Op zoek naar een mooi, leuk en uniek kado? Ga in nieuw scherm naar mijn schrijfboekjes en pasfotoboekjes-site.
Of bekijk de kleurrijke schilderijen-expositie van m'n broer.







De Ommelanden



 Reisverslag van de route










(Versie 0.5, 18 november 2017)

Westerkwartier
Boerakker Leek Frieschepalen De Haar De Wilp Marum Nuis Niebert De Holm Tolbert Midwolde Pasop Boerakker Oosterzand Gaarkeuken Okswerd Balmahuizen Heereburen Pama Kommerzijl Hoekje Lauwerzijl Ruigezand Electra Ezinge Allersma Aduarderzijl Feerwerd Garnwerd Boerakker Lucaswolde Doezum Noordwijk Jonkersvaart Coendersborch Hamrik Boerakker2

Het Hogeland

Oldambt

'Kruistocht in Spijkerbroek'
'Rondje om Zwitserland'
'weekendje Noord-Groningen'
'Ontdekking van de Vrije Friezen'
'Hanzesteden aan de Oostzee'
'Friesland - provincie in Nederland'
'Friesland uit het veen'
'Rondom de Gelderse IJssel' 'Binnen en rondom de Westfriese Omringdijk'
Dit is alweer ons negende reisverslag, behorend bij de Ontdekking van de Vrije Friezen en de handelende Friezen.
Het verhaal van de Friezen, die wonen op het land en water tussen het Zwin en de Wezer en het literatuuronderzoek brengt ons dit jaar bij een van eerste vestigingsgebieden, de huidige Nederlandse provincie Groningen.

Hieronder volgt de reis die we gemaakt hebben in 2017, aangevuld met tripjes uit andere perioden. Aangezien dit deels de geboortegrond betreft kan dit redelijk ver in de tijd teruggrijpen.
Ditmaal bestond de reis uit 2 maal een week, waarbij we op de achtste dag van het ene naar het andere gebied reizen. De eerste week behandelt het Westerkwartier, dus het gebied ten zuidwesten van het Reitdiep. In de tweede week zitten we ten noordoosten van het Reitdiep en ten noorden van het Eemskanaal. Het derde deel zal in losse onderdelen verhaald worden. Hierin bevindt zich het voormalig leefgebied en betreft het gebied ten zuidoosten van het Eemskanaal, het gebied van Oldambt, de Veenkoloniën en het Westerwolde.
Dit jaar gaan we in het land dat nu twee eeuwen van 'de Groningers' is, weer op zoek naar sporen van de Friezen uit het verleden. Hoe het hun is vergaan valt te lezen in het genoemde literatuuronderzoek bij 'Ontdekking van de Vrije Friezen'. Ook dit jaar heeft menig boekhandelaar een bezoekje van ons gehad, zodat de collectie boeken weer met een metertje is gegroeid. Discussie in de literatuur over dit (voormalige) Friese gebied is er nauwelijks. Hoewel er de bekende tweestrijd tussen 'de Friezen' en 'de Groningers' er nog steeds is, weten wij dat dat dit een van misverstanden is en vaak slechts spielerei 1.


Voor het gemak is de route hierbij geplaatst. Klik op de route-afbeelding voor een vergroting in een nieuw scherm.
Of u klikt op de Google-maps link, om de route hierin te volgen.
Ook voor de foto's en andere afbeeldingen geldt: klik op de afbeelding voor een vergroting in nieuw scherm.
Reist u weer mee?

noten:

1.
Ontdekking van de Vrije Friezen : Geschiedenis van hun route / Weiko Piebes: Friezen en Groningers kunnen samen niet door één deur;

bron bewerkte achtergrondskaart: Kaart van de provincie Groningen met aanduiding van de grondsgesteldheid en den waterstaat en vele, voor de geschiedenis van haren bodem belangrijke bijzonderheden; opgemaakt naar de bestaande kaarten en volgens nadere opnemingen en inlichtingen met behulp der Commissie van onderwijs aldaar, van de gemeente-besturen en van andere deskundigen / G. Acker Stratingh, 1839 (Kaarten - Rijksuniversiteit Groningen)




Dag 1: van huis naar Boerakker

kaart 1

Ook dit jaar gaan we niet met een gepoetste wagen op pad. En weer is de tank niet volgegooid. Dat is namelijk het voordeel van deze reizen, echt ver gaan we niet van huis. Het ligt echter niet om de hoek, zodat we toch nog drie uurtjes rustig rijden bezig zijn. Onze eerste stop zal zijn bij de eerste slaaplocatie van Friesland uit het veen, het Verenigingsgebouw in Veenhuizen. Leuk om even terug te zien en een cappuccino te drinken.
Tijd voor een babbeltje is er niet. Locatieafspraken voor een aankomend huwelijk en een begrafenisontvangst verdienen de benodigde aandacht.
Wij verdwijnen weer snel van het toneel en winkelen nog even bij de buren Kaaslust en Maallust voor de fijne lekkernijen.

De route leidt ons onder andere door Zevenhuizen. Hier vond in 1833 een drama plaats - een enorme veenbrand met dodelijke afloop, verbrandde schepen en huizen en veel schade, zodat er allerlei hulpacties vanuit het land op touw werd gezet .

Gezien het tijdstip besluiten we om eerst nog even Leek binnen te rijden, om de nodige boodschappen in huis te halen. We gaan weliswaar naar een B&B, maar hadden voor de verandering eerst gekozen voor alleen het Bed. Dus even achter wat ochtend- en avondboodschappen aan. We parkeren de wagen op een parkeerterrein langs De Schans, dat meteen ook de provinciegrens tussen Groningen en Drenthe is. De tijd zal ons later leren of er een schans heeft gelegen op deze plek.
Leek lijkt ons groot genoeg om vanavond een hapje te gaan eten. Maar eerst gaan we ons maar eens aanmelden bij de B&B Aan het Wilgepad. En dus rijden we van Leek naar Boerakker, waar de B&B zich bevindt. Vanuit Leek nemen we de N372 onder de autosnelweg A7 door. Aansluitend gaat de weg de N978 heten.


      Boerakker
We komen uit op de Noorderweg die we naar het westen nemen en maken kennis met stroomgebied van het Oude Diep, Dwarsdiep, Matsloot oftewel de historische slenk het Oude Diepje dat met een bocht om de zandheuvels Zuidhorn en Noordhorn verder gaat als De Oude Riet en zich zal voegen met de Lauwers .

We zien hier de Oude Riet als een kreek- of inversierug in het groen-geel boven Boerakker naar het oosten lopen, om Zuidhorn en Noordhorn heen, verder naar het westen. De Matsloot loopt hier net ten zuiden van, duidelijk te zien als een groen lijntje tussen de diepblauwe petgatten van Tolbert en Het Kret.
bron: ahnviewer
Ook namen als Wolddiep of Woldgeul komen voor als namen voor de afwatering. Telkens ontstaan er door opslibbing problemen en zoekt de natuur naast de mens nieuwe wegen om het water naar lagergelegen punten te laten afvloeien. En soms lukt het niet. Met latere technieken wordt het water dan uiteindelijk ophoog gebracht, om het via kanalen en andere bedijkte waterwegen te laten afvloeien, vaak met gevolg dat deze lager gelegen delen nog lager komen te liggen door inklinking.
Dat de gevaren van het water nooit helemaal voorbij zijn - zelfs niet met de huidige pompmachines - blijkt maar weer eens begin 2012, wanneer dijk van de Matsloot bij de Tolberter Petten dreigt te overstromen. En als het gaat stromen, gaat het ook schuren, zodat er een geultje ontstaat. En voor je het weet ligt de polder van zo'n 200 hectare (het diepblauwe gedeelte van de kaart) onder water. De honderd mensen en hun dieren worden dan ook vrijwillig geëvacueerd 1.
Vanzelfsprekend is er op het moment dat wij over de Noorderweg rijden slechts een groen weilandentapijt te zien. De weg brengt ons het dorpje Boerakker binnen. Wij moeten nog een stukje verder en moeten gokken hoe de nummering van het Wilgepad loopt. We kunnen linksom of rechtsom. We kiezen linksom en komen via de Hoofdweg, de Boerakkerweg (N388) en de Roordaweg bij het Wilgepad. We hebben verkeerd gegokt en rijden daarom met een stofwolk achter ons aan het zandige pad door, tot we bijna aan de andere kant zijn. We zitten nog net niet op het kruispunt van de Matsloot, Wolddiep en Dwarsdiep.
We parkeren de wagen en worden hartelijk verwelkomt door de gastheer, waarbij we zelfs worden geholpen met de koffers. Zoals gebruikelijk worden we naar de ruimte van ons verblijf gebracht. En dit is zonder overdrijving groot te noemen, kortom aan ruimte geen gebrek. We hebben genoeg aan een kamer en daarin nestelen we ons dan ook. Hier hebben uitzicht over de weilanden en de tuin. De verse munt staat altijd klaar, zoals we door ruit kunnen zien. De bomen in de verte wijzen op de dijk van het Dwarsdiep, ook wel Olde Ee genoemd 1.
Nadat we kennis hebben gemaakt met de rest van het gezin rijden we weer naar Leek om te gaan eten. We verlaten Boerakker nu wel zoals het bedoeld is.

noten:

1.
Nu.nl: 6-1-2012 17:06 Dijkdoorbraak dreigt bij Tolbert;
Novum Dijkdoorbraak dreigt in polder Tolbert;
NOS Dijkdoorbraak dreigt in Tolbert / Pauline Broekema;
Nederlands Genootschap van Burgemeesters - Crisisbeheersing - Hoog water (met toestemming overgenomen): Dagblad van het Noorden De dijk staat op springen / Bas van Sluis m.m.v. Henk Blanken;
Nederlands Genootschap van Burgemeesters - Crisisbeheersing - Hoog water: Veiligheidsregio Groningen De dijk staat op springen : Hoog water in de Veiligheidsregio Groningen : De evaluatie en de bevindingen / J.S. Haasjes; Siske Klaassens (woord vooraf);

2.
Wikipedia Dwarsdiep (Marum);

internetraadpleging: 9 - 10-8-2017



uitzicht B&B, Boerakker


uitzicht B&B, Boerakker


kaart 1a

      Leek
Wanneer we het Wilgepad langs het Dwarsdiep naar het Noorden rijden komen we al snel op de verharde Hoge Tilweg, die ons naar de N388 brengt. Deze Boerakkerweg - we hadden er net ook al over gereden - rijden we onder de snelweg door tot we bij de rotonde aankomen. We rijden verder naar het oosten. Hier liep tot 1988 ook de (stoom)tramlijn Drachten-Groningen die in dat jaar 'volledig' werd geruimd. Het laatste ritje was op 7 juni 1985 met een ritje voor schoolkinderen. De tramlijn, die in 1913 was aangelegd door de Nederlandsche Tramweg Maatschappij (NTM), reed daarbij dwars door de winkelstraat van Leek 1.
De weg brengt ons door De Holm en Tolbert, waarna de Oldebertweg ons naar een parkeerplek in Leek brengt. Dit is een andere dan een poosje geleden.
We lopen de Tolberterstraat in, om te kijken of er nog een tafeltje vrij is bij Eetcafé De Buren, deze wordt namelijk alom geprezen. Maar we lopen meteen tegen een belangrijk stukje van Leek op. In Het Dorpshuis, dat op de eerste verdieping zit van het gebouw dat we tegenkomen, kunnen verenigingen, organisaties, instellingen en particulieren ruimtes gebruiken 1.
Er tegenover ligt de naamgever van de plaats de beek Lek of Leke, eertijds geschreven als Leecke of - in de willekeur van Roden van 1495 - als dye Leeck. De plaats werd dan ook vaak aangeduid als De Leek. Afwijkend is de naam 't Piepke voor het beekje dat als grensbeekje fungeerde tussen de provincies Drenthe en Groningen. 't Piepke komt als straatnaam nog terug als verlengde van de Tolberterstraat naar het Drentse Nietap 2.
Even verder in de straat komen we de Gereformeerde kerk - nu vrijgemaakt - uit 1908 tegen, dat een ontwerp is van architect Ytzen van der Veen (Augustinusga, 11-10-1861 - Groningen, 23-4-1931) en heeft al de nodige verbouwingen achter de rug: 1927, 1978, 1998 3.
Wanneer we aan de overkant bij De Buren aankomen, is het helaas voor ons, ze zitten helemaal vol. Zonder reservering maken we geen schijn van kans vanavond. Dan maar een rondje lopen en kijken wat we nog tegenkomen. Aan de overkant komen we de Chinees-Indisch Restaurant Kota Radja tegen. Hiernaast een bijzondere kroeg De Oude Bank, aldus een terraszitter, waar we zeker even binnen moeten kijken, wat we dan ook even doen.
Hiernaast volgt Steakhouse Pizzeria Mazzel, dat we mogelijk als een optie zien.
De panden die hier zo aan het einde van de Tolberterstraat staan maken indruk.
We kijken hier vandaan zo 't Piepke in en zien aan de J.P. Santeeweeg in Nietap de Pizzeria Sa Perda Longa zitten. We vervolgen onze speurtocht door De Dam op te lopen, waar we Café Restaurant Otter in mooi pand tegenkomen. Even verderop komen we de kerk op de Dam tegen. Deze Damkerk (23978) wordt ook wel Nienoordkapel of het witte kerkje genoemd. In 1660 is een eerste aanbesteding gedaan voor de bouw van een eenvoudig kerkje voor de bewoners van Leek. Dit werd gedaan met in het achterhoofd om een mogelijke terugval naar het heidendom te voorkomen. Carel Hieronymus Von Inn und Kniphausen en zijn vrouw Anna van Ewsum, Borgheer en Vrouwe van de Borg Nienoort - we zullen ze nog vaker tegenkomen deze vakantie - waren de opdrachtgevers.

Kerk brand gemeente Leek 8 december 2000 / Dorian de Boer. - Gepubliceerd op 21-2-2011, 2:08 min
Na vele aanpassingen en renovaties, de laatste vond plaats in 1965, werden er daarna ook nog kleine dingen veranderd. Zo werd enkele jaren later het doophek eruit gesloopt, omdat men het niet meer gepast vond. Lange tijd heeft op zolder gelegen, maar nadat het ook daar in de weg stond is het overgedragen aan de Gebr. Meijer in Tinallinge . En toen sloeg op 8-12-2000 het noodlot toe. De kerk brandde volledig af. Na de brand werd meteen besloten tot herbouw, waarbij het op 13 december 2006 weer in gebruik werd genomen 4.
Wanneer we aan het einde van De Dam komen zien we het Leekster Hoofddiep liggen. Hierlangs reden we vanmiddag toen we Leek voor de eerste keer binnenreden. Dit diep is de eerste gegraven kanaal ten behoeve van de veenontginning. Het werd in opdracht van Wigbold van Ewsum jr. gegraven.

Groningerland, Voorstudie voor de grote provinciekaart van T. Beckeringh, 1748-1760
Hij investeerde tussen 1561 en 1563 ruim 13.000 Emder gulden om het veenstroompje - waarvan we een restje reeds zagen als Lek of Leke - dat afwaterde op het Leekstermeer, om te bouwen. Dit gebeurde om de afwatering beter te regelen en natuurlijk als vaarweg voor de turfschepen. Ook de vervolgroute, vanaf het Leekstermeer naar de Hunze, werd aangepast voor de verdere afvoer. Dat dit allemaal niet vanzelf ging, bleek ook wel uit de moeilijkheden, vele rechtszaken, sabotage, misbruik en meeliftacties van derden. Dat het roerige tijden waren ligt ook voor de hand. In '68 begon de opstand tegen de Spanjaarden, maar dat kwam pas later. Vragen tot waar er verveend kon worden waren belangrijker vragen. Tot hoever kon het kanaal gegraven worden?

Rechts boven op de kaart, een uittreksel uit een getuigenverklaring van Wobbe Sybema van 1558. De kaart van het grootste gedeelte van Vredewold en van de aangrenzende gebieden in Friesland en Drenthe met de grensscheidingen tussen de drie provincies, is vermoedelijk gebruikt bij een grensscheidingskwestie.
Oude mannen wisten voor de rechter te vertellen dat zij niet verder op wolven joegen dan tot het zwarte veenstroompje de Swarte Ryt/Zwarte Ryt ook wel Boarnster Ie/Boornser Ee, omdat de Opsterlanders het vanaf daar overnamen. De Swarte Schans (of Zwartendijksterschans, zoals het tegenwoordig heet) die hier in 1593 is gebouwd, is vanzelfsprekend een verwijzing naar de Swarte Ryt.
Schulden, (onterechte) schadeloosstellingen werden zijn deel. Het kanaal dat westwaarts gegraven werd kunnen we terugvinden als Jonkersvaart. Al deze activiteiten hadden aantrekkingskracht op werkvolk dat ervoor zorgde dat Leek ontstond met daarnaast neringdoenden en natuurlijk schippers. Alle woningen behoorden (tot in het midden van de negentiende eeuw) toe aan Nienoord 5.
Op een vlonder over het Leekster Hoofddiep vinden we ook een sculptuur van Ids Willemsma (Akkrum, 8-8-1949), Herdenkingsmonument dat op 29 april 1988 werd onthuld. Tot de herinrichting van het centrum stond het op De Dam. Na enkele incidenten, bleek er behoefte te zijn aan een echt herdenkingsmonument. Deze 32 zwarte metalen balken zorgen onderin voor een beklemmende fascistische leger over de toeschouwer, gevolgd door de vleugels en het V-teken, die de lucht in gaan, de vrijheid en verzet symboliserend 6.
We vervolgen de restaurant-zoek-route de Samuel Leviestraat in. Hier lopen we langs het Museum het Joodse Schooltje. Via de parkeerplaats en een passage in het winkelcentrum, komen we weer uit in de Tolberterstraat. We lopen door naar Mazzel om daar een hapje te gaan eten.
Na het eten kwamen de cappuccino's, waarbij we aan de praat kwamen met Sadri. En die houdt wel een praatje, want nadat deze koffie op was, konden we nog wel even aan de bar gaan zitten voor een tweede bakkie van het huis. Tussen de bedrijven door kwam het levensverhaal voorbij en dat maakte indruk.
We bedankten de goedlachse gastheer voor zijn gastvrijheid en openhartig gesprek en maakten ons op voor het ritje naar ons nieuwe onderkomen voor een week.

noten:

1.
Westerkwartier / Midweek, 24-9-2016, 13:38 Dorpshuis ‘De Til’ Leek houdt open huis / Monique Westra;

2.
Wikipedia Leek (Groningen) - Geschiedenis, Lek (beek);

3.
Gereformeerde kerk;
PGLO De Hoeksteen;
ReliWiki Leek, Tolberterstraat 24 - Gereformeerde Kerk vrijgemaakt;
Wikipedia Ytzen van der Veen;

4.
PGLO Kerk op de Dam;
ReliWiki Leek, Tolberterstraat 24 - Gereformeerde Kerk vrijgemaakt;
Wikipedia Ytzen van der Veen;

5.
Wikipedia Leekster Hoofddiep;
Wikipedy De Boarn;
Tussen Hunze en Lauwers : Kultuur-historische schetsen uit het Groninger Westerkwartier / G.H. Ligterink. - Groningen : J. Niemeijer, 1968. - Tweede druk 1976. - ISBN 90-606-2151-4. - p. 108-109;
Vier eeuwen turfwinning : de verveningen in Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel tussen 1550 en 1950 / M.A.W. Gerding. - AAG bijdragen, 35; ISSN 0511-0726. - Wageningen : Landbouwuniversiteit Wageningen, 1995. - ISBN 90-6194-298-5. - p. 49-50;
Huis Archief Nienoord, 6 juni 1558 afschrift inv.nr. 95;
Encyclopedie van Friesland 1958 (digitaal) / M.H.H. Engels (bewerking) BOORNSTER EE;

6.
Nationaal Comité 4 en 5 mei Leek, herdenkingsmonument;
Wikipedia Ids Willemsma;
rkd Ids Willemsma;
Westerkwartier, 03-05-2017 - 07:00 / Cindy Houwen Het monument op de Dam : Column / Albert Graansma;

internetraadpleging: 10 - 13-8-2017



Dorpshuis 'de Til', Leek


Lek of Leke, Leek


Gereformeerde kerk 'De Hoek', Leek


De Oude Bank, Leek


Tolberterstraat, Leek


Café Restaurant Otter, Leek


Damkerk, Leek


Leekster Hoofddiep, Leek


Herdenkingsmonument | 1988 | Ids Willemsma, Leekster Hoofddiep, Leek


Museum het Joodse Schooltje, Leek






Dag 2: van Frieschepalen naar Tolbert, retour via Pasop

kaart 2

We worden vandaag wakker in een nieuwe omgeving met nieuwe geluiden. Ook moeten we de eerste draai nog vinden om op te starten en dat gaat voor de verandering eens mis. We zullen allen binnenkort een keer van het gas af moeten 1 en deze eerste ontmoeting met elektrisch koken liep meteen uit op een mislukking. De melk kookte over (nogmaals excuus) en die geur bleef nog lang in neus hangen.
Nadat alles weer enigszins weer was schoongepoetst en opgeruimd (waarvoor nogmaals dank), konden we eindelijk aan het ontbijt en cappuccino beginnen. Na alle andere ochtendrituelen kunnen we de reisvakantie beginnen. We doen daarbij net alsof we in Frieschepalen zitten en rijden daar even snel naartoe over de snelweg. Zo vinden we aansluiting met Frieschepalen op de regenachtige dag van 13-8-2014 . We reden er toen zo doorheen. Nu echter niet.

noten:

1.
NOS 25-10-2016, 17:00 Na vijftig jaar gaat Nederland afscheid nemen van aardgas;

internetraadpleging: 15-8-2017


      Frieschepalen
We bevinden in Frieschepalen op een pleinvorming kruispunt bij Ma Kelly's Muziekcafé. Het plein ziet er nieuw uit. Het draagt de naam van een markant dorpsgenoot Aaltje Pool-Boerema (1917-2012), Aaltje Pool Plein. De vorige keer zag het er ook anders uit. De straatnamen De Slûs, Kromhoek en Tolheksleane suggereren ook iets anders. We hadden dit kunnen weten want er liep al een aanbestedingsronde 1. Het voormalige kruispunt is een shared-space-plein2 geworden. Er is een verwijzing aangebracht naar de historische Schans van Frieschepalen. Deze vinden we voor het café terug als zitbank, terrasafscheiding en in dezelfde steensoort in het wegdek, waarmee het in totaal er van boven uitziet als een schans.

De schans (1593) - als eindpunt van de Friese Waterlinie - die een aanval vanuit de omliggende veengronden en moerassen en vanuit Groningen over de zandrug moest stoppen.
Wanneer we over "de zandrug" richting Groningen rijden, komen we uit op de grens. Deze werd op 7 juli 1724 gecreëerd om de verveners - die het recht van opstrek hanteerden - een gezamenlijke grens te geven om een einde aan de grondtwisten te maken. Honderdvijftig jaar later, in 1874, zou de gietijzeren grenspaal nr. 14 dit nog een benadrukken.
Op 17 april 1742 brachten de stadhouder, Van Burmania (kolonel), de La Rive (ingenieur), Loré en Ypey (mathematici) een visitatiebezoek aan de Schans de Vriesse Paelen. Ze vonden het geheel vervallen en slecht en te klein aangelegd. Begin 1785 werd er nog een poging gedaan om te beargumenteren dat het wegens de aanwezigheid van weg naar Ureterp belangrijk was om een in goede staat schans te hebben. Maar kennelijk gold het eerdere argument dat Friesche palen van te weinig strategisch belang was. Men kwam toch niet hier door de venen en moeren de provincie binnen. Tachtig jaar na de aanleg was er echter nog wel een noodzaak, toen de troepen van Bommen Berend in de tweede helft van augustus 1673 een aanval vanuit Steenwijk deed op de Friese tuin. De aanval bestaat uit drie punten onder leiding van Moranas, Bellerose en Haultin. De eerste gaat richting Wolvega, de tweede naar Oldeberkoop en de laatste richting de Makkingaschans. Aan deze laatste route zit aan het eind ook de Friesche Palen schans. De situatie in het inundatiegebied van de Lende en De Kuunder wordt gered door een hevige noordwesterstorm, dat het inundatiegebied nog groter maakt, zodat de troepen zich hals over kop terugtrekken ten zuiden van De Tsjonger (de andere naam van de Kuunder). De Friesche Palen schans werd dus niet bereikt.
En zo bleef de schans in verval. In 1838 was het helemaal vervallen en met heide begroeid, waarna de veenontginningen het afmaakten 3.
Bij de grens zien we overduidelijk een restant van een schans liggen. Het gaat hier echter om verwijzing naar de plek waar ooit de schans heeft gelegen, als publiekstrekker en niet als reconstructie. Met de aanleg is eind april 2014 begonnen. Een dik half jaar later, op 26 november 2014, werd de historische plek feestelijk heropend door de gedeputeerde Sietske Poepjes.
We gaan natuurlijk even een kijkje nemen. Wat meteen opvalt is het stekje Zitschans met in de vorm van een schans een zitje. Daar binnenin steken zes 6 meter lange speren willekeurig de lucht in. "In gedachten zie ik die soldaten lopen", aldus de maker van dit beeld, de product- en ruimtelijk ontwerper Sven Lamme (Hilversum, 1980). "De scherpe punten in de lucht geven het beeld ook iets agressiefs. Dit is natuurlijk wel oorlog." Het hout van de bankjes komen van de bomen die hier vlakbij zijn gekapt 4. De grenspaal 14 valt natuurlijk ook op.

noten:

1.
15596 N381 Drachten – Drentse grens Infrastructurele maatregelen onderliggend wegennet Contractnummer 14-35-WN;
De Woudklank, 22-11-2012 - 9:06 Honderd jaar caféleven wordt gevierd in Ma Kelly’s / Renske Woudstra;

2.
N381 Nieuwsbrief, oktober 2015 Wegen rondom N381;
N381 De Plus, nr 1, november 2014 Frieschepalen, p.12-13;
Bestemmingsplan Frieschepalen - Kom Vastgesteld / 5 oktober 2009;

3.
De Woudklank, 28-4-2014 - 8:28 Historische schans Frieschepalen wordt in ere hersteld;
Delpher: De Heerenveensche koerier : onafhankelijk dagblad voor Midden-Zuid-Oost-Friesland en Noord-Overijssel, 20-10-1951 Langs de schansen in Zuid-Oost Friesland : III : Friesche palen of Trimunter schans / S.J. v.d. M.;
De Friese Waterlinie : toneel des oorlogs rond Lende en Kuunder / Meindert Schroor. - SSR, 133. - Berkoop [Oldeberkoop] : Stichting Stellingwarver Schrieversronte, 2008. - ISBN 978-90-6466-142-6. - p. 35-38, 62;
Bij de bek af : Geschiedenis van de strijd rond de Friese Waterlinie in 1672 en 1673 / Karst A. Berkenbosch. - [Oldeberkoop] : [Klare Kijk Uitgeverij], [2013]. - ISBN 978-94-9111304-8. - p. 196;

4.
Amstelveenweb, 21-6-2013 De bibliotheek zocht en vond designers met verhaal;
De Woudklank, 28-4-2014 - 8:28 Historische schans Frieschepalen wordt in ere hersteld;
De Woudklank, 14-11-2014 - 14:48 Kunstwerk blikvanger voor schans Frieschepalen;
De Woudklank, 26-11-2014 - 20:48 Frieschepalen heeft weer een schans om bij stil te zitten;
Wikipedia Schans (verdedigingswerk);

internetraadpleging: 16-8-2017



Aaltje Pool Plein, Frieschepalen


Fryskepeallenfeart door "de Schans", Frieschepalen


Zitschans | 2014 | Sven Lamme, Frieschepalen


Grenspaal 14, Frieschepalen


"de Schans", Frieschepalen


      De Haar
Wanneer we Frieschepalen verlaten, komen we op de hoogte van de zandrug die tussen de 2,80 en 5 meter boven NAP ligt, de streek Vredewold binnen. Het eerste streekje heet dan ook De Haar, dat dan ook hoogte betekend. Ten noorden hiervan begint in het veen- en moerasgebied het stroomgebied van het Oude Diep. Hier bevindt zich ook het Haarsterbos, waardoor een wandeling van een kleine 2 km te maken is. Het zou naar verluidt nog enkele stukken oerbos hebben, wat betekend dat de mens er zich niet of nauwelijks mee bemoeid heeft. Ook zijn er in 1932 drie grafheuvels ontdekt. In de grootste - van zuiver zand en zonder ringsloot - vond men op een centraal gelegen graf na, niets. Een oostelijk gelegen heuvel was opgebouwd uit zoden, mogelijk met houtbouw met wederom een centraalgraf. In de oostelijke gedeelte van deze heuvel werden nog eens drie - van latere datum - boomkistgraven gevonden. In een van deze boomkistgraven werd nog een stukje grof wollen kledij aangetroffen, een unicum. De derde - ook van zoden - bevatte alleen een centraalgraf. De diverse vondsten die eruit naar boven kwamen, komen onder andere uit de vroege Bronstijd. Andere vondsten geven aan dat er rond 14.000 voor het begin van Onze Jaartelling (vOJ) al bewoning was. Ook in de middensteentijd en jonge steentijd was er bewoning. Tussen 1000 vOJ en 500 nOJ zal het gebied vrijwel onbewoond geweest zijn 1.

noten:

1.
Wikipedia De Haar (Marum);
Heemkundekring Vredewold-west: Gemeente Marum historisch- geografisch;
Heemkundekring Vredewold-west: De Haar;
Staatsbosbeheer: Westerkwartier Wandelroute Haarsterbos - 1,9 km;
Leeuwarder Courant, 5-8-1932, p. 5: Archaeologische onderzoekingen in het noorden / H.J. Popping;

internetraadpleging: 21-8-2017



      De Wilp
Vlak voordat we de kom van het dorp Marum in kunnen, nemen we de Wilpsterweg, naar De Wilp. Aangezien de ontstaansgeschiedenis vanuit het westen komt, met de vervening vanuit Friesland, spreken dus eigenlijk van Wylp. De reden dat het dorp zo wordt genoemd, kent twee verhalen. Het ene verhaal noemt een kleine herberg of tapperij, met daarop een uithangbord waarop een regenwulp was afgebeeld. Een andere verhaal gaat over de bewoners, die Wylpsters waren, oftewel vogelvangers. Met netten vingen ze trek- en watervogels om ze als voedsel op de markt te brengen. Dwars door De Wilp loopt de provinciegrens, zodat we een Groningse De Wilp (het grootste gedeelte) en een Friese De Wilp hebben, ook al is dit slechts kunstmatig. De bewoners kwamen immers voornamelijk uit Frieschepalen en Siegerswoude 1.

Groningerland, Voorstudie voor de grote provinciekaart van T. Beckeringh, 1748-1760
Aangezien de kaart met het Noorden naar beneden is getekend, liggen de kanalen dat later De Wilp gaan vormen in de rechterbovenhoek.
De verveners die vanaf Nienoord werkten, gingen ook door en daardoor werd ook telkens de Jonkersvaart verlengd. In 1815 werden delen van de Nienoordse venen publieke verkocht, waarover de veenmeester Louwes in 1813 een rapport had uitbracht. Hierin wordt vermeld dat de Lindstervenen onder Marum vervolgens de eerstkomende twintig jaar verveend zou kunnen worden en dat de turf zou kunnen worden afgevoerd over een verlengde Jonkersvaart. Het zou echter al binnen tien jaar via De Wilp over de Wilpstervaart afgevoerd kunnen worden over het Friese kanaalstelsel. De stad Groningen zag zijn inkomsten als stapelplaats vast al dalen.

Sinds 1811 vallen De Wilp, Trimunt, Noordwijk, Lukaswolde, Nuis, Niebert en Marum onder de gemeente met dezelfde naam.
Joan François Obbes (Amsterdam, 22-8-1793 ~Zuiderkerk, 28-8-1793 - Niebert, 23-7-1873) was op 30-1-1823 te Haalderen gehuwd met Jeanette Wilhelmina Dorothea Düden (Rees, 6-8-1794 - Niebert, 21-2-1888). Zijn ouders waren Nicolaas Obbes en Catharina Bentink.

Lubbe Ebbels Renkema (Doezum, ~27-2-1785, - Marum, 19-1-1857) was gehuwd op 17-11-1814 te Marum met Antje Eeuwes Oosterhuis. Zijn ouders waren Ebbel Berends en Jantje Lues.

Albert Hendriks Oost (Haulerwijk, 21-5-1797 - De Wilp, 25-12-1875) was gehuwd te Marum op 11-6-1815 met Wietske Jans Venema. Zijn ouders waren Hindrik Geerts Oost en Aaltje Willems 2.
De burgemeester van Marum Joan François Obbes was van huis uit opmeter en opnemer van turf. Hij was er burgemeester tussen 1847-1853. Hij zorgde, samen met Lubbe Ebbels Renkema en Albert Hendriks Oost, ervoor dat de locale economie een oppepper krijgt. Dat deden ze door een stuk woeste grond van de Beesterzwaagse grootgrondbezitter Tjeerts Posthumus over te nemen. De landontginningen namen toe en daarmee ook de bebouwing en bevolking, waardoor de armoede onder de bevolking afnam. Dit bewerkstelligen ze met de oprichting van de Vereeniging tot hulp aan vlijtige armen. De eerste woeste gronden die in bezit kwamen (en nog steeds is) waren gelegen aan wat nu de Commissieweg heet, zodat ook meteen deze straatnaam verklaard is. Deze straat loopt aan de Wilpstervaart dat uitkomt op de Jonkersvaart.
De bedelarij nam net voordat Obbes burgemeester werd, erg toe. Mede door het mislukken van diverse oogsten - in 1845 de aardappel- en boekweitoogst en in 1846 de aardappel- en roggeoogst - werd de leefomstandigheden nijpend. Om het tij te keren ontstond de gedachte voor de oprichting van de Vereeniging. In plaats van geld aan de bedelaars te geven, werden de schenkers verzocht om dit geld in de vereniging te storten. De vereniging creëerde werk voor de bedelaars, zodat ze weer werknemers werden. Zo werd ledigheid, bedelarij en landloperij voorkomen.

Obbes werd bij KB van 9-3-1853 (no 82) benoemd tot ontvanger der directe belastingen en accijnzen te Meeden en Muntendam. Hij zal op 1 maart 1859 ontvanger der directe belastingen te Haren worden, wat hij tot dan in Ruinen was 2.
Nu we dit achteraf weten, hadden we dus eigenlijk De Wilp van de Langpaed moeten benaderen. Van de Wilpsterweg komende zien we als eerste de begraafplaats, met daarop de opvallende klokkenstoel. Dit was in de provincie Friesland een veelvoorkomend fenomeen, wat zich op natuurlijk wijze verspreid.
Deze klokkenstoel staat hier sinds de negentiende eeuw en is gefundeerd op zes zwerfkeien. Het heeft een klok uit 1949 van Van Bergen uit Heiligerlee 3. We rijden de Meester Nennstiehlweg uit en kruisen de Oosterweg naar het Plantsoen - een dubbele weg met groenstrook ertussen. We nemen even een kijkje bij het kerkje dat hier staat, de hervormde kerk uit 1868. De drie bestuurderscommissieleden tot gemeentestichting zijn in steen vastgelegd: E. de W. Alberda van E. (Burgemeester van Marum), S.H. Coldeweij (predikant Marum) en K. Hofkamp (predikant Nuis). De burgemeester Eiso de Wendt Alberda van Ekenstein (jonkheer) was burgermeester van 1853-1874. Hij was zo goed als de opvolger van J.F. Obbes. Tussendoor was Homme Dijkema was nog 6 weken burgemeester, maar deze werd nauwelijks geïnstalleerd ziek en overleed kort daarop. Aangezien er als opvolger van Obbes slechts twee kandidaten waren, Dijkema en Alberda van Ekenstein, was ook Dijkema's opvolging met Alberda van Ekenstein een makkelijke keuze 4.
We rijden door het Plantsoen om bij de Wilpstervaart te komen en rijden de Van Akenweg / Van Akenwei op, om daar even uit te stappen en de vaart en kunstbrug vast te leggen. De vaart loopt naar het oosten langs de Jan Gosses Wijk. Naar het westen de (oudere) Oudemolenweg. Rond 1925 heette het de Hoofdwijk 5. De voormalige hefbrug is vervangen door een dam in de jaren 50 van de twintigste eeuw. In 2001 werd besloten om allerlei veranderingen door te voeren. Zo kwam men op het idee voor een tempo verlagende 'kunstbrug'. Er is nog even gedoe over deze brug. Kunstenaar Ids Willemsma - we kwamen gisteren al werk van hem tegen in Leek - vindt dat deze teveel lijkt op zijn kunstwerk Brêge foar de fûgel dat hij tussen 1988 en 1990 maakte voor Opeinde.
Door al deze veranderingen en werkzaamheden was het wel afzien voor de dorpsbewoners. Maar donderdag 26-6-2003 was het zover. Op vier uur werd de nepbrug en daarmee het hele onderhanden genomen dorp, heropent door Feike Mollema (wethouder). En aantal veranderingen en nieuwigheden, zoals de 'kunstbrug' springen meteen in het oog 6. Wanneer we weer langs, over of door het Plantsoen terugrijden en bij de hoek van de Oosterweg weer even uitstappen, zien we hoe het dorp er voorheen uitzag. Plantsoen en Oosterweg zijn het gedempte hoofdkanaal. Schuin tegenover de Oosterweg stond de voormalige Zuivelfabriek. Het pand ziet er nog steeds indrukwekkend uit.
Op dit kruispunt staat een herdenkingsbeeld van het honderdjarig bestaan van Plaatselijk Belang Vooruitgang De Wilp op 13-12-1985. Per KB 56 van 27-4-1896 is ze sinds de oprichting op 13-12-1885 officieel ook een rechtspersoon 7.
Rondom de sokkel van het beeld vinden we de geboortedagen van enkele mensen:
02-04-1976 Cornelis Meindertsma
10-04-1978 Nynke Hoekstra
20-08-1981 Theunis J. Stoker
11-12-1982 Tjitskien A. Kajuiter

Het beeld staat in het wapen van De Wilp, dat met diverse steenkleuren op de grond is uitgebeeld. Het maakt onderdeel uit van het project de Wulp. Een eindje verderop staat De Zitpraam die in 2016 door Klaas Duursma en Jan Tienstra is gemaakt. Het wordt aan weerszijden bijgestaan door rolpalen. Deze waren nodig wanneer een trekschuit de bocht om moest 8.

We rijden verder de Oosterstraat in en komen langs de voormalige gereformeerde kerk en huidige PKN-kerk, de Oosterkerk. Bij de Boelewijk leggen we de Wilpstervaart nog even vast. Op zich lijkt dit een fraaie route om met scheepjes te varen. Helaas zitten er nu teveel vaste bruggen, dammen en dichtgeworpen kanaaldelen in de route Groningen - Drachten om Leek en De Wilp deze toeristische vaarroute te kunnen nemen.
Na de Boelewijk volgt de Commissieweg, waarover we het eerder hadden. We komen al snel het oude voetgangersbruggetje tegen. Dit loopbruggetje over de Wilpstervaart bij Drie Roe zal niet meer dezelfde zijn die in 1927 door B.J. Kloosterman is vervaardigd. Deze was waarschijnlijk een vervanging van een vorige, gezien de waarneming uit 1925 9. En deze brug die we nu zien, is ook weer van recentere datum.
Voordat we de Lindsterlaan inrijden, leggen we op het kruispunt de Wilpstervaart nog even vast, om vervolgens naar Marum te gaan.
Op Dag 4 rijden we verder de route langs de Jonkersvaart richting het oosten .

noten:

1.
Wikipedia De Wilp;
Heemkundekring Vredewold-west: Gemeente Marum De Wilp;
Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden / A.J. van der Aa. - 13 delen. - Gorinchem : Jacobus Noorduyn, 1839-1851 Twaalfde deel: W. - 1849;

2.
Vier eeuwen turfwinning : de verveningen in Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel tussen 1550 en 1950 / M.A.W. Gerding. - AAG bijdragen, 35; ISSN 0511-0726. - Wageningen : Landbouwuniversiteit Wageningen, 1995. - ISBN 90-6194-298-5. - p. 54-55;
Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden / A.J. van der Aa. - 13 delen. - Gorinchem : Jacobus Noorduyn, 1839-1851 Twaalfde deel: W. - 1849;
Wikipedia Lijst van burgemeesters van Marum;
't Olde Guet. - Heemkundekring Vredewold-West/Gemeente Marum, 2011 Burgemeesters en gemeentehuizen / Joke de Boer-Jager. - p. 5;
Leydsche Courant, 2 maart 1859 p.1, k.2 Binnenlandsche berigten, 's Gravenhage, 1 Maart;
Kamerstuk Tweede Kamer 1890-1891 kamerstuknummer 2 VII B ondernummer 5: Bijlage B. Staat van vervallen burgerlijke pensioenen p. 2;
De Nederlandsche Leeuw, jaargang 26 (1908), k.105 V. 11;
Gemeente Amsterdam Stadsarchief DTB 103, p.273 (folio 136v), nr.8;
AlleGroningers Overlijdensregister Marum 1873, Aktenummer 47;
Vereeniging tot Hulp voor Vlijtige Armen te De Wilp / Sineke de Groot-Jager, Joke de Boer-Jager (in: 't Olde Guet : tijdschrift van de vereniging Heemkundekring Vredewold-West. - 2009, 10, p. 29-36);
AlleGroningers zoekvraag Renkema, Lubbe Ebbels;
AlleGroningers zoekvraag Berends, Ebbel;
AlleGroningers zoekvraag Oost, Albert Herndriks;
AlleGroningers zoekvraag Venema, Wietske Jans;
AlleFriezen zoekvraag Hindrik Geerts en Aaltje Willems;

3.
Klokkenstoelen.nl Klokkenstoel De Wilp;
de streekkrant, 13-7-2017 Rondje deur Mien Westerkwartier: De Wilp;

4.
Wikipedia Lijst van burgemeesters van Marum;
Hemmo Dijkema 1799-1853: Gronings agronoom en Ruslandreiziger / A.H. Huussen jr. - Groninger historische reeks, 20. - Assen : Koninklijke Van Gorcum, 2001. - ISBN 90-232-3669-6 p. 188-192;

5.
Historische atlas Groningen : chromotopografische kaart des rijks, 1:25.000 / [G.L. Wieberdink (samenstelling)]. - Den Ilp : Robas Producties, 1990. - ISBN 90-72770-09-9. - No 131;

6.
Heemkundekring Vredewold-west: Gemeente Marum De Wilp - Brug;
De krant van toen: Nieuwsblad van het Noorden, 28-8-2001, p. 3 De Wilp op de schop dankzij nieuw riool : Koopman: 'Driekwart van het dorp gaat over de kop';
De krant van toen: Nieuwsblad van het Noorden, 22-9-2001, p. 11 De Wilp op de schop dankzij nieuw riool : Koopman: 'Driekwart van het dorp gaat over de kop';
De krant van toen: Dagblad van het Noorden, 25-1-2002, p. 3 Het is even afzien, maar straks is De Wilp mooi;
De krant van toen: Dagblad van het Noorden, 4-2-2003, p. 7 Kunstenaar beschuldigt Marum van plagiaat;
Keunstwurk, 27-12-2011 Brêge foar de fûgels;
Welkom op het digitale dorpsplein van Opeinde Opeinde;
Wikipedia Ids Willemsma;
De krant van toen: Dagblad van het Noorden, 26-6-2003, p. 9 'Nepbrug' De Wilp gaat open;
De krant van toen: Dagblad van het Noorden, 27-6-2003, p. 9 'Brug op het droge' moet verkeer afremmen;

7.
Delpher: Algemeen Handelsblad, 28-6-1896 Vereeninging Vooruitgang;
Delpher: Nederlandsche staatscourant, 29-6-1896 Vereeninging;

8.
facebook Community De Wilp;

8.
GereformeerdeKerken.info V/m Gereformeerde Kerk De Wilp (Gr.) wordt PKN-kerk;

9.
Fries scheepvaart museum Bouwtekening van een brug over de Wilpster Hoofdvaart;
Historische atlas Groningen : chromotopografische kaart des rijks, 1:25.000 / [G.L. Wieberdink (samenstelling)]. - Den Ilp : Robas Producties, 1990. - ISBN 90-72770-09-9. - No 131;

internetraadpleging: 22 - 27-8-2017



klokkenstoel, De Wilp


Meester Nennstiehlweg, De Wilp


N.H.kerk, De Wilp


kunstbrug, De Wilp


Wilpstervaart / Jan Gosses Wijk, De Wilp


(voormalige) Zuivelfabriek, De Wilp


De Wilp, De Wilp


Oosterweg, De Wilp


Plantsoen, De Wilp


De Zitpraam met rolpalen | 2016 | Klaas Duursma, Jan Tienstra, De Wilp


PKN-kerk, De Wilp


Boelewijk/Wilpstervaart, De Wilp


Wilpstervaart/Commissieweg, De Wilp


Wilpstervaart/Jonkersvaart, De Wilp


      Marum
Dwars door de voormalige woeste gronden van de Linde rijden we naar Marum. Langs de Wendsteinweg komen we bij de Olmen een marktpleintje en parkeerterreintje tegen, met daarop een beeld. We zien het winkelcentrum al liggen en dus parkeren we maar alvast bij het beeld Vrouw met parasol uit 2002. De beeldhouwer van dit werk, Johan Sterenberg (Sint-Annen, 8-9-1920 - Marum, 6-10-2002) maakte het eerste schetsje van wat uiteindelijk dit beeld zou worden in 1959 van Rose Marie. Ze woonden toen beiden aan een zijde van de Amstel in Amsterdam. Zij zou later zijn vrouw worden. Volgens Sterenborg moet een beeld groeien. Hij maakte het later nog eens op een groter formaat. Een nieuwe en laatste levensgrote versie waar we nu naar kijken is rond de eeuwwisseling tot stand gekomen 1.
Waren we gisteren in Leek verrast door een nieuwbouwwinkelcentrum, ook hier lijkt alles redelijk 'nieuw'. Het plein heet dan ook toepasselijk 'De Wending', wat zowel figuurlijk als letterlijk opgevat moet worden. Omdat het inmiddels de hoogste tijd is voor een hapje en een drankje is de bakkerij van Appie de Jong een makkelijke keuze. Het is het enige plekje waar we dit kunnen doen, zo lijkt het. Twee tafeltjes vormen het terras, waaraan we dan ook gaan zitten. Gelukkig kunnen we ook van het toilet gebruik maken, die we dwars door zaak heen kunnen bereiken.
We vervolgen het pleinrondje - tegen de klok in, en komen de Primera tegen. Naast boeken kun je hier voor van alles terecht, postkantoor, OV en zelfs Riverdale woonaccessoires. Wij kijken echter naar de boeken. Slechts een brochure van de Romaanse Kerk spreekt tot de verbeelding. Dit zet ons wel aan denken. Deze zijn we nog helemaal niet tegengekomen. En was hier ook niet die Bult? Tijdens het afrekenen worden deze vragen naar de bekende weg gesteld. Het blijkt dat we het oudste stukje Marum met de grote bocht van De Wilp voorbij zijn gereden. En dus rijden we, wanneer we het rondje winkelcentrum hebben afgerond en weer bij de wagen zijn aangekomen, de aangewezen route naar de kerk. We nemen de Kerklaan en komen uit bij FrieslandCampina Cheese, naar verluidt de grootste producent van de Edammer kaas in West-Europa 2. Hoewel we een groot parkeerterrein zien liggen, we gaan er maar van uit dat deze bij de fabriek hoort, rijden we even verder en parkeren de auto in de Torenstraat. Een toepasselijke naam.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed doet onderzoek naar de Bult van Marum. Ze denken aan een stinswier als oplossing van dit eeuwenoude raadsel. (5 maart 2012)
Een week later wordt dit bericht bevestigd door RTV Noord (Donderdag 15 MAART 2012, 17:23).
We kunnen het niet laten om eerst even een kijkje te nemen naar de Bult van Marum (532286). Gezien de ervaring, op gedaan in Zeeland zal het niet verbazen dat de daar aangetroffen vliedbergen of mottekasteel hetzelfde is en doel had. Vooral de situatie in Baarsdorp lijkt eender. Soortgelijke bergjes kwamen we die dag tegen in De Groe, '-Gravenpolder, 's-Heer Abtskerke, Nisse, Coudorpe en Borssele.
De bult zal ook door mensen gemaakt zijn met grond van de rondom gegraven gracht. Hierop kwam dan een toren te staan. Was er hiervoor nog een spieker, een voorraadplek, dan zullen er mogelijk nog houtrestanten te vinden zijn. De gracht was ongeveer acht meter breed en twee meter diep. Op de bult werd (uiteindelijk) een stenen toren gebouwd, ook wel een stins of steenhuis genoemd 3.
Door het hoge gras en laaghangende takken van de boom, is 'de Bult' nauwelijks zichtbaar.
We lopen dus maar snel naar de kerk (28286). Ook dit kerkje uit de twaalfde eeuw - en daarmee een van de oudste bakstenen bouwwerken van de provincie - lag op een omgracht terrein. De bouw begon in de twaalfde eeuw met een kapel (het oostelijke gedeelte). Al vlot volgde in de eerste kwart van de dertiende eeuw het schip en toren. De toren kreeg pas halverwege de zestiende eeuw de huidige hoogte.
Binnen ziet de inrichting er eenvoudig uit. De preekstoel uit 1826 is gemaakt door D. Duursma uit Drachten. Het opzetstuk van de herenbank is van ongeveer 1695 en gesneden door Jan de Rijk (~Enkhuizen, 5-8-1661 - <1738) 4. Het wapen is van Carel Ferdinand Von Inn- und Kniphausen (Nienoord, 22-2-1669 - Nienoord, Midwolde 28-12-1717) 5, die in 1714 heer van Nienoord werd.
Het oudste deel van de in 1939 aan de torenwand geplaatste orgel stamt uit 1658 en is afkomstig uit de kerk van Ginneken. Johan Reimschmitt - ook voorkomend als Jan Rijmsmit, Johan Rijmsmit, Johann Rijmsmidt, Reimschmitt, Riemsmid, Riemschmidt, sinds ongeveer 1650 orgelmaker te Breda - was de oorspronkelijke maker. Hij was waarschijnlijk tijdens de Dertigjarige oorlog - een strijd tussen de katholieke en gereformeerde staten - uit Silezië (een historische regio in het gebied van het huidige Polen, Duitsland, Tsjechië) gevlucht. Hij is in 1660 overleden 6.
Naar verluidt was de toren ook weleens een huis van bewaring. Er werd dan iemand onder de toren gezet. Dit was ook in april 1821 het geval toen ene Huisinge gepakt werd. Eenmaal onder de toren gezet verbrak hij het slot van de boeien, zodat hij zich kon ontdoen van de boeien. Vervolgens klom hij naar boven, de toren in. Hij klom met de klokkentouwen naar de galmgaten, waardoor hij naar buiten kon. Via het kapwerk liet hij zich naar beneden glijden en bereikte zo de grond. De schout meldde deze vlucht op 24 april aan de Officier van Justitie 7.


de Zwarte Roodstaart
(zie link naar YouTube voor betere afbeeldingen)
We verlaten de kerk en lopen nog een rondje om de kerk. Hier maken we kennis met het geluid van een vogel. Het beestje maakt herrie voor tien, dus wij zoeken naar een flinke vogel. Tussen alle grijze en zwarte grafstenen kunnen we het nauwelijks traceren. Het blijkt dan ook om een zwartig beestje te gaan ter grootte van een koolmees. Wanneer we het in ons vizier hebben, zit het nauwelijks stil. Het is duidelijk voedsel aan het zoeken en gedraagt zich wat dat betreft net als een koolmees. Vooral dat staartje valt op, het is een beetje roodachtig, zodat we het al snel op naam kunnen vinden, de Zwarte Roodstaart.

Wanneer we verder lopen, komen we bij een nieuwe begraafplaats-gedeelte. Het ligt ook verhoogd en geeft uitzicht op 'de Bult'. Helaas nemen de bomen in vol blad het zicht op de kerk. We kunnen hiervandaan echter wel door het gras langs de 'stinswier' lopen. Een gemaaid pad brengt ons naar het hekwerk waardoor we weer de straat kunnen bereiken.
Wanneer we weer in de auto zitten, rijden we via de Markstraat verder. Hier zijn her en der de mensen bezig om een kwastje verf op hun houtwerk aan te brengen zodat het er weer een paar jaar tegen kan. Aan het begin van de straat bevindt zich Café Markzicht dat is gevestigd in een mooi pand uit 1913 8. We rijden vervolgens weer naar het nieuwbouwcentrum van Marum en vervolgen de route over de Wendtsteinweg. Op de hoek met de Alberdaweg stoppen we even voor Hermans Hoeve. Hiervan zien we ook meteen een potentiële eetlocatie. Kruisweg Marum is een grote zaak, zo te zien, wanneer we er langsrijden. Aan de andere kant zien we tevens nog een zaak "Heerlijkheid". Dus deze rotonde moeten we maar even onthouden.
Wij rijden intussen verder over de Kruisweg en Nieuweweg naar Nuis.

noten:

1.
Wikipedia Lijst van beelden in Marum;
De krant van toen: Nieuwsblad van het Noorden, 19-2-2002, p. 9 Marumer kunstenaar: Een beeld moet groeien;
De krant van toen: Dagblad van het Noorden, 15-10-2005, p. 9 Expositie Sterenberg in Beeld in gemeenthuis Marum;

2.
Wikipedia Marum (dorp);

3.
Heemkundekring Vredewold-west: Gemeente Marum De bult van Marum / Koos Vos;
De bult van Marum / Jan van Doesburg, Jos Stöver (in: Tijdschrift van de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed, 2013, nr. 1, p. 32-33);
Nederzettings- en ontginningsgesciedenis van Vredewold in het Westerkwartier van de provincie Groningen (ca 700 - ca 1500 AD) / Truus Veldhuis. - Groningen : RUG, 2011. - scriptie;

4.
Romaanse Kerk Marum. - Marum : Plaatselijke Commissie Marum / Stichting Oude Groninger Kerken, 2013. - p. [1, 3] ;
Religieus erfgoed in Groningen : Oude kerken in de Ommeland / Harm Plas, Wim Plas. - Bedum : Profiel, 2008. - 2e druk 2008. - ISBN 9789052944111. - Marum. - p. 180;
Geheugen van Drenthe Jan de Rijk;
Leven en werk van Jan de Rijk, beeldhouwer, Deel 1 Van 'Kock vaer' tot beeldsnijder / Freerk J. Veldman, (in: Groninger kerken, vol 12, 1995, nr. 1, p. 5-18);
Wikipedia Jan de Rijk;

5.
Greets genealogie Gezinskaart van Carel Ferdinand von Inn- und Kniphausen (1669-1717);

6.
Romaanse Kerk Marum. - Marum : Plaatselijke Commissie Marum / Stichting Oude Groninger Kerken, 2013. - p. [1, 3] ;
Orgelsite Marum, (Gr.) voormalige HK / Michiel van 't Einde. - 2008;
Brabants Orgelrijkdom Ginneken (Breda) - Laurentiuskerk. - 18 februari 2017;
Het Groninger orgelbezit van Adorp tot Zijldijk / Stichting Groningen Orgelland, Jaap Brouwer, Dirk Molenaar, Adolph Rots, Frans Talstra, Victor Timmer. - 6 delen. - Leens : Stichting Groningen Orgelland, 1994. - Deel 5 Fivelingo / Jaap Brouwer, Adolph Rots, Dirk M.J. Molenaar p. 197;
Het historische orgel in Nederland. - 6 delen. - Amsterdam : Nationaal Instituut voor de Orgelkunst, 2003. - Deel 8, 1858-1865 / Hans van Nieuwkoop p. 29;
Wikipedia Dertigjarige Oorlog, Silezië;

7.
Romaanse Kerk Marum. - Marum : Plaatselijke Commissie Marum / Stichting Oude Groninger Kerken, 2013. - p. [2] ;

8.
Kadaster : Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) 0025100000007599;


internetraadpleging: 28-8 - 3-9-2017



Vrouw met parasol | 2002 | Johan Sterenberg, Marum


winkelcentrum, Marum


de Bult, Marum


kerk, Marum


kerk, Marum


herenbank, Marum


toren, Marum


kerk, Marum


café Marktzicht, Marum


Hermans Hoeve, Marum


Kruisweg, Marum


de kleine notities, Marum


      Nuis
Dat de Nieuweweg zo heet, komt omdat het de Oudeweg als tegenhanger heeft, dat in Marum op het nieuwbouw-centrum eindigt. Via het Dorpshuisstraat heet deze vrijwel onverharde pad de Malijksepad, in Nuis Oudeweg en Het Pad in Niebert waar het bij de Iwema-Steenhuis of de Iwemastins uitkomt. Deze route is echter niet met de auto te rijden.
Wanneer we bij het kerkje van Nuis zijn aangekomen, stoppen we even en parkeren we bij de Vrijborg de auto.
Onze aandacht wordt door diverse borden gegrepen, zodat we aantal keren onnodig over de toch wel drukke weg gaan rennen.
Wanneer we overzicht van de situatie hebben gekregen beginnen we aan de kant waar we geparkeerd staan. Hier zien we een beeld op een grasveld met een dozijn bomen. Het blijkt te gaan om een Molukse man dat hier op 15 oktober 2011 werd onthuld. Gert Sennema (Grijpskerk, 26-2-1962) maakte dit beeld in opdracht van het Plaatselijk Belang Nuis-Niebert. Hij beeldde de man af als een weemoedig achteromkijkend, met zijn KNIL-pet in de hand.
We staan hier namelijk bij het voormalige Kamp Nuis. De langste periode - van 1951 tot 1964 - werd het bewoond door de KNIL-families. De geschiedenis van dit kamp begon echter in 1941 toen de Duitse bezetter er een kamp stichtte voor de jongemannen van de Nederlandse Arbeidsdienst, de latere Arbeitseinsatz. Er werd een stuk land bij de familie Kimm gehuurd, waarop een kamp werd gebouwd. Aan het eind van de oorlog werden er NSB-vluchtelingen uit bevrijd Nederland geplaatst. Na de oorlog ook, maar nu als collaborateurs, evenals Duitse gevangenen. Ook jongeren werden er geplaatst, als een dependance van de jeugdgevangenis van Veenhuizen . En daarna kwamen dus de Ambonezen / Molukkers. In 1951 werden ze met 374 personen ondergebracht in 'Kamp Marum', dat uit vijftien woonbarakken en een ziekenzaal bestond. De 71 kinderen gingen in Marum naar school. Tegenwoordig is hiervan niets meer terug te vinden, vandaar dit herdenkingsbeeld 1. Op dezelfde plek is sinds 1996 het Noordelijk Archeologisch Depot gevestigd, waar een paar miljoen archeologische vondsten uit voornamelijk de omgeving liggen opgeslagen.

We lopen nu nogmaals naar de overkant van de weg en maken eerst een foto van de 'nieuwe' voorkant van de kerk. Het pad, van waaraf we de foto maken, loopt echter naar de Coendersborch (528899), dat we later bij toeval zullen zien. Aan dit pad is ook het zeer boeiende en leerzame Landbouw- en streekmuseum 't Rieuw te vinden.

folder kerk Nuis.
De stoep ontbreekt, wanneer we naar de kerk (28294) lopen, zodat we over het fietspad gaan.
Afgezien van het nieuwe voorportaal uit 1906, naar ontwerp van de Marummer architect T. Glastra, is het voor het grootste gedeelte goed bewaard gebleven. De buitenmuren hebben een opmerkelijke romaans-gotische vormgeving, die je hier in de omgeving nauwelijks tegenkomt. De bouw van deze kerk vond aan het begin van de dertiende eeuw plaats. Vooral de muur van de oostzijde - waar je meestal een halfrond koor vindt, maar nu rechtgesloten - is het meest oorspronkelijk gebleven. Het heeft bovenin vijf klimmende spaarvelden. Daaronder zijn er nog vijf, maar deze zijn verschillend van aard. De beide buitenste zijn gevuld met in staand keperverband vlechtwerk. In de drie binnenste spaarvelden zaten voorheen vensters. Deze werkzaamheden zien we ook aan west- en zuidzijde.

Een van de twaalf rouwborden, Nuis.
Vrouw Lucia van Siccama wed. van de Heer Saco Fockens, bij leven Grietman over Opsterlant. Obiit den 24 November 1675, Oldt, 70 Jaeren
Aan de binnenkant treffen we een bij de restauratie van de kerk teruggevonden piscina - het (af)wasnisje - aan. Hierboven komt ook nog een stuk van een geschilderd wijdingskruis tevoorschijn 2.
Bij de piscina horen we van medebezoekers de uitdrukking Gods water over Gods akker laten lopen. Aangezien deze uitdrukking echter zoiets betekend als 'de zaken op hun beloop laten gaan' of aansprekender en herkenbaar sterker gezegd 'het water over het land laten lopen, zonder moeite te doen om het bij een overstroming door dijken of dammen te keren', heeft dit dus niets met een piscina van doen 3. Een ander zeer opmerkelijk fenomeen, zijn de vele rouwborden aan de muur. Het zijn herinneringsborden van de grietmanfamilies Van Teyens en Fockens uit Beesterzwaag. In 1699 kocht het echtpaar Oeno van Teyens (1636-1715) en Hyma Auwema ( -1700) de Coendersborch van Hyma's moeder. Ze gingen er echter niet wonen, maar zijn wel beiden in Nuis begraven. Kleindochter Hyma van Teyens wel . Tijdens de Bataafse Republiek - vrijheid, gelijk en broederschap, werden ook deze borden als een symbool voor ongelijkheid beschouwd. En dus haalde Hyma van Teyens de borden uit de kerk van Beetsterzwaag en bracht ze naar de Fockenstate van de familie aldaar. In 1812 werden ze naar de Coendersborch overgebracht. Een kinderloze achterkleinzoon van het echtpaar Oeno van Teyens en Hyma Auwema woonde vervolgens ook op de Coendersborch. Hij liet de borg (incl. rouwborden) na zijn dood in 1866 na aan de buurman Joachimus Lunsingh Tonckens, de latere burgemeester van Beetsterzwaag. De rouwborden werden op een dag aangeboden aan de kerk van Beetsterzwaag, maar zij bedankten. Uiteindelijk kwamen ze in 1956 in deze kerk te hangen 4.

Het informatiebord Historisch pad - Kerk Nuis uit 2012 vertelt in het kort het verhaal van de overgang van het Rooms-katholieke godsdienst naar de Protestantse na de overwinning van de Staatsen in 1594 . Daarnaast wordt het bijzondere verhaal van Harcko Iwema verteld, de buurrechter in 1531. Voorheen werd op een heuvel bij een grote kei, de gerechtssteen of -tafel of als vergaderplaats, het Ding (Thing) bijeengekomen . Naast de toren en kapel kwam het schip, dat dienst ging doen als 'dorpshuis' voor bijeenkomsten, waaronder het Ding, de rechtspraakhandelingen . Ten tijde van Iwema wordt er een poging ondernomen om het grietmanschap erfelijk te maken en over te dragen aan het huis Van Ewsum. Op de bijeenkomst op hemelvaart is het de bedoeling dat Iwema zijn grietmanschap in de handen moet leggen van Otto van Ewsum, in het bijzijn van de Stadhouder van Stad en Lande (= Ommelanden 5) de bastaardzoon van Karel van Gelre (Grave, 9-11-1467 – Arnhem, 30-6-1538) met dezelfde naam, Karel 'de Oude' bastaard van Gelre (ca. 1508-1568). Hierdoor zou de toerbeurtrol van de grietman en andere functies komen te vervallen. Het lukt Iwema niet om de eedsformule over zijn lippen te krijgen, vanwege Cranckheyt des hoefdes, als dat seer schudde ende he oeck vrees sprack.
Iemand anders, te weten Hylle Hayens die zelf nog in 1520 (roulerend) grietman was, lukte het echter wel en gaf daarmee het roulerende systeem uit handen.
Over dit ziektebeeld kunnen de vragen "Zou het Parkinson zijn geweest?" en "Was het ingehouden woede en weigering uit protest?" afgevraagd worden, waarbij het laatste waarschijnlijker is, gezien het officieel protest hiertegen bij de Hoofdmannenkamer in Groningen in 1537 door hem en Jelt Eyssema en Bocko Auwema (ca. 1490 - > 1537) 6.

Na het rondje om de kerk steken we weer over de weg, naar de parkeerplaats van onze wagen. Hier staat "de Vrijborg" met een bankje dat de naam Ate Doorenbos (Nuis, 1-1-1926 - Schiedam, 23-7-2010) draagt. Ate heeft hier een bankje omdat hij zich als geen ander heeft ingespannen om het lied dat door de gewone mensen gezongen werd, op de radio uitgezonden te krijgen. Dit lukte hem met het programma Onder de groene linde, wat hij eerst zelf niet mocht presenteren, wegens zijn Gronings accent. Hij wilde er een serie van tien afleveringen van maken. De VARA-leiding vond vijf wel genoeg. Het zouden er 1370 worden! Ate legde zich toe op de nog steeds groeiende Nederlands Volksliedarchief, waarin hij de liederen wetenschappelijk vastlegde op de afdeling Volkskunde. Zijn hoofd Han Voskuil zou op een gegeven moment tegen hem gezegd hebben “Ik zal de dag zegenen dat je ophoudt met dat veldwerk van je”. Tegenwoordig wordt het als een van de ‘gouden eieren’ van het Meertens Instituut gezien. Over zijn ingebrachte aandeel is uitgebreid in het boek Blues en balladen : Alan Lomax en Ate Dornbosch, twee muzikale veldwerkers / Louis Peter Grijp, Herman Roddenburg. - Amsterdam : Amsterdam University Press / Salomé, 2005. - ISBN 90-5356-754-2 geschreven.

YouTube Fungus - Kaap'ren Varen
Vanaf 1966 was hij ook werkzaam op het Meertens Instituut bij de afdeling volkskunde, waar hij de liedjes kon verwerken. Anderen, zoals de folkbands Fungus en Wolverlei maakten later weer dankbaar gebruik van zijn werk en lieten zich daardoor inspireren. En hit-voorbeeld hiervan is het liedje van Fungus getiteld Kaap'ren Varen en Zeven dagen lang van Bots 7.
De 'Vrijborg', gebouwd door architect Willem Carel Adriaan Hofkamp uit Leeuwarden (Surhuisterveen, 16-12-1849 - Leeuwarden, 21-4-1924), was een Werkinrichting. Dit werkhuis, opgericht door de vader van de architect, dominee (Surhuisterveen 21-11-1847 - 1852, Nuis-Niebert 1852-1887) Klaas Hofkamp (Groningen, 12-11-1818 - Coevorden, 18-2-1888) 8, had net als de Vereeniging tot hulp aan vlijtige armen tot doel om de armen te helpen in ruil voor arbeid. Ds. Hofkamp was dan ook bij beide projecten betrokken. Hier in Nuis zorgde deze instelling voor de Nuismer armen.

detail kozijn en metselwerk, "de Vrijborg", Nuis.
Willem Carel Adriaan Hofkamp
De architect Hofkamp heeft aan veel projecten in het land gewerkt. Zo heeft hij onder andere aan het herstel van de toren de Oldehove in Leeuwarden gewerkt. Dit heeft hij vast laten leggen in het boekje De toren "de Oldehove" te Leeuwarden en zijn geschiedenis, geschreven naar aanleiding van de in 1910/1911 daaraan verrichte herstellingen en de daarbij aan het licht gekomen bijzonderheden / W.C.A. Hofkamp. - Leeuwarden : Meijer & Schaafsma, 1911. Hoewel het ontwerp van De Vrijborg - een werkhuis in de vorm van een boerderij - er niet opvallend uit ziet, is een er toch een aardig detail aan de kozijnen en het metselwerk daarboven te ontdekken. Deze zijn allen rond afgewerkt. Tegenwoordig is De Vrijborg het dorpshuis van Nuis.
We stappen weer in de auto en rijden een stukje verder.

noten:

1.
RTVNoord, 7-11-2010, 19:06 Kunstwerk als herinnering aan Kamp Nuis;
Nationaal Comité 4 en 5 mei Nuis, kunstwerk bij Kamp Nuis;
Drachter Courant, 25-10-2016, 18:45 Molukkers willen verzwegen historie levend houden / Fokke Wester;
Groninger Archieven Voormalig woonoord voor Molukkers in Nuis 1951-1966;
De verhalen van Groningen De Ambonezen komen / A.J. Wolters;
Gert Sennema Curriculum Vitae;
NuisNiebert.nl : De dorpswebsite voor Nuis en Niebert Notulen jaarvergadering Plaatselijk Belang Nuis&Niebert, op donderdag 22 april 2010;
Wikipedia Nederlandse Arbeidsdienst, Kamp Nuis, Ambonezen, Molukkers;

2.
Kerk Nuis / Activiteitencommissie Kerken Nuis-Niebert. - Stichting oude Groninger kerken, [2017];
Religieus erfgoed in Groningen : Oude kerken in de Ommeland / Harm Plas, Wim Plas. - Bedum : Profiel, 2008. - 2e druk 2008. - ISBN 9789052944111. - Marum. - p. 250;

3.
Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden / F.A. Stoett. - Zutphen : W.J. Thieme & Cie, 1923-1925. - (vierde druk). - 2527;

4.
Het verhaal van de Groninger kerken Nuis / AK, februari 2014;
De Ommelander borgen en steenhuizen / W.J. Formsma, R.A. Luitjens-Dijveld Stol, A. Pathuis. - 2e druk, met aanvullingen en verbeteringen. - Groninger historische reeks, deel 2. - Assen/Maastricht : Van Gorcum, 1987. - ISBN 90-232-2314-4. - p. 299-300;
Stichting van Teyens Fundatie - Beetsterzwaag Rouwborden;

5.
Eigen erf & eigen aard : Geschiedenis van een gewest en van een geslacht / Jacob Euwema. - p. 29;

6.
Eigen erf & eigen aard : Geschiedenis van een gewest en van een geslacht / Jacob Euwema. - p. 29;
Auwema : eigenerfden in Tolbert / Leo Martinus. - [s.l.] : Leo Martinus, 2013. - p. 18;
Wikipedia Karel van Gelre;

7.
Wikipedia Ate Doornbosch, Fungus (band), Wolverlei (band), bots (band);
Onder de Groene Linde In memoriam;

8.
Eduard Alfred Koldenhof (1930-1991) / H.J. Michiel Wijers. - januari 2016, 7. Harmke Feenstra;
GenealogieOnline: Genealogie Borst/Hofkamp / Peter Borst Klaas Hofkamp, Willem Carel Adriaan Hofkamp;
Wikipedia Willem Carel Adriaan Hofkamp;

internetraadpleging: 4 - 8-9-2017



Molukse man | 2011 | Gert Sennema, Nuis


kerk westzijde, Nuis


piscina, Nuis


kerk zuidzijde, Nuis


kerk oostzijde, Nuis


kerk noordzijde, Nuis


de Vrijborg, Nuis


      Niebert

Mogelijk zag het er zo uit voordat de ramen erin geplaatst waren en het nog niet tot voorhuis van boerderij was omgebouwd. De muren zijn gemaakt van 30*15*8cm formaat kloostermoppen en zijn ongeveer 65 cm dik. Het gebouw was voor 1850 twee meter hoger (10 * 7½ * 13m hoog) en had helemaal geen ramen, wel schietgaten. Op de eerste verdieping was waarschijnlijk aan de zuidzijde een buitendeur met ophaalladder. "Iwema Steenhuis", Niebert.
bewerkte foto
Erg lang rijden we niet, want bij het volgende dorp, Niebert, treffen we het Iwema Steenhuis en Vereniging Museum 't Steenhuus Niebert aan. Vanzelfsprekend trekt het enige nog in de provincie bestaande steenhuis de aandacht. Dit middeleeuwse pand dat ergens rond 1400 gebouwd is heeft nog de oude vorm. Veelal groeide het uit tot een borg, maar in dit geval werd het een voorhuis van een boerderij. Pas na 1850 - toen het werd verbouwd om het geschikt te maken als pastorie - kwamen er grote ramen in. Tot die tijd was de indeling een grote hoge zaal met zolder en daaronder een souterrain 1.
Maar voordat we deze steenhuis bereiken, moeten we eerst even de auto parkeren op het parkeerterrein aan het begin van de Iwemalaan. Te voet kunnen we verder over Het Pad / (onverharde) Iwemalaan. Wanneer we aan het einde van de laan zijn, worden we door twee quads ingehaald.
Wanneer we verder over Het Pad lopen, zien we de boerderij in volle glorie. Het Steenhuis gedeelte wordt nog steeds bewoond en is daarom dus niet toegankelijk. In de daaraan vastzittende schuren wel. Dit vormt het Museum 't Steenhuus.
Ook langs dit pad komen we ze tegen, borden die een stukje woordbetekenis invult en duidend wil zijn. We komen hier het bord "Heerschappij en Meesterschap" tegen. Het behandelt de handel en wandel van de jonker. Wie macht heeft, bewaard het, laat het erven. Om het langdurig te behouden staan vele middelen hem ter beschikking om het te behouden. Geld is hierbij een smeermiddel. Zo ook te gunnen opdrachten om te krijgen wat hij wil. Wanneer ook dit niet werkt, dan krijgt een ander de opdracht gegund en blijft de ander werkeloos achter. Verhoging van te betalen gelden (rente, pacht) werken ook altijd, als pressiemiddel of anders het ontslag van een gezins- of familielid. Verdachtmakingen werken ook prima, wie gelooft men immers? En vanwege het hebben van de redgersfunctie, kan dit met de rechtspraak verzilverd worden, al heeft 'dreigen met' vaak al de juiste uitwerking. Voldoende middelen heeft hij, de jonker, tot zijn beschikking. En gezien zijn meesterschap is hij ervarend genoeg om deze middelen op de juiste momenten tegen de juiste personen in te zetten.


Vanaf Het Pad zien we ook een tafereeltje dat een coulisselandschap genoemd wordt. De coulissen worden gevormd door de natuurlijke perceelafscheiding van meestal of voornamelijk elzen 2.
Vanaf Het Pad zijn we zo op het erf van het museum, waar we eerst een bakje koffie gaan drinken op het binnenterras. De vrijwilligers hebben het er maar druk mee, zeker wanneer er enkele koppels en gezinnen tegelijkertijd binnenkomen. Uit de gesprekken valt te beluisteren dat het wel mee valt. Het museum schoonhouden is een veel grotere klus.
Het museum bestaat uit een vaste expositie en een wisselexpositie. Bij de vaste expositie krijgen we vele voorwerpen te zien, die - soms in een levensechte situatieruimte - bij de vele ambachten gebruikt werden. Denk bijvoorbeeld aan het bakkers- en schildersambacht. Na afloop begrijpen we waarom het schoonhouden een echte klus is.
De wisselexpositie laat tijdens ons bezoek de scheepvaart historie zien. Naast al deze voorwerpen is er ook nog een zeer uniek en speciaal object te zien, waarover zo meteen meer. Eerst lopen we door de vaste onderdelen van de expositie, waarvan we slechts enkele beelden en objecten uitlichten, want het zijn er veel, heel veel.
We beginnen in de bakkerszaak. In de tweede ruimte vinden we allerlei machinerie om de producten te maken, zoals bijvoorbeeld een speculaasmachine. Met deze machine worden de diverse vormen uit het deeg gestanst. Maar ook de appelschiller spreekt tot verbeelding.

bedstee licht en tijd, Museum 't Steenhuus, Niebert
Ook de woonsituatie wordt uit de doeken gedaan, waarbij de bedstee met onderliggende voorraad, bestaande uit vele gevulde weckflessen, duidelijk maken hoe men de winter doorkwam. In een andere bedstee, gesitueerd in een woning naast het binnenterras zien we een object waarop de volgende tekst te lezen is "Hang mij 's nachts dicht bij uw gezicht. 'k Meld tijd, draag vuurtuig en klein licht". Een nachtlampje en klok ineen, kunnen we stellen.

Het schildersambacht komt ook uitgebreid aan bod. Hoe de kleuren worden gemaakt en welke materialen(kennis) daarbij allemaal gebruikt worden, is overzichtelijk tentoongespreid. Ook de toepassingen worden hierbij uiteengezet, met daarbij aandacht voor (gekleurd) glaswerk. Bij de productie van verf zijn de verschillende oliesoorten van groot belang. Hoe dit werkt en welke effecten de verschillende soorten olie hebben, komen we hier te weten. Daarbij is het natuurlijk goed om te weten waar de olie vandaan komt. Onder andere uit het vlasplantje, dat we vaker al tegenkwamen in Friesland en in de geschiedenis . Van de zaadjes uit deze plant wordt lijnzaadolie geperst. Naast het schilderwerk is ook het glas en het zetten daarvan een onderdeel. Een klein overzichtje geeft enkele ideeën, wat er zoal gebruikt werd.
Naast het gebruikelijke schilderwerk, waren er ook nog specialisaties, zoals het letterzetten, houtimitatie en marmeren.
Vervolgens komen we een klasje tegen, waarin de diverse leermiddelen te zien zijn, gevolgd door allerhande instrumenten en gereedschappen, waarvan we slechts een unster laten zien. Een kleine schenkerij, tapperij of zo men wil café, verbeeld de inrichting van een verleden tijd.
Het overlevingskistje voor Prinses Irene
Dit speciaal gemaakte wiegje, dat waterdicht en voorzien was van een gasmasker, was gemaakt voor Prinses Irene bij de overtocht van Engeland naar Canada tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een bewaker, Jan Meendering, die weer terugkeerde naar zijn ouders in Nederland, gebruikte het als verhuisdoos, waar hij het liet staan. Zus Koning-Keendering schonk het op 18 juli 1996 aan het museum.
Op de foto zien we de zoon van de maker van het kistje, J.G. van Ewijk
Museum 't Steenhuus, Niebert


En dan lopen we langs een zeer bijzonder en uniek object, een speciaal wiegje gemaakt voor Prinses Irene. Voor de gevaarlijke overtocht tijdens WOII naar Engeland en van Engeland naar Canada, werd dit waterdicht wiegje gemaakt, dat tevens was voorzien van een gasmasker. Het prinsesje was nog te klein en kon nog niet lopen. Op 12 mei 1940 bleken de Duitsers aan de winnende hand en omdat een vluchtweg over zee nog openlag, bracht men Juliana, Bernhard en de kinderen vanuit IJmuiden naar Engeland. Irene werd in het kistje vervoerd. Op de tentoonstelling zien we Bernhard en Sophia Feith op een foto met het kistje met daarin Irene lopen. Ook is het wiegje te zien met gasmasker op een foto die tevens door de maker van het kistje is gemaakt.
Via een lange route vond dit wiegje zijn weg naar deze plek, waar we het nog steeds kunnen aanschouwen. Een merkwaardig stukje geschiedenis.


scheepvaart, Museum 't Steenhuus, Niebert

passagiersschip s.s. Veendam 1923-1953
We krijgen verder nog een winkelinrichting en schoenenmaker te zien. Aan het einde van de verdieping zien we de wisselexpositie over de scheepvaarthistorie. We zien er veel objecten met een Van Ommeren-signatuur. Uiteraard vinden we ook meer lokale zaken, zoals het passagiersschip s.s. Veendam dat van 1923-1953 dienstdeed.

Vanaf de bovenste verdieping hebben we ook zicht op de zuidmuur van het Iwema Steenhuis. Wanneer we goed door de balkenpartij heen kijken ontdekken we dat de muur bestaat uit twee steensoorten. Een grote, de kloostermop en een kleine, de huidige fabriek baksteen.

"Iwema Steenhuis"
We zien hier met een huidige steenvorm dichtgemetselde voormalige deurpost (linksonder). Ook enkele schietgaten - ook dichtgemetseld - kunnen we erboven terugvinden.
Museum 't Steenhuus, Niebert.
In de muur zien we de met de kleine steen opgevulde voormalige toegangsdeur. Daarboven zien we nog enkele dichtgemetselde schiet- of kijkgaten.
Een steenhuis is niet voor bewoning gebouwd, zodat een versterkt huis in dat opzicht vreemd lijkt. Men gaat ervan uit dat dit steenhuis door de Iwema's is gebouwd en beheerd, waarna ze zijn opgevolgd tot halverwege de negentiende eeuw door de Ibema's 1.

Na het verlaten van het museum, staan we een paar honderd meter later alweer aan de kant voor het kerkje van Niebert. Ook hier treffen we een dubbelzijdig geschiedenisduidingsvaandel aan. Aan de muur van de kerk ook weer een vaandel. Deze gaat over de Kale Jonker Pad. In het kort verhaalt het over de macht en invloed van de jonker. Jonkers hadden een andere positie dan de adellijke geslachten elders in het land. Het waren rijke eigenerfden in een tijd dat er vanuit Ostfriesland de eerste graaftitels ontvangen werden door machtliefhebbers, uit handen van de keizer. Veelal creëerden zij - daarvoor waren het de eigenerfden of hoofdeling als familie- of zo men wil clanhoofd - de kerk, school etc en bekostigden dit ook. En dus hadden ze ook een eigen bank in de kerk en grafkelder, met bijbehorende rouwborden en wapenborden. Ook zorgden zij voor de verbouwingen, herstellingen en verfraaiingen, al naar gelang ze het geld hadden om mee te pronken. De eerste jonkers waren de zonen van de tot ridder geslagen Onno van Ewsum. Onno was getrouwd met een nichtje van Ulrick Cirksena, zodat vanuit daar de invloed duidelijk is. De zonen Hiddo, Abeko, Relef en Wigbolt voerden aan het eind van de vijftiende eeuw - 1491 - de jonkertitel. Voorlopig bleven zij de enige.

kerk, Niebert
Het vaandel vertelt dat de kerk van Niebert is gebouwd in opdracht van de abt van de cisterciënzer abdij in Aduard, zo rond of in 1385. Niebert, afgeleid van nieuwe buurt, met als tegenhanger Tolbert, de oude beurt, was ook ontstaan op dezelfde zandrug 3, evenals voorgaande en volgende dorpen.

Wanneer we van een afstandje voor de deuropening van de kerk staan, vallen de zuid- en noordmuren wel erg op. Vooral de noordmuur heeft duidelijk geleden onder de 'tand des tijds', maar staat nog fier overeind.
Bij binnenkomst zien we weer schilderijen aan de muur. Dat was tot nu toe elke keer zo. En dat is op zich niet zo vreemd, want in de maand juli organiseert Roesd in samenwerking met Stichting Oude Groninger Kerken Kunst in Kerkenpad. Roesd - Giclée Shop produceert replica's van originele schilderijen met een gesigneerd certificaat van de maker van het origineel.

De absis van de Romaanse kerk in Bozum | 2003 | Henk Helmantel | 240 x 185 cm
foto ? x ? cm
Giclée 100 × 75 cm

Aangezien het een geavanceerde print is, "de oppervlakte-structuur van een schilderij is tot in detail te volgen"4, is het nauwelijks te onderscheiden van het origineel. De Giclées worden - om het onderscheid te kunnen blijven zien - kleiner afgedrukt. Wanneer we bijvoorbeeld het De absis van de Romaanse kerk in Bozum in Boazum nemen, leren we van Henk Helmantel dat het origineel 240 x 185 cm is. Bij Roesd Giclée Shop is het 100 x 75 cm voor € 295,- (zonder lijst, met lijst € 485,-) in oplage van 125 stuks. Bij Dutch Art Store vinden we maatje 72 x 55 cm voor € 210,- (zonder lijst) in oplage 180 stuks. Bij Zus enzo vinden we beide maten terug met prijsvariaties voor de meegeleverde lijst en persoonlijke noot van de kunstenaar. En zo zijn er vele repro-winkels waar deze producten te vinden zijn. Een kleine € 75k omzet wordt hiermee getracht binnen te halen met dit ene beeld.
In Boazum waren we in 2014 en zagen in de kerk van Boazum het schilderij hangen. Leuk om te zien zo op de plaats waarvan het een beeld geeft. Maar nu rijst de vraag, wat hebben we daar nu eigenlijk gezien? Henk Helmantel vindt "Beter een goede reproductie van een goed schilderij dan een slecht origineel."5. Deze uitspraak komt neer op beter een goede reproductie van een goed schilderij, voor een schappelijk prijsje, dan een slecht origineel voor datzelfde schappelijk prijsje of meer. Zo zet je je concu-collega's met een andere stijl mooi weg. Op de foto is helaas niet meer te zien dan een ingelijst beeld, zodat de maten niet herleidbaar zijn. Op een andere gemaakte foto zien we dit echter in de lijst aan de muur hangen, wanneer ernaar gekeken wordt. Hieruit blijkt dat het nooit 240 x 185 cm kan zijn. En dus kunnen we concluderen dat het ook hier een print gaat.
En zo hangen de kerken van Marum, Nuis, Tolbert, Niebert en Noordwijk vol met mogelijk repro's of mogelijk origineel werk. De prijs zal mogelijk duidelijke taal spreken.

Wij zullen ons verder richten op de originele objecten die er aanwezig zijn. Bijvoorbeeld de uittrekbare avondmaalstafel, de zeventiende-eeuwse bolpoottafel uit het Iwema-Steenhuis 6. Verder treffen enkele herenbanken aan die nauwelijks versierd zijn. De kansel en het klankbord daarentegen zijn veelvuldig versierd. Het snijwerk van deze objecten, mogelijk samen met de putto met bazuin bij het orgel zijn het werk van Caspar Struiwig (Groningen, ~A-kerk 30-11-1698 - Groningen, 23-3-1748) 7. Onder de lessenaar van de kansel is het jaartal 1743 zichtbaar en daarom schrijft men alle snijwerk toe aan dat jaar.

Ook hebben de Ybema's hier grafzerken liggen. Zoals bijvoorbeeld van Hindrik Ybema of Hendrik Jans Ybema (1703 - 20-8-1773). Op zijn zerk staat het volgende vermeldt Anno 1773 den 20 Augustus is in den heere gerust de E. Hindrik Ybema oud rekenmeester gecommiteerde Raad kerkvoogd in de tijt in het 73 jaar en leit alhier begraven en verwagt een zalige opstanding door Jesum Christum Onsen Heere 8.

geschilderd orgeldoek, kerk, Niebert
Van hem is ook de bijbel die hij in 1743 voor de kerk had gekocht 9. Wanneer we weer het kerkje uitlopen zien we aan weerskanten het geschilderde orgeldoek. Hierop zien we als marmer geschilderde pilasters en de draperieën, zoals het orgeldoek dat in 2006 werd gerestaureerd ook wordt genoemd 10. Zo hebben we meteen ook een toepassing gezien van de verftechnieken en schildersambachten uit het Museum 't Steenhuus.


grafzerk Jan Pebes Bandringa, Niebert
Wat gij nu zijt,
was ik voor dezen,
Wat ik nu ben,
zult gij ras wezen.
Wanneer we nog een rondje om de kerk maken komen we een aantal grafstenen tegen met fraaie spreuken. Een daarvan heeft een bekende, maar dan weer net even anders. Het is er een van Jan Pebes Bandringa. Deze bijzondere en wijdverbreide spreuk zijn we in intussen op de volgende plaatsen tegen gekomen:

  • Das Heiligen-Geist-Hospital, Wismar
  • Walburgiskerk, Zutphen
  • Grote Kerk, Monnickendam
  • De oorsprong en betekenis worden steeds duidelijker bij deze veelal bijzondere en unieke afbeeldingen.

    noten:

    1.
    De Ommelander borgen en steenhuizen / W.J. Formsma, R.A. Luitjens-Dijveld Stol, A. Pathuis. - 2e druk, met aanvullingen en verbeteringen. - Groninger historische reeks, deel 2. - Assen/Maastricht : Van Gorcum, 1987. - ISBN 90-232-2314-4. - p. 284;

    2.
    Belevingsfietstochten in het Zuidelijk Westerkwartier / J.M. de Boer-Niewöhner, E.H. Bult, F. Bijkstra, P.E. Tameling (samenstellers). - Aduard : ANV Boer en Natuur Zuidelijk Westerkwartier, 2017. - p. [2];

    3.
    Kerk Nuis / Activiteitencommissie Kerken Nuis-Niebert. - Stichting oude Groninger kerken, [2017];
    Religieus erfgoed in Groningen : Oude kerken in de Ommeland / Harm Plas, Wim Plas. - Bedum : Profiel, 2008. - 2e druk 2008. - ISBN 9789052944111. - Niebert. - p. 206;
    De Friese hoofdeling opnieuw bekeken / J.R.G. Schuur (in: BMGN - Low Countries Historical Review, 102 (1), p. 1–28);
    De Ommelander borgen en steenhuizen / W.J. Formsma, R.A. Luitjens-Dijveld Stol, A. Pathuis. - 2e druk, met aanvullingen en verbeteringen. - Groninger historische reeks, deel 2. - Assen/Maastricht : Van Gorcum, 1987. - ISBN 90-232-2314-4. - p. 17-18;

    4.
    Giclée Magazine / Diederik Kraaijpoel (introduction); Wim Ellens, Peter de Jong, Nanda Ellens (editors). - Niebert : Art Revisited, 2017. - p. 2;

    5.
    Giclée Magazine / Diederik Kraaijpoel (introduction); Wim Ellens, Peter de Jong, Nanda Ellens (editors). - Niebert : Art Revisited, 2017. - p. 7;

    6.
    Religieus erfgoed in Groningen : Oude kerken in de Ommeland / Harm Plas, Wim Plas. - Bedum : Profiel, 2008. - 2e druk 2008. - ISBN 9789052944111. - Niebert. - p. 207;
    Kerk Niebert / Activiteitencommissie Kerken Nuis-Niebert. - Stichting oude Groninger kerken, [2017];

    7.
    Wikipedia Casper Struiwig;
    AlleGroningers Casper Struive, Casper Struve;

    8.
    Genealogie IJbema - Ybema Aantekeningen uit het verleden / Douwe Ybema, C VIIa (mede overgenomen uit de Leekster Courant, 18-12-1964);

    9.
    Alma / Redmer Alma Niebert;

    10.
    Kerk Niebert / Activiteitencommissie Kerken Nuis-Niebert. - Stichting oude Groninger kerken, [2017];
    Religieus erfgoed in Groningen : Oude kerken in de Ommeland / Harm Plas, Wim Plas. - Bedum : Profiel, 2008. - 2e druk 2008. - ISBN 9789052944111. - Niebert. - p. 208;

    internetraadpleging: 14 - 15-9-2017



    quads, Niebert


    Iwema Steenhuis en Museum 't Steenhuus, Niebert


    Het Pad, Niebert


    Het Pad, Niebert


    coulisselandschap, Niebert


    speculaasmachine, Museum 't Steenhuus, Niebert


    appelschiller, Museum 't Steenhuus, Niebert


    bedstee met voorraadkast, Museum 't Steenhuus, Niebert


    verfstoffen, Museum 't Steenhuus, Niebert


    oliepersje, Museum 't Steenhuus, Niebert


    glaswerk, Museum 't Steenhuus, Niebert


    houtimitatie, Museum 't Steenhuus, Niebert


    schoolklas, Museum 't Steenhuus, Niebert


    unster en honingunster, Museum 't Steenhuus, Niebert


    tapperij, Museum 't Steenhuus, Niebert


    winkel, Museum 't Steenhuus, Niebert


    schoenmakerij, Museum 't Steenhuus, Niebert


    zuidmuur kerk, Niebert


    noordmuur kerk, Niebert


    avondmaalstafel, Niebert


    interieur kerk, Niebert


    grafzerk Hindrik Ybema, Niebert


          De Holm
    We rijden weer verder over de Molenweg, richting het oosten waar net na de rotonde, bij binnenkomst van De Holm de winkel van de besproken Roesd tegenkomen. De Holm is een zandige hoogte, een eilandje 1. Het zal dus gaan om een 'topje' op de zandrug.

    noten:

    1.
    Wikipedia De Holm;

    internetraadpleging: 16-9-2017



          Tolbert
    Hierna rijden we al vlot Tolbert binnen, dat zoals vermeld van de oude buurt afkomstig is. In eerste instantie heette deze oudste bewoning op deze zandrug Fredewolda. Het staat als Fredewalda in het perkamentenboek van Utrecht geschreven en als Frodowalda en Froda Silva genoteerd door de abdij van Werden, dat naar verluidt gesticht is door Liudger rond het jaar 800.
    Door groei werd het gesplitst in 't Oldeberth en 't Nijeberth. Deze namen gingen een eigen leven leiden en zo werd het Tolbert en Niebert. Aan de verkaveling van de vervening is goed te zien dat vervening vanuit Tolbert tot aan Marum liep. Midwolde geeft een andere kavelrichting aan, evenals in Marum vanaf Oude Diep van Malijk 1.
    Aan het begin van de Hoofdstraat rijden we langs de CazemierBoerderij, een boerderij met een rijke geschiedenis. Hierin huist ook de Stichting Oudheidkamer Fredewalda. Het beeld dat ons in eerste instantie hier doet stoppen is het beeld dat we door de voorruit van de wagen zien. Een meanderende weg met toren. Nadat we voor een goede fotopositie naar de overkant van de weg waren gelopen, zagen we het stukje Drachtster tramlijn liggen.

    Tijdens het rijden naar deze plek waren we al vaker een stukje spoor tegengekomen in tuinen van particulieren. Na het lezen van het informatiebord werd duidelijk waar we naar kijken. Dit is route van de (stoom)tramlijn Drachten-Groningen, dat we in Leek ook tegenkwamen.
    Enige twijfel ontstaat bij het lezen van het bord CazemierBoerderij met daaronder het historisch centrum Fredewalda en het Dorpshuis. Is dat een museum en kunnen we daarin? Moeten we daarvoor in de boerderij zijn, want het lijkt op een gewone boerderij? Gezien het tijdstip van bijna vijf uur, maken we sowieso nog weinig kans. Nieuwsgierigheid brengt ons toch even naar binnen, zodat het ons duidelijk wordt wat hier te doen is. Het blijkt te gaan om een streekhistorisch museum dat zich richt op Wonen en werken in Tolbert. Trots van het museum is de dorpsmaquette van Tolbert met de situatie en stratenplan van 1925.
    En zoals we al dachten is het om vijf uur gesloten, zodat we het bijschrijven bij de bezoekopties, wanneer we op een beter tijdstip weer in de buurt zijn.

    Wij rijden daarom nog maar even snel door naar de kerk van Tolbert. We parkeren de wagen op hoekje van de Zuiderweg.
    Het terrein waarop de kerk en toren staan is uitermate klein. Het bijbehorende kerkhof biedt dan ook weinig ruimte. De bebouwing rondom moet dus al oud zijn, zodat het de uitbreidingsmogelijkheden beperkte. Hieruit blijkt ook dat het een oud en belangrijke plek moet zijn geweest. Daarbij helpt de oude naam van Tolbert, Fredewolda. Frede of Vrede heeft een directe link met de rechtspraak. Frodo komt overeen met het Nederlandse vroed en Oudfriese frôd, dat 'verstandig, wijs' betekent, iets dat je bij de rechtsgang verwacht. En zoals gebruikelijk staat de toren, het koor en het schip veelal op de plek - dingplaats - waar recht werd gesproken. Het is dus ook niet vreemd dat wanneer de boeren en het klooster van Aduard een geschil hebben over het eigendom van de woeste gronden tussen Lek en Swarte Ryth, wie waar turf graven kan, dit geschil wordt geslecht op deze plek. Aduard, gravend vanuit het zuiden naar het noorden, neemt de noordelijk liggende Lek als grens. De Vredewoldse partij - waaronder de eigenerfden Iwo Auwema, Albert Isstrum, Sicke Harkem, Ee Bunnema, Ilo Gratema, Leo en Dreus Iwema, Hedde Enema, Focko Sappema, Warner Taminga, Garbrant Derk Weersem, Peter Bennema en Menno Hijmersma - en de Langewoldse partijen werkten naar het zuiden en namen de Swarte Ryth als grens, dat altijd als zuidgrens van het Vredewolder veengebied bekend had gestaan. Hier traden ze - ondersteund door Hidde van Ewsum en Iwo Auwema - resoluut op. Ook zou dit de plek geweest zijn waar de heer van Nienoord bij ede het erfelijk rechterschap zou krijgen 2.


    uitnodigingskaart3 expositie november 2001 in de kerk te Tolbert
    Wij gaan snel de kerk (23985) binnen, terwijl voor de deur nog een discussie ontstaat met andere bezoekers over de functie van toren, schip en koor. Daarover komen niet zo snel tot overeenstemming, zodat we ons richten op de gebouwen zelf.
    We lopen eerst maar eens richting het koor. In het raam komen we een merkwaardig en fraai beeld tegen. Deze is geschonken aan de kerk nadat de kunstenaar, Hans Kornelis hier samen met Maarten van Thiel een expositie tussen 10 en 18 november 2001 hadden gehad 3.


    grafzerk Sytie Heddema, kerk, Tolbert
    A° 1576, den 5 october, starf de eersame vrow Sytie Heddema. Op het wapen zien we twee rozen naast elkaar en daaronder twee eikels naast elkaar.
    In het koor vinden we een grafzerk van Sytie Heddema ( - 5-10-1576). Een oud grafzerk van een eerzame vrouw, waarover we niets kunnen vinden. Dat het in het koor ligt is toch vrij bijzonder.
    Een ander voorwerp vinden we voor het raam. Ook hiervan kunnen we niet achterhalen wat het is.
    De grafzerk van Hinderikus Leuring vertelt het vroege einde van deze kerkvoogd. Op 33-jarige leeftijd stierf hij op 21-4-1775. Hij sloot - als Henricus - op 17-5-1771 met Martjen Halbes een huwelijkscontract, waarmee hij - als Hendrik - met voornaam Martien op 2-6-1771 huwde. Ze kregen voor zijn dood nog twee kinderen: Johannes (~26-1-1772) en Sofeja Ernestina Christina (~14-11-1773) 4.

    Het koor werd in de negentiende eeuw omgebouwd tot school, nadat Theodorus van Swinderen (1784-1841) langs was geweest op zijn inspectietocht. Hiervoor werden de adellijke loges weggebroken. De twee kerkdeuren werden dichtgemetseld. De toren kreeg een nieuwe ingang voor het schip, waarin gekerkt werd. De 110 kinderen die er halverwege de eeuw tussen 1816 en 1862 les kregen, hadden daardoor een bijzondere vloer, de graven van hun voorouders en grafkelder van de Auwema's. De balk van het voormalige koorhek werd gebruikt om een muur tussen het koor en schip te maken. Omdat er in de onderkant van de balk allemaal gaten zaten - van de spijlen van het hek, werd deze ondersteboven geplaatst. De op de balk aangebrachte tekst van ten tijde dat het dienst deed als koorhek staan daarom ook ondersteboven. O heer wanneer ick U hebbe soo vraghe ick biet nae Hemel en Aerde, staat erop geschilderd. Het is moeilijk te lezen omdat het tweemaal opgeschreven staat. Eenmaal in oud-Nederlands en eenmaal in nieuw-Nederlands en in zwart en in goud 5. Halverwege dezelfde eeuw werd het dak van de toren flink beschadigd door een blikseminslag in 1845 6.

    Wanneer we weer buiten staan en nogmaals de deuropening van de toren bekijken zien een merkwaardig stukje metselwerk van een duimbreedte hoog boven de deur. Voor de deur zien we roodsteen liggen. De toren zelf heeft ook een flinke restauratie ondergaan. Hiervoor zijn fabriekstenen gebruikt. Dit was gedaan omdat tijdens WOII de door Jurgen Balthasar gegoten klok uit 1660, dat betaald was uit d’gemene midlen v, ’t oldebert A 1660 te kunnen stelen. Ook is de klok voorzien van twee familiewapens: Carell Hieronymus. Vryheer van Inhuisen en Kniphuisen, Heer tot Nienorth, Vredewolt en Uplewardt en Ivo Auwema. Deze is na de oorlog weer teruggevonden en teruggeplaatst 7.

    We lopen nog even een rondje om de kerk en zien inderdaad het hoger en breder gebouwd schip. Aan de achterzijde van het koor houdt een degelijke beer de muur op zijn plaats. Ook hier zien we bovenin klimmende spaarvelden, drie in totaal. Deze zijn gestuukt en wit gehouden. Daaronder nog twee spaarvelden met nog wat metselwerk. Daaronder de deur dat ingebouwd moest worden, toen de school in het koor kwam.

    de gelaarsde prullenbak, Tolbert
    Bij de beuk aan de noordmuur vinden we nog een klein venster. Dat gaf licht op een nevenaltaar 8.
    Wanneer we weer bij de enkele parkeerhavens aangekomen zijn, valt het hoekpand tegenover de kerk op. Het heeft ondanks zijn simpele vorm fraai metselwerk. Ook, of misschien vooral het industriële gedeelte spreekt tot de verbeelding. Perfect weergegeven.
    Op de hoek van de kerk staat een wonderbaarlijk prullenbak met schoeisel.

    We wandelen nog even een stukje Hoofdstraat op en neer. Als eerste opvallende gebouw komen we De Drie Pylders tegen. Dit is een oude herberg dat rond 1800 Herberg de Pylders genoemd werd. Albert Ploeg wilde er eind 1802 vanaf. Hij wil daarom 6 januari 1803 publiekelijk verkopen. De verkoop zal natuurlijk in de Herberg zelf aan de Heereweg - zoals de straat toen nog heette - geschieden 9.
    Enkele panden verderop komen we De Postwagen tegen. Dit is dan van een hele andere orde, hoewel het dezelfde functie heeft als de Pylders voorheen. Dit nieuwbouwpand, waarbij Gea en Louwe Mulder de eerste steen legden op 24 september 2012, heeft drie echte pijlers. Het hele pand creëert ondanks z'n jonge leeftijd toch een aloude sfeer. De geschiedenis van het dorpscafé 'De Postwagen' begon echter al in 1780.
    Er werden met regelmaat dansavonden, theatervoorstellingen georganiseerd. Tussendoor werd er ook andere dingen georganiseerd en gehouden, zoals het 28ste Drie Provincien Gong-schaaktoernooi. Deze werd op originele wijze geopend door de voorzitter H. Hovenga, die gekleed in een middeleeuws kostuum te paard het café-restaurant binnen kwam rijden om zijn openingsspeech te houden. Maar de zalenverhuur kan natuurlijk alles huizen, ook een politieke bijeenkomst, zoals bijvoorbeeld 22 januari 1990 het geval was met een opening van de verkiezingscampagne door Elco Brinkman.
    Tegenwoordig is er voor elk wat wils. Dit begon met de overname van een hele manege eind jaren '70 van de twintigste eeuw. En dat moeten we zeer letterlijk nemen. Iedereen in het dorp dat over vervoer beschikte werd opgetrommeld, want het moest helemaal uit Diepenheim komen, bij de grens tussen Overijssel en Gelderland. Zelfs de grond van de manege werd meegenomen, want de gekochte manege was eigendom geweest van de moeder van prins Bernhard, prinses Armgard. En dan hebben we het dus over koninklijke grond.
    De manage werd in Tolbert weer opgebouwd achter het dorpscafé en om het te runnen konden enkele dorpsgenoten er werk vinden. Louwe Mulder was toen 25 en kon voor halve dagen aan de slag. Later werd hij eigenaar en breidde het aantal maneges flink uit. Ook kwam het café en herberg in zijn bezit. Ideeën genoeg bij Louwe. Het voor Elck wat wils nam hij ook letterlijk. Er kwamen dertien feestzalen op het terrein, maakte van aangekochte Russische legervoertuigen een overnachtingsaccomadatie. De feestzalen worden gevuld met thema-avonden, van Dracula tot cowboys-feesten en alles wat er tussen zit. Duizenden mensen komen hier dagelijks op af. Dineren met tropisch eten, waarbij het eten met in rieten rokjes gehulde bediening komt serveren? Huwen in cowboystijl? Overnachten in je eigen slaapzak voor een habbekrats? Alles kan en even flexibel. En... we spreken over de situatie twintig jaar geleden, dus voor de nieuwbouw. Kortom, erg bijzonder is zwakjes uitgedrukt 10.
    Wij lopen nog even verder, maar komen zo terug voor het terras en een hapje eten.
    Weer een paar panden verderop, staat nog een fraai pand uit 194010 met bijzonder metselwerk. Het 'hoofdpand' heeft een symmetrische pui. Bijzonder bij het woongedeelte is dat de façade voor, langzaam getreed lager wordt in drie delen. Ditzelfde geldt ook voor de zijmuur. Vele uitstekende horizontale en verticale stenen tussen drie als pilaren opgebouwd metselwerk zorgen ervoor dat je veel tijd kunt besteden aan dit ontwerp. Daniël Bloemen, de bloemenzaak van Daniël Coopmeiners dat hier sinds november 2013 is gehuisvest, heeft daarmee een prachtig pand. Een voorganger tot 1954 was Kledinghuis Koolhof van F.H.G. Koolhof. Begin jaren '90 kwam Naai-Breistudio "Rosita" van Rosita Medema hiernaartoe 12.
    Nu zijn we hard toe aan een drankje en lopen terug naar het terras van De Postwagen. Aangezien het best wel druk lijkt, vragen we meteen maar even of we ook een hapje kunnen blijven eten. Binnen is echter alles al volgeboekt, maar op het terras waar we zitten, kunnen we vanzelfsprekend blijven eten. Boze wolkenluchten verschijnen aan de horizon, dus we hopen en gokken er maar op dat het zolang droog blijft, want een ander eetgelegenheid hebben we nog niet kunnen ontdekken. Eerst maar een drankje.
    We hebben uitzicht op de toren met daarvoor een kapsalon dat gevestigd is rechte doos als gebouw (200113), maar met een aantal spannende vormgevingelementen, zoals een ronde etalage dat vermoedelijk een terrasje voor de bovenste woonverdieping creëert. In een pand verderop zit een mooi woonhuis uit 192614.
    In de tussentijd gebeurt er van alles op het terras. Er komen groepjes zitten, die vervolgens worden gehaald voor een of ander spel of die opdrachten aan het uitvoeren zijn. Het lijken vrijgezellenuitjes te zijn, want iemand in het gezelschap is duidelijk de Sjaak. Er komen groepen met Solexen voorbij. Men kan kiezen uit een uitgebreide lijst van bijzondere activiteiten om te gaan doen. Louwe heeft duidelijk niet stilgezeten en zorgt ervoor dat velen ook niet stil hoeven te zitten.
    Kennelijk stond er vandaag ook iets met de paarden op het program, want we zien een continue stroom paardentrailers in allerlei vormen en maten het terrein verlaten. Het verkeer van Tolbert komt duidelijk van een kant.
    Wij houden het gelukkig droog tijdens het eten.
    Na het eten gaan we even een kijkje nemen en ontdekken we even de wereld achter De Postwagen. Petje af voor zo'n prestatie!

    noten:

    1.
    Religieus erfgoed in Groningen : Oude kerken in de Ommeland / Harm Plas, Wim Plas. - Bedum : Profiel, 2008. - 2e druk 2008. - ISBN 9789052944111. - Niebert. - p. 355;
    Oudheidkamer Fredewalda Herkomst naam Fredewalda;
    Tussen Hunze en Lauwers : Kultuur-historische schetsen uit het Groninger Westerkwartier / G.H. Ligterink. - Groningen : J. Niemeijer, 1968. - Tweede druk 1976. - ISBN 90-606-2151-4. - p. 367-369;
    Vaderlandsch woordenboek / Jacobus Kok. - Vijftiende deel, 1786. - Amsterdam : J. Allart, 1785-1799 Fredewalda. - p. 488;
    Cartago: Ostfriesisches Urkundenbuch, II, S. 778-779, nr. Aanh. A, par. 18. - Die Heberegister der Abtei Werden, par. 18;

    2.
    Tussen Hunze en Lauwers : Kultuur-historische schetsen uit het Groninger Westerkwartier / G.H. Ligterink. - Groningen : J. Niemeijer, 1968. - Tweede druk 1976. - ISBN 90-606-2151-4. - p. 369;
    Meertens Instituut: Nederlandse Voornamenbank Frodo;
    Auwema : eigenerfden in Tolbert / Leo Martinus. - [s.l.] : Leo Martinus, 2013. - p. 69;

    3.
    mailcontact 19-10-2017 Herman Ruitenberg;

    4.
    Alle Groningers Leuring x Halbes;

    5.
    rijksuniversiteit groningen Theodorus van Swinderen;
    Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden / A.J. van der Aa. - 13 delen. - Gorinchem : Jacobus Noorduyn, 1839-1851 Elfde deel: T-V. - 1848. - p. 284;
    Tussen Hunze en Lauwers : Kultuur-historische schetsen uit het Groninger Westerkwartier / G.H. Ligterink. - Groningen : J. Niemeijer, 1968. - Tweede druk 1976. - ISBN 90-606-2151-4. - p. 243;
    Religieus erfgoed in Groningen : Oude kerken in de Ommeland / Harm Plas, Wim Plas. - Bedum : Profiel, 2008. - 2e druk 2008. - ISBN 9789052944111. - Niebert. - p. 356-357;
    PGLO De kerk van Tolbert;

    6.
    Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden / A.J. van der Aa. - 13 delen. - Gorinchem : Jacobus Noorduyn, 1839-1851 Elfde deel: T-V. - 1848. - p. 284;

    7.
    Religieus erfgoed in Groningen : Oude kerken in de Ommeland / Harm Plas, Wim Plas. - Bedum : Profiel, 2008. - 2e druk 2008. - ISBN 9789052944111. - Niebert. - p. 357;
    PGLO De kerk van Tolbert;
    Stichting Oude Groninger Kerken Tolbert - Protestantse kerk Nederland;

    8.
    Stichting Oude Groninger Kerken Tolbert - Protestantse kerk Nederland;

    9.
    Delpher: Ommelander courant, 30-11-1802 Albert Ploeg, 24-12-1802 Albert Ploeg;

    10.
    De Postwagen De Postwagen in de Telegraaf;
    De Telegraaf, 23 januari 1999 Ruitercentrum op adelijke grond : Dracula-avond, een coyboy-feest alles kan in het vakantie-party-dorp Tolbert / Nico van der Zwet Slotenmaker;
    Delpher: Nieuwsblad van het Noorden, 29-04-1989 Paard aan zet in Tolbert, 23-01-1990 Elco Brinkman te gast bij CDA in Leek;

    11.
    Kadaster : Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) 0022100000005518;

    12.
    Delpher: Nieuwsblad van het Noorden, 23-01-1954 Faillissementen, 06-11-1991 Advertentie;

    13.
    Kadaster : Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) 0022100000011502;

    14.
    Kadaster : Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) 0022100000004736;

    internetraadpleging: 16 - 22-9-2017



    Hoofdweg met toren, Tolbert


    Cazemierboerderij, Tolbert


    zonder titel | Hans Kornelis, kerk, Tolbert


    zerk Hinderikus Leuring, kerk, Tolbert


    spitsboog doorkijk schip, kerk, Tolbert


    torendeur, kerk, Tolbert


    toren, kerk, Tolbert


    kerk, Tolbert


    koor oostmuur, kerk, Tolbert


    noordmuur, Tolbert


    fraai metselwerk, Tolbert


    De Drie Pylders, Tolbert


    De Postwagen, Tolbert


    Daniël Bloemen, Tolbert


    uitzicht vanaf terras, Tolbert


          Midwolde
    We rijden verder over de voormalige Heereweg, de huidige Hoofdstraat door Leeksterhout en kruisen de N372, waarmee we Midwolde bereiken. We zien het kerkje en rijden rechtsaf het straatje in. Hier staat het hekwerk van Nienoord in de weg, zodat we genoodzaakt zijn de wagen op het naastgelegen parkeerterrein te plaatsen. Aangezien het al avond is, wordt het slechts even een snel rondje om de kerk.

    Groningerland, Voorstudie voor de grote provinciekaart van T. Beckeringh, 1748-1760
    De short-cut-route van Nienoord naar de kerk van Midwolde.
    Een snelle blik op de kaart maakt duidelijk waarom we hier een hekwerk van Nienoord tegenkomen. Nienoord was er natuurlijk eerder dan het dichtbij zijnde Leek, dus was dit een short-cut pad van Nienoord naar de kerk van Midwolde. Op de 180° gedraaide Groningerland-kaart van Beckeringh kunnen we de oude hoofdwegen volgen. Deze liepen van Midwolde richting Tolbert. Halverwege - bij de Linde - vinden we een zijweg. Dit zal ongeveer op de plaats hebben gelegen waar we nu de rotonde vinden als kruispunt van de Hoofdstraat en N372 (i.c. de Oude Postweg). Hierover zijn we net gereden en vrezen dat de oude Linde er al enige tijd niet meer staat. Deze N372 is de zijweg die - met enkele moderne omleidingen - naar Roon (het huidige Roden) gaat. Ook is er verbinding van Nienoord met Tolbert. Vanuit Tolbert via de Oldebertweg, Oude Zuiderweg en Westerheerdtlaan komen we uit op het short-cut pad. Eerder kruist het al de oude weg van de Linde naar Roon. Ook vanaf deze route is er een rechte weg aangelegd dat direct op het Nienoordpad uitkomt, de huidige Burchtlaan.
    Gezien het tijdstip is dit echter niet het moment om dit verder te bekijken. Aan een bezoek aan Nienoord zullen we vast later nog toekomen.
    We lopen even een ruim rondje om de kerk over de begraafplaats, waarbij we nog enkele graftrommels en vele teksten op de grafstenen tegenkomen. De getoonde graftrommel is onlangs opgeknapt en teruggeplaatst, toen het hele graf was opgeknapt. Het betreft een "laatste groet van oud-leerlingen" aan de hoofdonderwijzer van de openbare lagere school in Leek, Egbert Clason (Usquert, 05-09-1831 - Leek, 26-3-1914). Egbert deed op 3 mei 1848 als zestienjarige kweekeling in Uskwerd examen, kreeg als tweeëntwintigjarige na het examen in Groningen op 12 april 1854 de derde rang. Hij werd eerst hoofdonderwijzer te Ezinge. Vervolgens werd hij door de Raad in Leek op 7 juni 1865 benoemd als hoofdonderwijzer. Voor deze functie waren 27 mei 24 sollicitanten opgekomen, waaruit zes kandidaten een voordracht kregen. Egbert kreeg uiteindelijk de voorkeur. Aan het einde van zijn loopbaan kreeg hij eervol ontslag per 1/1/1898. Hij was toen 66 jaar en door doofheid was hij genoodzaakt te stoppen. In Leek was hij ook voor de Hervormde gemeente Midwolde-Leek actief als organist, voorzanger en voorlezer.
    Egbert is de zoon van timmerman Willem Willems Clason en Anna Egberts Homan. Hij huwde op 27 februari 1860 als onderwijzer met Anna Hinderika Bus (Groningen, 1-3-1835 - Leek, 27-3-1920). Zij was de dochter van de korenmolenaar Pietrus Johannes Bus en Anna Maria Wijndels. Ze kregen vijf kinderen, vier dochters en een zoon, waarvan twee dochters al op jonge leeftijd stierven. Zij werden slechts 9 en 5 jaar oud. Zoon Willem (Leek, 13-7-1873 - Nietap, 15-1-1968) zal in vaders voetsporen treden en wordt ook hoofd der school. Na het overlijden van Egbert Clason betoonden de oud-leerlingen diep respect voor deze man, die in het begin van zijn werkzame leven jaarlijks 100 leerlingen of meer in zijn eentje vele nuttige kundigheden heeft onderwezen. Dit toont zijn grote werkkracht aan. Ook liet hij zien door zijn eenvoud dat men daarin ook groots kan zijn. Hierdoor kon hij in zijn steeds erger wordende doofheid als een geachte en beminde burger in Leek wonen tussen al zijn oud-leerlingen en vrienden 1.
    Wanneer we van dichtbij en van onderen de toren met op lange armen lijkende steunberen op de hoeken bekijken lijkt het net of we boven naar het gezicht van een verontwaardigde playmobiel-achtig poppetje kijken.
    En dan willen we echt niet lullig doen.
    Zeker niet, omdat de toren er al enige tijd staat. Het is tussen 1150 en 1200 gebouwd, samen met het schip. Het koor is mogelijk van de dertiende eeuw. Na 1500 is de toren verhoogd.
    "Bezoek deze beroemde kerk" staat er op gebiedende wijs in drie talen. Naast het Nederlands staat het er eveneens in het Engels en in het Duits. De heren Plas spreken in hun boek nog over vier talen toen zij het op 23 november 2003 bezochten 2.
    Op het informatiebord lezen waarom we de kerk moeten bezoeken: preekstoel, avondmaalstafel, hoge herenbank, rouwborden, orgel en het beroemde grafmonument dat gemaakt is door Rombout Verhulst ter nagedachtenis van Carel Hieronymus van In- en Kniphuisen.
    Hier moeten we dan later op terugkomen.

    Tot zover zullen de oude Heereweg rijden. Tijd om weer terug te keren naar ons vakantieadres.

    noten:

    1.
    Stichting Anna van Ewsum Graftrommel, Egbert Clason;
    Delpher: Nieuwe bijdragen ter bevordering van het onderwijs en de opvoeding, voornamelijk met betrekking tot de lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden, voor den jare 1848. - D. du Mortier en zoon, 1848 [volgno 7], voor den jare 1854. - D. du Mortier en zoon, 1854 [volgno 7], voor den jare 1865. - D. du Mortier en zoon, 1865 [volgno 7]; Nieuwsblad van het Noorden, 28-03-1914 Ingezonden In memoriam / C. Rijntjes;

    2.
    Religieus erfgoed in Groningen : Oude kerken in de Ommeland / Harm Plas, Wim Plas. - Bedum : Profiel, 2008. - 2e druk 2008. - ISBN 9789052944111. - Niebert. - p. 202;

    internetraadpleging: 22 - 23-9-2017



    hekwerk Nienoord, Midwolde


    toren schip koor, Midwolde


    koor schip toren, Midwolde


    graftrommel Egbert Clason, Midwolde


    toren, Midwolde


          Pasop
    We slaan af bij Pasop, dat we slechts voor het zuidelijk deel door rijden. Pasop heeft zijn naam te danken aan de herberg bij de oosterwring, die Pasop ging heten, omdat hier de boeren naar hun vee kwamen kijken en onderwijl een drankje konden drinken. Bij afwezigheid van de boeren, hield de herbergier een oogje in het zeil. Ten tijde dat Sietze Jans was overleden heette in de wandelgangen genoemde De Pasop officieel nog Klein Auwema. Het herbergiersechtpaar Sietze Jans Bousema (Roderwolde, 15-6-1786 ~2-7-1786 - Midwolde, 14-7-1853) en Grietje Jacobs Olthoff (Oldekerk, ~6-3-1793 - Midwolde, 25-7-1882), zullen dan ook de waarschuwende woorden Pas op hebben gebruikt wanneer iemand het hek niet sloot. De naam is vervolgens gaan gelden voor het hele meentscheergebied of gemene weiden. Dit was zo'n 72 ha (zeg bijvoorbeeld 800 m × 900 m) groot en lag zo halverwege ten noorden van Midwolde tot de Matsloot. De straat N978 dat Pasop tussen Matsloot en Noorderweg heet, was voorheen de Auwemaweg. Deze familie had namelijk grote belangen bij een begaanbare doorgaande route tussen de stad Groningen en Lemmer, dat hiermee gerealiseerd werd. Het sloot dan ook aan op de Oude Postweg. De benaming van de Auwematil - aangelegd door Iwo Auwema - over de Matsloot is hiervan nog een naamrestant. Kennelijk heeft de straat ook nog Heereweg geheten, aangezien De Pasop of Klein Auwema in 1854 wordt verkocht in opdracht van de weduwe van Sietse Jans Bousema, terwijl het vasthuur van ƒ 8 betaald moest worden aan de erven Petrus Gasinjet (Oosterwolde, 12-12-1743 ~16-12-1743 - Peizerwold, 3-2-1819) 1.
    Wanneer we de twee rotondes bij de A7 hebben we gehad, rijden we de Lage Traan in. Dit industrieterrein verlaten we via de Lange Akkers. Middels een tussendoorweggetje komen we op de Blinkweg uit dat parallel aan de A7 ligt. Ook hier hebben we zicht op de lange kavels van de afgravingen dat nu tot het coulisselandschap behoort. De Mensumaweg brengt ons omhoog, waarna het Schilligepad ons weer naar beneden brengt.

    noten:

    1.
    Tussen Hunze en Lauwers : Kultuur-historische schetsen uit het Groninger Westerkwartier / G.H. Ligterink. - Groningen : J. Niemeijer, 1968. - Tweede druk 1976. - ISBN 90-606-2151-4. - p. 377;
    Historische atlas Groningen : chromotopografische kaart des rijks, 1:25.000 / [G.L. Wieberdink (samenstelling)]. - Den Ilp : Robas Producties, 1990. - ISBN 90-72770-09-9. - No 96;
    Wikipedia Pasop;
    Groninganus / Harry Perton, 3-5-2009 Waar komt de naam ‘Pasop’ vandaan?, 11-5-2009 Pasop revisited;
    Auwema : eigenerfden in Tolbert / Leo Martinus. - [s.l.] : Leo Martinus, 2013. - p. 26, 102;
    Delpher: Het Noorden in woord en beeld, jrg 8, 1932-1933, no 4, 15-04-1932 [p. 10]; Groninger courant, 11-10-1853 [p. 4, advertentie kolom 2, rij 4]; Leeuwarder courant, 20-01-1854 [p. 6, advertentie kolom 2, rij 5]; Leeuwarder courant, 21-01-1854 [p. 3, advertentie kolom 2, rij 5];
    Alle Groningers Sietze Jans Bousema, Grietje Jakobs Olthof;
    Genealogische verkenningen / Jaap Niemeijer: Kwartierstaat van Ilona en Nicole van der Beek 80 en 81;
    Genealogieonline: Hans Weening Sietse Jans Bousema;
    Homepagina van Arend Arends Genealogie Gasinjet;
    Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW) Gasinjet;

    internetraadpleging: 23-9-2017



          Boerakker
    Dit gebied - waarvan het eerste stuk nog onder Tolbert valt - dat een noordelijk opstrek heeft vanuit het bijna drie meter boven N.A.P. gelegen De Holm tot aan de Matsloot had vroeger weinig waarde en was daarom gemene gronden. Dit Homster Meentscheer ging over het Schillige pad van Boerakker heen, terwijl deze naam en pad wel heel oud zijn, het komt waarschijnlijk van het Oudfriese Skilinge, dat twist betekent.

    Het ravijn van Boerakker dat zonder een officiële naamgeving ook Stroompje of Bruggen genoemd wordt.
    Dit pad liep tamelijk rechtstreeks van Tolbert naar de Hoofdweg van Boerakker. Dit kerkepad zou ook gewoon 'scheef over' kunnen betekenen. Het is dan alleen zo te noemen, wanneer opstreklijnen er dan al waren. Immers, pas daarna is dit pad scheef op de opstreklijn gemaakt. Deze optie klinkt daarom minder geloofwaardig. Wij rijden echter over onderdelen die zijn aangepast aan de opstreklijn. We komen al vlot een watertje tegen dat via de Feithswijk uitkomt in de Matsloot. Bruggen staat er in het 'Historische atlas' bijgeschreven. Maar het wordt ook aangeduid als Stroompje. Ingewijden noemen het echter Het ravijn van Boerakker omdat het dalletje een afwijkende vorm heeft, vanwege de aanwezigheid van een potkleilaag. Hierdoor ontstond er een diepe nauwe geul in plaats van een brede ondiepe afwatering. Bij het kruisen met het Schilligepad krijgen we een mooi uitzicht op dit oude stroomdalletje dat een zijtak van de Oude Riet was. Het wordt gevoed door lokaal kwelwater dat uit de oevers borrelt. De zandtoppen langs dit watertje worden dan ook sinds 10.000 vOJ regelmatig door mensen bezocht, blijkt uit archeologische vondsten.
    Helaas is het ravijntje gesneuveld tijdens het rechttrekken en beheren, zodat we het slechts met dit beeld moeten doen.

    Naast de coulisselandschapjes bemerken we dat ook het Schilligepad heel af en toe als een bospad overkomt. Aan het einde van het pad herkennen we de route van gisteren en rijden na het kleine stukje Hoofdweg over de N388 naar het noorden, waar we bij de rotonde de Hoge Tilweg inslaan. Voor de hoofdwaterstroom - met Oude Diep, Dwarsdiep en Matsloot als naam - rijden we de onverharde Wilgepad op en zijn we weer thuis bij ons tijdelijk onderkomen, waar nog even een paar uur kunnen bijkomen van de eerste volle vakantiedag onder het genot van een fijn Maallust Weizen bier en wijntje 1.

    noten:

    1.
    Tussen Hunze en Lauwers : Kultuur-historische schetsen uit het Groninger Westerkwartier / G.H. Ligterink. - Groningen : J. Niemeijer, 1968. - Tweede druk 1976. - ISBN 90-606-2151-4. - p. 368;
    Altfriesisches Wörterbuch / Karl Otto Johannes Theresius Richthofen. - Göttingen : Dieterichsche buchhandlung, 1840. - p. 1031 (skilinge);
    Historische atlas Groningen : chromotopografische kaart des rijks, 1:25.000 / [G.L. Wieberdink (samenstelling)]. - Den Ilp : Robas Producties, 1990. - ISBN 90-72770-09-9. - No 95, 113; Heemkundekring Vredewold-west: Gemeente Marum Boerakker;
    Noorderbreedte, 1-10-2007 Het ravijn van Boerakker;

    internetraadpleging: 24-9-2017



    Bruggen (westwaarts), Tolbert


    Bruggen (oostwaarts), Tolbert


    Dag 3: richting Grijpskerk naar Ezinge en Garnwerd

    kaart 3

    Het ochtendritueel verloopt vandaag zonder rooksignalen vanaf het elektrische kookstel, zodat we de ochtend relaxed doorkomen. Het belooft vandaag een grijze dag te worden, met af en toe een bui. Ideaal weer om een rondje te gaan rijden met een museumbezoek. Een route van tevoren plannen, heeft geen enkele zin. We worden toch telkens afgeleid door een leuk weggetje ergens naar toe. Het enige waar we ergens in de middag terecht moeten komen is in Ezinge, bij het Museum Wierdenland. Deze staat al enkele jaren op het verlanglijstje, sinds we aan dit verhaal zijn begonnen. Het Archeologisch InformatiePunt dat onderdak heeft in dit Museum Wierdenland, vertelt het verhaal van de landschappen Middag en Humsterland, het oude wierdenlandschap dat sinds ongeveer 600 vOJ bewoond gebied is. Maar eerst gaan we er zelf doorheen rijden.


          Oosterzand
    De N388 brengt ons vanuit Boerakker richting het noorden. Deze wegen luisteren ook nog naar de Munnikeweg en Woldweg. Over de Munnikeweg zullen we later nog terugkomen. De Woldweg loopt langs het Wolddiep - dat de waterafvoer van Oude Diep / Dwarsdiep en Matsloot naar de Van Starkenborghkanaal regelt.

    Hoogteprofiel Oosterzand, dat enigszins de zandrug laat zien.
    bron: Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)
    Bij de Zandumerklap uit 2009 rijden we even het gehucht Oosterzand in. De brug is de vervanger van een ophaalbrug uit 1930. Het in datzelfde jaar gebouwde brugwachtershuis staat er echter nog steeds in volle glorie. Oosterzand ligt op de meest noordelijkste van de vier parallel aan elkaar lopende vrij vlakke pleistocene zandruggen of gasten, dat van zuidwest naar noordwest loopt, waarop - archeologisch aangetoond - bewoning was tussen ongeveer 2500 vOJ tot 500 nOJ, toen de het water steeg. Na de tiende/elfde eeuw kwam er weer bewoning terug. Naast Oosterzand ligt hier ten westen nog Westerzand en Lutjegast. Bij de laatste plaats komen we een dezer dagen nog langs, met een bijzondere ontmoeting 1.
    Ook er is sprake van dat er hier ergens een burg of stede heeft gestaan. Of het dan gaat om - zoals het in het clauwregister wordt aangeduid - de Clootstede of het Olde Hoff, die in 1698 door de familie Jan Gerhard Cloot c.s. wordt verkocht aan Hesselius Vliege , chirurgijn te Grijpskerk, en zijn vrouw Antie Alberts is niet helemaal duidelijk. Het zou op het Oosterzand hebben gelegen. Later komt het in handen van Rudoph de De Mepsche van Faan 2.
    Het zou echter ook kunnen gaan om 't Oosterzand, dat stond op de plek waar later verspreide boerderijen te vinden zijn 3.

    noten:

    1.
    Wikipedia Oosterzand;
    Groningen / Ronald Stenvert, Chris Kolman, Ben Olde Meierink, Sabine Broekhoven, Redmer Alma. - Monumenten in Nederland, 4. - 12 delen. - Zeist/Zwolle : Rijksdienst voor de Monumentenzorg / Waanders, 1998. - ISBN 90-400-9258-3. - Westerkwartier, p. 56, 191;

    2.
    De Ommelander borgen en steenhuizen / W.J. Formsma, R.A. Luitjens-Dijveld Stol, A. Pathuis. - 2e druk, met aanvullingen en verbeteringen. - Groninger historische reeks, deel 2. - Assen/Maastricht : Van Gorcum, 1987. - ISBN 90-232-2314-4. - p. 319-320 Oldekerk - Kroonsveld (Croonenfels);
    Wandelverslagen in woord en beeld / Henri Floor Oldekerk;
    Vlieg - Van der Laan / Frans Vlieg Hesselius Hesselius’ Vliege;

    3.
    Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden / A.J. van der Aa. - 13 delen. - Gorinchem : Jacobus Noorduyn, 1839-1851 Achtste deel: N-O. - 1846. - p. 543 Oosterzan ('t);

    internetraadpleging: 29 - 30-9-2017



    Zandumerklap over Wolddiep, Oosterzand


    Wolddiep (richting Sebaldeburen), Oosterzand


    Wolddiep (richting Grijpskerk), Oosterzand


          Gaarkeuken
    Even verderop komen we weer tot stilstand, omdat de brug bij Gaarkeuken opengaat. Dit biedt voor ons de gelegenheid om de wagen even aan de kant te parkeren en dit op ons gemak te bekijken.
    Gaarkeuken is de vervanging van Oude Gaarkeuken - dat halverwege tussen Sebaldeburen en Oosterzand ligt. Oude Gaarkeuken was ook niets meer dan een eenvoudige horecagelegenheid bij een sluis. Beide sluizen van beide Gaarkeukens liggen op de scheiding van 'Friese' en 'Groningse' waterhuishouding. Oude Gaarkeuken bediende het scheepvaartverkeer dat over de Kolonelsdiep of ook wel Caspar de Roblesdiep of in het Fries Knillesdjip voer. Caspar de Robles, de Spaanse stadhouder van 1573 tot 1576, liet dat vaarwater tussen Groningen en het Friese water aanleggen. Na 1600 was het echter al nauwelijks meer bevaarbaar. In 1622 werd het Hoendiep gegraven dat tussen de sluizen van Groningen en Gaarkeuken ligt. Dit maakt deels gebruik van de bestaande Hoensloot. Rond 1654 werd er begonnen met het graven van een nieuw kanaal vanaf Noorhorner Tolhek, naar Gerkesklooster. Op de plek waar het het Wolddiep kruist komt een nieuwe sluis, het huidige Gaarkeuken, te liggen. De aannemer, timmerman Cops, kwam financieel met een strop te zitten, omdat er veel veen onder de klei bleek te zitten, zodat het project vele malen duurder voor hem uitviel. Dat soort akkefietjes hebben we nog steeds niet onder de knie, constateerden we vorig jaar in West-Friesland . Tijdens de bouw van een latere sluis in Gaarkeuken stuitte men op een hoogveen laag van ¼ à 1½ meter dikte. Hierin zaten wortels en stompen van zware eiken, die allemaal tijdens een noordwesterstorm zijn omgewaaid, want de toppen lagen allemaal naar het zuidoosten gericht. Mogelijk had de sluismaker Cops hiervan ook last.
    In 1922 werd hier ook weer begonnen met de bouw van een nieuwe, weer grotere sluis, dat in 1924 gereed was. Het was geschikt gemaakt voor schepen van 1000 ton door de doorvaartwijdte van 10 m, schutkolklengte van 190 m en een drempeldiepte van 3 m. In 1930 werden er 32090 schepen geschut, met een inhoud van 2.256.000 ton. Dat zijn er dat jaar gemiddeld 88 per dag met een gemiddelde inhoud van zo'n 70 ton.
    Deze latere Hoendiep wordt de basis voor het huidige Van Starkenborghkanaal dat in 1938 officieel in gebruik genomen werd. Hierdoor ontstond er een veilige en snelle Ommeland-vaarroute voor grote schepen (tot 1350, dat nu wordt omgebouwd tot 2500 ton) van Delfzijl - via uiteraard Stad Groningen - naar Lemmer 1.

    Wanneer de brug weer berijdbaar is, verlaten we het sluiseilandje en vervolgen de N388 langs de Hoerediep en Poeldiep tot we bij Grijpskerk op de N355 terecht komen en naar het oosten rijden.

    noten:

    1.
    Wikipedia Gaarkeuken (Groningen), Kaartjes Kolonels- of Caspar de Robles-diep, Kolonelsdiep, Van Starkenborghkanaal, Sluis Gaarkeuken;
    Tussen Hunze en Lauwers : Kultuur-historische schetsen uit het Groninger Westerkwartier / G.H. Ligterink. - Groningen : J. Niemeijer, 1968. - Tweede druk 1976. - ISBN 90-606-2151-4. - p. 166-168;
    Nederland als Polderland : Beschrijving van den eigenaardigen toestand der belangrijkste helft van ons land, tevens bevattende de topografie van dat gedeelte met de voornaamste bijzonderheden, toegelicht door kaarten en teekeningen / Dr. A.A. Beekman. - Zutphen : W.J.Thieme & Cie, 1932. - 3e druk. - p. 397;
    Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1925, p. 191;
    Delpher: Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1933, 01-01-1933 p. 412;

    internetraadpleging: 1-10-2017



    sluis, Gaarkeuken


    sluis, Gaarkeuken


    sluis, Gaarkeuken


    sluis, Gaarkeuken



    We zien hier Okswerd liggen op de grens van het zuidelijke laagliggende geelgroene gebied en het noordelijk opgeslibde hogergelegen groene gebied. De opslibbing is van de Oude Riet als een kreek- of inversierug. We zien de Oude Riet hier nog als een flinke sloot meanderend door het landschap lopen.
    bron: ahnviewer

          Okswerd
    Hier komen we vanzelf uit op Niezijl en Okswerd (of Oxwerd). Dijkbouw, dijkdoorbraken, dijkherbouw, spuigaten en gegraven waterwegen om overtollig water te doen afvloeien houden dit gebied lang in zijn greep. Maar ook een strijd om de macht vindt hier plaats. Dit laatste vond hier plaats op 10 juni 1417 tussen de Schieringer Sikke Sjaardema uit Franeker en Fokko Ukena, die aangestuurd werd door Keno ten Broeke (uit Ostfriesland). De strijd tegen het water om het te overwinnen gaat iets langer duren. De bewoners van Langewold en Vredewold moesten deze strijd zelf voeren. De dichtgeslibde Oude Riet was door de inklinkende omgeving verworden tot een natuurlijke dijk, dat het waterafvoer verstoorde. Eerst probeerden de Oostvredewolders van het water af te komen door een zigzag-lopende sloot op de grens van Zuidhorn en Oldekerk dwars door deze natuurlijk kleidijk te graven. Deze Katershals, waarvan de benedenloop nog steeds zo heet, liep van Emanuatil naar Oxwerd, om daar te kunnen spuien middels het Sloterzijl. Later werd het laatste gedeelte vervangen door een gegraven Niezijlsterdiep dat tot Niezijl liep. De tevens nieuwe Kommersijlsterdiep moest vanaf dat moment voor de afvoer zorgen. Om dichtslibbing te voorkomen werd ook het water van het westelijk deel naar Niezijl geleid door de Wolddiep en Hoerediep (slijkdiep). Het oude dijkje door Oxwerd van Noordhorn naar het westen werd dus het toneel van de sluisjes, naast Sloterzijl werd dit ook Oxwerderzijl, Vredewolderzijl en Midwolderzijl genoemd. Deze is verdwenen. Even verderop - zo'n 125 meter westwaarts lag de Niekerksterzijl voor het water uit Langewold. Na 1435 ging West-Vredewold de Bomsterzijl aanleggen bij Niezijl. Na een aantal tussenstappen waarin weer veel werd gegraven, kwam er uiteindelijk naast de Bomsterzijl het Nijesloterzijl te liggen (ter vervanging van de Sloterzijl), zodat al het water bij Niezijl werd afgevoerd 1.

    Wanneer we op een van de oprijlanen van de boerderijen langs de N355 even stoppen om dit terrein van Okswerd vast te leggen zien we in de verte de werkzaamheden bij de nieuwe spoorbrug over het Van Starkenborghkanaal bij Zuidhorn, die 8-7-2017 rond 12:00 is geplaatst 2.

    Omdat wij richting het noorden willen, verlaten wij de N355 bij Balmahuizen. Hier komen we de Oude Riet tegen, niet meer dat een flinke sloot, maar wel fraai meanderend.

    noten:

    1.
    Tussen Hunze en Lauwers : Kultuur-historische schetsen uit het Groninger Westerkwartier / G.H. Ligterink. - Groningen : J. Niemeijer, 1968. - Tweede druk 1976. - ISBN 90-606-2151-4. - p. 61-68;
    Groninger Archieven - Historie: Tussen Aduard en Grijpskerk 2 De Pompelanden en Ypegat, Alles naar Niezijl;

    2.
    Bouwwebcam - Zuidhorn nieuwe spoorbrug;

    internetraadpleging: 11-10-2017



    Okswerd


    Oude Riet, Okswerd


    Oude Riet, Okswerd


          Balmahuizen
    Het gehucht Balmahuizen of Ballemahuizen bestaat slechts uit een handjevol boerderijen. De bewoners van middelste boerderij van de drie noordelijkste is de naamgever sinds de zestiende eeuw. Hier woonde het geslacht Ballema. Daarvoor heette het gehucht Sickemahuessen, het Sickemahuis, de bewoners van de westelijk gelegen boerderij van dezelfde drie. In een verdrag van 7 april 1366 stellen de bewoners van Humsterland, waaronder Yo en Harko Siccama, hun castra of steenhuizen open en ter beschikking aan de stad Groningen. Kortom oude bewoning was hier ook. Dat bewoning zelfs nog verder terug ging tonen opgravingen uit 1971 aan. Hierbij zijn bewoningsresten gevonden die teruggaan tot de Romeinse tijd. Hier komen we ook de Oude Dijk tegen. Dit was de dijk die in de dertiende eeuw werd aangelegd en de zuidgrens was van het eiland Humsterland . De middelste boerderij - toen nog in handen van Balma - had in 1910 een pas opnieuw aangelegde siertuin gekregen, dat was aangelegd door hovenier T.E. Weitering van de Zuidhornse kwekerij Hanckema. De siertuin in de Nieuwe Architectonische stijl was vooral beplant met taxus, buxus en roos. Aan de zijkant van de schuur vinden we nu enkele Mara-families - hoewel geen familie van onze hazen, ook wel Pampahaas of Patagonische haas genoemd 1.

    Omdat we vermoeden dat deze Oude Dijk niet geheel te berijden is met de auto, besluiten we nog even door te rijden.

    noten:

    1.
    Het Noorden in het midden : opstellen over de geschiedenis van de Noord-Nederlandse gewesten in Middeleeuwen en Nieuwe Tijd / D.E.H. de Boer, R.I.A. Nip, R.W.M. van Schaïk (redactie). - Groninger historische reeks, 17. - Assen : Van Gorcum, 1998. - ISBN 90-232-3383-2. - p. 36;
    Wikipedia Balmahuizen;
    De Ommelander borgen en steenhuizen / W.J. Formsma, R.A. Luitjens-Dijveld Stol, A. Pathuis. - 2e druk, met aanvullingen en verbeteringen. - Groninger historische reeks, deel 2. - Assen/Maastricht : Van Gorcum, 1987. - ISBN 90-232-2314-4. - p. 299-300, [306];
    Het boerenerf in Groningen, 1800-2000 / Tineke Scholtens. - Groninger historische reeks, 28. - Assen : Koninklijke Van Gorcum, 2004. - ISBN 90-232-4089-8. - p. 73, 238-240;
    Met dank aan Cynthia van Gent voor het herkennen van de Mara;
    Tuinadvies Pampahaas of Patagonische haas: Mara's in de tuin;

    internetraadpleging: 12-10-2017



    Oude Dijk, Balmahuizen


    Mara's, Balmahuizen


          Heereburen
    We merken op dat het landschap duidelijk veranderd is. We hebben de rechte stroken afgraven veengronden achter ons gelaten. Hier vinden we veelvormige stukken grond, waarvan er niet een hetzelfde is. Voordat we door Frytum komen, slaan we linksaf en rijden door Heereburen, dat ook geschreven wordt als Hereboeren en Heerburen. Net als Balmahuizen is deze naam afkomstig van het belangrijkste geslacht, die met stemrecht, in dit geval het geslacht Herema, dat woonde op de Herema-sate.
    We komen onderweg een aantal heerden tegen, zoals Gaukemaheerd, Poppemaheerd en Almaheerd. Een aantal heerden liggen op een huiswierde. De huiswierde van de Poppemaheerd ligt op de hoogste. Deze ligt op 2,73 meter NAP 1.
    Aan het einde van de rij boerderijen komen we de ander kant van de Oude Dijk tegen.

    noten:

    1.
    Wikipedia Heereburen;
    Friesch Woordenboek (Lexicon frisicum) / Waling Dijkstra, F. Buitenrust Hettema (bewerking); Lijst van Friesche eigennamen / Johan Winkler (bewerking). - Leeuwarden : Meijer & Schaafsma, 1898. - p. 150;

    internetraadpleging: 13-10-2017



    Gaukemaheerd, Heereburen


    Oude Dijk, Heereburen


          Pama
    Bij het Niehoofsterdiep komen we in het woongebied van de oorspronkelijk uit Grijpskerk afkomstige geslacht Pama, Pauwama of Pauwinga. Pama is een samentrekking van Pawama, opvolger van Pawa 1.
    Bij de nieuwe brug over het Niehoofsterdiep - die hier sinds 2013 ligt - genieten we even van het meanderende water. De brug is gebouwd in opdracht van het Waterschap Noorderzijlvest door het aannemersbedrijf Knol Akkrum. Opvallend hierbij is, dat het gebouwd is onder voorwaarde van social return, waarbij 5% van de opdrachtwaarde geïnvesteerd moet worden in werkzoekenden. Noorderzijlvest is het eerste waterschap dat dit als aanbestedingseis opnam in het traject 2.
    De families die zich hier aan de oevers hebben gevestigd, hebben een schitterende idyllische plek voor zichzelf gecreëerd.

    noten:

    1.
    Wikipedia Pama (Groningen);

    2.
    Welkom in Zuidhorn - Nieuws, 6-11-2012 Brug over Niehoofsterdiep blijft voorlopig gestremd;
    Combined Business Power (CBP), 6-11-2012 “Social return” als aanbestedingscriterium;

    internetraadpleging: 13-10-2017



    Niehoofsterdiep (stroomopwaarts), Pama


    Niehoofsterdiep (stroomafwaarts), Pama


          Kommerzijl
    De Pamaweg brengt ons naar Kommerzijl. Pas wanneer de weg gaat stijgen realiseren we ons dat Kommerzijl waarschijnlijk nog authentiek zal zijn, in de zin dat hier het overtollige water ooit in het Reitdiep werd gespuid. Kommerzijl valt wat dat betreft dan ook weer net buiten Humsterland en hoort bij het 'nieuwe' land, dat ontstond door deze verbindingsdijk tussen Humsterland en het al eerder gevormde Ruigewaard. Deze zijl verving de eerdergenoemde Bomsterzijl en Nijezijl of Niezijl. Het is gebouwd met van materialen van het afgebroken klooster van Aduard. De Staten van Stad en Lande hadden hiervoor op 17 december 1595 toestemming gegeven. Dit betreft echter de eerste zijl dat hier gebouwd werd.

    In de Atlas Ortelius (1571-1584) vinden we een kaart van Frisia uit 1579 waarop zowel het Nienoort in het veengebied beschreven is, alswel de Nie Oort Soutketen.
    bron: KB Atlas Ortelius
    De oorsprong van dit dijkdorp begint echter met Wigbold van Ewsum, de bewoner van de borg Nienoord, zoon van Wigbolt van Ewsum, borgheer van Middelstum. Hij was in 1569 op reis geweest en wist drie heren uit Keulen te verleiden om deel te nemen in zijn plannen. Dit zou onder andere in 1573 leiden, toen zij op bezoek kwamen, tot oprichting van een zoutwinningsbedrijf. Er zouden twintig zoutpannen worden gecreëerd hier aan de monding van het Riet. Tweemaal daags zou het zoute water na droging een laagje zout achter laten. Het vervoer kon plaatsvinden over de bestaande waterweg naar het Leekstermeer. Het bedrijf ging de Opslagh heten, al noemden de Keulse heren het Nordsalzburg. Ook de schans - die Van Ewsum hier liet bouwen ter bescherming van de zoutproductie ten tijde van de tachtigjarige oorlog dat net in deze periode begon - kreeg de naam De Opslach. De Staatsen kregen deze op 5 juli 1591 definitief in handen. Aan het eind van de eeuw was alles alweer in verval gekomen, mede door deze oorlog. Bij de molen van Kommerzijl zijn nog restanten van de schans teruggevonden. Het benodigde zout werd vervolgens voornamelijk uit Lüneburg geïmporteerd.
    Maar deze werkzaamheden leiden wel toch de eerste naam van het eerste sluisje en daarbij ontstane nederzetting: Opslachterzijl. Na de bouw van een tweede zijl, kreeg het de naam Kommerzijl. Gedacht werd dat de bouw of de zorg daarna van de tweede sluis een kommer en kwel was. Meer voor de hand ligt dat er een kom, een haventje bij het sluisje lag 1.

    Wanneer we bovenop de vaste brug staan, kijken we uit op een spiksplinternieuwe kade. We rijden even door om de wagen te parkeren en gaan een kijkje nemen. Langs de kant van de weg komen we eerst nog een fraai vormgegeven spanningshuisje tegen met de naam Kommerzijl.
    In 2013 zijn er wensen kenbaar gemaakt om het vaarverkeer van Electra naar het van Starkenborghkanaal aantrekkelijker te maken. Er zou hier in het dorp water en elektra moeten komen, waarop de passanten kunnen aansluiten. De leidingen lagen er immers al. De kades en de sluis van dit rond 1900 gebouwde sluiscomplex, dat diende als waterdoorlaat, keersluis en waterkering, zouden hersteld moeten worden. Wanneer we over de vernieuwde kade wandelen melden de bewoners op onze vragen dat het nu net enkele maanden gereed is. Ze hebben dan wel enkele jaren in de troep gezeten. Maar het ligt er nu weer prima bij. Op de sluiswachterswoning uit 1902 staat nog Waterschap Westerkwartier geschreven 2.
    Tegenwoordig valt het onder het Waterschap Noorderzijlvest".
    Nu alles er weer spik en span bij ligt kunnen schippers weer prima aan weerskanten van het Kommerzijlsterdiep aanmeren.
    Om te kijken wat er zoal te beleven is, maken we aan weerskanten een klein rondje door de buurt. Aan de Dorpstraat vinden we op een rijtje het dorpshuis De Soltketen , waar af en toe het een en ander georganiseerd wordt. Daarnaast vinden we Bakkerij Smit, die met een ontbijtservice de wakker wordende vakantiegangers aan de kade kan verblijden met een vers en nog warm ontbijtje. Met een terrasje erbij zouden nu voorbijrijdende tot stoppen verleid kunnen worden. Hiernaast treffen we Café "De Driesprong" met terras aan. Theoretisch voldoende om voor lange tijd per dag iets te bieden aan de voorbijkomende toerist.
    Nadat we weer op de hoek van de Dorpsstraat met Ooster Waarddijk bij de auto zijn aangekomen, rijden we verder deze dijk op. Al vlot rijden we langs de boerderij met de prachtige en aansprekende naam Grovestins. Dit rijksmonument (18793) is een boerderij van het Oldambster type. De vernoeming van een voorganger van de heerd stamt uit de tijd dat het koppel Edzart van Grovestins en Tyets van Unema het hadden geërfd van haar moeder Teth Wybesma. (Zij was getrouwd met Jancke Unema van Blija). Hun kinderen verkochten het alweer in 1573 aan de al hierboven verhaalde Wigbolt van Ewsum . De huidige boerderij van waarschijnlijk 1859 heeft binnenin echter nog wel delen van de voorganger. Muurdelen en de eiken gebinten stammen nog uit de zestiende eeuw, dat toen waarschijnlijk een kop-hals-romp-model betrof en daarvoor zelfs als een stins of steenhuis is begonnen 3.
    We rijden vervolgens snel verder naar Hoekje.

    noten:

    1.
    Groningen : Stad en Ommeland / Albert Buursma, Marina van der Ploeg (tekst); Willem Friedrich (foto). - Bedum : Profiel, 2008. - ISBN 978-90-5294-426-5. - p. 228-229;
    Tussen Hunze en Lauwers : Kultuur-historische schetsen uit het Groninger Westerkwartier / G.H. Ligterink. - Groningen : J. Niemeijer, 1968. - Tweede druk 1976. - ISBN 90-606-2151-4. - p. 106-107, 110;
    De Kommerzijl / Peter Arendz;
    Wikipedia Kommerzijl;

    2.
    "tussen Knoal en Deip" : Kansen voor vaarrecreatie in het Noordelijke Westerkwartier (en aanpalende regio's / Frits Schuitemaker. - Rikkerda B&A iov Gemeente Zuidhorn / provincie groningen, 2013;
    Groningen : Stad en Ommeland / Albert Buursma, Marina van der Ploeg (tekst); Willem Friedrich (foto). - Bedum : Profiel, 2008. - ISBN 978-90-5294-426-5. - p. 229;

    3.
    "Grovestins" Het gebouw Grovestins;
    Wikipedia Ruigewaard;

    internetraadpleging: 24-10-2017



    spanningshuisje Kommerzijl, Kommerzijl


    brug en sluiswachtershuisje, Kommerzijl


    kadedeel, Kommerzijl


    'buitendijks', Kommerzijl


    'buitendijks', Kommerzijl


    hele kade, Kommerzijl


    dorpshuis, Kommerzijl


    Dorpsstraatpleintje, Kommerzijl


    Grovestins, Kommerzijl


          Hoekje
    Om bij het Hoekje te komen rijden we over de Ooster Waarddijk, waarna deze oude zeedijk uit 1425 overgaat in de Wester Waarddijk. Ten zuiden van deze laatste dijk is voor de scheepvaart rond 1800 een waterloop gegraven met een breedte van 3,70 meter. Het is een vervolg op de van oorsprong kweldergeul de Noorderried of Noorder Rijt. Het gegraven gedeelte loopt van hier tot Munnekezijl. De huidige overgebleven restanten van water en dijk worden nu zoveel mogelijk beschermd.
    Aan het begin van de Wester Waarddijk richting Munnekezijl vinden we de reden van ons bezoekje aan Hoekje. Hier staat over het water een steentil, een gemetselde bakstenen boogbruggetje met ijzeren leuningen. Op de sluitstenen van de brug waren voorheen de maker en het bouwjaar te lezen. KJdW en 1802. De maker (opdrachtgever) Klaas Jans de Waard (16 November 1756 - De Waard (gemeente Grijpskerk), 11 Maart 1819) was tijdens die periode eigenaar van de naastgelegen boerderij Aykemaheerd. Zijn ouders Jan Jacobs en Sjoukjen Claassen huwden te Westerwaard - waarvan akte 26-11-1755. De landbouwer Klaas Jans de Waard bezat zelf boeken, was lid van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen van het departement Stad en Lande en tevens Nutsvoorzitter departement Visvliet, Schout van Gemeente Grijpskerk en Lid raad van het arrondissement Groningen.




    Noodlottig moest aldus
    de beste burger sneven
    In't midden zijns bedrijfs
    En van zijn werkzaam leven
    Ten dienste van den staat
    Tot nut dez. Maatschappij
    Wie is 't die hem geen traan
    Op deze grafzerk wij?
    WP.t.Z.
    “Bijna verlopen was mijn levensschreed,
    Als'k uit dit dorp naar huis toe reed.
    'k Had mijnen weg ruim half verkort,
    "Doen" ik van 't paard ter neder stort.
    Van hulp en bijstand gansch ontbloot,
    Kwam 'k schielijk onverwacht ten dood.
    Daar God mijn ziel heel spoedig nam,
    Zelfs eer ik in mijn woning kwam.
    Nu leid alhier mijn vleesch en been,
    Begraven onder dezen steen.
    Noodlottig moest aldus
    de beste burger sneven,
    Te midden zijns bedrijfs
    en van zijn werkzaam leven.
    Hij leefde voor den Staat
    tot nut der maatschappij.
    Wie is het, die geen traan
    op dees grafzerk wij.
    Klaas Jans de Waard, Lid der vergadering van hunne Edele Groot Achtbare Staten der Provincie Groningen en Schout der gemeente Grijpskerk. Door een val van zijn paard in den dood gestort
    den 11. Maart 1819.”
    Honderd jaar naar zijn dood, in 1919, liet de familie een nieuw gedenkteken op zijn graf op het kerkhof van Grijpskerk plaatsen. Ook hierop werd het vers van dominee Jan Ernst Winter van de oude zerk aangebracht.
    Er zou echter een ietsjes andere tekst gestaan hebben op de oude zerk.
    Na zijn dood liet hij vele gronden en boerderijen na, met een waarde van ƒ 260.000, voor die tijd een aanzienlijk vermogen 1.
    Wanneer het Hoekje rond 1850 een kruispunt krijgt door een toevoeging van de weg naar de noordelijk gelegen Nieuwe Ruigezandsterpolder en naar het zuidelijk gelegen Grijpskerk, wordt het Hoekje - dat voorheen altijd bekendstond als De Waarden - nu opeens Quatre Bras (kruispunt) genoemd. Deze naam had de herberg ook, evenals een transformatorhuisje. Rond de eeuwwisseling lijkt het erop dat het nog tamelijk door elkaar gebruikt wordt, wanneer echtelieden uit De Waarden in 1897 een dankadvertentie plaatsen ten behoeve van onder andere de ingezetenen van Quatrebras. De gemeente Grijpskerk hanteert in 1923 Quatre Bras wanneer er een elektrische lantaarn geplaatst gaat worden 2.

    noten:

    1.
    Stichting Kluften en Waarden Het Piepke;
    Wikipedia 't Hoekje (Zuidhorn), Piepke, Bestand: Grafgedicht burgemeester de Waard Grijpskerk.jpg;
    AlleGroningers Jan Jacobs, Klaas Jans de Waard, Klaas Jans de Waard;
    Boer en heer : 'de Groninger boer' 1760-1960 / IJnte Botke. - Groninger historische reeks, 23. - Assen : Koninklijke Van Gorcum, 2002. - ISBN 90-232-3826-5. - p. 117, 126, 141-142, 503-504;
    De Ommelander borgen en steenhuizen / W.J. Formsma, R.A. Luitjens-Dijveld Stol, A. Pathuis. - 2e druk, met aanvullingen en verbeteringen. - Groninger historische reeks, deel 2. - Assen/Maastricht : Van Gorcum, 1987. - ISBN 90-232-2314-4. - p. 40;

    2.
    Delpher: Leeuwarder courant : hoofdblad van Friesland, 27-11-1964. - Tips voor trips Grensrit (1): van Zoutkamp tot Allardsoog, Nieuwsblad van het Noorden, 05-12-1897 welgemeenden dank, Nieuwsblad van het Noorden, 27-06-1923 Gemeenteraden;
    Wikipedia 't Hoekje (Zuidhorn);
    Wikisage Klaas Jans de Waard;

    internetraadpleging: 25 - 26-10-2017



    Het Piepke, Hoekje


          Lauwerzijl

    Lauwers (stroomafwaarts), Lauwerzijl


    Lauwers (stroomopwaarts), Lauwerzijl

    Tijd om snel door te rijden, waarmee we bijna de verkeerde kant oprijden door Lauwerzijl in te gaan. We keren snel om en stoppen even bij de brug om de boerderij La Vicke met gevelsteen Wed. P.E. Kruisinga - 1891 en apart zomerverblijf en de Lauwers, dat hier Munnekezijlsterried heet, vast te leggen. Pieter Ennes Kruisinga (Grijpskerk, 27-3-1825 - Grijpskerk, 28-2-1886) huwt in 1849 met Grietje Jacobus Poll (Niezijl (gemeente Grijpskerk), 22-7-1825 - Grijpskerk, 7-11-1891).
    Het dorp bestaat nog maar kort. De Nieuwe Ruigezandsterpolder ontstond na de afsluiting van het Reitdiep in 1877 en de polder was bedijkt. In 1879 vestigde zich als eerste een voerman die ook een winkeltje en café had 1.

    noten:

    1.
    323x Groningen : van Adorp tot Zuurdijk / Peter en Klaske Karstkarel. - [Leeuwarden] : Noordboek, 2009. - ISBN 978-90-330-0770-5. - p. 770 ;
    AlleGroningers Pieter Ennes Kruisinga;
    Parenteel van Arend Arends 3. Grietje Jacobus Poll;
    Wikipedia Nieuwe Ruigezandsterpolder;

    internetraadpleging: 26-10-2017



    La Vicke, Lauwerzijl


          Ruigezand
    We nemen vervolgens de weg - de Teenstraweg - door het Ruigezand. Dit voormalig kweldergebied was namelijk begroeid met riet en biezen, vandaar het woord ruig in de naam. De eer voor de ontwikkeling van dit gebied is voor de broers Teenstra, Douwe (27 jr) en Aedsge (19 jr), die hier plannen maakten voor bedijking en dit ook ten uitvoering brachten . Vader van beide zoons, Marten had het Ruigezand in 1793 van Willem Jans Krijthe gekocht. Het Ruigezand was namelijk al lange tijd vruchtbare grond, maar was onbedijkt.
    Aedges begon in 1796 met de bouw de oostelijk gelegen schuren. Voor het woonhuis had hij nog onvoldoende middelen. Ten westen hiervan bouwde zijn oudere broer Douwe in 1798 zijn Teenstraheerd op een dubbel omgracht terrein dat beplant werd met boomsingels. In 1803 werd bij Aedsge ook het dwarshuis met een afgewolfd zadeldak gebouwd, zodat ze woonhuizen naar elkaar gericht waren en 'slechts' 400 meter van elkaar verwijderd waren. Tegenwoordig heet oostelijk gelegen boerderij (de Oostersche plaats) Teenstraheerd (31398). Hierin is Zakkennaaimachines Meindertsma gevestigd. De westelijk gelegen boerderij (de Westersche plaats) wordt Ruigezand genoemd, vanwege de ligging bij de weg De Ruigezand (31399) 1.
    We rijden dus richting de schuren van de Westersche plaats. Helaas voor de foto staan de bomen in vol blad, zodat we de panden nauwelijks kunnen zien. We zijn er dan ook zo weer voorbij, zodat we bij een plek uitkomen waar we ruim zes jaar geleden aan deze ontdekkingstocht begonnen , weliswaar nog volledig onwetend dat dit zou uitmonden in een ontdekkingstocht.

    noten:

    1.
    323x Groningen : van Adorp tot Zuurdijk / Peter en Klaske Karstkarel. - [Leeuwarden] : Noordboek, 2009. - ISBN 978-90-330-0770-5. - p. 782;
    Wikipedia Ruigezand;

    internetraadpleging: 27-10-2017



    Ruigezand van Douwe Teenstra, Ruigezand


    Teenstraheerd van Aedsge Teenstra, Ruigezand


          Electra
    Omdat we nu weer in Electra komen en de vorige keer het belangrijkste onderdeel niet op de foto hebben vastgelegd, rijden we een eindje verder, zodat we vanaf de dijk zicht krijgen op het gemaal De Waterwolf (516319). Het gemaal, dat in 1920 gereedkwam en zoals te raden is, voorzien was van een elektrische drijfkracht, was samen met het gemaal van Lemmer, het grootste van Europa. De pompen zijn afkomstig uit de Hengelose machinefabriek van Gebroeders Stork en Co.
    Electra is in 1913 als boezemwaterschap opgericht met het doel om het waterpeil op gewenste niveau te houden voor een groot deel van de provincie en de kop van Drenthe. Het Electra stroomgebied omvat het grootste deel van het beheergebied van het huidige Waterschap Noorderzijlvest 1.
    En nu we toch op de Hoge Dijk staan krijgen we een mooi beeld van de meanderende Reitdiep. In de verte zien we de Ludgeruskerk 2, waarover later meer, van Oldehove.
    Gezien het tijdstip en de wens om het Museum Wierdenland te bezoeken, rijden we nu zonder te stoppen, te blikken of te blozen door naar Ezinge. Lammerburen - de plek waar ooit de wierde Jelamer lag, behorend bij het eiland Humsterland, voordat het werd afgestaan aan de zee 3, Aalsum - een eeuwenoude wierde dat langdurig bewoond werd door de familie Hayema van bijna 3½ meter, waarvan slechts een kwart over is 4, Kenwerd - door de meervoudige toppen een mooi voorbeeld van de laatste fase van de huisterpen 5, Oldehove en Saaksum - een gaaf wierdedorp met beschermd dorpsgezicht 6 hopen we een andere keer te bezoeken.

    noten:

    1.
    Waterschap Noorderzijlvest Gemaal De Waterwolf, Beheergebied;
    Wikipedia Electra (plaats), Ludgeruskerk (Oldehove);

    2.
    Wikipedia Ludgeruskerk (Oldehove);

    3.
    Wikipedia Lammerburen;

    4.
    Wikipedia Aalsum (Groningen);

    5.
    Wikipedia Kenwerd;

    6.
    Wikipedia Saaksum;

    internetraadpleging: 27-10-2017



    De Waterwolf, Electra


    Reitdiep, Electra


    Oldehove's Ludgeruskerk, Electra


          Ezinge
    De Van Swinderenweg langs het Oldehoofsche Kanaal - dat tussen 1825-1826 werd gegraven 1 - brengt ons naar Ezinge.
    Voordat we erg in hebben glijdt het overbekende beeld van wierde met kerk en toren aan ons voorbij. Drukte op de weg verhindert ons om te stoppen op de P-plek, zodat we genoodzaakt zijn om door te rijden tot we keermogelijkheid krijgen. Door een keer terug te rijden en vooraf te kijken waar we even kunnen stoppen zonder het overige verkeer te hinderen, keren we weer bij de eerstvolgende mogelijkheid. En zo rijden we nogmaals naar Ezinge, stoppen we even op de juiste aanwezige P-plek om de gewilde foto te kunnen maken.
    Even later bereiken we het Museum Wierdenland, dat al enige jaren op het verlanglijstje stond vanwege het literatuuronderzoek Ontdekking van de Vrije Friezen, waar we vanzelfsprekend het ontstaan van dit leefgebied tegenkomen .
    We kunnen hier de wagen aan de zijkant van het museum parkeren. Als we dit hadden geweten, hadden we dus ook een stukje terug kunnen wandelen om de gewilde foto te maken.
    Van Gewest tot Gewest - Vaart in de Beelden. Film over Jon Gardella.
    Cunera van Selm bij beeldhouwer en tekenaar Jon Gardella uit Garnwerd. Ook over het kunstwerk Middag-Humsterland.
    Nu besteden we de nodige aandacht aan het beeld Middag-Humsterland van beeldhouwer, tekenaar, schilder, decorontwerper, dichter Jon Gardella (Cooperstown, New York, 1948) dat hier in 2010 werd geplaatst, dat de wierdengeschiedenis langs het Reitdiep verhaald. "Dit kunstwerk in de vorm van een knotwilg verbeeldt tal van elementen en verhalen uit het wierdenlandschap, zoals de botten van het paardengraf, het beeldje van de Romeinse god Jupiter uit de wierde van Ezinge, de nabijgelegen Aduarderzijlen, en een silhouet van het wierdendorpje Niehove," aldus het museum 2. Naast de belangrijkste opgravingen - zoals hierboven verwoordt - zien we ook de fraaie aardewerken masker (Middelstum, Boerdamsterweg). Daarnaast zijn er hedendaagse objecten als een tractor (trekker) en fiets te vinden. Ook zijn Luchtspektakel van weleer, waarin de beweging van paarden tot uiting komen, opgenomen. Kortom, een fraai beeld waarin de beweging en deining van het water in het landschap is vastgelegd, waarin van alles verstopt zit.
    We komen op een dusdanig tijdstip aan, dat we eigenlijk eerst iets willen eten voordat we daadwerkelijk het museum gaan bekijken.
    Bewerkte - niet wetenschappelijk - afbeelding van de in Middelstum (Boerdamsterweg) opgegraven aardewerken masker van 16 cm. In zijn proefschrift Die einheimische Keramik der nördlichen Niederlande, 600 v.Chr bis 300 n. Chr. : Teil III: Mittel-Groningen uit 1996 maakt Ernst Taayke op p. 44-45 kenbaar nog een stukje van deze masker tussen alle opgravingsstukken te hebben gevonden, doelend op het stuk boven de wenkbrauw. Hierdoor wordt meteen duidelijk dat er aan de zijkant twee gaatjes zaten (en logischerwijs natuurlijk aan de andere zijde ook), zodat het gedragen kon worden.

    Het aanwezige personeel staat op het punt van onze komst in de wisseling van de wacht, zodat we deels door de verlatende en deels door het aantredende medewerkers worden geholpen. Ruimte voor een late lunch is er genoeg. En wat betreft het eten hebben we nog mazzel. Er zijn nog een aantal huisgemaakte quiches van een der medewerker. Deze en de gebruikelijke cappuccino's worden voor ons gereed gemaakt, waarna wij er smakelijk van genieten. Enige tijd later gaan we met volle overgave en energie ons overgeven aan een bezoek van het museum.
    Bij voorkeur wordt er begonnen met een film van het Archeologisch InformatiePunt dat hier ook onderdak heeft. De film vertelt het verhaal van de landschappen Middag en Humsterland, het oude wierdenlandschap dat sinds ongeveer 600 vOJ bewoond gebied is en tot nu is gebleven, waarmee het tot het oudste cultuurlandschappen in Noordwest-Europa behoort.
    Aangezien er net een groepje de film aan het bekijken is, kunnen we tijdens het wachten op een nieuwe start de schilderijen van een huidige tijdelijke tentoonstelling bekijken. Er mogen echter geen foto's gemaakt worden, zodat het voor ons ook geen zin heeft om er iets over te vertellen.
    De film blijkt een aanrader - ondanks dat we er al veel over weten, is het fijn om het even kort samengevat in hapklare brokken voorgeschoteld te krijgen.

    A.E. van Giffen
    De hoofdrol in dit museum is museum is weggelegd voor A.E. van Giffen. Deze archeoloog Albert Egges had de leiding over de belangrijkste structurele afgraving van een groot taartpunt van deze wierde van Ezinge.
    Albert Egges van Giffen (Nordhorn, 14-3-1884 - Zwolle, 31-5-1973 3), roepnaam Ab, was een domineeszoon. Zijn vader was tijdens de periode van Ab's geboorte geroepen in Nordhorn. Ab ging in Groningen biologie studeren, waar hij kennis maakte met natuurwetenschappelijke onderzoeksmethoden. Bij de commerciële afgraving van de vruchtbare gronden van de wierde Dorkwerd ten behoeve van de arme afgegraven veengronden kreeg hij in 1908 een bijbaan om wetenschappelijk toezicht te houden. Hij rolde vanaf dat moment van de ene naar de andere positie. Door zijn inzet en overtuigingskracht wist hij eind 1908 diverse fondsen te werven. Hierdoor kon hij de onderzoeken van meerdere wierden tegelijkertijd gaan bijhouden.
    Hiervoor nam hij motorrijlessen en was hij - mede door de fondsen - in staat om een motorfiets (door hem vaak 'stoomfiets' genoemd) aan te schaffen. Hierdoor was hij in staat om de diverse commercieel af te graven wierden te bezoeken en de wierdengravers te overtuigen om hem de vondsten af te staan met zoveel mogelijk informatie over de vindplaats. Na zijn eigen schrijven stond hij zo in contact met zeventig wierden. Doordat hij met weinig slaap toe kon, was het voor hem mogelijk om diverse posities tegelijkertijd uit te voeren. Passie voor het vak van conservator, wetenschapper, archeoloog hielpen hem hierbij natuurlijk ook.
    Door zijn stoomfiets was hij in staat contacten op bouwen in het hele Friese gebied. Van Zeeland , waar hij de vliedbergen onderzocht, tot aan Hallingen in Nordfriesland . In Groningen promoveerde hij op 20 juni 1913 cum laude af met Die Fauna der Wurten (Leiden : E.J. Brill, 1913). Met de financiële ondersteuning van Jan Evert Scholten - zoon en opvolger van Willem Albert Scholten, die een imperium had opgebouwd in de aardappelmeel- en strokartonindustrie - was Van Giffen in staat om op 1 mei 1916 de Vereniging voor Terpenonderzoek op te richten.
    Dit resulteerde in een eerste gelaagde afgraving van een commerciële wierdeafgraving van de wierde De Wierhuizen bij Appingedam.

    In 1920 doopte hij zijn eigen instituut - die hij aan de Rijksuniversiteit van Groningen mocht gaan voeren - de Biologisch-Archeologisch Instituut.
    Het belang van het verkrijgen van fondsen had hij al snel door. Hij wist met publiciteit, publiceren en het organiseren van excursies de commerciële wierdegravers zover te krijgen dat zij en anderen hem ondersteunden met financiën en mogelijkheden.
    Tussen 1923 en 1934 deed hij hier in Ezinge zijn langdurigste opgraving, waarmee hij twee jaar later - in 1936 - met zijn wetenschappelijk artikel in Germania - Der Warf in Ezinge, Provinz Groningen, Holland, und seine westgermanischen Hauser. Germania 20, pp. 40-47 - opzien baarde en zijn naam voor altijd vestigde. Een van zijn kwaliteiten was, dat hij zich goed kon inleven in de verschillende periodes en situaties en dit voor zowel leek als wetenschapper duidelijk kon maken.
    In 1930 werd hij lector en in 1939 hoogleraar in de Prehistorie en Germaanse Archeologie. Een jaar later aangevuld met het hoogleraarschap aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij elf jaar later - in 1951 - ook een eigen instituut kreeg. Belangrijk is zijn inzet geweest voor verkrijgen van een laboratorium bij de Rijksuniversiteit Groningen voor het uitvoeren van C-14 dateringen. Ook de combinatie van verschillende vakgebieden zoals geologie en stuifmeelonderzoek met zijn archeologisch onderzoek, heeft de wetenschap verder gebracht.
    Een punt van kritiek over de opgravingsmethode wordt zichtbaar, wanneer we warboel van alle houten palen en vlechtwerk aanschouwen. Er is tijdens het afgraven geen rekening gehouden met het natuurlijk groeiproces van de wierde. Deze is bolvormig. De wierde wordt horizontaal afgegraven, wat tot gevolg heeft dat er verschillende tijden over de gehele lengte tevoorschijn komen 4.
    Ook elders in het land kwamen we Van Giffen al tegen, zoals bijvoorbeeld in Westfriesland .
    In Ezinge werd onder andere een middeleeuwse leren schoen aangetroffen.
    Het Museum Wierdenland heeft van het Noordelijk Archeologische Depot Nuis twee wielen in bruikleen. In het oudste opgegraven huis van Ezinge kwam het schijfwiel tevoorschijn. Deze komt uit de vijfde eeuw vOJ en zijn samengesteld uit meerdere plankdelen. De karren werden veelal gebruikt in het boerenbedrijf en werden voortgetrokken door ossen. Een half millennium later hadden de wagens, die getrokken werden door paarden, spaakwielen.

    Na afloop nemen we nog even een kijkje in de winkel, waarin vele interessante titels liggen. We nemen een aantal aansprekende mee. Na nogmaals een drankje gedronken te hebben, verlaten we het pand en lopen nog even door het dorp in miezerige omstandigheden. We willen namelijk de afgraving natuurlijk ook van dichtbij beleven.
    Via het bruggetje over het Oldehoofsche Kanaal bereiken we de wierde. Hier komen we al vlot een soort van borstbeeld met wijdse armen tegen van Natasja Bennink (28-7-1974), die hier in het voormalige gemeentehuis van Ezinge (en dus ook het Wierdenmuseum), in het oude secretariaat haar atelier heeft. De naastgelegen kluis wordt nu gebruikt voor de opslag van de benodigde materialen om het atelier zo leeg mogelijk te houden. Het beeld uit 2005 heeft de titel Het beroofde land. Wil het de verontwaardiging van gedachte van "kijk me hier met lege handen staan, en wat nu?" uitbeelden? 5.

    In dezelfde straat staat ook een schuur met een fraai dakkapelpan en windvaan.
    Op het hoogste punt vinden we de dertiende-eeuwse toren. Het bevat een luidklok uit 1360. Deze is echter afkomstig uit Vorchten. Het werd na de WOII gekocht, ter vervanging van de eigen door de Duitsers in 1943 geroofde klok.
    Merkwaardig genoeg zit aan de toren niet de kerk vast, maar de kosterswoning uit 1886. De kerk in middeleeuwse romaanse bouwstijl - dat hiernaast staat - stamt uit begin dertiende eeuw. Het is 1959 gerestaureerd, waarbij men de oorspronkelijke buitenmuren aan de hand van bouwsporen heeft gereconstrueerd 6.
    Door het onderzoek van Van Giffen weten we nu dat de historie van Ezinge veel eerder begon. Men was zo'n 650 jaar vOJ begonnen om zich te vestigen op de ontzilte gebieden langs eveneens ontzilte en daarmee zoetwatergeulen en slenken van de Hunze dat hier toen in de buurt stroomde. De gebieden waren van zichzelf al vruchtbaar. Door het gft-afval en mest langs de randen van het gemeenschappelijke heem te verspreiden ontstond er vanzelf een wierde. Door deze randverspreiding werd de wierde niet alleen steeds hoger, maar dijde de wierde ook steeds verder uit. Om de zoveel tijd werd een laag greppelklei hierover heen gelegd om de glibberigheid van de gft en mest mengsel tegen te gaan. In Jutland en op de Deense eilanden komen ook van dit soort lange wallen van gft en mest voor. Deze wallen zijn nog eens duizend jaar eerder ontstaan. Ze worden daar Kjökkemöddinger genoemd.
    In Ezinge zijn er houtresten gevonden die dateren van rond 500 vOJ. Rond het begin van de jaartelling had de wierde inmiddels een hoogte van 2.10 meter bereikt, met een omvang van minder dan een hectare. Tweehonderd jaar later zat men op minder dan twee hectare. De wierde krijgt een uiteindelijke hoogte van 5,5 meter boven NAP en had een diameter van 450 meter. Uit het onderzoek van Van Giffen, dat met enkele sleuven tot vlakbij de kern van de wierde kwam, blijkt dat de bewoning op kwelderniveau is begonnen. Dit zou nu ongeveer 20 cm onder NAP betekenen. Deze constatering geldt slechts voor het onderzochte terrein. De gebouwde boerderijen en andere bouwwerken komen steeds te vervallen en de wierde wordt telkens ietsjes hoger. De bouwwerken komen telkens op ongeveer dezelfde plek terug, met daarnaast de bouw voor nieuwe generaties. Dit proces herhaald zich eeuw in eeuw uit. Binnen dit proces zijn versnellingen in het bouwproces waarneembaar evenals een radiale opbouw van de wierde, waarbij de bouwrichtingen in een cirkelwaaier zichtbaar wordt. Ook wordt het soms hogerop gezocht in verband met overstromingen of waterstijging 7.
    Ter ere van deze opgravingen is er aan de rand van de afgravingen naast de kerk in 1987 een monument gemaakt ter nagedachtenis aan A.E. van Giffen, bestaande uit drie plaquettes, die geïnspireerd zijn op tekeningen van Van Giffen zelf. Het is gemaakt door Simon Levy (1-9-1940) en Mary Matacin (Šibenik, 15 augustus 1952). Dit monument kwam uit de koker van de streekhistorische vereniging Middagherland, waar J.J. Delvigne (2-11-1943 - Ezinge, 21-7-2014) de voorzittershamer hanteerde. Donderdagmiddag 24 september vond de onthulling plaats door de commissaris der Koningin H.J.L Vonhoff, die zelf nog les van Van Giffen heeft gehad. Uiteraard waren Matacin, Levy en Delvigne hierbij aanwezig, zoals door de fotograaf Wolter Kobus is vastgelegd 8.
    Hiervandaan loopt een pad dat - wanneer het voldoende wordt afgedaald - goed zicht geeft op de huidige omvang en staat van de wierde.
    Na het rondje om de kerk lopen we nogmaals tussen de kerk en toren door. Wanneer we de toren zo beschouwen, lijkt het toch wel erg op een steenhuis of stins. Dat deze op de hoogste plek staat is naar mijn mening niet alleen vanwege gevaar voor menselijke strijd onderling. Het roept de gedachte op dat hierin ook de belangrijkste goederen van de mens bewaard worden. En dan gaat het, zoals in latere perioden vaak blijkt, om documenten in kisten. Meer voor de hand ligt tevens de verzekering op voedsel voor het komend seizoen, dus zaden. Deze dienen immers droog en donker bewaard te worden. Vaak wordt hiervoor een spieker bedacht, met de duiding dat dit tegen ongedierte is. Aangezien deze veelal van alle kanten kunnen komen aanvliegen of kruipen en klimmen, ligt het grootste gevaar, vocht, dus wateroverlast eerder voor de hand.
    Hoewel niet met zoveel woorden geschreven, komen we een eerste suggestie hiervan tegen in het onderzoek van Van Giffen. In de periode van 500 tot 400 vOJ wordt de oudste boerderij gevonden die binnen een omheining is geplaatst op een verhoogd groot platform, dat door rijen palen wordt gestut. "Deze constructie heeft er waarschijnlijk voor gediend om goederen en oogst bij overstromingen veilig op te slaan." Gedacht wordt dat het de bodem was voor een hooiberg. Koren zou zijn opgeslagen in een vrijstaand graanspieker 9.

    Via een ander straatje proberen we weer bij het museum uit te komen. Het Oldehoofsche Kanaal houdt ons echter tegen, maar geeft ons wel een mooi beeld op het museum. Middels een zijstraatje komen we echter alweer vlot op de hoofdstraat dat ons naar de brug over het kanaal brengt, zodat we de reis met de auto kunnen vervolgen.
    We rijden door het dorp naar het noorden en kruisen de percelen, waaraan nog duidelijk te zien is dat hier ooit de Middagter Riet heeft gelegen.

    noten:

    1.
    Groningen : Stad en Ommeland / Albert Buursma, Marina van der Ploeg (tekst); Willem Friedrich (foto). - Bedum : Profiel, 2008. - ISBN 978-90-5294-426-5. - p. 114;
    Ezinge : IJkpunt in de archeologie / Piet Kooi, Kirsten van der Ploeg. - Groningen : Egbert Forsten, 2014. - ISBN 978-90-367-7403-1. - p. 9;

    2.
    Museum Wierdenland Beeld Middag-Humsterland;

    3.
    Stichting Dodenakker Giffen, Albert Egges van / Marten Mulder, Leon Bok;

    4.
    Middag-Humsterland : Op het spoor van een eeuwenoud wierdenlandschap / Jan Delvigne. - Archeologie in Groningen 4. - Bedum : Profiel Uitgeverij. - ISBN 978-90-5294-423-4. - p. 73;
    Van Giffen en het wierdenlandschap / Harm Tjalling Waterbolk (in: Professor Van Giffen en het geheim van de wierden / Egge Knol, Alexandra C. Bardet, Wietske Prummel. - Veendam/Groningen : Heveskes uitgevers / Groninger Museum, 2005. - ISBN 978-90-782140-1-4. - p. 14-15);
    Een ondernemende student: A.E. van Giffen / Egge Knol (in: Professor Van Giffen en het geheim van de wierden / Egge Knol, Alexandra C. Bardet, Wietske Prummel. - Veendam/Groningen : Heveskes uitgevers / Groninger Museum, 2005. - ISBN 978-90-782140-1-4. - p. 52, 55, 57, 62);
    Ezinge : IJkpunt in de archeologie / Piet Kooi, Kirsten van der Ploeg. - Groningen : Egbert Forsten, 2014. - ISBN 978-90-367-7403-1. - p. 30, 38;
    Honderd jaar Vereniging voor Terpenonderzoek / Egge Knol (in: Van Wierhuizen tot Achlum : Honderd jaar archeologisch onderzoek in terpen en wierden / Annet Nieuwhof (redactie). - Jaarverslagen van de Vereniging voor Terpenonderzoek 98. - Groningen : Vereniging voor Terpenonderzoek, 2016. - ISBN 978-90-811714-8-9. - p. 11);
    Bibliography of the published works of A.E. van Giffen / Mette Bierma (in: Palaeohistoria 15 (1973). - ISSN 0552-9344, p. 15-34)
    5.
    Wikipedia Natasja Bennink;
    Natasja Bennink CV;

    6.
    Groningen : Stad en Ommeland / Albert Buursma, Marina van der Ploeg (tekst); Willem Friedrich (foto). - Bedum : Profiel, 2008. - ISBN 978-90-5294-426-5. - p. 114;
    Religieus erfgoed in Groningen : Oude kerken in de Ommeland / Harm Plas, Wim Plas. - Bedum : Profiel, 2008. - 2e druk 2008. - ISBN 9789052944111. - Niebert. - p. 79;

    7.
    Tussen Hunze en Lauwers : Kultuur-historische schetsen uit het Groninger Westerkwartier / G.H. Ligterink. - Groningen : J. Niemeijer, 1968. - Tweede druk 1976. - ISBN 90-606-2151-4. - p. 23;
    Religieus erfgoed in Groningen : Oude kerken in de Ommeland / Harm Plas, Wim Plas. - Bedum : Profiel, 2008. - 2e druk 2008. - ISBN 9789052944111. - Niebert. - p. 78;
    De bijzondere houten voorwerpen uit de opgravingen in Ezinge / Jelte van der Laan (in: Van Wierhuizen tot Achlum : Honderd jaar archeologisch onderzoek in terpen en wierden / Annet Nieuwhof (redactie). - Jaarverslagen van de Vereniging voor Terpenonderzoek 98. - Groningen : Vereniging voor Terpenonderzoek, 2016. - ISBN 978-90-811714-8-9. - p. 153-154);
    Ezinge : IJkpunt in de archeologie / Piet Kooi, Kirsten van der Ploeg. - Groningen : Egbert Forsten, 2014. - ISBN 978-90-367-7403-1. - p. 14-15, 43-45, 46;

    8.
    Groningen : Stad en Ommeland / Albert Buursma, Marina van der Ploeg (tekst); Willem Friedrich (foto). - Bedum : Profiel, 2008. - ISBN 978-90-5294-426-5. - p. 114;
    rkd Simon Levy, Meri Matacin of Mari Matacin;
    Wikipedia Meri Matacin;
    Delpher: Nieuwsblad van het Noorden, 25-09-1987 Monument ter ere van woonheuvels;

    9.
    Ezinge : IJkpunt in de archeologie / Piet Kooi, Kirsten van der Ploeg. - Groningen : Egbert Forsten, 2014. - ISBN 978-90-367-7403-1. - p. 43;
    Tussen Hunze en Lauwers : Kultuur-historische schetsen uit het Groninger Westerkwartier / G.H. Ligterink. - Groningen : J. Niemeijer, 1968. - Tweede druk 1976. - ISBN 90-606-2151-4. - p. 154;

    internetraadpleging: 28-10-2017



    wierde, Ezinge


    Museum Wierdenland, Ezinge


    Middag-Humsterland | 2010 | Jon Gardella, Ezinge


    A.E. van Giffen, Ezinge


    Ommelanden-munt, Ezinge


    leren schoen, Ezinge


    deel schijfwiel | 500 vOJ, Ezinge


    deel houten spaakwiel | begin OJ, Ezinge


    balie museum Wierdenland, Ezinge


    afgravingsfoto op muur restaurant, Ezinge


    Oldehoofsche Kanaal, Ezinge


    Het beroofde land | 2005 | Natasja Bennink, Ezinge


    schuur, Ezinge


    windvaan, Ezinge


    dakkapelpan, Ezinge


    toren, Ezinge


    plaquette ter ere van de opgravingen van Van Giffen | 1987 | Simon Levy - Mary Matacin, Ezinge


    kerk, Ezinge


    kerk, Ezinge


    wierde, Ezinge


    toren, Ezinge


    museum Wierdenland, Ezinge


          Allersma
    Het land dat we binnenrijden staat te boek als Polder Allersma. Dit is een vernoeming naar het eigenerfdengeslacht Allersma, dat daar - zoals we even verderop zien - sinds de vijftiende eeuw woonde en leefde. Sinds 2005 is de Allersmaborg in erfpacht bij de Rijksuniversiteit Groningen, zodat we het grotendeels van buiten kunnen aanschouwen. De borg is een in de loop van de tijd om- en uitgebouwd van boerderij tot 'borg'. Het heeft dan ook - ondanks zijn grachten - geen verdedigingswaarde. Het is een mooi voorbeeld van een mooi landhuis van een welgesteld geworden familie 1. Duurt Allersma was in 1489 zijlrechter van Aduarderzijl, dat hier op steenworp afstand ten oosten ligt. Er loopt dan ook een direct voetpad naar toe. In 1504 was Duurt rechter in Ezinge. De mannelijke lijn sterft al vlot uit, zodat de bezittingen via de vrouwelijke lijn voortgaan. Ene Anna Allersma huwt in 1544 met Renneko of Rinke Elama. Hij was aanhanger van de Staatsgezinde partij. Daardoor werden Anna met hun twee kinderen op bevel van de Spaanse en katholieke stadhouder Rennenberg in 1581 vijf weken gevangen gehouden. Zoon Sirp Elema erfde de Allersmaheerd. Zoon Duurt Elema (1618-1682) overleefde zijn kinderloze kinderen, waarmee ook dit geslacht in mannelijke lijn uitstierf. Een kleinzoon van een zus van Sirp, de raadsheer van de stad Groningen Reneke Busch kocht het van de andere erfgenamen. Hierop volgde een reeks overervingen in de dochters en zonenlijnen. Johanna Busch liet het na aan haar zoon Reneke Busch de Marees. Hij liet het na aan dochter Johanna. Zij aan Reneke de Marees van Swinderen, die in 1817 in de adelstand werd verheven. Zijn kleinzoon Reneke Meinard Adriaan erfde het vervolgens. Deze overleefde echter ook weer zijn kinderloos gebleven kinderen, zodat het verkocht werd aan de notaris J.W. Bolt. Vervolgens kwam het na de WOII in handen van de gemeente Ezinge 2. In een bosachtig oase doemt tussen de zwarte grachten de borg op, wanneer we over de oprijlaan wandelen. Naast de borg vallen meteen de ophaalbrug en het duiventil op. Aan het einde van het pad vinden we een houten 'strandkorf' met uitzicht over de velden. Na een vermoeiende dag is het waarschijnlijk met een drankje bij de hand een fijne verstrooiing geweest.

    noten:

    1.
    Groningen : Stad en Ommeland / Albert Buursma, Marina van der Ploeg (tekst); Willem Friedrich (foto). - Bedum : Profiel, 2008. - ISBN 978-90-5294-426-5. - p. 115;
    Middag-Humsterland : Op het spoor van een eeuwenoud wierdenlandschap / Jan Delvigne. - Archeologie in Groningen 4. - Bedum : Profiel Uitgeverij. - ISBN 978-90-5294-423-4. - p. 58;

    2.
    De Ommelander borgen en steenhuizen / W.J. Formsma, R.A. Luitjens-Dijveld Stol, A. Pathuis. - 2e druk, met aanvullingen en verbeteringen. - Groninger historische reeks, deel 2. - Assen/Maastricht : Van Gorcum, 1987. - ISBN 90-232-2314-4. - p. [99]-102;



    Allersmaborg, Allersma


    Allersmaborg, Allersma


    zitje Allersmaborg, Allersma


    uitzicht zitje Allersmaborg, Allersma


          Aduarderzijl
    We vervolgen de route over de Middagsterweg in plaats van het voetpad tussen de Allersmaborg en het Aduarderzijl. Enkele momenten later rijden we alweer parallel aan dit voetpad. Zodra we de mogelijkheid krijgen nemen we even een kijkje. Het bosje ontneemt het zicht op het Aduarderzijl. Wel ontwaren we in noordelijke richting de Schaphalsterzijl van het Winsumerdiep.
    Wanneer we weer een stukje doorrijden tot over de sluizen, kunnen we daar meteen de wagen parkeren om dit sluiscomplex te bekijken.
    Ook hier hoeft het waterpeil sinds de afsluiting van het Reitdiep bij Zoutkamp en later de Lauwerszee niet meer geregeld te worden met sluizen.
    Om de wateroverlast en afwateringsproblemen - mede veroorzaakt door dichtslibbende waterlopen als de Oude Riet - zagen de bewoners van het Aduarder Klooster, die na hun stichting in 1192 al vele gronden in hun bezit hadden - zich genoodzaakt om hier iets aan te doen. Het rechte Aduarderdiep ligt hieraan ten grondslag.
    Het eerste Aduarderzijl kwam rond 1407 gereed , voordat het Aduarderdiep af was rond 1415 (al zijn er twijfelmogelijkheden ontstaan door onderzoek over deze jaartallen).
    Wanneer we langs de eerste oostelijk gelegen sluis, de Kokersluis (398903), lopen, kijken we naar een in 1993 gerestaureerde sluis, die slechts tien jaar echt in functie is geweest. Het werd in 1867 gebouwd om de waterafvoer beter te regelen. In 1877 vond de afsluiting van het Reitdiep bij Zoutkamp plaats. Maar ook die tien liggende jaren zijn natuurlijk belangrijk geweest.
    WATERSCHAP WESTERKWARTIER,
    JONKH. E. de WENDT ALBERDA van EKENSTEIN,
    voorzitter van het hoofdbestuur, heeft op den 29
    juny 1867, aan deze sluis den eersten steen ge
    legd in tegenwoordigheid van de heeren:
    L.H. van Hemmen, J.T. Wieringa,
    K.J. Sikkens, P.J. Schuiringa,
    J. van Weerden, D.W. Beukema,
    L.J. Auwema, J.W. Akkerman,
    voorzitter van de onderdeels
    besturen en leden van het
    hoofdbestuur.

    Over de eerstesteenlegging kunnen we het volgende lezen:

    Na de afsluiting van de Lauwerszee in 1969 zijn de sluisdeuren verwijderd.
    Omdat dit een tweede sluis is, komen we op een sluizeneilandje. Dit brengt ons naar de westelijke sluis, dat is gebouwd in 1706 1.

    Spannender en belangrijker wordt deze plek wanneer we de menselijke strijd erbij betrekken. Hoewel de gemaakte kunst- en bouwwerken vaak door natuurlijk geweld wordt vernietigd of beschadigd, blijkt dat de mens zelf hierin ook vaak een handje te helpen of zelfs de vernietiger te zijn.
    Des anderen 's morgens vroe, zoo rustede zick de Furst met zyn volck, en reisde voortaan na Aduarder Zyl over de brugge voor by dat Blockhuis stuir Groningen voort toe Winsum nae den Dam ...... Dit is een beschrijving over 1505, geschreven in het Chronickel der Friescher Landen 2. Hieruit halen we het feit dat er op deze plek waar we nu staan de nodige bouwwerken hebben gestaan. Te beginnen met een Blokhuis. Deze sterke vesting dat in 1501 door de inwoners van het Westerkwartier werd gebouwd, in een poging om de macht - verkregen met het stapelrecht - van Groningen te breken, was omgracht en had een ophaalbrug over de gracht. Het bolwerk had huizingen en een staket om de vaargeul af te sluiten. Ook was er een brug over de vaargeul - het Reitdiep - gelegd dat naar Schillingeham (Schilligeham) aan de overkant liep. Vanwege het doel van dit blokhuis, kreeg het al snel de naam Stuir Groningen en Waert Groningen, waarbij we bij stueren aan storen en bij waren aan afweren moeten denken. Groningen ondervond vanzelfsprekend hiervan schade. De in 1514 ondernomen actie had resultaat. Het bolwerk werd veroverd, ingenomen en afgebroken. Kennelijk hadden bewoners van Schillingeham door deze actie schade geleden door brand. Ze kregen namelijk het hout van de brug als vergoeding van Groningen.
    Door alle volgende bouwacties op dit grondgebied zijn er geen sporen meer terug te vinden van dit blokhuis 3.
    Tijdens de tachtigjarige oorlog werd ook deze plek weer een strijdtoneel om nog steeds dezelfde redenen. En dus werd hier in 1580 weer een schans gebouwd, met doel om Groningen - die 3 maart 1580 gekozen hadden om katholiek dus Spaans te blijven - af te snijden van handel - dus geld en daarmee aantrekkelijk voor Spanje - en vooral voedsel. De Ommelanden waren namelijk Staats. Drie maanden later was de schans al veroverd door de aanhangers van Spaanse zijde. Wigbold van Ewsum veroverde het in 1581 terug, maar dat hield maar zeer kort stand. De schans werd door Spaanse zijde verder versterkt door Francisco Verdugo (Talavera de la Reina, 13-3-1537 - Luxemburg-stad, 22-9-1595). Deze Spaanse stadhouder vertrok daarna weer hiervandaan, zodat de Staatsen het wederom succesvol konden veroveren. En dus was Verdugo genoodzaakt om opnieuw terug te komen. De Staatsen zaten hier met ruim 30 verdedigers en hun gezinnen. Tot tweemaal toe wisten ze - onder leiding van de vaandeldrager van hopman Roorda, Herman Ophof - de aanval van de in groten getale aanwezige Spaanse troepen, die voornamelijk uit Italianen bestond, af te slaan. Bij de derde aanval op 7 of 17 september sneuvelden de meesten, waarna de overlevende Staatsen werden gewurgd of verdronken in de gracht.
    Nog geen jaar later, mei 1594, stonden de Staatsen onder leiding van Willem Lodewijk voor de poort. Zonder een gegeven bevel, vielen de Staatsen aan, waarbij nauwelijks een Spanjaarden van de 140 verdedigers in leven bleef. Slechts 8 Spaanse soldaten en enkele vrouwen en kinderen hadden zich erg goed verstopt, zodat ze de wraakactie van de Staatsen overleefden. Daarna was de schans onbruikbaar geworden, omdat het kruitmagazijn tijdens de aanval was ontploft. Op 23 juli 1594 wordt Tractaat van Helpman ondertekend en was de Reductie een feit 4.
    Zo'n vierhonderd jaar later wordt hier ter herinnering aan de slag op 18 september 1593, de laatste sloepenrace gehouden om de Vaandrig Herman Ophof-trofee. Even daarvoor was de restauratie van de Aduarderzijlen door de Stichting Herstel Aduarderzijlen afgerond 5.
    Tegenwoordig kun je kilometerslange kanotochten en andere vaartochten houden. Camping & Jachthaven Aduarderzijl stelt voor hun kampeergasten gratis kano's of trapboten ter beschikking. Ook beschikt het over een aantal Rustpunt kampeerhutten.
    Aan de westoever van de sluizen staan de Koning en de Dame in 't Waarhuis, dat naar eigen zeggen een klein cultuurparadijsje is, waar exposities, concerten, diners en kleinkunst voorstelling plaatsvinden. Hier zijn Wouter de Koning en Rika Dijkstra de Koning en de Dame.

    Omdat het weer gaat miezeren lopen we maar weer terug naar de wagen om verder te rijden.

    noten:

    1.
    Middag-Humsterland : Op het spoor van een eeuwenoud wierdenlandschap / Jan Delvigne. - Archeologie in Groningen 4. - Bedum : Profiel Uitgeverij. - ISBN 978-90-5294-423-4. - p. 59;
    Wikipedia Aduarderdiep, Aduarderzijl;

    2.
    Dit citaat is opgenomen in het eerste deel, p. 84 van dit document: Staatsrecht der Vereenigde Nederlanden / S.H. van Idsinga. - 2 delen. - Leeuwarden A. Ferwerda en G. Tresling
    Eerste Deel, 1758. - p. 84
    Tweede Deel, 1765;

    3.
    De Ommelander borgen en steenhuizen / W.J. Formsma, R.A. Luitjens-Dijveld Stol, A. Pathuis. - 2e druk, met aanvullingen en verbeteringen. - Groninger historische reeks, deel 2. - Assen/Maastricht : Van Gorcum, 1987. - ISBN 90-232-2314-4. - p. 114, p. 553;
    Wikipedia Lijst van vaktermen in de vestingbouwkunde: Staketsel;

    4.
    Wikipedia Aduarderzijl, Francisco Verdugo, Francisco Verdugo;
    Oorspronck ende voortganck vande Nederlantsche oorloghen. Ofte, Waerachtige historie vande voornaemste geschiedenissen, inde Nederlanden ende elders, voorgevallen, zedert den iare 1566. tot het iaer 1601 / Everhart van Reyd. - Tot Arnhem, : by Iacob van Biesen, 1633. - Verdeylt in achthien boecken, Boek 10 p. 369;
    Voor God en mijn koning : het verslag van kolonel Francisco Verdugo over zijn jaren als legerleider en gouverneur namens Filips II in Stad en Lande van Groningen, Drenthe, Friesland, Overijssel en Lingen (1581-1595) / Francisco de Verdugo, Jan van den Broek (inleiding, vertaling, toelichting [van de Spaanse tekst, naar de ed. van Henri Lonchay uit 1899]). - Groninger bronnen reeks, 3. - Assen : Koninklijke Van Gorcum, 2009. - ISBN 978-90-232-4513-1 p. 251, noten 59-60;

    5.
    Delpher: Nieuwsblad van het Noorden, 29-12-1992 Heroïsche strijd herdacht met sloepenrace, Nieuwsblad van het Noorden, 24-06-1993 Restauratie Aduarderzijlen klaar / Wim Jassies;

    internetraadpleging: 30-10 - 1-11-2017



    Reitdiep met Schaphalsterzijl (in de verte), voetpad halverwege Allersma-Aduarderzijl


    Kokersluis, Aduarderzijl


    , Aduarderzijl


    toltarief, Aduarderzijl


    kanoën Aduarderdiep, Aduarderzijl


    Reitdiep, Aduarderzijl


          Feerwerd
    Vanaf het parkeerplaatsje aan de oostzijde van de sluis van Aduarderzijl, rijden we weer de sluizen over om via de Zijlsterweg naar Feerwerd te rijden. Dit zou de wierde van vader kunnen zijn of van Feder, zoals de naam verklaard wordt. Door een schenking van delen van zijn erfgoed gedaan door Diederik, toen hij in de nadagen van zijn leven was gekomen, aan het klooster van Fulda rond 820, weten we dat het toen Federfurt werd genoemd. Een generatie later wordt het in een schenking aan het klooster van Werden, als Uederuurdi geschreven. In de middeleeuwen komen van Feerwerd ook de varianten Federuurt of Fadewrt waarbij de 'uu' dus ook als 'w' of 'vv' geschreven wordt. In Vederuurdi zit daarbij dan ook dichtbij. De terp Ferwerd - hemelsbreed 44 km naar het westen - heeft ook als naamsverklaring dat Fer een afgeleide is van Feder of Fedde. Vervolgens zou dat ook weer kunnen duiden op een oude heidense begraafplaats, waarbij feer of ferah afgeleid is van lijk. De Groningse uitspraak van Feerwerd - Fiwwerd - lijkt daar wat betreft de klank echter in de verste verten niet op 1.

    Op het kruispunt met de Oosterweg staan we even stil. Het aanzicht doet vermoeden dat we ons bevinden aan de voet van de ovaalvormige wierde. Voor deze deels afgegraven wierde is een advies gegeven om dit weer enigszins ter herstellen met grond. Het noordsegment - waar we nu voor staan - zou in overweging genomen kunnen worden om dit aan te vullen met 57.000 m³. De zuidkant - Feerwerd wordt sinds 1825 in het hart doorsneden door het Oldehoofsche Kanaal - zou zeker in aanmerking komen voor herstel met 87.500 m³ grond 2.
    Wanneer we de weg vervolgen en zo'n 100 m verderop bij de begraafplaats aankomen, splits de weg naar het westen zich in tweeën. Het Lucaspad is de oude onverharde weg naar Ezinge. De andere gaat naar Koepon Holding, dat in het buitenland ook bekend is als Coopon en Kuhpon. Op het terrein van dit bedrijf stond voorheen de Grote Borg. Deze is op 30 september 1735 met de hofmuur tot de brug voor afbraak verkocht. Christiaan Allardi, aannemer, kocht het voor ƒ 675,- van de stad Groningen. De stad had het een jaar eerder incl. de landerijen en rechten (waar het de stad om ging) voor ƒ 18000,- van Ludof Luurd, baron van Ripperda gekocht. Pas in 1810 verkocht de stad de landerijen 3.

    In het dorp parkeren we de auto op de parkeerplaats bij de sportvelden, waarna we de Valgeweg verder oplopen. De wierde is op het hoogste punt 2,60 m boven NAP. In het midden van het dorp komen de Sint Jacobskerk (15553) tegen. Het is bij de restauratie van 1859 volledig witgepleisterd, zodat het lastig is om zo te zien hoe oud het is. Wanneer we iets dichterbij komen, blijkt er geen enkele muur nog recht te staan, zodat er enig vermoeden over de ouderdom ontstaat. De kerk stamt uit de eerste helft van de dertiende eeuw.
    Binnen vinden we een aantal toch wel zeer oude grafzerken, die samen met de grafkelder van de familie Aldringa 6 augustus 1936 door de lokale timmerman met zonen herontdekt werd. Men wist wel dat er een familiekelder moest zijn. Dr. Westendorp was er rond 1835 nog in afgedaald. Omdat het in 1873 een houten vloer had gekregen was het al die jaren uit het oog gebleven en dus door de meesten nooit gezien. Dit is de inganck van Joncke Aldringa kelder staat er op de kleine vierkante zerk (rechtsvoor op de foto) geschreven. Toen men deze zerk voorzichtig had verwijderd, lag hieronder een tweede zerk. Deze was van de pastor Henricus Textor, die hier van 1666 tot 1690 predikant was. Nadat ook deze was verwijderd vond men de kelder. De kelder zat vol water en nadat dat was weggehaald, stuitte men op een laag slijk. Ook dit werd door de lokale bevolking zorgvuldig uit de kelder gehaald. Men vond uiteindelijk wat kistresten en een drietal geraamten, waarbij volgens de dokter een door een sabelhouw om het leven was gekomen, gezien de deuk en scheur in de schedel 4. Wat verder opvalt is dat de kerk is opgenomen in het landelijke Rustpuntennetwerk, oftewel de wandelaars, fietsers en andere passanten kunnen hier even uutbloasen buiten aan de picknicktafels of in de kerkbanken 5.

    Aan de overkant van de kerk vinden we een schurencomplex uit 19206, waarbij de dubbele dakconstructie samen met de dubbele schuifdeuren een fraaie spanning opbouwt. De inmiddels verwijderde windhaken hebben de afgelopen decennia een diepe glimlach in beide muurzijden achtergelaten. De zijmuur heeft drie spaarvelden met bovenin mooi metselwerk.
    Op de hoek met de Oosterweg, aan het begin van de Valgeweg komen we het pand uit 19107 van de voormalige smederij tegen.
    Hierop volgt het Oldehoofsche Kanaal. Wanneer even een stukje de Mentaweg op lopen, krijgen we nog de koren- en pelmolen Joeswert uit 1855 te zien.
    Tijdens de wandeling naar de auto terug, zien we nog meer mooie pandjes van einde negentiende, begin twintigste eeuw. Een ervan valt op door de afgeronde kozijnen en bijbehorend metselwerk. Kunnen we hierin de hand van de architect Willem Carel Adriaan Hofkamp herkennen, die "de Vrijborg" in Nuis heeft ontworpen?

    We kunnen nu rustig naar Garnwerd rijden om een hapje te gaan eten. Via de Torensmaweg komen we uit bij Schifpot en het Aduarderdiep. Het Oldehoofsche Kanaal komt na de Frouketil uit in het Aduarderdiep.
    Hier stond ook het voormalige tichelwerk Feerwerd uit 1855, dat tot 1974 heeft gedraaid. De bodem van de omgeving bevat direct onder de teellaag namelijk een mooie laag vette zeeklei, knipklei, van een meter dik. Deze klei leverde de helderrode bakstenen op. Na toedekking van de teellaag kon het weer gebruikt worden voor grasland of de vlasbouw. Schifpot is namelijk mogelijk een verwijzing naar het vlasafval, het schif, dat in een ijzeren pot gebrand werd .
    Op de hoek met het Aduarderdiep staat een fraaie kop-hals-romp boerderij van halverwege de negentiende eeuw (15551), waarbij alle onderdelen dwars staan. Het dwarsgeplaatste woonhuis stamt uit 1854 en had sinds 1900 een ingebouwde winkel (dat tot 1965 ook als zodanig functioneerde). Hierachter het tussenlid en lesschuren uit 1920. Deze schuren werden gebruikt voor de opslag en het lessen of blussen van kalk, dat belangrijk was in het proces van de kalkbranderij. De kalkoven is rond 1946 afgebroken.
    De brug over het Aduarderdiep is vernoemd naar de burgemeester Dirk Torensma (Nijkerk - Oostdongeradeel, 23-4-1899 - 23-10-1992) die het in 1939 opende, de Torensmabrug. Nijkerk heet tegenwoordig Oosternijkerk, om verwarring met het Nijkerk in Ferwerderadeel te voorkomen, dat nu Westernijkerk genoemd wordt 8.
    Wanneer we de Torensmabrug over het Aduarderdiep rijden, komen we langs het Koepon-terrein - in dit geval Koepon Holsteins, dat is opgericht door Wijnand Pon, dat tevens het grotendeels afgegraven wierde Antum omvat. Wijnand Pon koos voor het boerenleven in plaats van het auto-importeur en werd daarmee de succesvolste telg van de Pon-familie, dat in 1895 begon met zijn grootvader Mijndert Pon (Amersfoort, 29-10-1874 - Amersfoort, 14-9-1964), gevolgd door zoon Ben Pon (Amsterdam, 27-4-1904 - Amsterdam, 15-5-1968). Het hoofdkantoor van Koepon vonden we al op de plek van de voormalige Grote Borg.
    bron: nadnuis
    Een kwart taartpunt van de wierde Antum staat er nog omdat de boer en toenmalige eigenaar Martinus Theodorus Brouwers van Hunzebocht niet mee wilde doen met de afgravingen. Dit is de boerderij waar we vlakbij geparkeerd stonden toen we de sluizen van Aduarderzijl bekeken 9.
    Bij de opgravingen zijn weer vele objecten gevonden. In juni 1906 werd bij de boerderij van J. Kooy een geraamte van man en paard opgegraven. Blijkbaar gaat het hier om een Vikinger ruitergraf. Hierbij lagen zijn helm met keelband, een kort zwaard van 1 meter, drie lanspunten, twee stijgbeugels gevonden. Mogelijk zijn ze hier gesneuveld en terplekke begraven. Een heer uit de stad bood de gravers drie rijksdaalders voor de vondst, maar daarmee gingen zij niet akkoord. 10.

    noten:

    1.
    Groningen : Stad en Ommeland / Albert Buursma, Marina van der Ploeg (tekst); Willem Friedrich (foto). - Bedum : Profiel, 2008. - ISBN 978-90-5294-426-5. - p. 120;
    Terpenland : Hallum, Marrum/Westernijkerk, Ferwerd, Blija : Freerk van Hallum / Tymen Hein Corporaal; H.G. Joustra (eindredactie), H. Kingmans, T. v.d. Meulen, G. de Vries, A.J. Wijnsma (redactie). - Monument van de Maand, jrg 10, deel 1. - Stichting Kultuer en Toerisme yn Fryslân, 1995. - ISBN 90-73845-28-9. - p. 28;
    Friese graafschappen tussen Zwin en Wezer : een overzicht van de grafelijkheid in middeleeuws Frisia (ca. 700-1200) / Dirk Jan Henstra; Anne Tjerk Popkema (bezorgd, tekst- en beeldredactie). - Estrikken/Ålstråke, 92; ISSN 0921-7657. - Assen : Koninklijke Van Gorcum, 2012. - ISBN 978-90-232-4978-8. - p. 43-44;
    Ostfriesisches Urkundenbuch / Ernst Friedländer. - Zweiter Band 1471-1500 nebst Nachträgen und Anhang. - Emden : W. Haynel, 1878-1881. - Nachdruck: Wiesbaden, 1968. - p. 786, sub 2 [digitaal in Cartago];
    Gewijde plaatsen in Friesland / Pieter Glazema. - Meppel : Boom, 1948;
    Wikipedia Feerwerd;

    2.
    Afgegraven en weer aangevuld? / H.A. Groenendijk, J.J. Meijering. - [s.l.] : Afd. Landelijk Gebied, 2003. - Tabel 1;
    Groningen : Stad en Ommeland / Albert Buursma, Marina van der Ploeg (tekst); Willem Friedrich (foto). - Bedum : Profiel, 2008. - ISBN 978-90-5294-426-5. - p. 120;

    3.
    De Ommelander borgen en steenhuizen / W.J. Formsma, R.A. Luitjens-Dijveld Stol, A. Pathuis. - 2e druk, met aanvullingen en verbeteringen. - Groninger historische reeks, deel 2. - Assen/Maastricht : Van Gorcum, 1987. - ISBN 90-232-2314-4. - p. 114-119;
    RTVNoord: Groningen in beeld Antum - Boerderij Hunzebocht - Koepon;

    4.
    323x Groningen : van Adorp tot Zuurdijk / Peter en Klaske Karstkarel. - [Leeuwarden] : Noordboek, 2009. - ISBN 978-90-330-0770-5. - p. 724;
    Groningen : Stad en Ommeland / Albert Buursma, Marina van der Ploeg (tekst); Willem Friedrich (foto). - Bedum : Profiel, 2008. - ISBN 978-90-5294-426-5. - p. 120;
    Religieus erfgoed in Groningen : Oude kerken in de Ommeland / Harm Plas, Wim Plas. - Bedum : Profiel, 2008. - 2e druk 2008. - ISBN 9789052944111. - Feerwerd. - p. 81-83;
    Feerwerd.net: De geschiedenis van Feerwerd Jacobuskerk / Nina van den Broek;
    Wikipedia Feerwerd;
    Delpher: Nieuwsblad van het Noorden, 04-09-1936 Ter Verpoozing In de Kerk te Feerwerd / T;

    5.
    Jacobuskerk Feerwerd kerk als rustpunt / historie;

    6.
    Kadaster : Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) 0053100000008287;

    7.
    Kadaster : Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) 0053100000008287;

    8.
    Wikipedia Schifpot, Oosternijkerk;
    Delpher: Leeuwarder courant, 08-04-1941 Burgemeestersbenoemingen : In Menaldumadeel, Leeuwarder courant, 31-10-1992 Familieberichten;
    Joost de Vree gebluste kalk;

    9.
    Wikipedia Antum, Ben Pon (1904-1968);
    Elsvier weekblad, nummer 21, 23 mei 2015 Vermogende families: de stille financiers van het bedrijfsleven;
    Pon Geschiedenis;
    Delpher: Gereformeerd gezinsblad, 17-09-1964 Familiebericht;
    Archief Eemland Geboorteregister, periode 1874, 29 oktober 1874, aktenummer 370;
    Online Begraafplaatsen Mijndert Pon;

    10.
    Delpher: Provinciale Drentsche en Asser courant, 23-06-1906 Allerlei;

    internetraadpleging: 2 - 4-11-2017



    Sint Jacobskerk, Feerwerd


    grafzerken, Feerwerd


    Valgeweg, Feerwerd


    (voormalige) smederij, Feerwerd


    Oldehoofsche Kanaal, Feerwerd


    koren- en pelmolen Joeswert, Feerwerd


    Valgeweg, Feerwerd


          Garnwerd

    Garnwerd aan Zee / Reitdiep
    Garnwerd


    molen


    Café Hammingh

    Even later komen we aan in Garnwerd, waar we eerst even de kaart bekijken bij Café Hammingh, om vervolgens de keuze te laten vallen op Garnwerd aan Zee.
    Het is maar net wat de pot schaft en waar het hoofd naar staat. Beiden hebben een prima locatie met hun eigen sfeer.
    Voor het eten lopen we nog even wat rond bij de brug - we waren hier voorheen ook al eens - om vervolgens aan te schuiven. Na de maaltijd lopen we nog even over de dijk op en neer langs de jachthaven. Beide elementen - de jachthaven en het restaurant Garnwerd aan Zee - zijn een mooie aanvulling en trekker voor Garnwerd.
    Helaas hebben we weer Garnwerd niet zelf gezien, zodat we dus toch nog een keer terug moeten komen.
    Hierna vangen we de terugreis aan - waarvan we slechts beelden op ons netvlies krijgen, zodat we weten waar we nog voor terug moeten komen. Zo passeren we Krassum en Oostum en komen we over de Steentil van de Aduarderdiep. We rijden langs het Van Starkenborghkanaal en Aduarder Voorwerk. De terugrit brengt ons door Aduard, Langeweer, Hoogemeeden en Den Horn. Bij Enumatiel gaan we over het Hoendiep en bij Pasop over de Matsloot, waarna we even later weer uitkomen bij Boerakker.
    bron: YouTube Het Teken Van Het Beest. Film 1988, 1:30
    Onderweg komen we zeker nog interessante zaken tegen, waar we hopelijk een dezer dagen iets langer bij stil blijven staan.
    We gaan echter eerst even bijkomen op het terras van onze B&B Aan het Wilgepad. Omdat het nog prima weer is, zitten we niet alleen buiten.
    Zo komen weer in gesprek met onze gastvrouw Gea. Na een korte samenvatting van vandaag, komen we op een plannetje voor morgen. We willen namelijk kijken of we nog wat mooie pingo-ruïnes kunnen gaan bekijken en omdat we toch weer in de buurt komen, de herinneringstekens zoeken van IJe Wijkstra.
    Daarbij kan ze wel een handje helpen en geeft wat tips van de mooiste pingo-ruïnes en een adres waar we meer te weten kunnen komen. "Ter voorbereiding" op Wijkstra hadden we de film uit 1988 gezien. Op 27 maart 2012 promoveerde Libbe Henstra met zijn proefschrift getiteld Het teken van het beest : IJje Wijkstra en de geschiedenis van de viervoudige politiemoord, 18 januari 1929 op deze zaak.

    Wanneer de zon ondergaat, gaan we weer naar binnen en bekijken we de aangeschafte boeken en bladeren nog wat door de gedetailleerde kaarten van de omgeving.



    dijk, Garnwerd


    brug Reitdiep, Garnwerd


    jachthaven Reitdiep, Garnwerd


    Dag 4: Lucaswolde Noordwijk Jonkersvaart

    kaart 4

    Na de lange dag van gisteren, gaan we het vandaag rustig aan doen.

    foeragerende ooievaren, Boerakker
    Tijdens het ontbijtje zien we een ooievaarsechtpaar voorbij scharrelen in het pas gemaaide gras. Prooien - als in muizen, kikkers en andere amfibieën - kunnen ze nu waarschijnlijk makkelijker vinden 1. Omdat het weer een stuk beter is dan gisteren, kunnen we weer fijn buiten zitten lezen, koffiedrinken en in gesprek raken met de gastheer.
    Na de lunch gaan we toch maar eens ons plannetje van gisteren uitvoeren.

    noten:

    1.
    Reformatorisch Dagblad, 16-10-2002 Ooievaars hebben creatieve boeren nodig / Niek Sterk;

    internetraadpleging: 8-11-2017


          Boerakker

    Dwarsdiep, Boerakker

    Na het vertrek over het zandpad komen we eerst het Dwarsdiep tegen, waarna we langs een survivalstellage komen, dat ons bij de brug De Hoge Til brengt. En dan zijn we alweer in Lucaswolde.



    Wolddiep, Boerakker


          Lucaswolde
    Om de snelheid van het verkeer een beetje temperen, is er besloten om her en der een straatvernauwing met drempel in het wegdek te leggen. En om dit weer een beetje op te leuken is er besloten om Jan Bouma een aantal beelden van Cor-Ten-staal te laten maken. Bouma heeft in 2010 een viertal silhouetten gemaakt die een aantal verhalen uit de geschiedenis van de omgeving vertellen. De beelden zijn op 8 mei 2010 feestelijk onthuld 1.
    Het eerste beeld dat we tegenkomen - silhouette 2 - vertelt het verhaal van Fokko Venema (Lucaswolde gem. Marum, 28-01-1905 - 08-05-1995). Fokko was een broodjager, hij leefde van wat hij geschoten had. Maar hij handelde ook in jachthonden. In 1935 heeft hij een prima jachthond van 1½ jaar te koop. In 1936 biedt hij een D. st. Legerhond als jachthond aan en een half jaar later twee D. st. Jachthonden. Het jaar daarop heeft hij in het voorjaar een één-jaar oude D. st. Jachthond in de aanbieding. Voor jagers op proef. In het najaar weer twee D. st. Jachthonden. Van alle honden zijn foto's op aanvraag te verkrijgen. Dan is het even een paar jaar stil op de advertentiemarkt. In het najaar van 1941 vinden we weer een D. st. Legerhond, van 1¼ jaar oud.
    Er wordt kennelijk ook weleens iets geschoten (of gevonden, dat verteld het verhaal niet) wat geringd blijkt te zijn. Op 6 november 1937 laat de bekende bioloog drs. Fop I. Brouwer (1912-1991), F. Venema uit Lucaswolde weten dat de toezonden ring wordt doorgezonden naar (Vogelwarte) Helgoland. Fop I. Brouwer schreef o.a. in het Nieuwsblad van het Noorden over de natuur en had daarbij - heel modern - zijn eigen correspondentie-hoekje.
    Of het hier om de bedoelde Venema gaat staat niet vast, maar het zou aannemelijk kunnen zijn. Daarnaast had Fokko een beer, waarmee had de varkensboerderijen bij langs ging om de zeugen te dekken, zodat er weer biggetjes geboren werden en er weer vlees op tafel kwam. De beer wist waar het moest zijn en dus liet Fokke zich rijden naar de boerderijen waar er werk aan de winkel was. Zijn vrouw Willemke Ottema overleed 11 juni 1974 op zeventigjarige leeftijd in het R.K.-ziekenhuis te Groningen. Fokko wordt als Fokko Tienko Venema op 30 januari 1905 inschreven als zoon van Pieter Venema en Janna Dijkstra 2.

    Iets verderop rijden we langs de woonplek van de maker van de silhouetten, Klein Wonderland genaamd, het Wonderland van kunstenaar Jan Bouma en zijn vrouw Alice. In het tv-programma DamOp laat presentator Wiebe Klijnstra het een en ander zien.

    Wij rijden de Hooiweg verder op en komen de volgende drempel met silhouet (3) tegen. Ditmaal gaat het om Jannes Berends (Nuis, ?-04-1933 - 1998). Jannes was een alleenstaande grote ruige kerel, die trouw bleef aan het traditionele boeren. Dus met zijn paard ploegen, hooien en vervoeren tot ver over de pensioenleeftijd. Zijn ouders waren Geert Berends (Haren, 08-12-1901 - Boerakker 22-12-1987) en Jantje Veenstra (Niebert, 05-02-1906 - Opende, 12-09-1992), die aan de Hoofdweg 10 woonden, ook in Boerakker. Hij woonde, toen zijn vader en moeder overleden, in Boerakker aan het Wilgepad op nummer 5 - waarin nu de hulpverleningspraktijk "De Vrije Teugel" gevestigd is. Hij leefde letterlijk op grote voet. Geruchten vertellen dat hij een klompenmaat van 60 had, ruim twee zo groot als de gemiddelde mannenvoet 3.

    We komen aan bij het adres, dat ons iets zou laten zien over IJje Wijkstra. Vreemd genoeg hadden we geen verwachtingen, maar blijkt het toch iets anders te zijn dan we dus (niet) verwacht hadden. Een van de bewoners op Stal Lucaswolde Cynthia Drenth, zelf onder andere actief als Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand en politiek actief bij Gemeentebelangen Marum loopt toevallig buiten en komt kijken wat deze vakantiegangers komen doen. Na ons verhaal vertelt ze het verhaal van het pand. Deze is nog gevoegd door IJje. In voegen was hij een van de beteren, zoals ook benadrukt wordt in de film Het teken van het beest, dat een verfilming is van het boek De houn sil om jim bylje - de hond zal om jullie huilen - van Rink van der Velde 4.
    Wijkstra stond bekend als vakman en als iemand die zijn eigen prijs, tijd en tempo bepaalde. Dus precies het omgekeerde van de dagloners van die tijd. Hij was zijn eigen baas en kwam en ging wanneer hij wilde. Veelal namen de aannemers dat voor lief. En aangezien het voegen het sluitstuk was van een bouwproject, zou het geen enkele vertraging voor anderen opleveren. En... hij voltooide altijd zijn werk, vaak met behulp van door hem ingehuurde leerlingen 5. Hij was dus iemand de zijn vrijheid liefhad en zijn tijd ver vooruit was, met de werkuitvoering.
    We krijgen vervolgens nog enkele ongeveer richting aanduidingen om het herinneringsmonument te kunnen vinden. We bedanken haar en proberen de route te volgen. We volgen de Hooiweg en nemen de tweede weg naar rechts - de Verkavelingsweg. We komen zo op de Leidijk, waar we linksaf slaan.

    noten:

    1.
    rtvnoord onthulling Kunstwerken Lucaswolde;
    mailcontact Jan Bouma, 11-11-2017;
    Wikipedia Cortenstaal;

    2.
    Anton Stomphorst: Parenteel van Hotze Dootjes 78 Fokko Tienko Venema;
    AlleGroningers Fokko Tienko Venema;
    Delpher: Nieuwsblad van het Noorden, 25-09-1935 Te koop aangeboden, Nieuwsblad van het Noorden, 11-04-1936 Te koop aangeboden, Nieuwsblad van het Noorden, 03-10-1936 Te koop aangeboden, Nieuwsblad van het Noorden, 27-03-1937 Te koop aangeboden, Nieuwsblad van het Noorden, 23-10-1937 Te koop aangeboden, Nieuwsblad van het Noorden, 27-09-1941 Te koop aangeboden, Nieuwsblad van het Noorden, 13-06-1974 familieberichten, Nieuwsblad van het Noorden, 06-11-1937 Correspondentie / Fop. I. Brouwer;
    Wikipedia Fop I. Brouwer;
    Institut für Vogelforschung - Vogelwarte Helgoland Geschichte;
    Informatiebord "Een verbeeld verleden";

    3.
    Informatiebord "Een verbeeld verleden";
    Delpher: Nieuwsblad van het Noorden, 08-05-1933 Burgerlijke stand Marum maand april
    Jannes z.v. G. Berends en J. Veenstra, Nuis (Nuis, ?-04-1933);
    AlleGroningers Berends - Veenstra
    Geert Berends x (19-6-1926 Marum) Jantje Veenstra;
    Jan J. van Duinen: Parenteel van Jan Egbers 1.1.2.1.7.2.2 Geert Berends
    Geert Berends (Haren, 08-12-1901 - ) Jantje Veenstra (Niebert, 05-02-1906 - );
    Graftombe.nl Berends, Geert
    Geert Berends (Haren, 08-12-1901 - Boerakker 22-12-1987) Jantje Veenstra (Niebert, 05-02-1906 - 12-09-1992) begraafplaats Marum;
    Delpher: Nieuwsblad van het Noorden, 24-12-1987 Burgerlijke stand Geert Berends
    Geert Berends (Haren, 08-12-1901 - Boerakker 22-12-1987) Jantje Veenstra (Niebert, 05-02-1906 - [Opende] 12-09-1992) begraafplaats Marum
    J. Berends, Wilgepad 5 9362 VH Boerakker;
    Graftombe.nl Berends, Jan
    Jan Berends (15-03-1928 - 08-08-1988) x Grietje de Vries, begraafplaats Doezum
    Aangezien Jan in 1928 geboren is en Jannes in 1933 komt dit overeen met de volgorde van opsomming in familiebericht van Geert Berends. Zodoende weten we dat J. Berends, Wilgepad 5 9362 VH Boerakker de door ons gezochte Jannes is. Zo komen we in omgekeerde volgorde van de hierboven opgesomde zoekacties uit bij de bevestiging dat het geboortemaand april correct is.;
    Delpher: Nieuwsblad van het Noorden, 17-09-1992 Familiebericht Jantje Berends-Veenstra;

    4.
    Wikipedia IJje Wijkstra;

    5.
    Het teken van het beest : IJje Wijkstra en de geschiedenis van de viervoudige politiemoord, 18 januari 1929 / Libbe Henstra. - proefschrift. - p. 98 (handelseditie: Amsterdam : Bert Bakker, 2012. - ISBN 978-90-351-3708-0);
    internetraadpleging: 8 - 11-11-2017



    Silhouette 2 | 2010 | Jan Bouma, Lucaswolde


    Silhouette 3 | 2010 | Jan Bouma, Lucaswolde


    IJjes voegwerk, Lucaswolde

          Doezum
    Vanaf de Leidijk - hier ligt globaal de grens tussen Lucaswolde en Doezum - staat het herdenkingsbeeld in een van de rechtsaf straten die volgen. Met een slakkengang rijden we door de Harkereed, goed om ons heen kijken. Halverwege komen we een afslag naar rechts tegen. Deze doodlopende weg gaat naar de Boerencamping De Roos. Aan de andere kant staat de pottenbakkerij De Kneedbare Steen van Jorien van Heuvel 1.
    We rijden de Harkereed te ver door, we zien namelijk de dorpskern van Doezum in de voorruit opdoemen. En dus keren we om en proberen we de net tegengekomen fietsers in te halen. Dit lukt. We nemen gepaste afstand en parkeren de wagen aan de kant van de weg, stappen uit en stellen hun de bekende vraag "Mogen we even iets vragen?", wanneer ze voorbijfietsen. Ze stoppen en we stellen de vraag. Het antwoord is resoluut, 1e rechts, 1e links. En dus draaien we de Ipo Haaimaweg op om snel naar links af te slaan de Brandsloot in.
    De twee locaties: gedenksteen en drie monniken.
    En weer gaan we met een slakkengang de straat door tot we op een derde van de straat zijn gekomen. We zien een bankje. Zal dit het dan zijn? De auto wordt geparkeerd en we nemen een kijkje.
    Het bankje kijkt uit op een bosschage waarvoor een vennetje ligt. We kunnen ons voorstellen dat hier het huisje van IJje heeft gestaan. Maar we zien geen gedenksteen. Of zien we slechts hiervan nog een restant, links van de bank? Vreemd.
    Wanneer we nog eens naar de bosjes kijken, wordt het nog vreemder. Zien we daar nu monniken lopen?
    Wanneer we beter kijken zien we inderdaad silhouetten van een drietal monnik-figuren. Zijn het er geen vier? Want zoveel agenten waren er toch? Chef-gemeenteveldwachter Mient van der Molen uit Grootegast, gemeenteveldwachter Aldert Meijer (33) uit Opende en de rijksveldwachters Hermanus Henderikus Hoving (39), ook uit Opende en Jan Werkman (45) uit Sebaldeburen 2.
    We kunnen er echter maar drie vinden. De vraag is dan vervolgens "Waar kijken we eigenlijk naar?" en "Zitten we hier wel goed?"

    In het tv-programma DamOp laat presentator Wiebe Klijnstra de plek zien waar een herinneringsmonument staat opgesteld.
    In het tv-programma DamOp laat presentator Wiebe Klijnstra de plek zien waar het gebeurde.
    We zouden dan vanaf het bankje ruim 300 meter recht door het veld moeten kijken. Dan kunnen we op de Polmalaan het monumentje voor de vier veldwachters zien. Op de steen is een tekst van Kahlil Gibran uit de Profeet geschreven:
    Wanneer je geest gaat
    zwerven met de wind,
    doe je, alleen en
    onbewaakt, anderen en
    dus ook jezelf kwaad.
    3
    De woning van IJe zou gestaan hebben aan de Polmalaan. Libbe Henstra geeft dit ook in zijn proefschrift aan op een kaart uit 1866 4.
    Verzamelde locaties op een kaart uit 1907.
    De locatie die Libbe Henstra aangeeft op een kaart uit 1866.
    In de volksmond werd de straat Röttelaan genoemd, een vernoeming naar Rotte Eeuwema (~ Noordwijk, 14-2-1751 - Grootegast, 7-2-1820), waarbij ook de variaties Ewema, Euwema, Iwema en IJwema voorkomen. Na de ruilverkaveling tussen 1950-'60 werd het verhard en kreeg het de officiële naam Polmalaan 5. Als beschrijving van het ouderlijk huis geeft Henstra op, dat "de naaste buurman woonde zo’n honderd meter verderop aan de laan en ongeveer honderdvijftig meter achter het huis van Wijkstra senior stond een boerderij." Dit klopt met de situatie op de kaart uit 1907. Na het overlijden van zijn vader op 8 mei 1918, die zes dagen daarvoor 84 was geworden, bleef IJje Wijkstra (4-7-1895 - ), toen 22 jaar, bij zijn moeder Sjoukje van Bolhuis (61) wonen. Toen zij steeds meer last kreeg van reuma, nam haar andere zoon, Hendrik, die ook aan Polmalaan woonden, haar in huis. Nu woonde IJje eindelijk op zichzelf, om van zijn vrijheid te kunnen genieten. Dit was echter van korte duur, want Aaltje Wobbes, trok vlak daarna bij hem in 6. Binnen enkele weken zou een groot drama voor velen plaatsvinden.

    Voor ons rest nu de vraag "Waar kijken wij nu eigenlijk naar?"

    We rijden weer terug naar de Leidijk - die veelal zijn aangelegd om het zure lekwater uit het veen te keren. Dit werd gedaan om de gronden die erachter lagen vruchtbaarder te houden. Deze Leidijk is een van de weinige gaaf bewaarde dijken 7.

    noten:

    1.
    DamOp, zaterdag 16 april 2016, 18:12 afl. 3034;
    2.
    Het teken van het beest : IJje Wijkstra en de geschiedenis van de viervoudige politiemoord, 18 januari 1929 / Libbe Henstra. - proefschrift. - p. 10, (handelseditie: Amsterdam : Bert Bakker, 2012. - ISBN 978-90-351-3708-0);
    3.
    vertaling van Crime and Punishment p. 23 e.v.;
    4.
    Het teken van het beest : IJje Wijkstra en de geschiedenis van de viervoudige politiemoord, 18 januari 1929 / Libbe Henstra. - proefschrift. - p. [5], 9, (handelseditie: Amsterdam : Bert Bakker, 2012. - ISBN 978-90-351-3708-0);
    5.
    Dorp Doezum: Straten in Doezum De Polmalaan;
    AlleGroningers Rotte E(e)uwema, Rotte Wiebes, Rotte;
    6.
    Het teken van het beest : IJje Wijkstra en de geschiedenis van de viervoudige politiemoord, 18 januari 1929 / Libbe Henstra. - proefschrift. - p. 48, 52, 69, 126 (handelseditie: Amsterdam : Bert Bakker, 2012. - ISBN 978-90-351-3708-0);
    Historische atlas Groningen : chromotopografische kaart des rijks, 1:25.000 / [G.L. Wieberdink (samenstelling)]. - Den Ilp : Robas Producties, 1990. - ISBN 90-72770-09-9. - No 95;
    7.
    323x Groningen : van Adorp tot Zuurdijk / Peter en Klaske Karstkarel. - [Leeuwarden] : Noordboek, 2009. - ISBN 978-90-330-0770-5. - p. 436;

    internetraadpleging: 11 - 12-11-2017




    , Brandsloot, Doezum

    , Brandsloot, Doezum

    , Brandsloot, Doezum

    Brandsloot, Doezum

          Noordwijk
    Wanneer we vanaf de Leidijk naar links afslaan, de Noorderweg op, komen we uit in Noordwijk. Op het kruispunt met de Oosterweg en Westerweg vinden we een kerkje. We slaan daarom even de Westerweg in, om de wagen te parkeren op een goede plek.
    Soms is het een voordeel om er een beetje uit te zien als een toerist.
    We lopen naar het kerkje (28293) toe, dat rond 1300 is gebouwd. De gebruikelijke verbouwingen en nieuwbouw onderdelen hebben het aanblik gemaakt tot wat het nu is, een zaalkerkje met okergeel geverfde pleisterwerk dat voor het eerst in 1868 is aangebracht. Helaas is de deur van het gebouw op slot. En dus lopen we weer richting de auto, waar we worden aangesproken door een buurtbewoner die net uit huis komt gewandeld met de vraag of de kerk van binnen willen zien. En dat willen we natuurlijk. Gedrieën lopen we weer terug naar de kerk. Ze wil ons echter eerst iets anders laten zien. We lopen door naar het lijkhuisje of baarhuisje. Hier laat ze ons kennismaken met de Leedaanzegger en het hiernaar vernoemde pad, het Leedaanzeggerspad. De leedaanzegger had tot taak om het overlijden van de naaste, van deur tot deur over te brengen. In die tijd waren er hier nog geen versteende wegen of auto's, telefoon of andere communicatiemiddelen, dan een fysiek bezoek. Dit gold ook voor Jenne Specman, koster en schoolmeester, die het leed van zijn zus Jeltje Specman moest verkondingen toen zij in kraambed van haar zesde kind met Arend Munstra overleed, zo leren we binnen in het lijkhuisje. Ze woonden aan de Westerweg en Arend had al goed geboerd.
    Wandelroute Leedaanzeggerspad.
    Honderd jaar later vindt er hier een openluchtspel plaats waar deze mooi gekozen personages met unieke namen gespeeld werden door twintig vrijwilligers. Ze waren allen gekleed als de dag van toen, 16 mei 1909.
    Het lijkhuisje is van enkele jaren eerder, het is in 1907 gebouwd voor een bedrag van ƒ 175,- 1.

    Enkele jaren eerder, in november 2005, hebben vrijwilligers bestaande en verdwenen (onverharde) wegen weer toegankelijk gemaakt. Ruigte werd verwijderd en takken die de doorgang versperden gesnoeid of afgezaagd. De ontstane wandelroute van zo'n 12 km door het gebied wordt begeleid door diverse informatieborden. Het pad krijgt de naam Leedaanzeggerspad 2.

    We lopen over het schelpenpad weer terug naar de kerkdeur, waar ze ons binnenlaat. In hetzelfde jaar 2005 werd ook de kerk gerenoveerd. Het kreeg toen ook weer z'n okergele kleur van weleer terug. De inwijding na de restauratievoltooiing vond plaats op 28 augustus met een voor 55 gasten uit de VS en andere belangstellenden. De dienst was dan ook in het Engels. Op 3 september was er vervolgens een kunsttentoonstelling en op 30 september de officiële opening.
    Naast de eikenhouten kansel met ingelegd ebbenhout uit 1600 - dat ook in de kerken van Midwolde en Leek (Nienoord) heeft gestaan - valt ook het doophek op. Deze kwam samen met de preekstoel in 1752 vanuit Leek naar Noordwijk. De gietijzeren hekwerk werd aan het begin van de twintigste eeuw afgedankt. Zodoende ging het zwerven tot het weer teruggevonden werd toen het als stalhek in een boerderij bij Drachten gebruikt werd. Nadien zijn ze gerestaureerd en teruggeplaatst. Het hekwerk is voor de foto even dichtgedaan, omdat ze normaal gesproken open staan. De lezenaar die op het hek staat is ook gerestaureerd. Enkele onderdelen van de lezenaar waren gebroken en zijn daarom opnieuw gegoten 3.

    We sluiten weer gezamenlijk af en danken de tijdelijke gastvrouw voor haar verhalen en het laten zien van de gebouwen.

    De Noorderweg brengt ons verder naar het zuiden. Hieruit blijkt al dat de naamgeving vanuit Marum - waar we naartoe rijden - is gegeven. Bij Balktil rijden we over het Oude Diep. We rijden snel door Marum en langs de weilanden van De Linde en vinden aansluiting op de Jonkersvaart.
    Op Dag 2 komen we namelijk van de andere kant en vervolgen dus daarmee eigenlijk de route langs de Jonkersvaart richting het oosten .

    noten:

    1.
    323x Groningen : van Adorp tot Zuurdijk / Peter en Klaske Karstkarel. - [Leeuwarden] : Noordboek, 2009. - ISBN 978-90-330-0770-5. - p. 436;
    Acht dorpen nieuws, 28-5-2009, In Noordwijk vrolijke boel tijdens leedaanszeggersdag;
    'Het is mijn droeve plicht u te vertellen...' : Het bijna verdwenen beroep van leedaanzegger / Gonneke Bonting (in: Uitvaart, Jaargang 25, nummer 6, juni 2009, p. 26-27);
    AlleGroningers overleden in 1909 te Noordwijk;

    2.
    Kerk Noordwijk Leedaanzeggerspad;

    3.
    Religieus erfgoed in Groningen : Oude kerken in de Ommeland / Harm Plas, Wim Plas. - Bedum : Profiel, 2008. - 2e druk 2008. - ISBN 9789052944111. - Noordwijk. - p. 243-245;
    Stichting Oude Groniner Kerken Noordwijk – Nederlands Hervormde Kerk, Over de kerk van Noordwijk;
    De krant van toen: Dagblad van het Noorden, 27-7-2005, p. 13 Kerk Noordwijk krijgt nieuw leven als cultuurcentrum;

    internetraadpleging: 12 - 14-11-2017



    kerk, Noordwijk


    draagbaar, lijkhuisje, Noordwijk


    doophek kerk, Noordwijk


          Jonkersvaart
    Vanaf de Lindsterlaan hoek Commissieweg rijden we richting het oosten. Zoals we al eerder zagen heet het diep eerst nog Wilpstervaart. Vervolgens gaat het over in de Jonkersvaart. De herkomst en daarmee naamgever van zowel de vaart als de veenkolonie is niet geheel duidelijk, al gaat het om een van de In- en Kniphuisen. Hierbij wordt veelal gedacht aan Haro Casper dan wel Jan Carel Ferdinand. Ferdinand Folef (Groningen, 7-6-1735 - Asinga, 12-5-1795) wordt veelal aangeduid als naamgever, mogelijk vanwege het feit dat zijn vrouw Anna Maria Graafland (Amsterdam, 8-4-1743 - Asinga, 3-1-1803) ook een vernoeming kreeg, het Graaflandsdiep dat tegenwoordig Gravelandsewijk heet en nog te bewonderen is. Hij was het ook die samen met Willem de Lille uit Nietap de vervening hier weer leven inblies. Willem, een Overijssels advocaat trouwde met de weduwe van Arend, die ook in het veen zat, en waarvan Willem rentmeester was. Ferdinand Folef was heer van Asinga te Ulrum, toen hij in 1768 erfgenaam werd van de borg Nienoord en de daarbij behorende (woeste) gronden. Het kanaal werd echter pas na 1815 voltooid. Het Jonkersverlaat werd de aansluiting en verbindingsroute met de Friese kanalen en wateren en zorgde voor het beheer van de waterstand. De turfproductie lag tijdens hun samenwerkingsperiode zo tussen de 1200 en 1500 dagwerken per jaar.
    Wanneer we bij het Jonkersverlaat aankomen, dat pas in 1871 van hout werd gebouwd om in 1900 nogmaals, maar dan versteend terug te keren, parkeren we de wagen even om te kijken naar dit stukje waterscheiding 1.
    De mozaïekbank is door de bewoners gemaakt als geschenk in het kader van 40 jaar Gondelvaart. Op 5 september 2015 vond de 40e editie plaats van deze kleurrijke en lichtgevende vaaroptocht van 14 gondels. Ook dit seizoen zal er weer een plaatsvinden op zaterdagavond 9 september met het thema "De jaren '80" 2.

    noten:

    1.
    Groningen : Stad en Ommeland / Albert Buursma, Marina van der Ploeg (tekst); Willem Friedrich (foto). - Bedum : Profiel, 2008. - ISBN 978-90-5294-426-5. - p. 214;
    323x Groningen : van Adorp tot Zuurdijk / Peter en Klaske Karstkarel. - [Leeuwarden] : Noordboek, 2009. - ISBN 978-90-330-0770-5. - p. 426;
    Nienoord / Luc Eekhout. - Leek : Bronsema Bosman, 2007. - ISBN 978-90-70573-28-7. - p. 74;
    Vier eeuwen turfwinning : de verveningen in Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel tussen 1550 en 1950 / M.A.W. Gerding. - AAG bijdragen, 35; ISSN 0511-0726. - Wageningen : Landbouwuniversiteit Wageningen, 1995. - ISBN 90-6194-298-5. - p. 54, 57;
    Tussen Hunze en Lauwers : Kultuur-historische schetsen uit het Groninger Westerkwartier / G.H. Ligterink. - Groningen : J. Niemeijer, 1968. - Tweede druk 1976. - ISBN 90-606-2151-4. - p. 118;

    2.
    Westerkwartier, 02-09-2017 - 20:12 / Monique Westra De 42e Gondelvaart van Jonkersvaart: ‘De jaren 80’;

    internetraadpleging: 15-11-2017



    sluis, Jonkersvaart


    mozaïekbank, Jonkersvaart


          Coendersborch
    Wandelroute "Ommetje".
    En nu hier toch geparkeerd staan kunnen we meteen ook een gedeelte van de wandelroute gaan lopen dat hier is uitgestippeld. Wij nemen hiervan slechts een heel klein stukje dat alleen aan het begin en halverwege overeenkomsten vertoond. Wij wandelen eigenlijk om een afgeveende kavel, misschien zelfs wel over een gedempte wijk.
    De laan naar de Coendersborch (528899) - waar we naartoe wandelen - is breed en omzoomt met bomen van gemêleerde leeftijden.
    Wanneer we bij de borg aankomen, zijn we niet echt onder de indruk. Dit zal wellicht komen door de sobere en saai uitgevoerde symmetrische architectuur. Het pand stamt uit 1813 en is gebouwd in opdracht van Hyma van Teyens (Beeststerzwaag, 31-7-1734, ~1-8-1734 - Beeststerzwaag, 11-7-1816) .
    De naam Coendersborch verwijst naar Ludolph Coenders, die rond 1668 drie boerderijen kocht, waarvan hij de Fossenmaheerd - de middelste - liet verbouwen tot een passend buitenverblijf. In 1699 was er sprake van een borg. Ludoph Coenders was een raadsheer in Groningen in 1671, 1672, 1675, 1677, 1678 en werd na aanschaf van de heerden ook vervener. Door het vervenen in dit gebied ontstonden er conflicten met de vervener op Nienoord, Georg Wilhelm von Inn- und Kniphausen. Naast een meningsverschil over het recht van opstrek, liet Coenders zijn turf namelijk via de Friese wateren afvoeren en niet via de Nienoordse kanalen. Dit leidde op 28 juni 1669 tot een veldslag met spaden en schoppen om het kanaal dicht en open te maken.
    Detail: Tekening van het gevecht bij het Bollemeer (Bolmeer) op 28 juni 1669.
    Wilhelm H. Veenhuisen, 5 juli 1669
    bron: Huisarchief de Nienoord Toegangsnummer 626 inv.nr. 587 Beeldbank Groningen
    Bij het openmaken van de afwatering werden er echter ook vuurwapens - geweren - ingezet en minstens een kanon. Veenhuisen tekent op 5 juli 1669 een tekening van de strijd waarop twee kanonnen aan Coenders' zijde staan. De Nienoordse mannen trokken aan het kortste eind. Hierbij viel een slachtoffer, Willem Jansen. Hij was door de beide benen geschoten en werd achtergelaten op het strijdtoneel. Door bloedverlies kwam hij die nacht te overlijden.
    De afvoer van de turf en de latere plek van de sluis - waarbij we geparkeerd staan - is hiermee verklaard.
    Ludolph Coenders had een zus Etta Coenders die gehuwd was met Iwo Auwema. Beiden komen ook voor als Etta Conders (±1627 - ±1703) en Yvo Auwema (Tolbert, ±1602 - Groningen, 11-1662) 1.

    De retourroute zal net zo lang duren als de heenweg. Het pad is echter een stuk smaller en kan daarom volstaan met het woord paadje.

    noten:

    1.
    Beleef Het Groninger Landschap Landgoed Coendersborch : Het Westerkwartier bij Nuis;
    Stichting van Teyens Fundatie - Tijdsbeelden 18de en 19de eeuw;
    Genealogieonline: Stamboom Brouwer / Tjalling Brouwer Hijma van Teyens;
    AlleFriezen Hijma Sakes van Teyens, Hyma van Teyens;
    De verhalen van Groningen: De Coendersborch te Nuis / Nick Kieft: Slaags om turf;
    Noorderschrift / Ankie Lok: Regeren met zachte hand: Nanninga's Bosche en Coendersborch, 22 juni 2016;
    Almanak der Akademie van Groningen / Theodorus van Swinderen. - Eerste Jaargang, voor 't jaar 1813. - Groningen : J. Oomkens, 1813 p. 74;
    Auwema : eigenerfden in Tolbert / Leo Martinus. - [s.l.] : Leo Martinus, 2013. - p. 42, 50-52, 121;
    Delpher: Nieuwsblad van het Noorden, 28-09-1979, Noorder Rondblik p. 13 De slag bij de Snoekerschans;

    internetraadpleging: 15 - 17-11-2017



    pad, Coendersborch


    borg, Coendersborch


    beeld tuin, Coendersborch


    pad, Coendersborch


    pad, Coendersborch


    achterzijde, Coendersborch


          Hamrik
    Vanaf de Jonkersvaart rijden we over de Zuiderhoeksweg naar Marum, waar we gezien het tijdstip eerst een hapje gaan eten. Kruisweg Marum ligt wat dat betreft ideaal. Aangezien het nog steeds lekker weer is, gaan we buiten op het terrasje op het hoekje zitten. Prima plek om de maaltijd te nuttigen en vanuit hier kunnen we alles in de gaten houden.

    Na het eten rijden we verder onder de A7 door om bij Hamrik af te slaan, zodat we parallel door het dal van en langs het Oude Diep en Dwarsdiep rijden. Deze gemeenschappelijk graslanden aan het water - de betekenis van Hamrik - heeft diverse kavelrichtingen waaruit telkens een versmalling van het water valt te lezen 1.
    Vervolgens komen we al weer gauw aan in Boerakker.

    noten:

    1.
    Wikipedia Hamrik;

    internetraadpleging: 17-11-2017



    Schipsloot, Hamrik

          Boerakker (2)
    Wanneer we vanaf de N388 de Hoge Tilweg oprijden komen we Silhouette 1 tegen, dat het verhaal van Vrouw Snakenburg verteld. Van Vrouw Snakenburg wordt verteld dat ze rond de jaren '30 van de twintigste eeuw overnachtte in de verschillende schuren en stookhutten in de buurt. Zelfs de honden waren haar gewend en sloegen dus niet aan, wanneer ze bij hun kwam scharrelen.
    Vrouw Snakenburg is geboren als Gesiena Lutmers op 3-5-1866 geboren in Westerwijtwerd als dochter van Pieter Lutmers en Henderika ter Veer. Pieter is timmerman en zal later - bij haar huwelijk - tolpachter zijn. Ze huwt 28 juni 1884 op achttienjarige leeftijd in Appingedam met de vijf jaar oudere Hendrik Snakenborg (Oostwold, 24-8-1860 - Nieuwe Pekela, 23-8-1934), die in navolging van zijn vader ijzersmid is.
    Op 17 april 1885 wordt in Groningen Christiaan geboren. Hendrik is dan smid.
    Op 18 november 1887 wordt in Farmsum Aagtje geboren. Hendrik is dan ijzersmid. Aagtje komt echter acht maanden later, op 3 augustus 1888 te overlijden.
    Op 9 januari 1891 wordt in Farmsum hun tweede dochter geboren, die Aaltje gaat heten. Hendrik is nog steeds ijzersmid. Ook zij komt te overlijden, als Aaltje Snakenburg in Aduard op 3-jarige leeftijd, 2 november 1894.
    Op 7 mei 1894 wordt in Aduard weer een Aagtje geboren. Hendrik staat dan te boek als grofsmid.
    Op 10 september 1895 wordt er in Aduard een levenloos en naamloos jongetje ter wereld gebracht.
    Na vijf verwachtingsvolle perioden is slechts Christiaan en Aagje als kind aanwezig. Op 10 december 1897 wordt het huwelijk tussen de twee ontbonden. Hendrik huwt het jaar daarop, 15 december 1898, met Jantje Beuving. Met z'n vieren zijn ook zij hun plekje aan het zoeken. Ze verhuizen naar Groningen, schrijven zich op 10 maart 1899 in op de Veenestraat 50 te Assen, maar verhuizen op 2 december datzelfde jaar alweer naar Leeuwarden. Zij krijgen de volgende kinderen: Lammert, Heiko, Jantje, Hendrik, Johannes (allen Groningen), Nicolaas en Aaltje (Nieuwe Pekela).
    Mogelijk is er overspel door Gesiena in het spel, al wordt dat argument veelal gebruikt om een huwelijk (snel) te mogen ontbinden. Haar man zet haar het huis uit en zij gaat zwerven. Aangezien Gesiena geen middelen van bestaan heeft en haar ex-man alweer hertrouwd en verhuisd is, zit er dus mogelijk niets anders voor haar op, dan zwerven.
    Uiteindelijk komt ze te overlijden op 58-jarige leeftijd op 12 oktober 1924 in Deventer. Als beroep staat koopvrouw vermeldt.
    Op het beeld van Bouma waar we nu naar kijken is ze uitgebeeld met haar floddermuts en stok met ponkje - dit een knapzakje 1.

    Enkele ogenblikken later komen we aan bij ons tijdelijk dak boven ons hoofd. Hier genieten we nog fijn even na van een niet al te volle dag.

    noten:

    1.
    Boerakker & Lucaswolde : Sterke Verhalen van Groninger Dorpen / Eric-Jan Bijker. - Groningen : Hanzehogeschool Groninge - Instituut voor Communicatie en Media, 2013. - p. 17-20;
    AlleGroningers geboorte Gesiena Lutmers, Huwelijk Hendrik Snakenborg en Gesiena Lutmers, geboorte Christiaan Snakenborg, geboorte Aagtje Snakenborg, overlijden Aagtje Snakenborg, geboorte Aaltje Snakenborg, overlijden Aaltje Snakenburg, geboorte Aagtje Snakenborg [2], NN, huwelijk 2 Hendrik Snakenborg, overlijden Hendrik Snakenborg;
    Historisch Centrum Overijssel overlijden Gesiena Lutmers, bekijk ook + info;
    AlleDrenten akte bevolkingsregister Hendrik Snakenborg;
    GenealogieOnline: Stamboom Snakenborg / J. Snakenborg: Nicolaas Snakenborg;
    WieWasWie huwelijk Aagje Snakenburg;
    Delpher: Nieuwsblad van het Noorden, 9-12-1894 Overlijden 3 jarige dochter Aaltje Snakenburg november te Aduard;
    Echtscheiding / J. van Andel Gzn. - II (slot);

    internetraadpleging: 17 - 18-11-2017



    Silhouette 1 | 2010 | Jan Bouma, Boerakker

    zonsondergang boven zongedroogd gemaaid gras, Boerakker









    'Kruistocht in Spijkerbroek'
    'Rondje om Zwitserland'
    'weekendje Noord-Groningen'
    'Ontdekking van de Vrije Friezen'
    'Hanzesteden aan de Oostzee'
    'Friesland - provincie in Nederland'
    'Friesland uit het veen'
    'Aan de oevers van de Schelde'
    'Rondom de Gelderse IJssel'
    'Binnen en rondom de Westfriese Omringdijk'















































    Op zoek naar een mooi, leuk en uniek kado? Ga in nieuw scherm naar mijn PASFOTOBOEKJES en schrijfboekjes of PASFOTOBOEKJES en schrijfboekjes "Italian Collection"-site.
    Of bekijk de kleurrijke schilderijen-expositie van m'n broer. Deze schilderijen zijn ook gebruikt als omslag voor de pasfoto- en schrijfboekjes.