordig Virgohamna heet. Deze Harlinger traankokerij van de Friese Compagnie was de laatste dat opgenomen werd in de Noordse Compagnie. Op 11 december 1636 werd de onlangs verlengde octrooi alsnog nietig verklaard, waarmee een einde was gekomen aan het bestaansrecht van de Compagnie 12.

De "recht gesneden" voorkant van de Hoofdtoren is opgetrokken uit baksteen.
We hebben intussen we weer trek in een cappuccino en wat eten. We kiezen voor het terrasje van De Volendammer op de hoek Hoofd/Italiaanse Zeedijk dat voorheen de Hout Wallen heette en onbebouwd waren.

Nadat we weer een beetje uitgerust zijn, lopen we naar het Oostereiland, waar we een bezoek gaan brengen aan het Centrum Varend Erfgoed Hoorn. Hier ligt de Halve Maen, de snelle, niet al te grote, goed manoeuvreerbare jacht, die begin 17e eeuw ook wel pinas werden genoemd. Het is een driemaster, zoals altijd alle jachten zijn, met een fokkemast, de grote mast en de bezaansmast. Dit is de tweede replica van het VOC-jacht de Halve Maen.
De eerste replica van Halve Maen in 1909. Met enkele mensen aan boord geeft het goed aan hoe groot het schip is.
bron: Henry Hudson's reize onder Nederlandsche vlag van Amsterdam naar Nova Zembla, Amerika en terug naar Dartmouth in Engeland 1609, p. LXXVI 13

Op 23 juli 1988 werd er op de Snow Dock werf in Albany, NY met de bouw begonnen op initiatief van Andrew Hendricks. Zijn verre voorouders vertrokken in 1659 vanuit Barneveld naar het 'nieuwe land'. De ervaren scheepsarchitect Nick Benton gaf leiding aan dit project, waar een grondige studie van de zeventiende-eeuwse bronnen en de eerste replica uit 1909 aan voorafging.
Men vermoedt dat het origineel zo rond 1606 van stapel liep. De Engelse kapitein Henry Hudson ging er in 1609 mee op ontdekkingstocht, wat later zou leiden tot stichting van Nieuw-Nederland en de nederzetting Nieuw-Amsterdam (het huidige New York). Het Memoriael vermeldt hierover "Schepen Ao 1608 van Amsterdam wtgeuaren" een jacht "Halue Mane" vermeld, metende 40 lasten en gevoerd door den "Schipper Heijndrick Hoitsen" [Hudson]. Tien jaar later wordt waarschijnlijk dezelfde Halve Maen bij het eiland Onrust door de Engelsen bij de belegering van Jacatra in 28-29 december 1618 vernield 13.

Nadat we in de ontvangstruimte zijn ontvangen en hebben afgerekend, kunnen we ons alvast enigszins inlezen. Wanneer het moment van de rondleiding is aangebroken, worden er eerst een aantal zaken in het algemeen verteld om vervolgens in kleinere groepen door diverse vrijwilligers door het schip te worden geleid, waarbij steeds een ander vrijwilliger het verhaal overneemt.
We laten de foto's het verhaal vertellen, al zul je daarvoor waarschijnlijk eerst een rondleiding hebben moeten ontvangen.


Jacht Halve Maan, Hoorn

Wanneer we weer van het schip af zijn, bekijken we nog enkele dingen in het Centrum Varend Erfgoed. Het is mooi om nog enkele foto's te zien van de situatie voor de afsluiting van de Zuiderzee met de Afsluitdijk. Men had toen rekening te houden met eb en vloed. De havens vielen toen tweemaal daags droog. Nu is het IJsselmeer een grote vijver, waarbij het waterpeil op een mooie hoogte wordt gehouden, zodat er altijd overal voldoende water staat.

Op de terugweg - van het Oostereiland af - komen we aan het einde het veteranenmonument ‘Bagage voor het leven’ tegen. Het monument bestaat uit een achttal bankjes met daarop een zitplaats. Hierbij zijn de plunjezakken en koffers als figuurlijke bagage geplaatst. De banken vertegenwoordigen de diverse missies - Nederlands-Indië, Nieuw-Guinea, Korea, Libanon, voormalig Joegoslavië, Irak, Afghanistan en een algemene voor alle (nog) andere niet genoemde missies - die zijn uitgevoerd. Het monument is ontworpen door Frank Halmans (Heerlen, 1963) en zaterdagmiddag 22 juni 2013 onthuld door Ton van Weel van de Stichting Veteranen Hoorn en de burgemeester Onno van Veldhuizen. Voor initiatiefnemer en Indiëveteraan Johan Schaafsma (Amsterdam, 25-09-1925 - Hoorn, 28-08-2012) - hij was hiermee sinds 2007 actief bezig - kwam de onthulling voor dit € 70.000,- kostend kunstwerk te laat 14.

We vervolgens onze wandeltocht en lopen een stukje over Achter op Het Zand, nemen het eerste steegje Melknapsteeg en krijgen op de oude kaart weer vaste grond onder de voeten. We lopen over de Italiaanse Zeedijk even een stukje richting de Hoofdtoren om toch maar de Brouwerijsteeg in te gaan. Deze steeg is vernoemd naar de brouwerij van de familie Van Foreest. Nadat de steeg een haakse bocht heeft gemaakt, komen we weer uit op de Melknapsteeg. Deze steeg is vernoemd naar de Hoornse kaper, Willem Melknap die - waarschijnlijk met kaperbrief, dus dan mocht het - in 1625 met een flinke buit aan de kade aanmeerde. Het brengt ons naar de Nieuwendam, waar we uitkijken op Venidse (Venitze), een eiland in de Oude Haven. Dit (schier)eiland ontstond nadat bij de Oude Haven van 1420 een nieuwe gracht in 1558 langs de Korenmarkt werd gegraven. Oorspronkelijk - volgens het Schotboek van circa 1436 - werd het Venegem genoemd, dat wijzigde in Venedien (Velius) en vervolgens Venidze (Blaeu) werd genoemd. Met de Italiaanse Zeedijk in ons achterhoofd, is de vernoeming naar Venetië of zoals ze het zelf zeggen Venezia / Venezsia niet vreemd. Er werd immers met deze plaats veelvuldig gehandeld 15.

We lopen het rondje om de haven, langs de Vismarkt en Appelhaven. Via de Appelsteeg komen we uit op de Grote Oost die ons naar het plein brengt dat een bijzondere naam draagt, de Roode Steen. Er is ook een ronde rode steen te vinden. Dit verwijst naar de terechtstellingen die hier plaatsvonden. De kelder van het stadhuis diende namelijk als gevangenis, zodat de terechtstellingen voor de deur plaats konden vinden. Het stadhuis stamt uit 1420 en stond op de plek waar nu Grand Café en Restaurant Winston gevestigd is. Het was voorheen groter, we zien de omvang van het oudere gebouw in de bestrating terug, wanneer het niet uit het zicht wordt genomen door het terras van Winston. Op de plek waar het gebouw stond zijn de kasseien recht gelegd in plaats van de gewaaierde vorm, zoals we ze op de rest van het plein zien. In 1964 is hiernaar een wetenschappelijk nieuwsgierige opgraving gedaan, om de contouren van de in 1797 ter sloop verkochte raadhuis te onderzoeken.
Literatuuronderzoek levert de volgende gegevens op.
In de dertiende eeuw was hier een marktplaats. In de Dijk was een grote sluis met een overtoom aan de oostzijde van het later zo genoemde Roode Steen, dat het overtollige water in zee kon laten stromen. De Gouw was de tocht binnendijks.
Rond 1420 werd het plein voor het eerst versteend.
In 1426 werden de 500 gewapende mannen van Jan de Villers, Heer van Liliadam, waaronder 300 Piccarden, bekend als kloeke handboogschutters, onthaald op een maaltijd die geserveerd werden op lange tafels op het gehele Roode Steen. Daarna gingen ze door de Noorderpoort naar de Kermers om slag te leveren bij de Zwaagdijk.
In 1480 werden talloze, uit andere steden gevluchte burgers, in Hoorn opgenomen. Hiervoor moesten ze echter op de Roode Steen neerknielen en ten overstaande van de aanwezige gemeente zweren "ten heylighen dat sy nu noch tot geenen tijden naer eenige stadtsampten souden staen oft de selve bedienen".
In 1516 werd de Roode Steen verhoogd.
In 1526 werden op de Roode Steen teertonnen gebrand als teken van vreugde wegens de afkondiging van de vrede met Frankrijk.
In 1560 werd de Inquisitie ingevoerd en dat stuitte velen tegen de borst. Het plein Roode Steen en de Kerkstraat werden verhoogd. Het jaar daarop werd de gracht overwelfd om daarna Nieuwstraat genoemd te worden 16.
Het opmerkelijke aan deze opsomming van gebeurtenissen dat de Roode Steen naast voornamelijk als markt wordt gebruikt, er allerlei gedenkwaardige momenten worden doorgebracht die allerminst bloedig zijn.
D.G. Muller komt met een herkenbaar verhaal, dat recht doet aan de verdere omgevingsinrichting. In vroegere tijd, zo schrijft hij, hielden de meeste Germaanse volksstammen - waaronder dus ook de Friezen - hun rechtspraak op een grote platte steen, de gerechtssteen genaamd. Deze was gelegen op het open veld op een heuvel onder een boom. Dit komt overeen met de verhalen van de Upstalsboom en dingplaatsen zoals we bijvoorbeeld bij Harago (Kethel) bij Vlaardingen zien . Na de overgang naar het christendom en vreemde overheersing waren er drie standen van rechtspraak, waarbij die van de religie werd aangeduid door een rood gerechtssteen, die op de plek was ingelegd waar het recht werd gesproken. De andere twee waren wit (adel, graven, baljuwen) en blauw (steden en burgerschap). Hoorn had alle drie.
Zo lag in Leiden de rode steen voor Marendorp, de wijk van de geestelijkheid. En zo geeft Muller nog een aantal voorbeelden, waaronder dus de roôsteen, hier op de grote markt aka Roode Steen. De gemeente Hoorn houdt liever het bloederige verhaal in stand en het Westfries Museum bewaard dan ook het originele rode steen.
Deze steen - dat mogelijk het desbetreffende steen van Hoorn is - bestaat uit 5 delen, waarvan 3 stukken in het Museum te zien zijn. De steen is gemaakt van Bentheimer Zandsteen. De eerste vermelding van het delven van zandsteen in Bentheim is van rond 1250. Het is dus goed mogelijk dat bij de eerste verstening van het plein in 1420 hierbij ook een nieuw 'rechtssteen' is geplaatst. Hoewel de Bentheimer zandsteen ook in een roodachtige kleur voorkomt, heeft het veelal een grijzig gele kleur. De steen dat nu op het plein ligt is hier rond 1880-90 neergelegd 17.

Naast deze vermeende terechtstellingssteen vinden we standbeeld van Jan Pieterszoon Coen (Hoorn, 7 of 8 januari 1587 – Batavia, 21 september 1629). We lezen op 20 september 1892 in de krant dat de Gemeenteraad van Hoorn heeft besloten om de onthulling plaats te laten vinden op 29 Mei 1893.
Dit is namelijk de datum dat Coen de slag bij Jacatra won, maar dan in 1619. De festiviteiten begonnen inderdaad op 29 mei, met een toneelstuk van Jacob van Lennep. De rederijkerskamer Westfrisia voerde zijn stuk De stichting van Batavia op in de Parkzaal, waar ruim 700 mensen naar toe kwamen om te kijken. In zijn historische toelichting meldt hij dat lezer zo zelf kan nagaan in hoeverre en waar hij is in zijn spel in afgeweken van de geschiedenis. Met de bloedige overwinning op Jakatra, waarbij de stad in vlammen opging en de niet-gevluchte - met uitzondering van vrouwen en kinderen - werden vermoord.
Dat daarna in 1621 een nog grote bloedbad werd aangericht bij de verovering van Lontor, waarbij iedereen - mannen, vrouwen en kinderen - worden vermoord en tevens honderden slaaf worden gemaakt. De belangrijkste Bandanezen - ruim veertig - worden gevangengenomen, gemarteld en in opdracht door Japanners onthoofd. Vele tijdgenoten vonden beide acties niet door beugel kunnen. Maar waarom dat toch een standbeeld zo veel jaar later? In deze nationalistische periode wilde men Coen - ondanks deze zwarte pagina's in zijn geschiedenis - memoreren voor het leggen van de grondslagen het Koloniale Rijk en zijn persoonlijkheid dat als voorbeeld gold.
Ook zijn intussen de oorlogsschepen aangekomen die de 31e in de haven feestelijk versierd zullen worden met een lijn met seinvlaggen.
De onthulling van het beeld vond echter plaats op dinsdagavond 30 mei 1893. De beeldhouwer van het beeld, Ferdinand Leenhoff (Zaltbommel, 24-5-1841 - Nice, 25-4-1914) - natuurlijk bij de onthulling aanwezig - werd dezelfde avond bij het Koninklijk besluit van 26 mei 1893 no. 16 benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandsche Leeuw. Het beeld werd gegoten door de firma C.J. Marijnen in Breda, waarmee dit hun derde beeld werd.
huidige tijdsgeest uitlegbord beeld Coen, Hoorn

Aan het begin van dit decennium laaide de discussie rondom het beeld van Coen weer op. De gemeenteraad nam op 13 maart 2012 het besluit om het beeld te laten staan, maar wel met toevoeging van de tekst dat hij omstreden is. Dit besluit lijkt tamelijk uniek. Aan de wensen van de negentiende-eeuwers wordt blijvend voldaan. De geschiedenis wordt - juist - niet geschoond en het beeld wordt met tekst en uitleg gecorrigeerd, waarmee voldaan wordt aan de uiting van de huidige gevoelens, normen en waarden. En tevens wordt er nog ruimte gevonden om mensen / de toerist naar het Westfries museum hiernaast te lokken. Er wordt hiermee duidelijk geschiedenis geschreven 18.

Adema 21 | 1960 | Jant Smit, Westfries Museum, Hoorn


Dodo | 2000 | Peter Petersen, Westfries Museum, Hoorn


Stedeband Hoorn - Pribram | 1997 | Dagmar Cápová, Westfries Museum, Hoorn

Vanaf het Coen-beeld hebben we een mooi uitzicht op het Westfries museum. Dit monument (22558) met zijn rijkelijk versierde gevel uit 1631, was voorheen de vergaderplaats van de Gecommitteerde Raden in West-Friesland en het Noorderkwartier, dat onderdeel was van de Staten van Holland en West-Friesland. Het museum wordt in 1994 uitgebreid met de naastgelegen samengetrokken panden, dat in 1790 een gezamenlijke voorgevel kreeg, zodat wij er slechts een pand in zien (22572) 19.
We kunnen het niet nalaten om even een kijkje te nemen. Bij de voordeur zijn meteen al diverse beelden te bekijken, waaronder een stier, een dodo en een plaquette.

Jant Smit - Adema 21 - Arie en Kees Ruyter tijdens de onthulling op 11-9-1961 bij het K.I.-station te Sijbekarspel

bron: Over Westfriese rundveefokkers / K.P. Stapel (in: West-Frieslands oud en nieuw, 31e bundel, 1964. - Hoorn : Het Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland', 1964)
De stier blijkt een beeld te zijn van de beroemde stier Adema 21 van De Woudehoeve in Oosterblokker. In 1940 haalden de Gebroerders Ruyter (Kees en Arie Ruyter) een stierkalfje, de Oldambster Adema (Beerzerveld, 1940 - ?), uit Groningen om mee te gaan fokken. De kleinzoon van deze stier, Adema 21 (Oosterblokker, 17-2-1946 - Oosterblokker, 16-11-1960) werd wereldberoemd. Vader was Dina Lindbergh Adema (1943-1949). Van Canada en Noord-Amerika tot aan Nieuw-Zeeland toe, de veehouders kenden allemaal De Woudehoeve. Adema 21 kreeg dan ook meer dan 8.000 nakomelingen. In juni 1952 kwamen zelfs de koningin met prinsgemaal op bezoek om een kijkje te nemen. Het beeld is gemaakt door Jant Smit (Midwoud, 28-8-1919 - Amsterdam, 8-12-1969) aka Jantje Sawade, Jantje Sawade-Smit, Jantje Smit. De Dodo is gemaakt door Peter Petersen (Hilversum, 1947) en is in 2000 aangekocht door Westfries Museum. De Nobelprijswinnaar theoretische fysica van 1999 prof. dr. M.J.G. Veltman (Waalwijk, 27-6-1931) - naar verluidt bewonderaar van het werk van Petersen - onthulde de Dodo zondagmiddag 24 september 2000 om drie uur.
De plaquette Stedeband Hoorn - Pribram is gemaakt door Dagmar Cápová. Dagmar Čápová (Rokycany, 16-1-1953) maakte deze plaquette in 1997, ter gelegenheid van het eerste lustrum van deze stedenband. Hierin zijn de typische architectonische elementen van beide steden terug te zien. Het is op 4 oktober 1997 onthuld door wethouder Vprek van Příbram.
Příbram ligt in de Bohemen, Tjechië en ligt hemelsbreed zo'n 30km van haar geboorteplaats Rokycany. Beide plaatsen liggen aan zijtaken van rivieren die via de Moldau en Elbe in verbinding staan met Hoorn 20.

Binnen bekijken we uiteraard het museumwinkeltje. Hoewel Aen taefele niet specifiek over West-Friesland gaat, de ondertitel luidt namelijk Eten en leven in de late middeleeuwen sluit het perfect aan op de zaken die we hebben gezien in het privémuseum Pelgrom in Antwerpen. Daarnaast is de verwachting dat de teksten van Sebastiaan Ostkamp en de foto's van Walter Lensink voor enige herkenning zullen zorgen, zodat er betekenis ontstaat. Uitgeverij PolderVondsten heeft een mooi boekwerk van gemaakt.

En vanaf het plein hebben we weer goed zicht op een aantal andere panden. Zoals de Koepelkerk of R.K.-kerk Sint Cyriacus en Franciscus (333537), gebouwd tussen 1879-1882 door de architect Adrianus Cyriacus Bleijs (Hoorn, 29-3-1842 - Kerkdriel, 12-1-1912).
Aan de ander kant zien we het met natuursteen beklede Waaggebouw (22564) uit 1609, naar het ontwerp van Hendrick de Keyser (Utrecht, 15 mei 1565 - Amsterdam, 15 mei 1621). Hierin is nu Restaurant d'Oude Waegh gevestigd. Op hun historiepagina laten ze een aantal fraaie beelden van weleer zien, waaronder de weegruimtes 21. Een ander bijzonder pandje is In d'Yserman (22559). De gevelsteen van Bentheimer zandsteen wijst uit dat het uit circa 1570 stamt, waarmee we mogelijk ook de leeftijd van het gebouw hebben, waarin vermoedelijk een ijzerswarenbedrijf gevestigd was of zo men wil een smederij voor wapens (zwaarden, messen enzovoorts) tot allerhande ijzeren gebruiksvoorwerpen.
Tegenwoordig geeft dit pand onderdak aan het restaurant La Cabana Argentina 22.

Hoogste tijd om de Grote Noord in te lopen, want daar zien we de eerste boekhandel, waaraan we een bezoek kunnen brengen. De Hoornse Boekhandel valt in het straatbeeld nauwelijks op. Maar dat geldt in deze winkelstraat voor bijna alle winkels. Dit komt het straatbeeld ten goede. Een simpele verticale lichtbalk, met daarop "Boeken" wekt net genoeg aandacht om naar de etalage lopen. De twee ramen vertellen in een notendop de thema's waarin deze boekhandel zich manifesteert kinderboek, koken, sport, muziek, spanning en geschiedenis krijgen nu meer aandacht. De doos "Dwars door de Dijk" eist meteen alle aandacht, dat bij binnenkomst als eerste wordt bekeken. Hieruit blijkt ook meteen de betrokkenheid van deze boekhandel. Deze doos bestaat uit vier delen. De ondertitel Archeologie en geschiedenis van de Westfriese Omringdijk tussen Hoorn en Enkhuizen nodigt uit om dieper de dijk in te duiken om zo het ontstaan en voortgang van deze dijk beter te begrijpen.
Dat de eigenaar Baptiste Overbosch, tevens Rotary-lid, een passievol boekenman is, blijkt uit de ideeën die hij heeft over zijn invulling van de winkel, het vak en vooral de lezer(sbehoefte).
Er liggen dan ook behoorlijk wat interessante titels, die veelal diepgravend zijn. Om het zelf behapbaar te houden beperken we het tot slechts een andere titel, waarvan we vermoeden, dat we die niet meer tegen gaan komen. Het zal de omslag in denken in de laatste periode van de 19e eeuw en begin 20e eeuw helpen te verhelderen. Het gaat over een pionier, die vanwege zijn positie en ideeën vaak alleen stond, maar voor de jongere generatie een inspiratie zal blijken.
Kortom, we zijn blij dat we deze boekhandel binnen zijn gegaan. Tijdens het afrekenen wordt er nog gevraagd en opgemerkt - al begrepen hebbend, dat er 'toeristen' in de zaak zijn - dat de inhoud van Dwars Door De Dijk wel héél specialistisch is, waarop de reactie bevestigend is met eindelijk iets diepgravend. Hierna volgt de suggestie om zeker ook nog even het buurtje achter de zaak te bekijken. Een die we ons zeker ter harte zullen nemen 23.

Nadat deze massa aan boeken even snel naar de auto zijn gebracht, want met deze kilo's wordt het niet fijn wandelen, gaan we even op het terras van Winston zitten. Na een verkwikkend drankje lopen we de Ouden Noort op, dat tegenwoordig dus Grote Noord heet en vanaf de Breed, Kleine Noord. Deze straat liep naar de Noorderpoort, waarvoor de Paardenmarkt was.
Bij de Koepelkerk komen we de 4e markering gefusilleerden met de titel Steun van Truus Menger-Oversteegen (Schoten, Haarlem, 29-8-1923 - Grootebroek, Stede Broec, 18-6-2016) tegen. Dit beeld is de vierde uit vier hand-beelden die een aanvulling zijn op het verzetsmonument uit 1947, dat aan de Grote Kerk geplaatst is. Hierop staan de namen van mannen die de hoogste prijs betaalden: Johan Versfelt, Gerardus Cornelis Jonker, Jacob Wilhelm Jansen, Hendrikus Marinus Immig en Johan Theodoor Joseph Janssen.
De handen zijn op 4 mei 1990 onthuld en hebben allen een vers van Margreet van Hoorn. Bij deze vierde staat het volgende geschreven:

'Leg je hand
maar over mijn hand
Hou me vast, geef me kracht
blijf bij me in wanhoop
en eenzaamheid
tot het is volbracht...'

De Handen maken tevens onderdeel uit van de Wandeling 40-45, waarin stil wordt gestaan bij de diverse gebeurtenissen en bijbehorende gevoelens van de Tweede Wereldoorlog, zoals "De onderdrukking door de bezetter, het roven van onze bezittingen, het wegvoeren van joodse Nederlanders, de hulp aan onderduikers, de oorlog die letterlijk over onze hoofden heen in de lucht werd gevoerd, het verraad en het gewapend verzet, de wraakacties van de vijand, de persoonlijke drama's." [citaat 'Wandeling 40-45']
Truus Oversteegen behoorde samen met haar zus Freddie Oversteegen en Hannie Schaft bij de Raad van Verzet (RVV). Ze verrichtten vele verzetsactiviteiten. Op haar 75e verjaardag in 1998 aanvaarde ze vanwege haar verdiensten voor de samenleving de onderscheiding officier in de Orde van Oranje-Nassau. Een lintje voor haar verzet in WOII heeft ze altijd geweigerd, omdat te veel verkeerde mensen uit die periode er ook een kregen 24.

Wanneer we bij de Nieuwsteeg komen worden we in een oogwenk de straat ingetrokken door het pand van P. de Gruyter & Zoon. Het wordt dan ook als een van de meest opvallende winkelpanden gezien, dus dat werkt bijna negentig jaar na de bouw nog steeds! Van wie dit ontwerp is blijft onduidelijk, wegens het ontbreken van namen op het ontwerp. Wel is duidelijk dat het plan in 1928 wordt uitgevoerd door de aannemer en machinale houtbewerker Th. Dekker (toen nog woonachtig op Nieuwendam 27). Naar het schijnt zijn alle winkelpanden van deze kruideniersbedrijf gevestigd op de hoek een kruispunt van winkel- of drukke straten. Door hun indrukwekkende architectuur en fraaie gevel vallen ze - zoals we zagen - direct op 25.

Een eindje verder in de Grote Noord komen een pand tegen - waarin momenteel CoolCat gevestigd is. Ook dit pand maakt indruk, weliswaar anders dan het hoekpand van De Gruyter. Vermoedelijk komt dit door het raamwerk (glas in metaal) en het ronde raam en tevens het metselwerk en steenkleur gebruik.

Schuin aan de overkant komen we weer een boekhandel tegen. En dus brengen we ook nog een bezoekje aan kantoorboekhandel Stumpel. Ook hier vinden we toch weer andere regionale boeken. Zo vinden we hier het bijzonder boekwerkje met muziek-cd van de broers Arjan en Albert Steltenpool met titel Nes : Verhalen van de dijk. Dit boekwerkje hebben we echter al sinds 2014 in huis. Met Het Noorderkwartier, het proefschrift van A.M. van der Woude uit 1972 zijn dit de twee boeken die we op dit specifieke gebied (West-Friesland) in huis hadden.
Hoorn, Oeps!
Als verrassing vinden we in alle Nes-boekjes een inlegvel met een rectificatie. De verrassing zit in de omschrijving "een opmerkzame lezer". Het is altijd leuk om jezelf zo terug te vinden. Dit hadden we al veel eerder terug kunnen vinden, want de auteur heeft het - als een echte betrouwbare Fries, zou ik haast willen stellen - meteen de benodigde stappen ondernomen om het te corrigeren. Dat is op zichzelf al een knappe actie.
Nieuwe titels, die binnen ons kader passen, vinden we echter op dit moment niet.
Het eerstvolgende gebouw dat we opmerken, is weer een hoekpand. Vooral de lengte van het pand valt op. Maar ook de gevelsteen kent een apart verhaal. Het gebouw draagt de naam IN DE TWE VERGULD HOFD (22346). Naar het schijnt zijn de hoofden niet meer origineel, waarbij het toevoegde negentiende-eeuwse snor de meest opvallende wijziging is. Daarnaast zou deze eigenlijk zuur moeten kijken (vandaar waarschijnlijk de snor in de neergaande mondhoeken) en de andere olijk, zoals we in Het boek der opschriften : een bijdrage tot de geschiedenis van het Nederlandsche volksleven van J. van Lennep en J. ter Gouw op p. 12 kunnen terugvinden.
Even verderop vinden we De vergulde wan (22348) met een fraaie halsgevel uit 1769. Hier woonde zaadhandelaar Beets. Een wan wordt gebruikt om het kaf van het koren te scheiden, door het omhoog te gooien en het kaf door de wind te laten wegblazen en het koren weer op te vangen. Ook de Lodewijk XV-kuif bovenop het fronton valt op vanwege het asymmetrische op een geheel symmetrische pand 26.

We steken het huidige Breed over. Hier liep voorheen de Smeer-gorre, misschien een stinksloot, misschien een aanduiding vanwege de vetsmelterij dat hier in de buurt stond. Het was eigenlijk te smal voor de scheepvaart, althans voor tweerichtingsverkeer. Ook de kaden waren te smal voor karverkeer.
Noorderkerk, Kleine Noord, Hoorn
Na de nodige aanpassingen werd het uiteindelijk in 1665 gedeeltelijk overwelfd. Na de instorting van de kademuren in 1741 werd het gedempt met Breed als gevolg 27.

Halverwege de Kleine Noord steekt een klok uit over de straat. De kerk - waartoe de klok behoort - was voorheen de Vrouwen Kerck, met daarnaast de Vrouwensteech. Nu benoemen we het als de Noorderkerksteeg en Noorderkerk (22452). De kerk is gebouwd tussen 1441 en 1519. De klokkenstoel heeft een klok van Cornelius van Ammeroy uit 1606. De aan de noordzijde van de kerk gelegen Claes Molenaarsgang is pas in 1960 ontstaan, na afbraak van enkele panden in 1959.
Apotheek De Hertekop, Kleine Noord, Hoorn
Claes Molenaar was de man die in een nacht in 1426 op deze plek een Mariabeeld boven het huis van zijn buurman Doedesz in de lucht zag zweven 28.

Aan de overkant vinden we een Art-Deco pand Apotheek De Hertekop. Zowel gapers als hertenkoppen worden vaak als uithangbord van apotheken en drogisterijen gebruik, vanwege de associatie met een gezond leven.
Toen J.H.B. Kleikamp in 1940 "De Hertekop" overnam, kwam hij voor het eerst in aanraking met fistelpot, dat door de vorige eigenaar Lippits daar werd verkocht. Producent Klaas Ursem (1867-1959) uit Nibbixwoud van dit fistelpot kreeg een bezoekje van Kleikamp, omdat vanwege de wet de ingrediënten in medicijnen bekend moesten zijn. Ursem weigerde echter het familierecept prijs te geven. Kleikamp stopte met de verkoop van dit middeltje tegen been- of botfistel 29.
Schermer Azijnfabriek en Distilleerdery, Kleine Noord, Hoorn
Bijzondere dingen zijn er genoeg te zien. Neem nou dat dat grote ronde dakvenster op nummer 29. Er zal geen bijzonder verhaal aan vast zitten, maar apart is het wel. En wat te denken van de panden met daarop "Azijnfabriek Orleans" van B. Schermer en "Distilleerdery 1e klasse 'Noord-Holland' Schermer". Over de sporen die familie Schermer hier heeft nagelaten evenals de producten die ze hebben gemaakt is wel het een en ander geschreven.
Weer even verder vinden we een kleine variant van een ronde dakvenster.

Aan het einde van de straat bevond zich voorheen de Paerde marckt. Tegenwoordig heet dit driehoek vormig pleintje de Noorderveemarkt. In plaats van vee of paarden vinden we hier een waterbeeld van Jan Ros (Winterswijk, 15-11-1961) uit 2003 dat De Waterdrager heet. Deze is geplaatst ter afsluiting van het herinrichtingstraject 30.
De Roskam, Noorderveemarkt, Hoorn
Of het toeval is of dat het uitgezocht is dat de beeldhouwer Ros heet, is onduidelijk, maar het is in ieder geval niet vreemd dat aan deze voormalige Paardemarkt een gebouw staat dat de naam Roskam draagt. We vinden het zelfs terug op de oude kaart en dat kan dan ook, want het gebouw is van 1608. Rond 1770 heette het zelfs "De vergulde Roskam". Het was dan ook een herberg met paardenstalling. En dat is aan de Noorderpoort natuurlijk een vanzelfsprekende plek 31.
Wanneer we het hoekje omgaan en de Veemarkt oplopen, kunnen we nog duidelijk zien dat hier ook een gracht heeft gelopen. De naam dat de oude kaart weergeeft is een logische After de Vrouwenkerk. We zitten immers achter deze nu Noorderkerk geheten kerk. Wel is het leuk om hier het gebruik van het woord 'After' te zien, zodat we verbinding met de Friese en Engelse taal kunnen ervaren.

Wanneer we weer bij het Breed zijn aangekomen, lopen we deze in om Achterom te gaan. Dit heet dan ook netjes Afterom op de oude kaart. We laten hier slechts een pand (22281) zien, vanwege de gevelsteen en topgevel met metselwerk.
Achterom 77, Hoorn
De kleuren van de gevelsteen is aan verandering onderhevig. Het meest opvallende element blijft echter goed zichtbaar, namelijk de hoefijzers - als zinnebeeld van geluk, maar zeker ook het doek dat de leeuwenbekken verlaat, maar middels twee gaten in de cartouche ogenschijnlijk 'achterom' aan elkaar verbonden zijn 32.
Of we dit in verbinding kunnen brengen met een uniek grafsteen in Akkrum of met het van rood Bremer Zandsteen gemaakte afbeelding in de noordmuur van de Laurentiuskerk te Kimswerd is onduidelijk. Alle drie suggereren ze een verbindend lint.

Nieuwsteeg vanaf Achterom en vanaf Gouw met torentje Bruggemann met links de muur van het Ceciliakapel, Hoorn
Via de Nieuwe Steegh, zoals de Nieuwsteeg vroeger heette, gaan we naar De Gou / Gouw. In de Nieuwsteeg vind je nog authentiek uitziende muren van leeftijd. De Grote Noord ligt duidelijk hoger. Vanaf Achterom stijgt het steegje en nadien daalt het weer. Hier en daar krijgen we aardige doorkijkjes te zien en als winkelstraat - tussen Grote Noord en Gouw - ziet het er aantrekkelijk uit.
Halverwege het laatste steegje treffen we het Ceciliakapel aan, dat vrijwel in volledige staat behouden is gebleven. Het behoorde bij het kloosterachtig complex dat hier in 1385 gesticht is door de Broeders des Gemenen Levens. Ze volgden de leer van Geert Grote, geboren als Gheryt/Gherijt die Grote (Deventer, 10-1340 – Deventer, 20-8-1384) en waren wegens het ontbreken van de regel van kloostergeloften dan ook geen kloostergemeenschap. Dat werd het later wel toen de Ceciliazusters het overnamen, dat in 1573 werd overgenomen door een burgerlijke overheid.
In deze muur zitten onder de muurankers en tussen de drie boogramen twee metseltekens. Het ene is een maalkruis of andreaskruis òf Gebo of Gibu: x òf ᚷ en de andere een Othala: ᛟ
De rune Gebu betekent geven - gift - gave en Othala eigendom - status quo (met of door familie en bezit in de gemeenschap) 33.
Wanneer we de steeg uitkomen, treffen om de hoek het Statenlogement (22525) aan. Na de overwinning op Van Bossu in 1573 en het vertrekken van de Spaanse invloed boven het IJ, werd er door de steden van het Noorderkwartier en West-Friesland namelijk Alkmaar, Medemblik, Enkhuizen, Hoorn, Monnickendam, Edam en Purmerend een College van Gecommitteerde Raden gevormd. Hoorn kreeg daarmee de zetel van de bestuur samenkomsten waarbij de vertegenwoordigers van de zeven steden het bestuur vormden. Hoorn werd de Upstalsboom of dingplaats van vroeger of de hoofdstad of regeringsstad van nu. Dit Statenlogement zou - zoals de naam al zegt - dienst gaan doen als verblijf- en logeerplaats voor de stadsvertegenwoordigers ofwel gecommitteerden. In 1613 was de bouw van het pand - dat op de gronden van het voormalige klooster staat - in eerste fase afgerond, zodat het als zodanig gebruikt kon worden. Op de gevel vinden we de stadswapens (Medemblik, Edam, Alkmaar - Enkhuizen, Monnickendam en Purmerend. Boven de toegangspoort die van gaststad Hoorn. De knik in het gebouw maakt het tot een bijzonder gebouw 34.
We lopen de Gouw in - waarvan we dus weten dat het een binnendijkse tocht was - en lopen over de Gedempte Turfhaven naar Nieuwland. De kaarten (zowel de oude en als Google Maps) laten duidelijk zien dat de Nieuwstraat - Gouw - Nieuwland - en verder parallel langs de Koepoortweg, een en dezelfde tocht was. Beiden zijn ook onderdeel van de vervening dat hier plaatsvond, waarbij de gegraven Gouw vanaf 1300 de ontginningsas werd. De sloten die gegraven werden om het veen te laten afwateren liepen allemaal parallel aan de Grote Oost (en tevens onderdeel Westfries Zeedijk). Deze lagen dus enigszins schuin op de Gouw. In de bebouwing van sommige straten kunnen we deze schuinte nog steeds terug vinden in de gerende - oftewel schuine - voorgevels. We zien dat dit bijvoorbeeld ook een effect heeft op de gewolfde daken aan de Grote en Kleine Noord. Deze kan namelijk niet symmetrisch gebouwd worden. Veelal loopt de top van het dak ook niet in midden, met gevolg dat het ene dakdeel een andere schuinte heeft dan het andere. En dit allemaal ten gevolge van het feit dat men zo'n twee eeuwen voordat Hoorn zou ontstaan, de ontginningssloten schuin op de Tocht en de hieraan parallel lopende landweg Ouden Noort (Grote en Kleine Noord) hadden laten aansluiten.
Het Chronijck van Hoorn haalt Velius aan, waarin naast de naam verklaring van de stad Hoorn, als een veilige gekromde (in de vorm van een hoorn) haven van een diepe Kil, ook de tocht beschrijft die we Gouw noemen 35.

Theodorus Velius | Theo van der Nahmer | 1981, Nieuwland, Hoorn
En wie vinden we hier, op een pleintje van Nieuwland, waar nog water is en een mooi doorkijkje geeft onder de Noorderstraat door? Juist, Theodorus Velius, althans zijn beeld dat in 1981 werd gemaakt door Theo van der Nahmer (Stratum, 19-3-1917 – Den Haag, 19-4-1989) 36.
De gedempte Gouw kruist hier de Gedempte Turfhaven. Een eindje verderop zien we nog een niet gedempte deel van de Turfhaven. Ook hier vinden enkele fraaie voorbeelden van schuine gevels en schilddaken, maar nu met de nok wel in het midden, zodat nu het schilddak een bijzondere vorm moet aannemen. Dit is echter al te zien, wanneer je het van boven en voren kunt aanschouwen.

beeldhouwersteken Jeremias Sutel
In de Achterstraat valt De Doelen (22292) op. Hierin was de Sint Joris- en Sint Sebastiaanschutterij actief tot 1876. In het midden bevindt zich een natuurstenen (zandsteen) poortje (1615) met beelden van Sint Sebastiaan en twee Romeinse soldaten die hem doorzeven met pijlen, gemaakt zijn door Jeremias Sutel (Northeim, ± 1587 - Hannover, 11-4-1631). 37.
Op dit moment wordt Onder de Boompjes de kadewand van de Turfhaven hersteld. Wij besluiten daarom de Korte Achterstraat in te lopen, waarin we Het Weeshuis/St. Marieënklooster en De Mariakapel (22470) aantreffen. Het gebied rondom de kapel heeft door de eeuwen heen vele eigenaren en functies gehad. Het begon met de Tertiarissenklooster in 1408, waarna in 1506 de bouw begon van de kapel, dat twee jaar later werd gewijd en in gebruik genomen. De hervorming bracht het in handen van de Gecommitteerde Raden en tijdens Bataafsche Republiek werd het een wapenopslagplaats, Arsenaal.

't Wees Huys, Korte Achterstraat, Hoorn

Liggende Man | 1999 | Florian Göttke en Sabine Käppler, Korte Achterstraat, Hoorn
Nu worden er culturele activiteiten ontwikkeld tot en met een artist-in-residence, waar al ruim 350 kunstenaars vanaf 2003 gebruik van hebben gemaakt. Op de hoek - op de oude kaart aangeduid met een c, nu hoek het Weesthuistuin en Korte Achterstraat - van het toenmalige Weeshuis (22471) vinden we de al aangekondigde verblijfplaats aka gevangenis van Van Bossu. Het Kunstenaarshotel is van verre te herkennen aan de man in de lucht boven de ingang. Deze Liggende Man is in 1999 gemaakt van polyester door Florian Göttke (Gelsenkirchen, Westfalen, 1965) en Sabine Käppler (Stuttgart, 1966) 38.
En zo komen we weer uit bij het kruispunt van vijf wegen bij het Statenlogement.

mogelijke monogram V.J.L.
Hier schuin tegenover in de Nieuwstraat zien we een poortje (22520). Het pand waar dit bij hoort wordt ook als monument genoemd, voornamelijk vanwege zijn deurbekroning en snijraam met een spiegelmonogram in (22523). Dit zou gemaakt in de Lodewijk XV-stijl, zo in de periode ±1740-±1770, terwijl het tympaan en deurkalf van voor 1750 wordt geschat, als zijnde barok. Hierbij kan gedacht worden aan de eerste kwart 18e eeuw. Het pand zelf zou uit 1656 stammen. De - door Ben Veldstra - ontwaarde monogram zou voor V.J.L. kunnen staan. Het poortje naar de achterliggende kloosters stamt uit 1603. Op de oude kaart werd de Wisselstraat toen Diefleyers Clooster genoemd, waar we bij diefleiders aan dienaren van de schout moeten denken - zeg maar de gevangenenbegeleiders, -bewaarders en politieagenten van nu. Kloosters zijn er dan ook al lange tijd niet meer te vinden achter deze poort. Het poortje herinnert aan de eerste zetel van de Oost-Indische Kamer, dat ingericht werd in een deel van de hier ook voormalig gelegen Sint Geertenklooster 39. We lopen maar eens onder het poortje door en komen in de steeg-aandoende Wisselstraat. Meteen komen we aanraking met een volgend poortje met daarboven een merkwaardig tafereeltje op de gevelsteen. Het poortje stamt uit 1606. De gevelsteen echter uit 1993.

Wisselstraat, Hoorn
Dit werk is naar het ontwerp van Carolus Diederich (Amsterdam, 1-9-1929) gehouwen door Jan Hillens. Het is een vervanging van een sterk vervaagd beeld van twee op een stoel zittende met elkaar pratende dames, te denken valt aan bewoonsters of regentessen van het oude vrouwenhuis. Deze is vervolgens naar het Westfries Museum overbracht. Nu zien we twee stoelen gedekt als tafel, het ene stoel is bedekt met bord met bestek, de ander met kop en schotel. De stoelen worden van elkaar gescheiden door een zuil met daarop het hoofd van een weduwe. Het geheel symboliseert de gastvrijheid en onderdak voor deze vrouwen 40.

Vervolgens brengt de Gravenstraat ons naar Gerritsland, waarna we rechtdoor lopen de Jeroenensteeg in. Vanuit deze rechte lijn krijg je hier en daar enig zicht op de Oosterkerk. In de Jeroenensteeg krijg je het gevoel alsof je zomaar ergens weer een ander steegje in kunt lopen, wat echter niet het geval is. Duidelijk is ook dat we weer een dijk opgaan, want we moeten 'klimmen'.
Wanneer we de Grote Oost kruisen zien we de Oosterkerk (22399) aan de voorkant. Net als aan de Noorderkerk hangt hier over de straat het uurwerk. De kerk is gebouwd in 1519 als stenen herbouw van de houten kapel uit 1453 dat hiervoor werd afgebroken.

Zeilschip, windvaan Oosterkerk, Hoorn
Op de oude kaart staat de kerk nog gepositioneerd aan de St Teunis Steegh (61), vandaar dat we ook spreken van de Anthoniuskapel. Beiden zijn een vernoeming naar Antonius (Heracleopolis Magna, Egypte, 251 – Colzimberg, Egypte, 356).

Sint Anthonius met een varkentje en Tau-teken | 2000 | Rob Scheen (beeldhouwwerk) Max Polman (schilderwerk), Oosterkerksteeg, Hoorn
De Oosterkerk is er een voor de schippers en vissers. Vandaar ook het zeilschip als windvaantje op de toren. In de huidige Oosterkerksteeg vinden we een "gevelsteen" waarop Sint Anthonius met een varkentje en het Tau-teken staan. Het Antoniuskruis of Tau(-kruis) is een onderscheidingsteken van de Orde van Sint-Antonius. In de middeleeuwen kreeg Anthonius de bijnaam Antonius met het varken, omdat de naar hem vernoemde Antonieten - een verpleegorde - hun varkens als tegenprestatie voor de verpleging, vrij mochten laten rondlopen maar ook omdat de duivel (gesymboliseerd door het varken) hem steeds belaagde. Deze gevelsteen is gebeeldhouwd door Rob Scheen (1952) en beschilderd door Schildersbedrijf Max Polman (Hoorn, 1948).

Koetshuis, Gedempte Appelhaven, Hoorn
Het werd op 21 januari 2000 onthuld door de voorzitter van Oud Hoorn, Ton van Weel 41.
Deze steeg laat ons aanlopen tegen een bijzonder uitziend gebouw aan de Gedempte Appelhaven, dat dus op deze voormalige Oude haven is gebouwd. Het informatiebord verteld ons dat het om een voormalig koetshuis gaat, dat hier in 1878 is gebouwd. In 1985 is het verbouwd tot wat het nu is, tien wooneenheden voor jongeren.

We vervolgen de route langs de (voormalige) haven en zien her en der leuke, opvallende of bijzondere panden en pandjes van baksteen die waarschijnlijk allemaal bijzondere verhalen hebben. Onze aandacht gaat langzamerhand richting het vinden van een eetgelegenheid. We houden daarbij de reeds voorbij gelopen Salento in de Grote Oost in ons achterhoofd.


Bierkade (vanaf Appelhaven), Hoorn

Bierkade (vanaf Appelhaven), Hoorn
Wanneer vanaf de Vismarkt de Vijzelstraat doorlopen en afslaan, de Paardensteeg in zien we op het hoekpand (met de West) een gevelsteen, waar we voor het eerst een woord tegenkomen dat we tegenwoordig nog steeds gebruiken, maar niet in die hoedanigheid. In de Frahchtwage heet het pand, waarop deze driespan als een taxibusje voorbij komt scheuren. De reizigers hebben het ogenschijnlijk naar hun zin, want dragen allen een grijns op hun gezicht 42.

Oudheidkamer Nederlandse Kaap-Hoorn Vaarders, Achterom, Hoorn
Via De Kuyl / Kuil gaan we weer Achterom. Gezien het tijdstip niet een handig moment, want hier bevindt namelijk het Oudheidkamer Nederlandse Kaap-Hoorn Vaarders.

Oudheidkamer Nederlandse Kaap-Hoorn Vaarders, Achterom, Hoorn
Hoewel het niet helemaal in ons kader past, vanwege de scheepvaart mogelijk toch interessant om te bezoeken.
We vermoeden dat we in deze straat geen restaurant zullen vinden en na het zien van een mooi opslagruimte aan de Geldersesteeg lopen we in tegengestelde richting dezelfde steeg in waar we de 3e markering gefusilleerden tegenkomen met de titel Wanhoop.
We besluiten nu maar direct naar de Grote Oost te lopen, dat ook meteen richting de auto is.

Aaf Dell & Dieuw van Vliet | 1996 | Thea van Lier, Grote Oost, Hoorn
Wanneer we de Grote Oost inlopen zien we op het pand van het Affichemuseum - het voormalig Waterschapshuis (1728) - een reliëfbeeld ingemetseld. In WOII was het hele pand gevorderd door de Gestapo, zonder zich er te vestigen. In het achterhuis, de conciërgewoning, hadden Dieuw van Vliet (Enkhuizen, 14-4-1887 - Hoorn, 2-10-1974) en Aaf Dell (Hoorn, 24-11-1893 - Hoorn, 10-10-1975) beiden hun intrek genomen, maar hadden echter ook zeven of acht mensen als onderduikers gehuisvest.
Het reliëfbeeld is gemaakt door Thea van Lier (Waalwijk, 1940) en op 3 mei 1996 onthuld 43.
Hoorn, Apelsteeg
Wanneer we over de Grote Oost langs de Appelsteeg lopen valt een aardig verbodsbordje op. Het meldt "Door deze steeg mag niet met paard en wagen gereden worden".
En eindje verderop komen we een merkwaardige gevelsteen tegen. Wie zien een ineengedoken schildpad en daarom heen drie vreemde wezens met de Latijnse tekst Bene qui latuit, Bene vixit of Bene Qvi Latvit, Bene vixit, dat zoiets betekend als "Iemand die goed leeft, leeft onopgemerkt".
Hoorn, Bene qui latuit, Bene vixit
Het Hoornse geslacht Binneblijf - dat in de periode van de 16e eeuw (1502-1612) altijd wel een familielid als schepen of burgemeester in de stad had - gebruikt dit tevens als wapen. Het is echter niet aangetoond dat in dit pand ook een Binne(n)blijf(f) gewoond heeft.
Misschien was de bewoner een fan van Descartes die het in zijn schrijfboekje van 1619-1620 schreef. Of komt het gewoon uit Tristia van Ovid aka Publius Ovidius Naso (Sulmo, 20-3-43 vOJ. - Tomis, 17 nOJ.) 44.

Hoogste tijd om te gaan eten! We kiezen een tafeltje uit bij het Italiaanse restaurant Salento en laten het ons smaken. Ook het zitten bevalt ons - na zo'n wandeling - goed.

Een kleine twee uur later lopen we verzadigd van de dag en eten weer terug naar de auto. Bij de Oosterkade waar ooit de oude Oostpoort 45 stond, blijven we nog even over het water kijken, naar de Karperkuil dat voorheen Karpers of Ropjes kuyl heette.
De Kleine Oost brengt ons weer naar ABC en de auto, zodat we weer 'huiswaarts' kunnen keren.

noten:
1. Wikipedia ABC (Hoorn), Oosterpoort (Hoorn); Molendatabase - Verdwenen molens 7138;
2. Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst. Deel V, I. De provincie Noord-Holland (uitgezonderd Amsterdam). - Utrecht : A. Oosthoek, 1921. p. 201;
3. Wikipedia Wapen van Hoorn (Noord-Holland), Kleine Oostbrug; Vereniging Oud Hoorn: Hoornse Gevelstenen en andere Huistekens Inhoud; Kerninventarisatie Gevelstenen: Hoorn;
4. Wikipedia Slag op de Zuiderzee, Cornelis Dirkszoon, Maximiliaan van Hénin-Liétard, Jan Haring (matroos), Burgerweeshuis (Hoorn), Pacificatie van Gent;
5. Vereniging Oud Hoorn: Hoornse Gevelstenen en andere Huistekens Slapershaven hoek Grote Oost 132, Slapershaven 1, Slapershaven 2; Hoorn en Monnickendam : De herinnering van de slag op de Zuiderzee (1573-1800) / Gonnie Koek. - [Leiden] : Universiteit Leiden, 2012 p. 17-18
6. Hoorn en Monnickendam : De herinnering van de slag op de Zuiderzee (1573-1800) / Gonnie Koek. - [Leiden] : Universiteit Leiden, 2012 p. 13, 45-46; Beknopte geschiedenis der stad Hoorn, en verhaal van de stichting, voltooijing en verfraaijing van de Groote kerk, tot op den brand, die haar vernielde op den 3den augustus 1838 / C.A. Abbing. - Hoorn : Gebr. Vermande, 1839 p. 72
Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden / A.J. van der Aa. - 13 delen. - Gorinchem : Jacobus Noorduyn, 1839-1851, Vijfde deel: H. - 1844 p. 806
7. Vereniging Oud Hoorn: Stadshistorie Is de juiste spelling Baadland of Baatland?; Wikipedia Baadland, Velius; Chroniick van Hoorn, daer in particulierlijck verhaelt worden des selven Stadts eerste begin, opcomen en ghedenckweerdighe gheschiedenissen, tot op dit teghenwoordighe jaer 1617. : Mitsgaders veel merckelijcke dingen, die staende de trubbel, en soo voor, als na de selve, deur heel Westvrieslandt verloopen ... / eensdeels oversien en verbetert, eensdeels op't nieu beschreven, deur D. Velius ... - Tot Hoorn, : ghedruckt by Willem Andriessz. boeck-vercooper, woonende op het Noordt, in't Schrijf-boeck, 1617. - Tweede boeck p. 83; Chroniick van Hoorn, daer in verhaelt werden des selven stadts eerste begin, opcomen, en gedenckweerdige geschiedenissen, tot op den jare 1630 ... / Oversien, verbetert, en eensdeels op 't nieu beschreven, deur D. Velius, Dr. in de medecijnen tot Hoorn / Theodorus Velius. - 3e druk. - Tot Hoorn : gedruckt by Isaac Willemsz., op't Noordt in't Schrijf-boeck, 1648. - Tweede boeck p. 93
8. Haarlems wieg, of historische bedenkingen over eenige oudheden, van dezelve stad: / t'zamen gebracht door Jacob van Oudenhoven. Als mede een korte beschryvinge van de stad Haarlem, en eenige andere gedenkwaardige zaaken, in en omtrent dezelve stad, als elders voorgevallen, door Jan Adriaansz. Leegwater. - Te Haarlem, : Wilhelmus van Kessel, 1706. - p. 106; De Geïntegreerde Taal-Bank Raex; Het nieuwe Hoornse speel-werck / C. Groenveld, Pieter IJsbrand van der Hof, C.G. Kleyn. - Hoorn : Jacob Duin, 1732 p. 247; Haarlems Bodemonderzoek, nr. 16 : De voormalige Haarlemse Beek. - Haarlem : Gemeentelijke commissie Oudheidkundig bodemonderzoek Haarlem, 1982 p. 14;
9. Vereniging Oud Hoorn: Hoornse Gevelstenen en andere Huistekens - Gevelstenen in de binnenstad Oude Doelenkade 17-19, Oude Doelenkade 21; Kerninventarisatie Gevelstenen: Hoorn - Oude Doelenkade; Wikipedia Ottomaanse Rijk; Witte de With 1599-1658 : Wereldwijde strijd op zee in de Gouden Eeuw / Anne Doedens. - Hilversum : Uitgeverij Verloren, 2008. - ISBN 978-90-8704-060-4 p. 16;
10. ‘In de branding van het leven’ / Jeroen Determan (in: IJsselmeer berichten : Nieuws en informatie over de bescherming van het IJsselmeergebied / Angèle Steentjes, Jan Verberne (eindredactie), 2016/3, winter 2016-2017. - ISSN 1571-9448) p. 29-30; IJsselmeervereniging Nieuwe dichtbundel van Gerrit Portengen (“Rooie Gerrit”);
11. Bontekoe : De schipper, het journaal, de scheepsjongens / K.J. Bostoen, Remmelt Daalder, Vibeke Roeper, Garrelt Verhoeven, Diederick Wildeman. - Zutphen : Walburg Pers i.s.m. Stichting Nederlands Scheepvaartmuseum, 1996. - ISBN 90-6011-948-7. - p. 7, 9, 12, 34; Wikipedia Willem IJsbrantsz. Bontekoe;
12. Wikipedia Hoofdtoren; Vereniging Oud Hoorn: Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed De Hoofdtoren van Hoorn / Henk Overbeek; De Noordse Compagnie (1614-1642) : opkomst, bloei en ondergang / Louwrens Hacquebord. - Zutphen : Walburg Pers, [2014]. - ISBN 978-90-5730-193-3. - p. 7, 18-19, 29, 32, 113; Het documentatiecentrum van Oud Hoorn / Christ Stoffelen (in: Oud Hoorn : kwartaalblad, 37e jaargang, 2015, 1, p. 40);
13. Halve Maen Scheepstype, Geschiedenis; Henry Hudson's reize onder Nederlandsche vlag van Amsterdam naar Nova Zembla, Amerika en terug naar Dartmouth in Engeland 1609 / volgens het journaal van Robert Juet; uitgegeven door S.P. L'Honoré Naber. - Werken uitgegeven door de Linschoten-Vereeniging, 19. - 's-Gravenhage : Martinus Nijhoff, 1921 p. 104;
14. Gemeente Hoorn - Stadsnieuws 21 februari 2016 p. 3; D66 afdeling Hoorn zondag 23 juni 2013 Veteranenmonument Oostereiland onthuld; Hoorngids.nl 18-7-2011 Bewoners tegen ’hangplek’ Oostereiland ongeschikt voor veteranenmonument; Volkskrant, 30-08-2012 Johan Otto Schaafsma; Notulen raadsvergadering gemeente Hoorn, 7 oktober 2008 punt 3;
15. Stegen en gloppen in de binnenstad van Hoorn : verdwenen... vergeten... veranderd... of nog altijd bestaand! / Arie Boezaard, Peter Tack, Peter Pijst. - Cultuurhistorische reeks Hoorn, deel 6. - Hoorn : Publicatiestichting Bas Baltus, 2012. - ISBN 978-90-76385-06-8. - p. 42, p. 94; Vereniging Oud Hoorn: Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed Bierkade 10 / Riet Karssies; Hoorn, huizen, straten, mensen : momenten uit de geschiedenis van monumenten / N.J. Groot, J.M. Baltus, A. Boezaard, J.J. Schipper (eindredactie); Th. J.M. van Balen, G. Boekhout, D. Breebaart, H. Brouwer, L.P.M. Hoogeveen, E.M.W. Lust, H.W. Saaltink, J. Schouwink-van der Windt, H.A.M. Stumpel, F. Uiterwijk. - Hoorn : Stichting Stadsherstel Hoorn : Vereniging "Oud-Hoorn", 1982. - ISBN 90-205-1691-4. - p. 331;
16. Bloedvergieten op de Roode Steen / Felicia Peerenboom, Myrthe de Jong (in: Oud Hoorn : kwartaalblad, 32e jaargang, 2010, 4, p. 190-191); Kronijk van Hoorn / (By Feyken Rijp). - Hoorn : F. Rijp, [1706]. - 52, 66; Chronijk van de vermaarde zee en koopstad Hoorn. : Beginnende met de grondlegging der West-Vriesen, omtrent 50 jaren na Christi geboorte. Alsmede des stads begin, voortgang en tegenwoordigen staat. Mitsgaders vele gedenkwaardige geschiedenissen soo binnen als buyten de selve voorgevallen, beneffens de namen van de Heeren der Regeeringe, alles tot den jare 1706. / Feyken Rijp. - Hoorn : F. Rijp, 1706. - 39-40; Chroniick van Hoorn, daer in verhaelt werden des selven stadts eerste begin, opcomen, en gedenckweerdige geschiedenissen, tot op den jare 1630 / Theodorus Velius. - Tot Hoorn : gedruckt by Isaac Willemsz. boeck-drucker, op't Noordt in't Schrijf-boeck, 1648. - 3, 68; Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, Vijfde deel: H. - 1844. - p. 305; Chronyk van Hoorn, daar in het begin, aanwasch, en tegenwoordige staat dier stad verhaalt worden. : Als mede de gedenkwaardige geschiedenissen die, zo voor, in, als na den trubbel, in of omtrent dezelve en door geheel West-Vriesland gebeurt zyn, tot het jaar 1630. / Beschreven door Theodorus Velius, sebastiaan centen. - Te Hoorn : By Jacob Duyn, 1740 p. 225; Archeologie West-Friesland Roode Steen / M.D. de Weerd;
17. De oorsprong der Nederlandsche vlag : op nieuw geschiedkundig onderzocht en nagespoord / D.G. Muller. - Amsterdam : Wed. G. Hulst van Keulen, 1862 p. 24; Gemeente Hoorn - Erfgoed De Roode Steen; telefonisch gesprek medewerker Westfries Museum; AgriWiki Bentheimer kleur; Wikipedia Bentheimer zandsteen; Utrechts documentatiecentrum Bentheimer steen, kaart 6 / Jean Penders;
18. De Maasbode, 03-09-1892 Binnenland; Het nieuws van den dag : kleine courant, 20-9-1892 Gemeenteraad van Hoorn; Algemeen Handelsblad, 30-5-1893 De Coensfeesten te Hoorn; Nederlandsche staatscourant, 31-05-1893 Wetten, benoemingen, besluiten, enz.; Het nieuws van den dag : kleine courant, 4-6-1893 Coen's goede couragie / Piet Vluchtig. - Vlinders; Rotterdamsch nieuwsblad, 31-8-1893 Jan Pietersz. Coen; Wikipedia Jan Pieterszoon Coen, Pavoiseren, Ferdinand Leenhoff; Vereniging Oud Hoorn: Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed: Een held op sokkel? : Jan Pieterszoon Coen 1587-2011 / Rick Otten. - 2011; De VOC site Jan Pieterszoon Coen;
19. Wikipedia Westfries Museum;
20. Westfries Genootschap Archivering: 10.12 De Woudhoeve in Oosterblokker De beroemde stier Adema 21, Ruijter, Joris (ook wel Ruyter) (1855-1928); Runderdatabase NLD000026781 Adema 21 van de Woudhoeve (I12476); Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland, 19-12-1960 Adema 21 dood; De waarheid, 21-2-1963 Heel de wereld begeert Adema van de Woudhoeve : Dochters en zonen voor hoogte prijs naar alle landen; RKD Jant Smit; RKD Peter Petersen; mailbericht 30-3-2017 Peter Petersen; Středočeská vědecká knihovna v Kladně (Central Bohemian Research Library in Kladno) Capova, Dagmar 1953; Gemeente Hoorn Tabel kunstkaart; Vriendschap Hoorn-Příbram in brons (in: Oud Hoorn : Kwartaalblad van de vereniging Oud Hoorn, 19e jaargang, 1997, 4, p. 170; Wikipedia Lijst van beelden in Hoorn;
21. Wikipedia Adrianus Bleijs, Koepelkerk (Hoorn), Hendrick de Keyser, Waag (Hoorn);
22. Vereniging Oud Hoorn: Hoornse Gevelstenen en andere Huistekens - Gevelstenen in de binnenstad Roode Steen 2;
23. Hoornse boekhandel Historie van de Hoornse Boekhandel; Rotary Hoorn-de Compagnie Baptiste Overbosch;
24. Vereniging Oud Hoorn: Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed Route stille tocht; RKD Truus Menger; Archieven.nl Menger-Oversteegen, Truus, te Haarlem, Collectie van; Wikipedia Truus Menger-Oversteegen; Trouw, 31-8-1998 Truus Menger (75) heeft vrede met onderscheiding
25. Vereniging Oud Hoorn: Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed De Hoornse vestiging, Fa. De Gruyter & Zoon, bloei en teloorgang;
26. Vereniging Oud Hoorn: Hoornse Gevelstenen en andere Huistekens Grote Noord 104, Grote Noord 138; Wikipedia Wan (mand);
27. Vereniging Oud Hoorn: Ach Lieve Tijd 9: Zeven eeuwen Hoorn, zijn bewoners en hun stadsbeeld Het Smerighorn; Stegen en gloppen in de binnenstad van Hoorn : verdwenen... vergeten... veranderd... of nog altijd bestaand! / Arie Boezaard, Peter Tack, Peter Pijst. - Cultuurhistorische reeks Hoorn, deel 6. - Hoorn : Publicatiestichting Bas Baltus, 2012. - ISBN 978-90-76385-06-8. - 98 - 99; Boekbespreking: R.A. Mekking, Hoorn en zijn bewoners, anno 1561 / H. Saltink (in: Oud Hoorn : Kwartaalblad van de vereniging Oud Hoorn, 10e jaargang, 1988, nr. 3, september 1988, p. 89;
28. Stegen en gloppen in de binnenstad van Hoorn : verdwenen... vergeten... veranderd... of nog altijd bestaand! / Arie Boezaard, Peter Tack, Peter Pijst. - Cultuurhistorische reeks Hoorn, deel 6. - Hoorn : Publicatiestichting Bas Baltus, 2012. - ISBN 978-90-76385-06-8. - 89; Vereniging Oud Hoorn: Ach Lieve Tijd 5: Zeven eeuwen Hoorn, zijn bewoners en hun ziel en zaligheid Wonderlijke gebeurtenissen;
29. Vereniging Oud Hoorn: Hoornse Gevelstenen en andere Huistekens Kleine Noord 5 (boogtrommel); De Fistelpot : Een geheim recept van een Westfriese familie / Klaas Molenaar, p. 70-80 (in: West-Friesland Oud & Nieuw : 45e Bundel van het Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland'. - Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland', 1978);
30. Westfries Genootschap - Archivering: Kroniek van West-Friesland - maart 2003 29 maart; RKD Jan Ros;
31. Vereniging Oud Hoorn: Hoornse Gevelstenen en andere Huistekens Veemarkt 49;
32. Vereniging Oud Hoorn: Hoornse Gevelstenen en andere Huistekens Achterom 77;
33. Vereniging Oud Hoorn: Hoornse Gevelstenen en andere Huistekens St. Ceciliakapel / Henk Overbeek, Bouwgeschiedenis en architectuur / Henk Overbeek; Bovenlichten en snijramen in Nederland De St. Ceciliakapel te Hoorn; Wikipedia Geert Grote, Gebo, Othala;
34. Vereniging Oud Hoorn: Stadshistorie - Gebouwen Statenlogement Hoorn / Henk Overbeek;
35. De stadswateren van Hoorn / Frans J.P.M. Kwaad; Vereniging Oud Hoorn - Historische stadsplattegronden van Hoorn De stadswateren van Hoorn / Frans J.P.M. Kwaad, Hoorn en het binnenwater / Frans J.P.M. Kwaad; Zuider Zee Hoorn12e eeuw t/m 13e eeuw / Henk van Woesik; Westfries Genootschap - Archivering: De oudste topografie van Hoorn: de wording van een stad (1/5) / G.J. Borger; Hollandsche, Zeelandsche ende Vriesche Chronyk / Petrus Scriverius, p. 35-36;
36. Wikipedia Theo van der Nahmer; RKD Theo van der Nahmer;
37. Wikipedia Lijst van beelden in Hoorn, Jeremias Sutel, Sebastiaan (heilige); Vereniging Hendrick de Keyser De Doelen; Monumenten in Nederland. Noord-Holland / Saskia van Ginkel-Meester, Chris Kolman, Ronald Rommes, Elisabeth Stades-Vischer, Ronald Stenvert. - Zeist/Zwolle : Rijksdienst voor de Monumentenzorg / Waanders Uitgevers, 2006. - ISBN 90-4009-187-1 p. 386; Die Kunstdenkmäler der Provinz Hannover / Arnold Nöldeke p. 241;
38. Vereniging Oud Hoorn - De Mariakapel / Henk Overbeek 1. Als middeleeuwse kloosterkapel van 1508 tot 1573, 5. Als ruimte voor diverse culturele activiteiten na 1967, Boussu's gevangenschap te Hoorn (1573 -1576) / P.N.M. Boon; Wikipedia Lijst van beelden in Hoorn, Mariakapel (Hoorn) ArtFacts.net Florian Göttke 1965, DE;
39. Bovenlichten en snijramen in Nederland Hoorn; Vereniging Oud Hoorn - Cursus Bouwkunst / J.M. Baltus (in: Oud-Hoorn, : kwartaalblad van de vereniging "Oud Hoorn", eerste jaargang, nummer twee, mei 1979, p. 35), Maquette van Hoorn - Anno Domini 1650; Wikipedia Lodewijk XV-stijl, Lijst van poorten in Hoorn; Voorloopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst. Deel V, I. De provincie Noord-Holland (uitgezonderd Amsterdam). - Utrecht : A. Oosthoek, 1921. - p. 204 punt 6, p 220 punt 4
40. Wikipedia Lijst van beelden in Hoorn; Vereniging Oud Hoorn - Hoornse Gevelstenen en andere Huistekens Wisselstraat, Kloosterpoortje / Henk Overbeek; RKD Carolus Diederich; Documentatie van Beeldende Kunst in Friesland Carolus Diederich;
41. Oosterkerk Hoorn De Ooster- of Anthoniskerk te Hoorn: Een monument uit 1519; Wikipedia Antonius van Egypte; Brascamp.nl windvaan - Oosterkerk; Vereniging Oud Hoorn - Stadshistorie - Kerken - Oosterkerk Hoorn Wie was Antonius?; RKD Rob Scheen; Vereniging Oud Hoorn - Beeldje van Sint Anthonis Abt in de nis (in: Oud-Hoorn : kwartaalblad van de vereniging "Oud Hoorn", 22e jaargang, nummer 1, 15 maart 2000, p. 18), Nieuw beeldje boven oostelijke ingang van de Oosterkerk (in: Oud-Hoorn : kwartaalblad van de vereniging "Oud Hoorn", 21e jaargang, nummer 4, 15 december 1999, p. 149);
42. Vereniging Oud Hoorn - Stadshistorie - Kerken - Oosterkerk Hoorn West 50;
43. Vereniging Oud Hoorn, Kwartaalblad 1995 / 1 Aaf en Dieuw, redders van mensen / Herman Lansdaal; Comité 40-45 Hoorn Hoorn, plaquette voor Aaf Dell en Dieuw van Vliet; Westfries | archief: 1538 Vliet, mej. van, collectie betr. WO II Inleiding;
44. Vereniging Oud Hoorn, Gevelstenen in de binnenstad Grote Oost 32 / Henk Overbeek; Rose Cross Over the Baltic : The Spread of Rosicrucianism in Northern Europe / Susanna Åkerman. - Leiden : Brill, 1998. - ISBN 90-04-11030-5 p. 144 noot 1; Tristia / Ovid 3.4.25; Wikipedia Ovidius;
45. Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche outheden : bestaande in steden, dorpen, sloten, adelyke huysen, kloosters, kerken, godshuysen, poorten, en andere voornaame stadts- en landtgebouwen : / Matthaeus Brouërius van Nidek. - Deel 1. - Amsterdam : Willem Barents, 1727 p. 77

internetraadpleging: 11-3 - 4-4-2017


      Wijdenes - Oosterleek
We besluiten over de Westfriese Omringdijk naar huis te rijden via het stukje dat na Schellinkhout komt. Zodoende rijden dezelfde weg terug die we vanochtend ook gereden hebben. Nadat we over het fraai meanderende Dorpsweg weer in Schellinkhout zijn aangekomen, pakken we daar de draad weer op.
Bij de grootste bocht in de Dorpsweg krijgen we vrij uitzicht over het weiland en kijken we uit op Wijdenes.
Nieuw kaart van het Dyckgraafschap van Dregterlandt, 1775, Govert Oostwoudt
Vanaf iets zuidelijker aan de Dorpsweg liep hier een onverhard Stringpad door de weilanden naar de kerk. Uiteraard volgde dit voetpad, vanuit beide dorpen - Schellinkhout en Wijdenes - de na elkaar lopende perceelrichtingen, die elkaar bij de dijk van Wijmers ontmoeten. De toren (37147) bij de kerk (37146) van Wijdenes steekt duidelijk boven de bomen uit. Het spitsje van de toren is nog relatief jong. Het werd in 1893 geplaatst. De klokkenstoel met een klok van Henricus Nieman daarentegen stamt uit 1617. Het zaalkerkje heeft ook de nodige verbouwingen gehad, wegens bijvoorbeeld een brand in 1616. Het koor is mogelijk in de vijftiende eeuw gebouwd. Andere muren zijn gebouwd met oude stenen. Ook hier is de oriëntatie van het gebouw - het koor aan de wegzijde - weer opvallend.
We rijden de Dorpsweg uit en bereiken de Zuiderdijk dat De Nek of Neck omringd. Dit is tegenwoordig een natuurgebied. De waterplas is het resultaat van het weggraven van klei. Na de stormvloed van 1916 werden de dijken weer gerepareerd en verstevigd. Dit gebied werd derhalve als kleiput gebruikt. 1.
In het meest zuidelijkste puntje van de dijk bij De Nek kunnen we even met auto stilstaan. Het uitzicht aan naar alle zijden is de moeite waard.
In de buurt staat een van vele bankjes die her en der aan de dijk zijn geplaatst. Het schijnt dat het bankje van Wijdenes is omgewisseld met die van de Nek, waar we nu staan 2.
Er zijn kennelijk lokaal georiënteerde teksten in de bankjes gestanst. Bij Wijdenes beschrijft de tekst nu - onterecht - de kokmeeuwkolonie. We lezen nieuwsgierig geworden, de tekst dat bij Wijdenes hoort. De volgende verrassende woorden zijn hier te lezen:

Floris landde met zijn leger op Wijdenes
om Willems dood te wreken: D-Day-1282
De ridderschaar hief zwaard en knoet,
richtte burchten en een hof. Anno nu
vlagt Westfriesland vrij: Floris V fok joe

Het is duidelijk hoe er zo'n drie kwart millennium later gedacht wordt over de lafhartige veroveraar en vrijheidsbenemende van de Westfriese gemeenschap. Willem (Leiden, 02-1227 - Hoogwoud, 28-01-1256) II | van Holland, de vader van Floris, zakte tijdens zijn veroveringsdriften door het ijs en werd een makkelijke prooi voor de Westfriezen . Willems lichaam werd verstopt. Vandaar de tweede wraaktocht - de eerste in 1272 was mislukt - van Floris (Leiden, 24-06-1254 - Muiderberg, 27-06-1296) V | van Holland om het lichaam van z'n vader terug te halen. Tien jaar later, in 1282, lukte het wel. Hij landde met een redelijk grote vloot hier bij Wijdenes. Onder leiding van Nikolaas van Kats werd de slag bij Schellinkhout gewonnen. De overmacht drong door tot Hoogwoude, waarna een oude man zijn eigen leven redde door de verstopplek van Willem te vertellen. In opdracht van Floris werd er daarna bij Wijdenes een dwangburcht gebouwd. Willem nam het lichaam van zijn vader mee om het uiteindelijk naar Middelburg te brengen .
Vijf jaar later - nadat een verwoestende storm had gewoed en er een vloedgolf op 5-2-1287 ook het Westfriese land had getroffen, onderwierp Floris de op de wierden en zandheuvels teruggetrokken kleine groepjes Friezen .
Lang heeft de burcht bij Wijdenes er echter niet gestaan. Nadat Floris was vermoord "in opdracht van" de Utrechtse bisschop in 1296, kwam de bevolking in opstand, dat leidde tot het tot de grond gelijk maken van deze burcht. Het is dan ook onduidelijk waar deze gestaan zou hebben 3.
De meubelen (zitbankjes) zijn een ontwerp van de grafisch ontwerper René Knip (Hoorn, 13-7-1963) , die zich liet inspireren "door het pure weidse en soms robuuste Westfriese landschap". De teksten op de bankjes zijn van Willem Messchaert (Enkhuizen, 24-8-1947) 4.
We rijden even een stukje door, tot net voorbij de toegangsweg tot Wijdenes, waar we bij een volgende bocht een mooi beeld voorgeschoteld krijgen van de Zuiderdijk aan de zeekant.
Zoals uit de naam Wijdenes blijkt, is hier een zandrug. De schriftelijk bekende oude benamingen - vanaf de veertiende eeuw - hebben altijd deze aanduiding nes of nesse gedragen: Widenisse, Widenesse, Wijdenesse, Widenes, Wijnes evenals met eigen uitspraak Woidenes of Venès. De herbewoning kwam weer rond de zesde eeuw nOJ op gang.
Op deze plek werd in 2013 - toen men 'Dwars door de dijk' ging kijken het oude middeleeuwse kerkhof van Oosterleek gevonden. De periode van het onderzochte christelijk grafveld wordt ingedeeld na 1300 en voor 1465. Ook werden er de restanten van een kerkhofmuur en mogelijk een bakstenen kerk aangetroffen. Mogelijk bevinden zich de resten onder de dijk. Het terugvinden van deze bouwsels en skeletresten geeft een uniek inzicht in de strijd tegen het oprukkende water en de verplaatsing van het dorp en dijk. Voor op en achter de dijk zijn namelijk ook nog resten van woonhuizen gevonden uit de periode van de twaalfde tot en met de achttiende eeuw. Bij een van de woningen werden vier vloerlagen op elkaar gevonden, waarbij de oudste (tussen 1175-1275) was gebouwd op een huispodium - zoals een woonterp ook genoemd wordt - die was opgeworpen van zoden 5.

noten:
1. Wikipedia De Nek; Westfries Genootschap : Archivering 1.5 Natuurreservaat De Nek bij Schellinkhout; Oneindig Noord-Holland, 6-3-2012 De kleiputten Zuiderdijk bij Venhuizen (lezer 1024); Geschiedenis van het West-Friese dorp Schellinkhout / G. Kazimier (2-4-2017 10:03) De tijdlijn van Schellinkhout van 1915;
2. Westfries Genootschap Bankjes op de Westfriese Omringdijk / Klaas Bant;
3. Middeleeuwse dwangburchten van West-Friesland en Alkmaar Het kasteel te Wijdenes;
4. Westfriese Omringdijk Buitenmeubelen Rene Knip, bankjesalkmaar; Atelier Rene Knip; Willem Messchaert; KB; IX, 2;
5. Wikipedia Wijdenes; Dwars Door De Dijk. - p. 20-21, 31, 33

internetraadpleging: 5 - 7-4-2017


      Oosterleek
We zijn dus eigenlijk al in Oosterleek aangekomen. Het kleinste dorpje van West-Friesland dat in eerste instantie gelegen lag aan de oostelijke oever van een leek, een waterloopje dat hier lag. Wanneer we dichter bij het dorpje zelf komen zien we het torentje - een houten dakruiter - van de voormalige Hervormde Kerk (37136). In 1982 was er even sprake van sloop, nadat de gemeente het had gekocht van een voormalige particuliere bewoner die het had laten verworden tot een bouwval. De Stichting BOK (Behoud Oosterleker Kerk) wist dit te voorkomen en profiteerde van het feit dat de Omringdijk in '83 een monument werd 1.

noten:
1. Wikipedia Oosterleek, Kerk van Oosterleek; Het Oosterleker Kerkje Het kerkje; Historisch Schellinkhout scoort het best in Venhuizen / Jan Peerdeman, p. 100-101 (in: West-Friesland Oud & Nieuw : 69e Bundel van het Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland'. - Historisch Genootschap 'Oud West-Friesland', 2002);

internetraadpleging: 7-4-2017


      Venhuizen
Wij rijden de Zuiderdijk richting Enkhuizen verder op, waar we langs de buurtschap De Weed komen, dat we voor het eerst in 1417 als Die Weed schriftelijk tegenkomen. Bij het volgende buurtschap Tersluis rijden we verder landinwaarts naar Venhuizen. Veenhusen, zoals we als eerste optekening tegenkomen in 1288, is overduidelijk een verwijzing naar huizen aan het of in het veen 1.
Op het kruispunt Burg. J. Zijpweg, Kerkweg en Westerkerkweg stoppen we even vanwege het beeld van Truus Menger dat we bij de St. Lucaskerk tegenkomen. Dit beeld uit juni 1994 draagt de titel "Zeger Davidson" | 1764-1799 | vrijheid.
Zeger Davidson (~Venhuizen, 15-1-1764 - Sint Pancras, 26-9-1799) was een Orangist ten tijde van de Bataafsche Republiek. Na het helpen - het verzorgen van voedsel - van de Engelse / Russische mannen tijdens de landing in 1799, werd hij door de Bataafs-Franse Krijgsraad in Alkmaar ter dood veroordeeld. Een bijzonder verhaal is dat hij van de krijgsraad een dag in vrijheid zou mogen doorbrengen - om afscheid van dierbaren te nemen - wanneer hij op zijn erewoord terug zou keren. Hoewel de mogelijkheid van vluchten dus mogelijk was, keerde hij terug. Vervolgens werd hij 26 september in Sint Pancras gefusilleerd, zijn zwangere vrouw en drie zoons achterlatend.
Dit verhaal wordt door Theo Hoogstraaten verteld in "Een man van eer" dat in het jeugdboek Victorie! is opgenomen 2. Beter was het geweest om van "Een deugdzaam man" te spreken, aangezien zijn leven de prijs was .
Het lijkt erop dat Menger het fusilleren als een golf heeft verbeeld, waarmee Davidson te midden van zijn dierbaren weg werd gerukt.

Nadat we zijn afgeslagen de Markerwaardweg in, zien we de St. Lucaskerk in het ondergaande zonlicht staan.

Even later zijn we weer terug in ons hotelhuisje, waar we laatste nacht alweer ingaan.

noten:
1. Wikipedia De Weed;
2. Westfries Genootschap : Geschiedschrijving Davidson, Zeger (1764-1799) : Orangist ... tot in den dood;

internetraadpleging: 8-4-2017



de koeien bij RestInn, Andijk


Watertoren, Hoogkarspel (Tolweg x Zanglijster)


toren en Hervormde Kerk, Oosterblokker


Geloof, hoop & liefde 1612, Dorpsweg, Schellinkhout


Dorpsweg, Schellinkhout


Dorpsweg, Schellinkhout


Groote Molen 1630, Zuiderdijk, Schellinkhout


Martinuskerk en toren, Schellinkhout


Oosterpoortbrug, 1763, Hoorn


Oosterpoort, 1578, Hoorn


Oosterpoort met huisje 1601, Hoorn


Oosterpoort, Hoorn


Oosterpoort, Hoorn


Oosterpoort, Hoorn


Oosterpoort, Hoorn


Stadswapen, Vollerswaal, Hoorn


Vollerswaal, Hoorn


Vollerswaal, Hoorn


Slapershaven, Hoorn


Gedempte Appelhaven, Hoorn


Oude Doelenkade, Hoorn


Oude Doelenkade, Hoorn


zicht op de Hoofdtoren en Veermanskade, Hoorn


Veermanskade, Hoorn


De Scheepsjongens van Bontekoe | Johan Fabricius, Hoofd, Hoorn


Veermanskade, Hoorn


Hoofd, Hoorn


De Hoofdtoren, Hoorn


Buitenhaven, Hoorn


Veermanskade, Hoorn


De Hoofdtoren, Hoorn


Jacht Halve Maan, Hoorn


Jacht Halve Maan, Hoorn


Jacht Halve Maan, Hoorn


Jacht Halve Maan, Hoorn


Jacht Halve Maan, Hoorn


Jacht Halve Maan, Hoorn


Centrum Varend Erfgoed, Hoorn


Centrum Varend Erfgoed, Hoorn


Bagage voor het leven | 2013 | Frank Halmans, Oostereiland, Hoorn


Nieuwendam - zicht op Venidse , Hoorn


Nieuwendam, Hoorn


Appelhaven, Hoorn


Vismarkt, Hoorn


Jan Pietersz Coen, Roode Steen, Hoorn


Westfries Museum, Roode Steen, Hoorn


Westfries Museum, Roode Steen, Hoorn


Koepelkerk, Grote Noord, Hoorn


Waaggebouw, Roode Steen, Hoorn


La Cabaña Argentina, Roode Steen, Hoorn


Hoornse Boekhandel, Grote Noord, Hoorn


Steun | 1990 | Truus Menger, 4e markering gefusilleerden, Grote Noord, Hoorn


P. de Gruyter & Zn, hoek Nieuwe Noord Nieuwsteeg, Hoorn


Cool Cat, Grote Noord, Hoorn


boekhanddel Stumpel, Grote Noord, Hoorn


hoek Grote Noord - Duinsteeg, Hoorn


MS mode, Grote Noord, Hoorn


groot rond dakvenster, Kleine Noord, Hoorn


klein rond dakvenster, Kleine Noord, Hoorn


De Waterdrager | Jan Ros | 2003, Noorderveemarkt, Hoorn


Veemarkt, Hoorn


Achterom, Hoorn


Nieuwsteeg, Hoorn


Statenlogement - Gouw - Nieuwstraat, Hoorn


Nieuwland, Hoorn


Gedempte Turfhaven (w-zijde), Hoorn


Gedempte Turfhaven (o-zijde), Hoorn


De Doelen, Achterstraat, Hoorn


Onder de Boompjes, Hoorn


Nieuwstraat, Hoorn


Wisselstraat, Hoorn


Wisselstraat, Hoorn


Gravenstraat - (Oosterkerk), Hoorn


Jeroenensteeg, Hoorn


Oosterkerk, Grote Oost, Hoorn


hoek Wijdesteeg - West, Hoorn


hoek Wijdesteeg - West, Hoorn


Achterom, Hoorn


Achterom, Hoorn


Wanhoop | 1990 | Truus Menger, 3e markering gefusilleerden, Geldersesteeg, Hoorn


Karperkuil, Hoorn


Karperkuil, Hoorn


Toren van Wijdenes, vanaf Dorpsweg 98 Schellinkhout


De Nek, Wijdenes


bankje, Wijdenes


Zuiderdijk, Wijdenes - Oosterleek


Het Oosterleker Kerkje, Oosterleek


"zeger davidson" 1764-1799 vrijheid | 1994 | Truus Menger, Venhuizen


St. Lucaskerk, Venhuizen






Dag 4: naar Wervershoof, Hauwert, Wognum, Hoorn en Monnickendam

kaart 4

Na een ontspannende nachtrust - de bedden zijn heerlijk voor zowel buik- als rug- en zijslapers - mogen we even rustig wakker worden. Vandaag zullen we dit plekje weer verlaten en zodoende wordt alles weer ingepakt. Na wederom een heerlijk ontbijt, laden we onze spullen weer in de wagen en nemen we afscheid van de familie van Zanten.
Vandaag willen in ieder geval nog even naar het Westfries Museum in Hoorn en een vriendinbezoekje brengen in Monnickendam, waarbij we onderweg ons weer laten leiden door wat we tegenkomen.
Wanneer Andijk via een ander weg verlaten, komen we in het buurtschap Bangert een mooi plaatje tegen. Dus zetten we even de wagen aan de kant en nemen we vanaf de Big Ben & Annie Koperbrug - een vernoeming naar de voormalige eigenaren van het voormalig cafetaria "De Stormvogel" (nu 't Skaffie) dat hier aan de Kleingouw gevestigd zit 1 - enkele foto's.

noten:
1. de Andijker, woensdag 8 juli 2015 Big Ben & Annie Koperbrug, p. 3; Eet.nu De Stormvogel in Andijk;


Sint Werenfriduskerk, Wervershoof

internetraadpleging: 10-4-2017


      Wervershoof
Even later rijden we nogmaals door Wervershoof, waarbij we de Sint Werenfriduskerk
aan de Dorpsstraat nog een keertje vastleggen, maar nu vanaf dichtbij en opzij. Zo lijkt het gebouw toch weer iets minder indrukwekkend, omdat er meer omgeving zichtbaar is.
We vervolgen de route naar Hauwert, zodat we weer een stukje over de Zwaagdijk (nu Simon Koopmanstraat) rijden.
Hierna komen we de Kromme Leek/Narre Vliet tegen.


      Hauwert
Op het kruispunt van Hauwert zoeken we even naar een parkeerplaats, die we om de hoek vinden. Hier stappen we even uit omdat er diverse opvallende gebouwen staan. Zoals we intussen weten is Hauwert al vrij oud maar dan onder de naam Bokswoude
of Boxwoude. Maar niemand weet met zekerheid van de rand of de hoed. De monumentale toren stamt uit de 16e eeuw en heeft een klokkenstoel met klok uit 1530. De kerk heeft nog onderdelen uit de tweede kwart van de 15e eeuw.
Om de hoek en voor de basisschool met de toepasselijke naam "De Vijzel" vinden we een vijzel die door de heer C. Beemster is gered van de sloop. De vijzel heeft zijn bijdrage geleverd om de polder "De Verenigden" te bemalen, door het water met de waterschroef van onderen door de vijzelbak naar boven mee te nemen. Het informatiebord maakt niet helemaal duidelijk welke beschreven informatie betrekking heeft op het hier geplaatste onderdeel, zodat niet duidelijk is of dit exemplaar is gemaakt door de firma Over uit Hauwert in 1929/1930 of dat het juist de vervanging is die door hun in die periode gemaakt is.
De vijzel staat hier in ieder geval sinds 1998.


      Wognum
We rijden snel verder en komen na Nibbixwoude en Wijzend uit in Wognum. Het eerste gebouw dat we tegenkomen herkennen we onmiddellijk, de DSB Bank, dat staat voor Dirk Scheringa Beheer. De DSB zit nog steeds gevestigd in het gebouw, maar wel zonder Dirk Scheringa (Grijpskerk, 21 september 1950). Het wikkelt sinds 2009 het faillissement af, sinds 2016 gebeurt dit onder de naam Finqus. Tegenwoordig herbergt dit toch wel opmerkelijk gebouw diverse overheidsinstellingen, waaronder de Gemeente Medemblik. In de architectuur is duidelijk de handtekening van het
Architectenbureau Albert en Van Huut (opgericht in 1963 in Amsterdam) te herkennen, bekend van het NMB Bank-gebouw in Amsterdam uit 1987, het Gasunie-gebouw in Groningen uit 1994 en Theatre ”Cultureel Kwartier” in Sneek uit 2012 . Door de grillighoekige vormen weten ze - Ton Albers (Antwerpen, 6-7-1927 – Amsterdam, 16-8-1999) en sinds 1975 (in 1987 partner) Max van Huut (Jakarta, 7-12-1947) een nieuwe architectuurvorm te ontwikkelen die organisch wordt genoemd 1.
Bij de volgende rotonde komen we duidelijk aan in de oude kern van Wognum en daarom parkeren we even de wagen in de Raadhuisstraat. Woggenom staat er op de oude achtergrond kaart voor Wognum. Wognom kent in ieder geval achtereenvolgend bewoning sinds het jaar 900, al kwam er in de Bronstijd ook al bewoning voor. De eerste geschreven benaming was Wokgunge in 980. Hierna volgden Woggunghem, Wognem, Woghenem, Woggenum. Het is ontstaan op de zavelgronden van een oever van een oude stroomgeul 2.
Aan de rotonde vinden we een vroegere boerderij met een gevelsteen met daar op een schip. De verklaring dat hiervoor wordt gegeven is dat rijke boeren, naast het boerenbedrijf, zich ook permitteerden om deel te nemen in de handel - in voornamelijk hout - met de Oostzeelanden en daarbij een aandeel hadden in een schip waarmee dit werd vervoerd 3.
Daartegenover zien we minder glorieuze bouw, van nog niet zo lang geleden en dat zo te zien niet lang meer te gaan heeft, voordat het weer deel gaat uitmaken van nieuwe plannen.
Aan het einde van de straat zien we Welgelegen (495711) liggen, een stolpboerderij uit 1879 met klokgevel en getoogde spiegel waarboven een fraaie schoorsteen uittorent. De leugendeur (aan de linkerzijde) heeft een bovenlicht van gegraveerd glas met een agrarische voorstelling.
Wanneer we weer teruglopen krijgen we de toren (39316) uit 1612 en de vijftiende-eeuwse kerk (39315) in het oog. De toren heeft een klokkenstoel met klok van Pieter Vermaten uit 1695. Het kerkgebouw ziet er vreemd uit met het middenstuk van vijf traveeën waarvan het dak vier meter lager is. Het hoge koorgedeelte - bestaande uit een vijfzijdige sluiting - is gebouwd rond 1500. Het lagere gedeelte is ouder, maar gebouwd na 1400 en heeft nog stukken muur die deels bestaan uit tufsteen. Deze muur heeft een dikte van zo'n 48cm. 4.
Deze tufsteen zal vermoedelijk komen van de voorganger(s) van deze kerk op deze plaats. In de kerklijsten van om en nabij 1140 wordt al gesproken over de kerken van Theodericus - aangenomen wordt dat dit graaf Dirk III of IV betreft - waaronder die van Wokgunge. Echternach 'schonk' ze toen aan Dirk. Honderd jaar eerder, in 1063, wordt er ook al gesproken over een kerk of kapel in Woggenum. Utrecht 'schonk' ze toen aan Echternach 5.
Schuin tegenover de kerk voor een voormalige openbare school met daarop een straatnaambordje "boibeligbloid" dat "blij met de bijbel" op z'n West-Fries betekend, staat een oude lindeboom. Het betreft een Kroningsboom van 1898, die geplant werd ter gelegenheid van de kroning van Wilhelmina 6.
Wanneer we weer verder rijden, beseffen we op een gegeven moment, dat we zo niet richting Hoorn rijden. En dus keren we weer om. Dat hadden we beter niet kunnen doen, want dan waren we nog het voormalige en nu ingepolderde Baarsdorpermeer tegengekomen. Wanneer we nu aan de zuidkant de bewoning verlaten krijgen we echter ook mooie vergezichten te zien. In de verte zien we de bomen en bosschages van het Landgoed de Leekerhorn, met een fraai hekwerk. Dit grootste particuliere landgoed is van Jo Roelof Zeeman (Wognum, 10-7-1934). Deze eigenaardige selfmade vastgoedman - van origine timmerman en architect - heeft een duidelijke kijk op de (zaken)wereld en steekt dit niet onder stoelen of banken 7.
Als een soort beschermende buffer ligt dit landgoed tussen de nieuwe Westfrisiaweg (aansluiting A7 naar Enkhuizen) en het ingepolderde Baarsdorpermeer. Zo kan het niet in een rechte lijn naar de aansluiting Obdam - aansluiting N242 Zuid-Scharwoude. Dit zou zo'n 7 km en 7 min per rit in reizen kunnen besparen. Gelukkig is het soms meer waard om je ergens nog rustig doorheen te kunnen begeven. Zou deze plek voor het landgoed dus een bewuste keuze zijn om deze reden, dan is het een groot sieraad voor West-Friesland en een lichtend voorbeeld.
De Kleine Zomerdijk brengt ons tenslotte naar Hoorn. Deze Kleine Zomerdijk, die in het oosten gekoppeld ligt aan de Zwaagdijk en in het westen aan de Grote Zomerdijk dienen ervoor te zorgen dat bij wateroverlast door regenval de gebieden achter de dijk droog bleven.

noten:
1. Wikipedia DSB Bank, Dirk Scheringa, Architectenbureau Alberts en Van Huut, Ton Alberts, Max van Huut; DSB Bank;
2. Wikipedia Wognum
3. Westfries Genootschap : Archivering Stolp is kampioen in aantal gevelstenen / Ed Dekker;
4. Wikipedia Wognum, Raadhuisstraat 15 - Hervormde Kerk
5. Ad Flaridingun – Vlaardingen in de elfde eeuw : middeleeuwse bronnen over de Slag bij Vlaardingen en andere Vlaardingse gebeurtenissen / Kees Nieuwenhuijsen, Tim de Ridder (ingeleid, bezorgd); Kees Nieuwenhuijsen, [et al.] (vertaling uit het Latijn); Marco Mostert (advies/redactie); Eelco Beukers (tekstredactie). - Middeleeuwse studies en bronnen, 135; ISSN 0929-9726. - Hilversum : Verloren, 2012. - ISBN 978-90-8704-258-5 p. 195; Groot charterboek der graaven van Holland, van Zeeland en heeren van Vriesland: beginnende met de eerste en oudste brieven van die landstreeken, en eindigende met den dood van ... Jacoba van Beijere .... Zynde zoo met de verschillende leezingen der onderscheidene afschriften, als met eenige korte aanmerkingen opgehelderd ... / Frans van Mieris. - Deel 1. - Leyden : Pieter vander Eyk, 1753 p. 65-66;
6. FrieslandBeweegt.frl Pijpweid hangt in homobars
7. fd., 22-1-2016 'We hebben niets geleerd van de vastgoedcrisis' / Martine Wolzak, Eva Rooijers; Zeeman Vastgoed Geschiedenis; Westfries Genootschap : West-Friesland Oud & Nieuw, Jrg 67 (2000) Jo Roelof Zeeman uit de Leekermeer (1934) : Succes en geluk aan de Nieuwe Steen / Arnold Lantman, Joop Zutt, p. 139-143;

internetraadpleging: 10 - 12-4-2017


      Hoorn
Wanneer we in Hoorn zijn aangekomen, parkeren we de wagen op het parkeerterrein tussen het station en Noorderveemarkt. We willen - zoals gezegd - nog even naar het
Westfries Museum. Deze is vanaf het parkeerterrein gemakkelijk aan te lopen via de Ouden Noort of Kleine en Grote Noord.
Wanneer we op het Breed aankomen trekt er toch weer een pand onze aandacht. De Gekroonde Jaagschuit werd in 1878 voor Pieter Kaag Anthonyz door Adrianus Cyriacus Bleijs (Hoorn, 29-3-1842 - Kerkdriel, 12-1-1912) gebouwd als koffie-, thee- en tabakswinkel. Het boekwerk van ruim 150 pagina's, getiteld De Gekroonde Jaagschuit Hoorn : handel in koffie, thee en tabak op het Breed, geschreven door Willeke Jeeninga, verteld alle ins en outs over dit pand. Het handelsmerk De Gekroonde Jaagschuit werd door een van de oudste tabakgrossier, Pieter Kaag Antz., in 1793 opgericht 1.

Zonder verder oponthoud lukt het ons om naar het museum te lopen.
Zoals altijd in een museum, zijn er ontzettend veel items te bewonderen, ontdekken of te ervaren. We zullen dan ook slechts enkele opgemerkte items laten zien en bespreken. Veelal laten ze ook iets zien van onze wandeltocht van gisteren .

Het eerste olieschilderij dat we hier laten zien, is er een van Isaac Ouwater (~Amsterdam, 31-7-1748 - ⚰Amsterdam, 4-3-1793), die het plein De Roode Steen in 1784 schilderde. We zien hierop de gebouwen (links) waarin nu het museum gevestigd zit en uiterst recht het Waaggebouw. In midden vinden het oude raadhuis dat in 1797 ter sloop werd verkocht, zoals we inmiddels weten 2.
Op het Schuttersstuk Claes Willemsz Jager uit 1655 van Jan Albertsz Rotius (~Medemblik, 20-10-1624 - ⚰Hoorn, 1-11-1666) zien we Rotius uiterst links staan, waar hij zichzelf heeft afgebeeld als sergeant. Het schilderij is zodanig opgesteld in de zaal, dat het nimmer volledig is te aanschouwen. Het zicht erop wordt deels geblokkeerd door fotoportretten. Ook de aangebrachte verlichting is dusdanig aangebracht dat het niet volledig is te aanschouwen. Het beeld wordt dusdanig verstoord door een waas van glanslicht of volledig lamplicht weerkaatsing door het vernis. Hierdoor wordt je als bezoeker nauwelijks uitgenodigd om het schilderij goed te aanschouwen en gaat de tentoonstelling aan het doel voorbij.
details Schuttersstuk Claes Willemsz Jager | 1655 | Jan Albertsz Rotius, Westfries Museum, Hoorn

hondekopknop van Jan Albertsz Rotius

leeuwengevest van Jan Jansz Groot de Jonghe
We bekijken daarom het enorme doek van 326 x 335 cm maar eens van dichtbij. Hier zien we bij zowel de sabel van Rotius als bij die van de sergeant Jan Jansz Groot de Jonghe een bijzondere knop. Rotius heeft zijn sowieso al erg bijzondere gevest met vuistbeugel versierd met een knop van een jachthond kop. Groot de Jonghe heeft zelfs een dat lijkt op een boosaardig onderwereld fantasiefiguur. Het gevest is eigenlijk een heel leeuwenfiguur, dusdanig gemodelleerd dat het nog als handgreep te gebruiken is. Dit soort leeuwengevesten werden vanaf de jaren 30 van de zeventiende eeuw ook veel toegepast bij eresabels 3.
Het Westfries Museum toont vier leren schoenen uit de periode 1550-1650. Deze zijn allen gevonden in Hoorn aldus het bijgevoegd informatiebordje. Een vergelijkbare schoen met de linksboven schoen is ook gevonden in de Paktuinen te Enkhuizen. Deze wordt gedateerd tussen 1575-1600 (ENK-372-576-L01). In tegenstelling tot deze van Hoorn, waarbij het zo te zien om een veterversie gaat, is de Enkhuizerversie waarschijnlijk met een riempje en (niet te zien) gesp, vergelijkbaar met de schoen, linksonder op de foto.
In Hoorn is er ook nog een veel oudere schoen gevonden. Deze leren veterschoen (HRN-130-476-L01) wordt gedateerd tussen 1350-1400 en is gevonden op de Grote Noord 4.
In deze periode bestonden de schoenen volledig uit leer, dus ook de zolen. Zodoende mogen we aannemen dat men bij het naar buiten gaan de schoeisels aanvulde met trippen . Zeker in de periode en gebieden waar de straten nog niet versteend waren.
De schutters hebben hiervan duidelijk geen last meer, want ze dragen reeds allen schoeisels met geïntegreerde trip ofwel schoenen met hoge houten hakken en onderstel.

En dan staan we opeens oog in oog met een restant van de besproken afgebroken Oude Oosterpoort of Oostpoort. Op de gevelsteen uit 1538 zien we het stadswapen van Hoorn, dat door twee eenhoorns wordt vastgehouden. Op de gevelsteen daaronder lezen we de psalmtekst 127, het laatste deel van het eerste vers van een bedevaart lied. Van Salomo.
Waer die Here die stat niet bewaret, so wacht d wacht o nitt
Waar de heer de stad niet beschermt, daar waakt de wachter voor niets.
Details van symbool op gevelsteen van de oude Oosterpoort en de rijk met - in de vorm van een maalteken of Andrieskruis - (edel)stenen afgezette stola van George van Egmont.

gevelsteen 1538 Oostpoort

bron: Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 20257227
Van de Jachthoorn op schild is een stadszegel van 1361 bekend. Deze gevelsteen toont voor het eerst de combinatie met de eenhoorns. Deze eenhoorns kwamen ook voor in het wapen van de bisschop van Utrecht (1534-1559), Joris of George van Egmont (Egmond, ± 1504 - Saint-Amand, 26-9-1559). Hiermee wordt het geestelijk gezag van de kerkvorst aangegeven. Tussen de hoofden van de eenhoorn vinden we nog een symbool. Dit valt te vergelijken met een glas-in-lood raamwerk van George van Egmont dat hij zelf aan de Sint-Janskerk van Gouda geschonken heeft. Maar mogelijk is dit iets te ver gezocht. Het kan namelijk ook gezien worden, als het Bourgondische Andrieskruis met het vuurslag, dat de wereldlijke landsheer representeert. De Bourgondiërs hebben deze Andrieskruis of maalkruis met vuurslag als symbool aangenomen. Een vuurslag is een hulpmiddeltje om vuur te maken met een vuursteen. Het is een ijzeren staafje waarin een dubbel gat zat waardoor twee vingers gestoken werd om het vast te houden. Hiermee werd tegen het vuursteen geslagen 5.
Links van de eenhoorn kunnen we "Anno 1538" lezen. Rechts staat "Is dit werck volmaect" / "Is dit werk volmaakt". Het werk was in 1511 begonnen en dus 27 jaar later volbracht 6.

Een ander bijzonder object is een tijdslamp uit de zeventiende eeuw. Het lampje meet de tijd door - net als bij een kaars - het brandstofpeil in tijd uit te zetten. Zo kon men - wanneer het donker was - tussen 18:00 en 07:00 uur toch de tijd meten. Langs het glazen voorraadhouder zien we de uurschaalverdeling.

Vanzelfsprekend komen we ook Theodorus Velius tegen met een gelijkend beeld als die we al eerder zagen, maar nu als portretschildering in kleur.
Westfries Museum, Hoorn

secretaire

kluiskast

Het rariteitenkabinetten slaan we hier - gezien het onderwerp - even over. Een secretaire in dezelfde ruimte laat ons de schoonheid en vakmanschap zien hoe een meubelstuk er ook uit kan zien. Even verderop vinden nog iets dergelijks. Deze zit echter verdiept in een muur naar het schijnt. We kunnen dit dus beschouwen als een muurkluis, dat verhuld is als een ondiep muurkastje.

Een schilderij verbeeldt de Oostpoort voor ons in kleur.

Vervolgens komen we dé oorlogstrofee van de Geuzen tegen de Spanjaarden tegen, die hier al ruim vierhonderd jaar bewaard wordt. Het betreft een prachtige zilveren beker, dat later verguld is. De beker is in Antwerpen gemaakt, waarschijnlijk tussen 1530 en 1540. En zoals we intussen weten is deze buitgemaakt op Maximiliaan van Bossu, die in Spaanse dienst het onderspit delfde in de 'slag op de Zuiderzee' in oktober 1573. Het opschrift in de beker luidt ‘Rien ou Comtes’ oftewel 'niets of graaf', aldus het museum. Een Trouw artikel uit 2007 meldt, dat men er eindelijk uit is wat die raadselachtig opschriften betekenen. De beker vermeldt namelijk verder nog 'Ie mi atens w' dat 'Ik ben voorbereid' zou betekenen.

bron: Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beker van "Bossu"

bron: Westfriesmuseum De beker van Bossu
Dit suggereert dat men er kennelijk moeite mee had om deze zin Rien ou Comtes - Ie mi atens w goed te vertalen en te duiden. De tekst die we zelf van beker kunnen lezen is echter Rien ovContês - Iemi atens.
Cornelis Alard Abbing (1800-1872) beschrijft het in zijn Beknopte geschiedenis der stad Hoorn uit 1839 als Rien ou Contes. Ie mi attens (Graaf of niets. Ik ben er op voorbereid).
Jacob van Lennep (1802-1868) en Johannes ter Gouw (1814-1894) schrijven in 1869 in Het boek der opschriften echter dat Abbing iets over het hoofd heeft gezien en dat deze vertaling geen steek houdt. Ook zij lezen, zoals medegedeeld door P. Opperdoes Alewijn (iets anders genoteerd) Rien ov Contês - Ie Mi Atens ofwel Rien ou contens, Je m'y atens. Volgens Maria van Nassau (dochter van Willem I) kan het deel je l'entens ook lezen als je letens, omdat we atens mogelijk als entens moeten schrijven. In deze periode waren de opschriften niet altijd even duidelijk, vanwege de zucht naar korte spreuken en gebrekkig taalgebruik. Ze komen dan ook tot de conclusie dat er waarschijnlijk iets staat in de trend van "Niets of volop - ik versta de kunst", waarmee uitgedrukt wordt dat men (de drinker) de kunst moet verstaan om tevreden te zijn met zowel alles of niets. Beide opties behoeft namelijk een bepaalde omgangsvorm.
Vürtheim vermeldt in zijn artikel Navorschingen omtrent oude gebouwen te Hoorn dat beeldje van de met schild en speer gewapende man uit de zeventiende eeuw stamt, terwijl de beker - zoals gezegd - van rond 1530/1540 is 7.

Van een heel andere orde zijn de twee papieren knip- en prikwerken van Pieter Reynders (Harlingen, 1771 - Amsterdam, 1848) en Jacobus Brasser ( - ⚰Delft, 21-12-1799). De Bomenlaan met dorpsgezicht uit 1786 van Reynders bestaat uit meerdere lagen die op elkaar zijn bevestigd. Het Fries Scheepvaart Museum - die ook twee werken van hem heeft - doet de mogelijkheid van de hand dat het mogelijk zou kunnen gaan om ene P.R. die in 1771 in Harlingen werd geboren en in Amsterdam in 1848 zonder beroep overleed. Dit zou echter inhouden, dat hij het werk dat we hier zien al als vijftien/zestienjarige heeft gemaakt. Reynders was aan het einde van de achttiende eeuw zeer productief met het maken van landschappen waarbij hij reliëf in het papier aanbracht door het stevig witte papier nat te maken en met zakjes zand hol werd gemaakt, het zogenoemde opwerk. Hierna werden losse elementen op de voorgrond door een gleufje gestoken. Dit zien we ook terug in het Gesigt der stad Rotterdam uit 1780 van Brasser, dat het effect heeft van een blinddruk, al is duidelijk te zien dat er andere papierlagen op het vel geschept papier zijn toegevoegd.
Petra Clarijs, auteur van de bestseller Wat is Antiek? en museumdirecteur gaf in 1966 in een interview aan, de knipsels van Reynders beeldschoon te vinden, verwijzend naar een werk uit 1801 waarop een boerderijtje met ooievaarsnest op het dak staat. Op een tweede zien we deze ooievaarsnest nog eens maar dan veel groter. "Een bewijs dat ze bij elkaar horen" 8.

Hierop volgen diverse schappen met de Westfriese klederdracht, waaraan we kunnen zien, dat het wederom bewijst dat het klederdracht betreft, waaraan we kunnen zien dat ze over de hele linie bij elkaar horen. En vervolgens zijn er regionale uitvoeringen, die zich weer uitsplitsen in lokale en zelfs persoonlijke uitvoeringen. De gebruikte attributen zien we dan ook telkens weer terug.
Of ze nu van een eindje verderop zijn, zoals het bijvoorbeeld in Twisk te zien is of van iets verder weg, zoals in Middelburg , Hoedekenskerke , Hulst of Axel , de overeenkomsten zijn volledig duidelijk.

Ook in de tuin kunnen we nog het een en ander vinden. Natuurlijk zijn dit zaken die tegen de weerschommelingen kunnen en dus zien we hier vele gevelstenen. En mooi en vreemd voorbeeld hiervan is In de koppedraier uit 1533. We zien hierop een met de voeten aangedreven draaibank, waarop zogenaamde kaaskoppen gedraaid werden. Met deze kaasvaten, die uit wilgenhout gedraaid werden, konden de ronde kaasje gemaakt worden. In deze periode was dus ook het produceren van deze kaasvaten een specifiek beroep, anders was hiervoor geen gevelsteen geweest.
We zullen bij deze kazen vooral moeten denken aan de kleine bolronde en platte boven- en onderkant, die we de Edammer noemen. Deze naam gebruiken we vanwege het verscheeppunt, namelijk Edam. De steen komt uit de gevel van een pand in de Nieuwsteeg 9.

Hoewel we gisteren ook al een boek gescoord hebben, lopen we toch nog maar een rondje door de museumwinkel. Vanwege de nu geziene tentoonstelling van de werken van Jan Albertsz Rotius nemen toch ook maar het boek over deze Meesterschilder van Hoorn mee. Er staan namelijk zoveel personen in met een 'foto'. En dat is natuurlijk altijd handig.
Vervolgens komen we wonderlijke verhalen tegen in Wonderlijk West-Friesland en kunnen we het Rondje Westfriese Omringdijk nog eens vanuit een lokaal 'point of view' bekijken in de gelijknamige dubbel-dvd.

Vervolgens is het de hoogste tijd om Hoorn weer te verlaten om ons naar Monnickendam te begeven. Dit doen we voor de verandering niet op de toeristische toer. We rijden er rechtstreeks naar toe.

noten:
1. Vereniging Oud Hoorn : Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed Adrianus Cyriacus Bleijs (1842-1912); Westfries Genootschap : Archivering Enkele notities bij een paar Hoornse tabakskervers en -grossiers (3/6);
2. RKD Isaac Ouwater;
3. RKD Jan Albertsz. Rotius; Jan Albertsz Rotius : meesterschilder van Hoorn / Esther Blanken, John Brozius, Rudi Ekkart, Saskia Kuus, Fred Meijer, Carla van de Puttelaar; Ben Leek, Ad Geerink, Rita Lodde-Tolenaar (redactie commissie). - [Hoorn] : Publicatie Stichting Bas Baltus, 2016. - ISBN 978-90-76385-18-1 (Uitgave ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in het Westfries Museum van 23 april t/m 18 september 2016). - p. [2], 244-245; Vereniging Oud Hoorn : Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed Jan Albertsz Rotius (1624-1666); Militair magazijn : Wapens - Armamentaria Iets over de degengevesten in Hoorn rond het jaar 1650 : Een belangrijke wapenhistorische ontwikkeling / R.B.F. van der Sloot, J.B. Kist; Blanke wapens : Nederlandse slag- en steekwapens sinds 1600 : Zwaarden Degens Sabels en Ponjaards : Historisch overzicht en Typologie / J.P. Puype. - Tijdstroom Antiekwijzers. - Lochem/Poperinge : De Tijdstroom, 1981. - ISBN 90-6087-662-8. - p. 43
4. Archeologie West-Friesland Leren schoen, Leren veterschoen;
5. Wikipedia Oude Oosterpoort, George van Egmont;
Vereniging Oud Hoorn : Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed Het wapen van Hoorn; Westfries Genootschap : Archivering Hoorns Hoorn en de Eenhoorn (10/17); Widopedia / Wido Bourel De Bourgondische vuurslag;
6. met dank aan Heleen van Baalen, Maya Kruit-Reep, Hendrik Jonker en Han Nijdam; Chronyk van Hoorn / Theodorus Velius; vierden druk / Sebastiaan centen. - Hoorn : Jacob Duyn, 1740. - p. 252, p. 181;
7. Westfries museum Topstuk: De beker van Bossu; Trouw, 22-2-2007 De Graaf van Bossu verloor vloot, zwaard en beker / Mariëlle Wiemer; Navorschingen omtrent oude gebouwen te Hoorn / J.J. Vürtheim Gz. - p. 46-47 (in: De Navorscher : een middel tot Gedachtenwisseling en Letterkundig Verkeer tusschen allen die iets weten, iets te vragen hebben of iets kunnen oplossen / G. Fuldauer (redactie). - Acht en Zestigste jaargang. - Amsterdam : Engelhard, Van Embden & Co., 1919); Beknopte geschiedenis der stad Hoorn, en Verhaal van de stichting, voltooijing en verfraaijing van de Groote Kerk, tot op den brand, die haar vernielde op den 3den augustus 1838 / C.A. Abbing. - Hoorn : gebr. Vermande, 1839. - p. 72; Het boek der opschriften : een bijdrage tot de geschiedenis van het Nederlandsche volksleven / J. van Lennep, J. ter Gouw. - Amsterdam : Kraay, 1869. - p. 28;
8. Collectie Delft Jacobus Brasser; Doopsgezinde bijdragen : Nieuwe reeks / Jelle Bosma, Mirjam van Veen (eindredactie), nummer 42 (2016). - ISBN 978-90-8704-584-5. - Amsterdam : Doopsgezinde Historische Kring, 2016. - ISSN 0167-0441 p. 179; Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie Pieter Reynders, knipkunst; Fries scheepvaart museum Pieter Reynders; RKD Pieter Reynders; De tijd : dagblad voor Nederland, 4-1-1966 Drs. Petra Clarijs museumdirectrice in Deventer : Schrijfster van bestseller "Wat is antiek?" / Ine Swart;
9. Ach Lieve Tijd 10: Zeven eeuwen Hoorn, zijn bewoners en hun nijverheid Jacobus Brasser; Beschermde geografische aanduiding voor Edam Holland versie 10-02-2015 / J. Bijloo (aanpassing). - p. 11-12; Heemschutserie - Boekje 1941-1954 | 1943 | 1 januari 1943 p. 84-85;

internetraadpleging: 15 - 17-4-2017


      Monnickendam
Nadat we over De Zarken over de Vestinggracht rijden kunnen we de wagen parkeren op een parkeerplek van het Bolwerk tegenover de Grote Kerk. We zijn nog maar net aangekomen in Monnickendam en de verschillende tijdsvlakken van de geschiedenis komen op ons af.
Wandelroute Monnickendam van paars naar blauw

bron: Koninklijke Bibliotheek Stedenatlas De Wit: Monnickendam; Atlas De Wit : 1698 : stedenatlas van de Lage Landen : van Groningen tot Kamerijk / Marieke van Delft & Peter van der Krogt. - Tielt : Lannoo, 2012. - ISBN 978-94-0140189-0. - p. 96-97

Bij de Vestinggracht stond voorheen de Nieuwe Poort. Achter de vestingmuur stonden op het bastion de kanonnen gericht in de richting van de Treckwegh van Amsterdam.

Nieuwe Poort van Monnickendam in 1660.
bron: Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche outheden : bestaande in steden, dorpen, sloten, adelyke huysen, kloosters, kerken, godshuysen, poorten, en andere voornaame stadts- en landtgebouwen / Matthaeus Brouërius van Nidek, Isaac Le Long; Abraham Rademaker. - Eerste Deel. - Te Amsterdam : by Willem Barents, 1727-1733 p. 117
Tegenwoordig heet het de Zesstedenvaart - vernoemd naar de zorgplichtige steden Amsterdam, Purmerend, Monnickendam, Edam, Hoorn en Enkhuizen. Wij lopen eerst maar eens naar de Grote Kerk. Zoals altijd in ons leefgebied is de toren in eigendom van de gemeenschap en zodoende dus nu ook nog steeds van de gemeente. Ook de kerken waren meestal eigenkerken, dus door (lokale) gemeenschap gefinancierd en gebouwd en niet door "Rome". Opmerkelijk voor Monnickendam zijn dan ook de consequenties van de Bataafse Republiek in 1795. Er kwam toen een scheiding tussen Kerk en Staat. Zodoende moest de kerk overgedragen worden van de gemeenschap aan een kerkgenootschap, die het wilde kopen. Dit gebeurde echter met een verdeelsleutel, aangezien alle kerkgenootschap recht op het pand hadden. En zodoende moest de kopende partij (de Gereformeerde Gemeente) een deel van de koopsom aan de 'verkopende' genootschappen betalen. Allen zagen uiteindelijk af van deze 'schadeloosstelling', behalve de Roomse Kerkgenootschap, vanwege de 'bekrompenheid hunner Kassen' 1.
Men begon met de toren te bouwen rond 1510. Er werd een goede fundering gemaakt - met mogelijk mislukkingen bij andere steden in het achterhoofd en de muren werden 2,30 m dik. De toren is een vierkant met zijden van 11 meter. Met gebruik van een speksteenlaag werd gepoogd het inzakken van het verse metselwerk tegen gaan. Daarnaast was het natuurlijk ook ter versiering. Een fraai gegeven is ook dat de onderste lagen allemaal zes lagen baksteen hebben en vervolgens de afdekking met een speksteenlaag. Vervolgens wordt de baksteenlaag telkens met een laag verhoogt. Na de twaalfde laag komen er vijf lagen met zeven lagen baksteen. Gevolgd door vijf lagen met acht lagen baksteen. Na zo'n 10 jaar metselen - en daarvoor stenen bakken - was men tot en met de negenlaagse baksteen gekomen 2.

De bouw van de Grote Kerk (30026) begon aan het eind van de veertiende eeuw, dus zo'n 120 jaar vóór de bouw van de toren. Na uitgraven van de bouwput van zo'n 3 meter diep, gingen er zo'n drieduizend heipalen van zo'n zes meter de grond in. De tussenruimte werd opgevuld met kortere paaltjes. De slieten waren een paar meter lang. Daarbovenop kwamen de vele koehuiden te liggen om het metselcement van tras (dit is gemalen tufsteen), zand en kalk te beschermen tegen het grondwater. Tras zorgt voor een trage droging en geeft een waterdicht resultaat. Het begon als een tweebeukig hallenkerk met een lengte van zes traveeën. Ongeveer vergelijkbaar met de Sint-Nicolaaskerk dat nu nog in Broek en Waterland staat. Dit stuk van de kerk kunnen we in de kerk terugvinden tegenover de ingang, vanaf het koorhek tot de tweede paal voor de toren. Vervolgens worden er telkens stukken bijgebouwd. Ook de vloer kwam in de loop van tijd steeds hoger te liggen vanwege verzakkingen de door vele graven onder de evenzovele grafzerken. Na verluid zijn er tussen 1425 en 1831 zo'n 30.000 Monnickendammers in de kerk begraven. Dat is dus ook de reden dat we een paar treden omhoog moeten nemen, wanneer we de kerk binnengaan 3.
Enorme stalen kunstwerken staan er opgesteld in de kerk op de vrije kerkvloer. De werken zijn van Irène Prinsen die met de snijbrander de stalen platen openbrand, zodat er licht doorheen kan schijnen. Met deze nieuwe kunstvorm, tekenen en schilderen met de snijbrander om te komen tot nieuwe lijnen en sculpturen, vormen van schaduw en licht, brak ze in 1990 door met de voltooiing van El Greco, basiliek voor een schilder. Met haar religieuze thema's die ze uitwerkt staat ze in deze kerk goed. Het werk Apocalypsis uit 1992, wat we laten zien, wil een onthulling (vertaling van Apocalypsis uit het Oud-Grieks) geven van de vele bedreigingen die ons in het nieuwe millennium te wachten staan.
We lopen even een snel rondje door de kerk. Naast de objecten van Prinsen zijn er ook talloze andere opvallende zaken te zien, zoals de vele grafzerken, hier en daar een stukje fresco op de muren, kerkbanken met daarop wapens geschilderd, een model-tjalk van Casper Kremer (1904-2002), een Kerkenraadboek van 1775 etc.
Wanneer we het rondje bijna rond zijn en weer uitkomen in de Noordbeuk - de verlenging dat rond 1550 erbij werd gebouwd - vinden we aan de wand van de torenzijde het Jan Nieuwenhuijzen Epitaaf. Van Jan Nieuwenhuijzen (Haarlem, 1-9-1724 - Amsterdam, 24-2-1806) kwamen in Aardenburg een borstbeeld tegen, zodat we daar al het een en ander over verhaald hebben . Op de plaat van het epitaaf vinden we een vlinder als ontstijgende ziel uit het lichaam/de ontbonden geest, dat slechts kortstondig heeft geleefd en een zichzelf in de staart bijtende slang (ouroboros ) aan, dat het eeuwige leven symboliseert. Het geheel is ontworpen door Jacques Kuijper (Amsterdam, 29-6-1761 - Amsterdam, 1-6-1808) en gemaakt door Charles Sigault (Brugge, 1756 - Amsterdam 5-11-1831) in Amsterdam in 1807. Kuijper had drie schetsontwerpen gemaakt, die hij zondag 23 februari 1806 in Monnickendam aan de commissie liet zien. De keuze viel op de derde schets, waarvoor een graf aangekocht moest worden. Voor de andere twee waren respectievelijk vier graven en een graf nodig 4.

Vlak voor de tweede toegangsportaal - dat omstreeks 1500 is bijgebouwd - ligt achter de burgemeesterbank een opmerkelijk grafsteen. Hierin staat slechts een huismerk en de volgende inscriptie:
DGZHIGEWEEST
DIBSWDDLEEST
Deze letters staan voor de volgende mededeling:
Die Gij Zijt Heb Ik GEWEEST
Die Ik Ben Sal Worden Die Dit LEEST
Deze spreuk, afkomstig uit het Latijn Quod fuimus, estis. Quod sumus, erites [QFE QSE] “Wat jullie zijn, waren wij. Wat wij zijn, worden jullie” kwamen we al een keer eerder tegen in 'Das Heiligen-Geist-Hospital’ te Wismar, waar het fresco “Drei Lebenden und den drei Toten” in 1967 tevoorschijn kwam . Dichter bij huis, in de Walburgiskerk in Zutphen , vinden we ook een schildering van deze drie levenden en de drie doden 5.
We kunnen het niet nalaten om nog even tussen de aangeboden (tweedehands) boeken te kijken. En vanzelfsprekend zitten enkele tussen die we niet kunnen laten liggen.

Met nog een laatste blik die we nog door de ruimte laten gaan, vallen opeens de vele kaarsenstanders op, die op alle kerkbanken vastzitten. Wat een bijzonder gezicht moet dat zijn in het donker, wanneer ze allemaal branden.

Wanneer we na de kerk De Zarken (op de oude kaart De Sarcken genoemd) in lopen, zien we al gauw in dat leuke pandjes fotograferen niet echt gaat opschieten. Hoewel ze niet allemaal bestempeld zijn als Rijksmonument, er zitten vele fraaie gevels tussen. En dus ga je kritischer kijken naar wat echt opvalt. Tussen alle trapgevels zien we er opeens een met mooie rondingen, afgezet met witte horizontale lijnen. Het Waterlandshuis meldt de gevelsteen met in de top 1619. Het Gemeenlandshuis van Waterland meldt het monumentenregister (30025), met de voorgevel in de trant van Hans Vredeman de Vries (Leeuwarden, 1527 - Antwerpen/Den Haag/Hamburg, 1604/1606/1607/1609). In de trant, omdat het een kopie is van de oude gevel met de oorspronkelijke leeuwemaskers 6. Sarc van De Sarcken, ook voorkomend als zarc, zaerc, saerc, zarch verwijst naar het rotsgesteente waarvan de (graf)zerk is gemaakt. De link met het kerkhof is dan ook niet moeilijk te maken. Mogelijk lagen deze platen zelf als stoep in de straat, wat door de eeuwen heen ook niet geheel onlogisch klinkt, wanneer we de nodige ruimingen in het achterhoofd nemen.
Bij het Waterlandshuis of Gemeenlandshuis van Waterland moeten we denken aan het bestuurscentrum en werkplaats van dit waterschap 7.
Aan het einde van de straat komen we over de gracht via de Schoolbrugh, zoals de brug over De Lindegracht/Herengracht heette. We wandelen verder over de Kerkstraat, naar een steeds ouder wordende gedeelte. Wat dat betreft hadden de huisnummers vanaf hier moeten aflopen in plaats van oplopen. Maar zoals altijd heeft dit een historische achtergrond.
Vanaf 1806 - bij het ontstaan Koningrijk Holland (1806-1810) onder Napoleon Bonapartes broer Lodewijk Napoleon Bonaparte - werd de registratie van alle kanten ter hand genomen. Monnickendam wordt in een aantal wijken onderverdeeld. De panden in de straten en stegen krijgen allen een nummer. Te beginnen bij het centrum van de stad - de Dam - werden de panden doorlopend genummerd. Hierbij werd het meest efficiënte loopje als uitgangspunt genomen. Hierdoor wordt er soms aan een kant van de straat doorgenummerd om aan de overkant weer verder terug te lopen. Soms werden een paar panden van de overkant tussendoor even meegenomen, om de straat niet meer terug te hoeven lopen. De nummering heeft dus veel weg van de route die een postbode zou lopen. Voor hun het voordeel dat het post sorteren heel eenvoudig per wijk ging. Alles op wijk en nummer sorteren en je kunt lopen. Dit loopje zorgde ervoor dat oostzijde van de Kerkstraat vanaf het Zonnepad begon met nummer 92 een doorliep tot 141 - met telkens een doornummering in de Schoolsteeg (sinds 1976 Schoolstraat), Smidssteeg en Kalversteeg. Vanaf 1938 werd dit principe losgelaten en kregen alle straten hun eigen nummering vanaf nummer 1, waarbij De Zarken - Kerkstraat - Nooreinde als middenas en hoofdroute werd genomen 8, waarbij de Toren (van de Grote Kerk) als vertrekpunt wordt gezien. Men had natuurlijk ook voor de oude toren (waarop nu de Speeltoren gebouwd is) kunnen kiezen, maar vermoedelijk maakt de "nieuwe" toren net iets meer indruk.
In deze Kerkstraat vinden we op 54 (29989) een soortgelijke gevel als die van het Waterlandshuis, maar dan met uitstekend metselwerk. De gevel van dit pand springt er verder nog om een aantal redenen uit. Allereerst om zijn oud-aandoende gevelsteen De Gulden Hand. Deze steen is echter in 2000 gemaakt door de bewoner Herman van Elteren. De letters verbeelden de beginletters van de mensen uit zijn directe omgeving, dierbaren en vrienden, waarmee hij wil aangeven dat hij ze in zijn handpalmen heeft gegrift.
De ruitvorm in het bovenlicht met herinnering aan de grutterij van de fam. Nienhuis die hier ooit gevestigd was, valt ook op. De ruit symboliseert van oorsprong de vruchtbaarheid. De ruit wordt veelal van oudsher geïnterpreteerd als een gestileerd vrouwelijk geslachtsorgaan.
Aan weerzijden van de twee 5x2 ruiten vinden we vier maalkruizen (ook een vruchtbaarheidssymbool) of twee Ing-runes in de muur gemetseld. Het Ing-rune verwijst naar de Germaanse vruchtbaarheidsgod Inguz. We zien hierin ook weer de ruit terugkomen 9.
Aan het einde van de Kerkstraat komen we het Waterlandsmuseum De Speeltoren tegen. Hier zouden we nog het een en ander moeten kunnen terugvinden over Slag op de Zuiderzee. Jammer genoeg komt het op tijdstip niet helemaal goed uit.
Dit is echter wel de plek waar de eerste toren stond en daarnaast waarschijnlijk in eerste instantie een houten kapelletje. Hierover is echter weinig bekend.
In 1235 kregen monniken van het norbertijnenklooster Mariëngaarde - die hun hoofdkantoor bij Hallum hadden - een uithof op Marken. In 1305 zou het door Claas van Persijn zijn verkocht aan deze abdij. Dit is echter nooit met bewijs ondersteunt . De eerste dijken van Monnickendam (nu onderdeel van Noordeinde en Zuideinde) werden samen met de dam in het veenstroompje de Leek aangelegd omstreeks 1240. Eigenlijk werd de dam gelegd in het meertje de Monnik, waarin het veenstroompje uitkwam en dit was direct verbonden met de Zuiderzee. Dit zou dat ook de naam verklaring voor Monnikendam zijn én gezien alle plaatsnamen in ons leefgebied die eindigen op 'dam', gebruikelijk.
Op de vraag waarvandaan het meertje dan weer zijn naam heeft, komt men weer uit bij de monniken op Marken.

regel 7745 Bi moneke damme onder dat lant
bron: Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis / J.W.J. Burgers | Rijmkroniek van Holland (366-1305) - Folio 49r uit Handschrift A 7745
Een langwerpige handelsterp ontstond hier op dit deel van de Kerkstraat en het dijkkruispunt rond 1300 en maakten de eerste bewoning mogelijk. De Kerkstraat is dan ook een vernoeming en verwijzing naar de kerk dat het kapelletje verving, dat er in ieder geval al voor 1340 stond. Monekiindamme wordt voor het eerst vastgelegd in 1316 in verband met de sluis. Melis Stoke (Zeeland (?), ± 1235 - na mei, ± 1305) zou het echter al in 1297 noemen in regel 7745: Bi moneke damme onder dat lant. Ook in geschriften van de Utrechtse bisschop Willem de II aka Willem Berthout van Mechelen (? - De Meern, 4-2-1301) die hier een mislukte poging had gedaan om na de moord op Floris V (Leiden, 24-06-1254 - Muiderberg, 27-6-1296) in 1296, de gebieden te heroveren, komt het jaartal 1297 naar voren.
De groei gaat hard, aangezien men in 1356 al kan spreken over het gebied grenzend aan de Gouwzee en tussen de Oude Zijds Burgwal en de Niesenoortsburgwal. Een jaar later is de verlening van de Kerkstraat tot aan het Zonnepad al toegevoegd.

Het achterland van Monnickedam met Leek en Purmer Ee als vaargebied.
bron: Nationaal Archief Topografische Militaire Kaart, 1850-1864
Monnickendam kon een handelspositie opbouwen door handel te halen uit de landen van de Oostzee en dit via de Purmer Ee bij zijn achterland af te leveren. De Purmer Ee stond in verbinding met de meren Purmer via de Weer met de Beemster, de Schermer tot aan Alkmaar. Zodoende konden de - toenmalige - grote zeeschepen nog zo het binnenland invaren.
Het hele achterliggende gebied was nog onder invloed van eb en vloed Zo'n honderdzestig jaar na de afsluiting met een dam en sluis van het meertje de Monnik volgde in 1402 de afsluiting van de Purmer Ee met de Nieuwendam. Deze afsluiting zou het einde betekenen van deze vorm handelen, dat in eerste instantie een neergang betekende in de welvaart van de stad 10.

Wij bereiken intussen de bewuste dam van Monnickendam. Hierop vinden we de Monnick met zijn knuppel die we terugvinden op het stadswapen. Rob Cerneüs (Amsterdam, 31-5-1943) maakte dit beeld in opdracht van Stichting Stadsrechten Monnickendam dat hij zo'n twee en een half jaar voor het plaatsen kreeg. Het beeld is onthuld door Seb, de kleinzoon van Rob Cerneüs en Rob Schröder, de voorzitter van de Stichting Stadsrechten Monnickendam op zaterdag 12-10-2013. Hierop zegende pastoor Hoedemaker - gekleed als norbertijn - het beeld. Mogelijk zal de maker zijn beeld dagelijks ontmoeten, aangezien zijn atelier op een steenworp afstand van hier zit. Zijn atelier bevindt zich namelijk in de Tonnesteeg 11.

Vanaf de Dam krijgen we een mooi beeld voorgeschoteld met op de voorgrond Brasserie De Waegh Monnickendam met overdekte colonnade en daarachter de Speeltoren. Op het wapen dat te zien is op De Waegh (29991), vinden we weer de monnik, gekleed in - zoals het overal is afgebeeld - bruine pij!
Tussen beide panden vinden we het Cipiershuis (506935). Het pand staat op het oudst bebouwde grond van Monnickendam. De kern van het pand bevat nog vijftiende-eeuwse elementen waaronder een gaaf cachot dat vermoedelijk een ingang had in een steeg.
Wij lopen verder het Zuideinde op. Bij een blik om het hoekje, de Niesenoortssteeg in, vallen de niet afgedekte verdiept gemetselde straatgoten mooi op 12.
In de straat komen vervolgens weer een modern gevelsteen Golven in de tijd tegen. Monnickendam heeft kent relatief veel jonge gevelsteen. Deze is gemaakt door bewoner Hans Klok en is in 2014 in de gevel geplaatst. We zien hierop Monnickendam vanaf de Gouwzee. Voor de bewoners is het dat jaar 25 jaar geleden dat ze met elkaar huwden en het is dan ook ter ere van hun woning en gezin. De naamgeving is een verwijzing naar de familienamen van het stel 13.

Een fraai hekwerk uit 1840 trekt onze blik naar het ommuurde toegangspad, dat leidt naar de Lutherse Kerk (30034). Deze zaalkerk is gebouwd in 1838.
Aan het eind van 't Zuyd-end stond voorheen de Zuyd-ender Poort, dat op het zuidelijkste punt van de stadsmuur stond. Deze stadsmuur liep naar de Nieuwe Poort - waar we onze wandeling begonnen - om te stoppen bij de weg naar Overleek.
Een restant van de oude stadmuur vinden hier aan de Niesenoortsburgwal nog terug. We vervolgen deze Niesen-oorts burgwal - die ons weer de stad inbrengt. Ter hoogte van waar ooit de Bloemendaels brugh lag, krijgen we een mooi, onbelemmerd uitzicht op de achterzijde van de panden aan de Niesen-oort/Weseland of te wel Niesenoort/Weezenland. Onbelemmerd, omdat in vroegere tijden aan het water allemaal panden stonden, zoals we op de historische kaart kunnen zien.
We lopen de Niesenoort uit en komen via de Beestenmarkt over de St. Jacobsbrug in de Kalversteeg, dat ons weer bij de Kerkstraat brengt.
We lopen een stuk de Noordeinde op. Bij de Nicolaas en Antonius Kerk komen we weer een beeld van Rob Cerneüs tegen. Hierop vinden we de wijze woorden Leren is een weg tot vrijheid - voor wie er in slaagt leerling te blijven dat in 1997 gemaakt is en een jaar later geplaatst 14.
Het pand (30000) naast de kerk heeft een fraaie façade. Opvallender is de bouwconstructie echter van het recht opgaande stukje muur met kozijn en luiken. Zo hebben we de schijnverdieping of leugenaar nog niet eerder gezien. Dit pand is in 1741 verbouwd tot een pand. Hiervoor waren het er twee. De zeepzieder Arent Claesz Bruijn had hiervoor de opdracht gegeven. Tussen 1898 en 1969 is het in gebruik als klooster door de zusters Ursulinen - de zuster van het beeld, dat we net zagen. 15.
Via de Brug steegh, nu Brugstraat, komen we uit op die brug, de Langebrugh / Langebrug. Op de kade van Het Prooyen staat weer een beeld van Rob Cerneüs, nu getiteld De Visroker of De Roker, dat in 1994 werd geplaatst. Vanaf de brug hebben we een mooi uitzicht op de haven met de schepen, kades en de panden.
De Vischrookerij springt hierbij in het oog vanwege de vele schoorstenen op het dak. Het is te hopen dat het aantal haardsteden hier niet meer belastingbepalend was. Hieruit blijkt maar weer eens dat er voor elke regel uitzonderingen moeten zijn, waardoor er weer mazen in het net en de wet gemaakt worden.
Nadat we onze vriendin thuis hebben opgehaald, gaan we een feestelijk maaltijd tot ons nemen bij Beuqz Eten & Drinken, waar we deze trip verhalend beëindigen.

noten:
1. Wikipedia Zesstedenweg; De Grote Kerk van Monnickendam / Harry Voogel. - Monnickendam : Vereniging Oud Monnickendam, [2006]. - ISBN 90-809167-2-2/[978-90-809167-2-8]. - p. 25-26
2. De Grote Kerk van Monnickendam / Harry Voogel. - Monnickendam : Vereniging Oud Monnickendam, [2006]. - ISBN 90-809167-2-2/[978-90-809167-2-8]. - p. 23
3. Wikipedia Hervormde kerk (Broek in Waterland), Tras; Kent u deze kerk? : De Grote- of Sint Nicolaaskerk te Monnickendam. - Monnickendam : Kerkvoogdij der Hervormde Gemeente te Monnickendam, 1979. - p. 5, 15; De Grote Kerk van Monnickendam / Harry Voogel. - Monnickendam : Vereniging Oud Monnickendam, [2006]. - ISBN 90-809167-2-2/[978-90-809167-2-8]. - p. 15, 50;
4. De Grote Kerk van Monnickendam / Harry Voogel. - Monnickendam : Vereniging Oud Monnickendam, [2006]. - ISBN 90-809167-2-2/[978-90-809167-2-8]. - p. 102; RKD Jacques Kuyper, Charles Joseph François Sigault; Jacques Kuijper (1761-18O8), een bescheiden doch inspirerend kunstenaar / J. van der Kooij. - p. 110 (in: Amstelodamum, Jaarboek 88, 1996. - p. 103-122);
5. De Grote Kerk van Monnickendam / Harry Voogel. - Monnickendam : Vereniging Oud Monnickendam, [2006]. - ISBN 90-809167-2-2/[978-90-809167-2-8]. - p. 51; Kent u deze kerk? : De Grote- of Sint Nicolaaskerk te Monnickendam. - Monnickendam : Kerkvoogdij der Hervormde Gemeente te Monnickendam, 1979. - p. 15;
6. Wikipedia Hans Vredeman de Vries, Hans Vredeman de Vries, Hans Vredeman de Vries, Hans Vredeman de Vries, Hans Vredeman de Vries;
7. Middelnederlandsch Handwoordenboek / J. Verdam, C.H. Ebbinge Wubben (bewerking). - 's-Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1973. - ISBN 90-247-0713-7. - p. 509; Een straatje om in Monnickendam / Vincent Keesmaat (eindredactie). - Monnickendam : Vereniging Oud Monnickendam, 2013. - p. 47; Wikipedia Gemeenlandshuis;
8. Een straatje om in Monnickendam / Vincent Keesmaat (eindredactie). - Monnickendam : Vereniging Oud Monnickendam, 2013. - p. 95-98, 104; De Grote Kerk van Monnickendam / Harry Voogel. - Monnickendam : Vereniging Oud Monnickendam, [2006]. - ISBN 90-809167-2-2/[978-90-809167-2-8]. - p. 11;
9. Stadsgidsen Monnickendam : Bijspijkeren / Jan Meijer en Rini de Weijze Gevelstenen, Informatie bij bovenlichten / Pieternel Rol en Ans Jansen;
10. De Grote Kerk van Monnickendam / Harry Voogel. - Monnickendam : Vereniging Oud Monnickendam, [2006]. - ISBN 90-809167-2-2/[978-90-809167-2-8]. - p. 11; Een straatje om in Monnickendam / Vincent Keesmaat (eindredactie). - Monnickendam : Vereniging Oud Monnickendam, 2013. - p. 9, 15; Monumenten in Nederland. Noord-Holland / Saskia van Ginkel-Meester, Chris Kolman, Ronald Rommes, Elisabeth Stades-Vischer, Ronald Stenvert. - Zeist/Zwolle : Rijksdienst voor de Monumentenzorg / Waanders Uitgevers, 2006. - ISBN 90-4009-187-1. - p. 435; Archeologisch bureauonderzoek Weezenland 1-4 te Monnickendam, gemeente Waterland / J.T. Verduin. - Hollandia reeks 256, ISSN 1572-3151. - Zaandijk : Hollandia Archeologen, 2009 p. 8; Rotary Bloeiende handel; Korte beschryvinge der Stadt Monnickendam / H. Meyer. - Tweede druk. - Monnikkendam : T. Tjallingius, 1767 p. 4-7; Vaderlandsch woordenboek; oorspronklyk verzameld door Jacobus Kok, Twee-en-twintigste(-negen-en-twintigste) deel. K-M (-V). / [By Jan Fokke]. - Amsterdam : J. Allart, 1790 p. 93; Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche outheden : bestaande in steden, dorpen, sloten, adelyke huysen, kloosters, kerken, godshuysen, poorten, en andere voornaame stadts- en landtgebouwen / Matthaeus Brouërius van Nidek, Isaac Le Long; Abraham Rademaker. - Eerste Deel. - Te Amsterdam : by Willem Barents, 1727-1733 p. 117; Wikipedia Melis Stoke, Willem Berthout van Mechelen;
11. Prettig Weekend : Het beeld van Waterland en omstreken, 18-10-2013 De monnik is terug op de plek waar het allemaal begon / Henk Sprenkeler; RKD Rob Cerneus; Wikipedia Rob Cerneüs; Youtube, RTV NH nieuws: Van Zulks dus 15-10-2013 Rob Cerneus' monnik wordt onthuld in Monnickendam [weergave 254]; Omroep pim : Het kloppend hart van Waterland, zaterdag 12 oktober 2013 22.12 uur Monnik onthult op de Middendam;
12. Hoornse waterpompen, -kelders en -putten / H. Overbeek (in: Oud-Hoorn : kwartaalblad van de vereniging, 28e jaargang, nummer 3, 15 september 2006, p. 100);
13. Stadsgidsen Monnickendam : Bijspijkeren / Jan Meijer en Rini de Weijze Gevelstenen
14. Mens & Dier in Steen & Brons / René & Peter van der Krogt Ursulinenzuster
15. Monumenten in Nederland. Noord-Holland / Saskia van Ginkel-Meester, Chris Kolman, Ronald Rommes, Elisabeth Stades-Vischer, Ronald Stenvert. - Zeist/Zwolle : Rijksdienst voor de Monumentenzorg / Waanders Uitgevers, 2006. - ISBN 90-4009-187-1. - p. 439;

internetraadpleging: 17 - 26-4-2017



de boerderij, Andijk


vanaf de "Big Ben & Annie Koperbrug", Bangert


kerk, Hauwert


vijzel, Hauwert


DSB bank | 2004 | Architectenbureau Albert en Van Huut, Wognum


begin Oude Hoornseweg, Wognum


begin Oosteinderweg, Wognum


Welgelegen, Wognum


kerk en toren, Wognum


Kroningsboom 1898, Wognum


Landgoed de Leekerhorn, Wognum


tussen Oude Gouw - Kleine Zomerdijk, Wognum


De Gekroonde Jaagschuit, Breed, Hoorn


De Roode Steen | 1784 | Isaak Ouwater, Westfries Museum, Hoorn


Schuttersstuk Claes Willemsz Jager | 1655 | Jan Albertsz Rotius, Westfries Museum, Hoorn


leren schoenen, Westfries Museum, Hoorn


Gevelsteen uit de Oude Oosterpoort (1538), Westfries Museum, Hoorn


Tijdslamp, Westfries Museum, Hoorn


Theodorus Velius | 1613 | anoniem, Westfries Museum, Hoorn


Oude Oosterpoort, Westfries Museum, Hoorn


Oorlogstrofee 'Beker van Bossu', Westfries Museum, Hoorn


Bomenlaan met dorpsgezicht | 1786 | Pieter Reynders, Westfries Museum, Hoorn


Gesigt der stad Rotterdam | 1780 | Jacobus Brasser, Westfries Museum, Hoorn


klederdracht, Westfries Museum, Hoorn


klederdracht, Westfries Museum, Hoorn


In de koppedraier | 1533, Westfries Museum, Hoorn


Toren, Monnickendam


Sint-Nicolaaskerk, Monnickendam


Apocalypsis | 1992 | Irène Prinsen, Sint-Nicolaaskerk, Monnickendam


Jan Nieuwenhuijzen, Sint-Nicolaaskerk, Monnickendam


Jan Nieuwenhuijzen, Sint-Nicolaaskerk, Monnickendam


verlichting, Sint-Nicolaaskerk, Monnickendam


Waterlandshuis, Monnickendam


De Gulden Hand, Monnickendam


De Gulden Hand, Monnickendam


Speeltoren, Monnickendam


De Monnick | 2013 | Rob Cerneüs, Monnickendam


De Waegh, Monnickendam


straatgoot, Niesenoortssteeg, Monnickendam


Golven in de tijd | 2014 | Hans Klok, Monnickendam


Lutherse Kerk, Monnickendam


restant oude stadsmuur, Monnickendam


tuinzijde Niesenoort, Monnickendam


Leren is een weg tot vrijheid voor wie er in slaagt leerling te blijven | 1997 | Rob Cerneüs, Monnickendam


de fraaie leugenaar, Monnickendam


De Visroker | 1994 | Rob Cerneüs, Monnickendam


De Haven, Monnickendam


De vischrookerij, Monnickendam

















'Kruistocht in Spijkerbroek'
'Rondje om Zwitserland'
'weekendje Noord-Groningen'
'Ontdekking van de Vrije Friezen'
'Hanzesteden aan de Oostzee'
'Friesland - provincie in Nederland'
'Friesland uit het veen'
'Aan de oevers van de Schelde'
'Rondom de Gelderse IJssel'
'Binnen en rondom de Westfriese Omringdijk'















































Op zoek naar een mooi, leuk en uniek kado? Ga in nieuw scherm naar mijn PASFOTOBOEKJES en schrijfboekjes of PASFOTOBOEKJES en schrijfboekjes "Italian Collection"-site.
Of bekijk de kleurrijke schilderijen-expositie van m'n broer. Deze schilderijen zijn ook gebruikt als omslag voor de pasfoto- en schrijfboekjes.